ECLI:NL:RBROT:2026:12941

ECLI:NL:RBROT:2026:12941

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 18-09-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer 10-032936-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte wordt veroordeeld voor het opzettelijk behulpzaam zijn bij het wederrechtelijk verblijf van meerdere personen tot een haventerrein door een niet aan hen toebehorende toegangspas te activeren. Hij wordt vrijgesproken van computervredebreuk. De rechtbank legt een taakstraf op van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-032936-25

Datum uitspraak: 18 september 2026

Datum zitting: 4 september 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats] ([geboorteland])

ingeschreven op het adres [adres 1], [postcode] te [plaatsnaam].

Advocaat van de verdachte: mr. K. Durdu

Officier van justitie: mr. M.L.M. Kuiper

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor het opzettelijk behulpzaam zijn bij het wederrechtelijk verblijf van meerdere personen tot een haventerrein door een niet aan hen toebehorende toegangspas te activeren. Hij wordt vrijgesproken van computervredebreuk. De rechtbank legt een taakstraf op van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte er – samengevat – van dat hij meerdere personen die daar niet mochten komen het haventerrein van ECT Delta Terminal in Rotterdam op heeft gelaten door een niet aan hen toebehorende toegangspas te activeren (feit 1), computervredebreuk heeft gepleegd (feit 2) en de status van een bezoekerspas heeft veranderd en vervolgens gegevens daaraan heeft toegevoegd (feit 3).

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:

1.

F. Ashikali en een of meer anderen op 23 januari 2025 te Rotterdam, wederrechtelijk heeft/hebben verbleven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen, te weten het door hekken omgeven terrein van de ECT Delta Terminal (aan de [adres 2]) in de Rotterdamse haven, bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 23 januari 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door de voornoemde personen toegang te verschaffen tot het terrein door de/een niet aan voornoemde personen toebehorende toegangspas (pasnummer [pasnummer]) te activeren;

2.

Hij op 23 januari 2025 te Rotterdam, althans in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk

in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten - computer(s) en/of server(s) en/of

het netwerk en/of infrastructuur van/in gebruik bij ECT Delta Terminals althans een server/netwerk/infrastructuur is binnengedrongen met behulp van een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, althans is binnengedrongen, door het (telkens) onbevoegd gebruikmaken van één of meerdere gebruikersna(a)m(en) en/of wachtwoord(en), met een ander doel dan waarvoor hem die gebruikersnaam en/of dat wachtwoord ter beschikking stonden en/of waarvoor hem die toegang was toegestaan;

3.

Hij op 23 januari 2025 te Rotterdam, althans in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk,

gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen, worden verwerkt en/of worden overgedragen, heeft veranderd en/of gewist en/of onbruikbaar en/of ontoegankelijk heeft gemaakt en/of andere gegevens daaraan heeft toegevoegd, immers heeft verdachte de status van een bezoekerspas (pasnummer [pasnummer] op naam van [naam]) veranderd en/of (vervolgens) gegevens daaraan toegevoegd.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1, 2 en 3. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor feit 2. De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten 1 en 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1 en 3

Bewezen is dat de verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest bij het wederrechtelijk verblijf van meerdere personen op het haventerrein van ECT Delta Terminal in Rotterdam door een niet aan hen behorende toegangspas te activeren, de status van deze pas te veranderen en vervolgens gegevens daaraan toe te voegen. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 4.3.2.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten 1 en 3 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte ter zitting

2. Proces-verbaal van bevindingen van de politie, inhoudende beschrijving van camerabeelden

3. Proces-verbaal van bevindingen van Harc Team Rotterdam, inhoudende beschrijving van camerabeelden

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1.

F. Ashikali en anderen op 23 januari 2025 te Rotterdam, wederrechtelijk hebben verbleven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag en overslag van goederen, te weten het door hekken omgeven terrein van de ECT Delta Terminal (aan de [adres 2]) in de Rotterdamse haven,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 23 januari 2025 te Rotterdam opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk gelegenheid, middelen en inlichtingen heeft verschaft door de voornoemde personen toegang te verschaffen tot het terrein door een niet aan voornoemde personen toebehorende toegangspas (pasnummer [pasnummer]) te activeren;

3. Hij op 23 januari 2025 te Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk, gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen, worden verwerkt en worden overgedragen, heeft veranderd en andere gegevens daaraan heeft toegevoegd, immers heeft verdachte de status van een bezoekerspas (pasnummer [pasnummer] op naam van [naam]) veranderd en (vervolgens) gegevens daaraan toegevoegd.

3. Vrijspraak

Vrijspraak ten aanzien van feit 2

Niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte computervredebreuk heeft gepleegd. Van computervredebreuk is sprake indien opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in een geautomatiseerd werk of een deel daarvan. Van binnendringen kan onder meer sprake zijn indien de toegang wordt verworven door middel van een valse sleutel. De officier van justitie heeft het zogenoemde Politiemol-arrest aangehaald, waaruit onder meer volgt dat van binnendringen met behulp van een valse sleutel ook sprake kan zijn wanneer iemand op zichzelf geautoriseerd is om toegang te verkrijgen tot een geautomatiseerd netwerk, maar die autorisatie misbruikt wordt voor een ander doel dan waarvoor deze is verleend. In die zaak gebruikte de verdachte zijn politieaccount om toegang te verkrijgen tot politiesystemen om daarin onbevoegd gegevens te raadplegen. Het gebruik van zijn bevoegdheid voor dat doel kon worden aangemerkt als het gebruik van een valse sleutel.

Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat de situatie in deze zaak daarvan op een wezenlijk punt verschilt. Daarbij acht de rechtbank van belang het onderscheid te maken tussen enerzijds het wederrechtelijk verkrijgen van toegang tot een systeem (of deel daarvan) en anderzijds het verrichten van een onbevoegde handeling binnen een systeem waartoe iemand rechtmatig toegang heeft verkregen. In deze zaak is sprake van dat laatste.

De rechtbank stelt vast dat de verdachte uit hoofde van zijn werkzaamheden bevoegd was om het betreffende systeem te gebruiken en dat het activeren van toegangspassen tot zijn gebruikelijke werkzaamheden behoorde. De verdachte bevond zich in het kader van zijn reguliere werkzaamheden als beveiliger al rechtmatig in het systeem en heeft vervolgens een toegangspas geactiveerd voor een persoon die die pas niet rechtmatig mocht gebruiken. De onbevoegdheid van de verdachte zag dus niet op zijn toegang tot het systeem en evenmin op het activeren van toegangspassen binnen dat systeem, maar op de persoon voor wie hij de toegangspas activeerde. Dat handelen is strafbaar en daar wordt de verdachte ook voor veroordeeld (feit 3). Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank echter geen sprake van het binnendringen met behulp van een valse sleutel zoals bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Nu geen sprake is van opzettelijk en wederrechtelijk binnendringen in een geautomatiseerd werk of deel daarvan, heeft de verdachte zich ook niet schuldig gemaakt aan computervredebreuk en zal hij van feit 2 worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

medeplichtigheid aan het wederrechtelijk verblijven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 3

opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen/worden verwerkt/worden overgedragen, veranderen en opzettelijk en wederrechtelijk aan gegevens andere gegevens toevoegen.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straffen

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten 1, 2 en 3 worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis voor het geval de verdachte de taakstraf niet (naar behoren) verricht, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

Standpunt van de verdediging

Indien aan de verdachte een taakstraf wordt opgelegd, wordt verzocht om niet meer dan 120 uur op te leggen. Ten aanzien van de duur van een voorwaardelijke gevangenisstraf refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft in zijn rol als beveiliger een toegangspas geactiveerd en gegevens daarop veranderd voor personen die niet bevoegd waren het haventerrein te betreden en heeft hen daarmee in staat gesteld wederrechtelijk toegang tot dat terrein te verkrijgen. Het onbevoegd betreden van haventerreinen door zogenoemde uithalers vormt een ernstig en bekend probleem en houdt veelal verband met de georganiseerde drugshandel. De verdachte had als beveiliger een essentiële rol bij het tegengaan daarvan. Het behoorde tot zijn primaire taak om de veiligheid op het haventerrein te bewaken en te voorkomen dat onbevoegde personen toegang krijgen. De verdachte moet bovendien bekend zijn geweest met de problematiek rond uithalers. Van hem mocht daarom een bijzondere mate van waakzaamheid en integriteit worden verwacht. Door desondanks een toegangspas voor onbevoegde personen te activeren, heeft de verdachte zich in zijn positie als beveiliger schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan wederrechtelijk verblijf op een haventerrein van meerdere personen.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 28 juli 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt niet tot een hogere straf.

Oplegging straffen

Gezien de ernst van de feiten acht de rechtbank een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf passend. Bij het bepalen van die strafsoorten en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarnaast weegt de rechtbank ook mee dat aannemelijk is dat – zoals de verdachte tijdens de zitting heeft verklaard – hij zowel bij zijn huisadres als bij de school van zijn kinderen onder druk is gezet om de strafbare gedragingen te plegen. Ook heeft de verdachte tijdens de zitting zijn handelen bekend en zijn verantwoordelijkheid genomen door niet langer als beveiliger werkzaam te zijn. De rechtbank zal daarom een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist.

Alles afwegend zal de rechtbank een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden opleggen met een proeftijd van 2 jaren. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 48, 57, 138aa en 350a Sr.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit 2 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 3, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 3 (drie) maanden en bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 180 (honderdtachtig) uur, waarbij de

reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in

verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de

taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 176 (honderdzesenzeventig) uur

taakstraf moet worden verricht;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende

hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 88 (achtentachtig) dagen.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.H. Kroon, voorzitter,

en mrs. A.S. Flikweert en Y. Peters, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.W.G. Bakker, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 18 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.H. Kroon

Griffier

  • mr. D.W.G. Bakker

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand