Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummers: 10/058279-23 en 10/115848-24 (gevoegd ttz)
Datum uitspraak: 26 februari 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2007,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1] , [postcode] [woonplaats] ,
Raadsman: mr. M.C.J. Heinen, advocaat te Roosendaal.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 12 februari 2026.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. S. Verhoek heeft gevorderd:
4. Ontvankelijkheid officier van justitie
Standpunt verdediging
De verdediging stelt zich op het standpunt dat het Openbaar Ministerie ten aanzien van het onder parketnummer 10/058279-23 onder 7 ten laste gelegde feit niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Er is sprake van een forse overschrijding van de redelijke termijn, waarbij al in april 2023 een succesvolle mediation heeft plaatsgevonden en zich nadien geen incidenten hebben voorgedaan tussen de drie betrokkenen. Wegens het ontbreken van enig rechtens te respecteren belang is verdere vervolging daarmee in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde.
Beoordeling
De rechtbank acht de door de verdediging naar voren gebrachte feiten en omstandigheden onvoldoende voor de conclusie dat verdere strafvervolging voor dit feit onverenigbaar is met de beginselen van een goede procesorde. Dit is slechts het geval wanneer de vervolging wordt ingesteld of voortgezet terwijl geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn. Nu de rechtbank oordeelt dat hiervan geen sprake is, wordt het pleidooi tot niet-ontvankelijkheid verworpen.
5. Waardering van het bewijs
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het onder parketnummer 10/058279-23 onder 1, 2, 3, 4, 6 en 7 en onder parketnummer 10/115848-24 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
Bewijswaardering parketnummer 10/058279-23 onder 5
Standpunt verdediging
De verdediging stelt zich op het standpunt dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor een bewezenverklaring van het onder parketnummer 10/058279-23 onder 5 ten laste gelegde. Uit niets blijkt dat de verdachte de auto heeft gestolen (primair), of dat hij wist of had kunnen weten dat het voertuig van een misdrijf afkomstig was (subsidiair). De verdachte dient dan ook integraal te worden vrijgesproken.
Beoordeling
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van het onder parketnummer 10/058279-23 onder 5 ten laste gelegde niet kan worden bewezen dat de verdachte de auto zelf heeft gestolen of zich opzettelijk schuldig heeft gemaakt aan heling. De verdachte zal van deze onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken.
Ten aanzien van de impliciet subsidiair ten laste gelegde schuldheling in vereniging overweegt de rechtbank als volgt. De verdachte heeft erkend met een medeverdachte in de Renault Twingo te hebben gereden. De verdachte heeft verklaard dat hij de auto voor een paar tientjes voor één dag heeft gehuurd bij een jongen uit de buurt en dat deze niet tegen hem heeft gezegd dat de auto gestolen was. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij zich achteraf heeft afgevraagd waarom hij de auto zo makkelijk meekreeg en dat hij niet wist waar deze vandaan kwam. De omstandigheid dat de verdachte, destijds vijftien jaar oud en dus niet in het bezit van een rijbewijs, zonder papieren een auto kon huren van een jongen in de wijk, maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de verdachte bij de huur van deze auto had moeten doorvragen over de herkomst van de auto. De verdachte had kunnen en ook moeten vermoeden dat de auto door misdrijf verkregen was en mocht zonder nader onderzoek naar de herkomst van de auto niet handelen zoals hij heeft gedaan. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de auto van misdrijf afkomstig was en acht daarmee de ten laste gelegde schuldheling wettig en overtuigend bewezen.
Conclusie
Het pleidooi tot vrijspraak wordt verworpen.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van de wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/058279-23 onder 5 subsidiair ten laste gelegde (schuldheling) heeft begaan.
In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van de wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/058279-23 onder 1, 2, 3, 4, 6 en 7 en onder parketnummer 10/115848-24 ten laste gelegde heeft begaan.
De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:
Parketnummer 10/058279-23
1.hij op of omstreeks 16 januari 2023 te Dordrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 2] heeft weggenomen een Nintendo Switch en/of een of meerdere mobiele telefoon(s) een of en meerdere armband(en) en/of een horloge (merk Guess) en/of een geldbedrag (in totaal 500 euro)en/of een tas, inhoudende een bankpas en een Apple AirPods en/of ID-kaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik had(den) gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een sleutel waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) niet de rechtmatige eigenaren/gebruikers waren;
2.hij in of omstreeks de periode van op 16 januari 2023 te Dordrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (in totaal 10,47 euro) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich het weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door met een (gestolen) bankpas tot het gebruik waartoe hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren contactloos te betalen;
3.hij op of omstreeks 29 mei 2023 te Papendrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de [adres 3] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), geld en/of goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, met (een) sleutel(s) tot welk gebruik hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren, een/de deur(en) van de schuur en/of de achterdeur en/of de voordeur van die woning heeft geopend en/of (althans) getracht te openen,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.hij op of omstreeks 29 mei 2023 te Papendrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een sleutelbos en/of twee, althans een of meer personenauto('s) (een Mitsubishi Outlander met kenteken [kentekennummer 1] en/of een Volkswagen Caddy met kenteken [kentekennummer 2] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen sleutelbos en/of die twee, althans een of meer voornoemde personenauto('s) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel, te weten door met (een) sleutel('s) tot welk gebruik hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren, die auto's te starten;
5.hij in of omstreeks de periode van 26 mei 2023 tot en met 29 mei 2023 te Dordrecht en/of Papendrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een auto (Renault Twingo met kenteken [kentekennummer 3] ), althans een goed heeft verworven en voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
6.hij op of omstreeks 29 mei 2023 te Dordrecht, althans in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en), (een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 2º van de Wet wapens en munitie, te weten een opvouwbaar mes waarvan: het lemmet meer dan 1 snijkant heeft voorhanden heeft gehad;
7.hij op of omstreeks 17 januari 2023 te Dordrecht openlijk, te weten, op of aan het Vogelplein, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten [slachtoffer 4] door die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, - op/tegen het lichaam te duwen en/of- in/op/tegen het (scheen)been, althans het lichaam, te schoppen en/of te trappen;
Parketnummer 10/115848-24
Hij, op of omstreeks 5 februari 2024 te Dordrecht een wapen van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een boksbeugel voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.
6. Strafbaarheid feiten
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels
poging diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden
De bewezen feiten leveren op:
Parketnummer 10/058279-23
1.
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels
2.
3.
4.
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels
5.
medeplegen van schuldheling
6.
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
7.
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
Parketnummer 10/115848-24
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
7. Strafbaarheid verdachte
Parketnummer 10/058279-23, feit 7
7.1.1. Standpunt verdediging
De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens noodweer. Vaststaat dat de aangever in een ruzie als eerste geweld heeft gebruikt en de medeverdachte een vuistslag op zijn oog heeft gegeven. Op dat moment had de aangever een mes in zijn handen. Hierop is de verdachte zijn vriend te hulp geschoten en heeft hij de aangever geschopt. Gelet op deze omstandigheden, waarbij de aangever een mes had getrokken, is de reactie van de verdachte begrijpelijk en ook proportioneel, zodat hem hiervoor strafrechtelijk geen verwijt kan worden gemaakt.
7.1.2. Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep op noodweer, aangezien de verdachte al geweld gebruikte tegen de aangever op een moment dat er nog geen mes in beeld was, en vervolgens ook zelf betrokken is geraakt bij de vechtpartij.
7.1.3. Beoordeling
Op grond van artikel 41, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht is voor een geslaagd beroep op noodweer vereist dat de verdediging is gericht tegen een ‘ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding’ van eigen lijf, eerbaarheid of goed, of dat van een ander. Ook moet zijn voldaan aan de eisen van subsidiariteit (de verdediging moet geboden zijn) en proportionaliteit (de verdediging moet in verhouding staan tot de aanval).
De verdachte heeft bij de politie en op de terechtzitting meermalen verklaard dat hij heeft gehandeld om zijn vriend die met de aangever in gevecht raakte, te beschermen. De verdachte heeft vooraf gezegd dat hij zich met het gevecht zou gaan bemoeien als door de aangever een mes getrokken zou worden, omdat hij wist de aangever vaak een mes op zak heeft. Op enig moment heeft de aangever inderdaad een mes getrokken en heeft de verdachte hierop gereageerd door tegen het been en tegen de rug van de aangever te schoppen. Volgens de verdachte heeft hij daarbij nogmaals gezegd dat de aangever het mes weg moest doen.
Beelden van de Tiktok-video die van het geweldsincident zijn gemaakt bevestigen dat de verdachte geweld gebruikte jegens de aangever om zijn vriend te hulp te schieten, nadat de aangever een mes had getrokken. Het door de verdachte gebruikte geweld staat daarmee naar het oordeel van de rechtbank niet in een onredelijke verhouding tot de ernst van de aanranding van zijn vriend. De reactie van de verdachte is binnen de grenzen van een noodzakelijke verdediging gebleven, zodat het beroep op noodweer slaagt. Dit betekent dat de verdachte onder de geschetste omstandigheden niet wederrechtelijk heeft gehandeld en dat hij zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
7.1.4. Conclusie
De rechtbank zal de verdachte voor het onder parketnummer 10/058279-23 onder 7 ten laste gelegde ontslaan van alle rechtsvervolging.
Overige bewezen feiten
Er is voor het overige geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus voor de overige bewezen verklaarde feiten strafbaar.
8. Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft op vijftien- en zestienjarige leeftijd in een kort tijdsbestek meerdere strafbare feiten gepleegd.
De verdachte heeft zich allereerst op 16 januari 2023 schuldig gemaakt aan diefstal in vereniging op de Krommedijk te Dordrecht. Tijdens een woninginbraak met een medeverdachte heeft hij diverse spullen weggenomen. Vervolgens is de verdachte met de medeverdachte met een gestolen pinpas uit de woning snoep gaan kopen bij een tankstation.
Vervolgens heeft de verdachte op 29 mei 2023 zich samen met een medeverdachte schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal uit een woning met een valse sleutel en aan een diefstal van een sleutelbos. Op camerabeelden bij de woning is te zien dat de medeverdachte over de schutting klimt, vervolgens een sleutelbos uit de schuurdeur haalt en hiermee vergeefs de woning probeert binnen te gaan. De verdachte reed de medeverdachte naar de woning en wachtte daar op hem, waarna zij samen weer vertrokken. Aan de sleutelbos zaten sleutels van twee auto’s, die beide kort daarna zijn gestolen. De verdachte heeft in een van deze auto’s gereden. Na zijn aanhouding werd in de fouillering van de verdachte een autosleutel aangetroffen van een Renault Twingo, die al eerder bleek te zijn gestolen. De verdachte had moeten vermoeden dat deze auto van diefstal afkomstig was en heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan heling. In zijn fouillering werd ook een opvouwbaar mes aangetroffen en bij een controle door de politie in de nacht van 5 februari 2024 droeg de verdachte een boksbeugel bij zich. Daarmee heeft de verdachte zich tweemaal schuldig gemaakt aan verboden wapenbezit.
Diefstallen, heling en woninginbraken zijn ernstige feiten en veroorzaken niet alleen materiële schade, maar maken ook een forse inbreuk op de privacy van de slachtoffers. Een woning is voor mensen een plek waar zij zich veilig zouden moeten voelen. Het is kwalijk dat de verdachte door het medeplegen van de bewezen feiten dit gevoel van veiligheid heeft aangetast. Daarnaast heeft de verdachte door zijn handelen geen enkel respect getoond voor de eigendommen van anderen en zich kennelijk slechts laten leiden door eigen financieel gewin. Het voorhanden hebben van verboden wapens is laakbaar, omdat dit voor bedreiging of afdreiging geschikt is en het gevoel van onveiligheid binnen de samenleving vergroot.
De rechtbank rekent het voorgaande de verdachte ernstig aan.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
Uit een uittreksel uit de justitiële documentatie van 16 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) schrijft in het rapport van 31 oktober 2025 dat de verdachte zich goed houdt aan de regels en afspraken met zijn ouders, zijn coach vanuit E25 en de jeugdreclassering. Hij heeft reeds twee jaar toezicht en begeleiding ontvangen vanuit de jeugdreclassering. De verdachte heeft in deze twee jaar een positieve ontwikkeling doorgemaakt en geen politiecontacten meer gehad. De verdachte is in 2023 ziek geworden en is vanwege een slokdarmvernauwing naar verwachting niet in staat om een werkstraf uit te voeren. Daarnaast zijn de ten laste gelegde feiten al langere tijd geleden gepleegd en heeft een werkstraf vanuit pedagogisch oogpunt op dit moment geen meerwaarde. Gezien de positieve ontwikkeling van de verdachte is de kans op herhaling klein. De Raad acht een voorwaardelijke werkstraf het meest passend om herhaling van delictgedrag te voorkomen.
Gezien de ernst van de verdenkingen acht de Raad daarnaast een onvoorwaardelijke jeugddetentie, gelijk aan de tijd van het voorarrest passend.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 2 december 2025, met een evaluatie van het door hem gevolgde begeleidingstraject. In het rapport wordt benoemd dat de verdachte geen zinvolle vrijetijdsbesteding heeft en niet in staat is om naar school te gaan of te werken vanwege zijn lichamelijke klachten. Hij gaat af en toe sporten met zijn coach van E25, maar is vooral thuis. Het is positief dat de verdachte de afgelopen periode geen nieuwe meldingen bij de politie heeft gehad. De kans op recidive wordt ingeschat als laag.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van de bewezen strafbare feiten, kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur daarvan heeft de rechtbank gelet op straffen die in soortgelijke zaken eerder zijn opgelegd. Net als de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank een onvoorwaardelijke jeugddetentie die de duur van het voorarrest overstijgt niet wenselijk. De rechtbank houdt in het voordeel van de verdachte rekening met de positieve ontwikkeling die hij in de afgelopen periode heeft doorgemaakt. De verdachte is niet meer in aanraking gekomen met politie en justitie en heeft ter terechtzitting verantwoordelijkheid getoond en spijt betuigd voor zijn handelen. De feiten zijn langere tijd geleden gepleegd en de verdachte zegt inmiddels volwassen te zijn geworden, gestopt te zijn met drugs en geen contact meer te hebben met antisociale vrienden. De rechtbank heeft in matigende zin bij de strafoplegging ook rekening gehouden met het tijdverloop bij afdoening van deze strafzaak en de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
Gelet op de ernst van de feiten legt de rechtbank de verdachte – conform de eis van de officier van justitie – een jeugddetentie op van 85 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar. Hoewel de rechtbank – anders dan gevorderd – de verdachte ontslaat van alle rechtsvervolging ter zake van openlijke geweldpleging (parketnummer 10/058279-23 onder 7), acht zij de strafeis passend vanwege de ernst van de overige bewezenverklaarde feiten. Het voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
9. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 45, 47, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77gg, 311, 417bis, van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 13 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.
10. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
11. Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/058279-23 onder 5 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/058279-23 onder 1, 2, 3, 4, 5 subsidiair (schuldheling), 6 en 7 en onder parketnummer 10/115848-24 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
stelt vast dat de verdachte niet strafbaar is voor het bewezen verklaarde onder parketnummer 10/058279-23 onder 7 en ontslaat hem ten aanzien van dit feit van alle rechtsvervolging;
verklaart de verdachte voor de overige bewezen verklaarde feiten strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 85 (vijfentachtig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 60 (zestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op één jaar;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. H.J. de Kraker, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. J.M.L. van Mulbregt en R. van den Wildenberg, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. V. Versteeg, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 februari 2026.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Parketnummer 10/058279-23
1.hij op of omstreeks 16 januari 2023 te Dordrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 2] heeft weggenomen een Nintendo Switch en/of een of meerdere mobiele telefoon(s) een of meerdere armband(en) en/of een horloge (merk Guess) en/of een geldbedrag (in totaal 500 euro)en/of een tas, inhoudende een bankpas een Apple AirPods en/of ID-kaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik had(den) gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een sleutel waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) niet de rechtmatige eigenaren/gebruikers waren;
2.hij in of omstreeks de periode van 16 januari 2023 te Dordrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (in totaal 10,47 euro) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich het weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door met een (gestolen) bankpas tot het gebruik waartoe hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren contactloos te betalen;
3.hij op of omstreeks 29 mei 2023 te Papendrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de [adres 3] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), geld en/of goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, met (een) sleutel(s) tot welk gebruik hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren, een/de deur(en) van de schuur en/of de achterdeur en/of de voordeur van die woning heeft geopend en/of (althans) getracht te openen,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.hij op of omstreeks 29 mei 2023 te Papendrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een sleutelbos en/of twee, althans een of meer personenauto('s) (een Mitsubishi Outlander met kenteken [kentekennummer 1] en/of een Volkswagen Caddy met kenteken [kentekennummer 2] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen sleutelbos en/of die twee, althans een of meer voornoemde personenauto('s) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel, te weten door met (een) sleutel('s) tot welk gebruik hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren, die auto's te starten;
5.hij in of omstreeks de periode van 26 mei 2023 tot en met 27 mei 2023 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een auto (Renault Twingo met kenteken [kentekennummer 3] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] en/of Vectus Lease, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen auto onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel, te weten door met een sleutel tot welk gebruik hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren, die auto te starten;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:hij in of omstreeks de periode van 26 mei 2023 tot en met 29 mei 2023 te Dordrecht en/of Papendrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een auto (Renault Twingo met kenteken [kentekennummer 3] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
6.hij op of omstreeks 29 mei 2023 te Dordrecht, althans in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en),(een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 2º van de Wet wapens en munitie, te weten een opvouwbaar mes waarvan: het lemmet meer dan 1 snijkant heeft voorhanden heeft gehad;
7.hij op of omstreeks 17 januari 2023 te Dordrecht openlijk, te weten, op of aan het Vogelplein, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten [slachtoffer 4] door die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal,- op/tegen het lichaam te duwen en/of- in/op/tegen het (scheen)been, althans het lichaam, te schoppen en/of te trappen.
Parketnummer 10/115848-24
Hij, op of omstreeks 5 februari 2024 te Dordrecht een wapen van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een boksbeugel voorhanden heeft gehad.