ECLI:NL:RBROT:2026:13115

ECLI:NL:RBROT:2026:13115

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 07-09-2026
Datum publicatie 02-10-2026
Zaaknummer C/10/725616 / KG ZA 26-919
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Kort geding. Vordering tot opheffen van beslag op een woning in verband met de overdracht daarvan. Toewijzing. Gedaagde heeft geen rechtens te respecteren belang bij handhaving van het beslag.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/725616 / KG ZA 26-919

Vonnis in kort geding van 7 september 2026

in de zaak van

ING BANK N.V., mede als gevolmachtigde van [volmachtverleners] ,

gevestigd in Amsterdam,

eiseres,

advocaat: mr. T.J.P. Jager,

tegen

I.S.T. MARINE SERVICE GROUP B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

vertegenwoordigd door [gevolmachtigde van IST] , gevolmachtigde.

Partijen worden hierna ING en IST genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 31 augustus 2026, met producties 1 tot en met 9.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 september 2026.

2. De feiten

Het echtpaar [volmachtverleners] (hierna: [volmachtverleners] ) is eigenaar van de woning aan de [adres] , [postcode] in [plaats] (hierna: de woning).

[volmachtverleners] heeft een schuld aan ING. Tot zekerheid voor de aflossing van die schuld heeft [volmachtverleners] ten gunste van ING een recht van (eerste) hypotheek op de woning gevestigd. Op 31 augustus 2026 bedroeg de vordering van ING op [volmachtverleners] € 970.951,03, te vermeerderen met rente en (proces)kosten.

Ook IST heeft een vordering op [volmachtverleners] . Op 27 september 2024 heeft IST conservatoir beslag (hierna: het beslag) op de woning doen leggen. In het Kadaster is het beslag ingeschreven voor een bedrag van € 90.992,00.

Bij notariële akte van 4 oktober 2024 heeft [volmachtverleners] een onherroepelijke volmacht aan ING verleend om de woning te verkopen.

Uit een taxatierapport van 24 april 2026 van XTAX Vastgoedtaxaties B.V. blijkt dat de marktwaarde van de woning op 10 april 2026 € 1.000.000,00 bedroeg.

Op 16 juni 2026 heeft ING de woning verkocht voor een bedrag van € 875.000,00. De levering van de woning zou plaatsvinden op 31 augustus 2026 om 11:00 uur.

De notaris heeft IST verzocht om medewerking te verlenen aan de doorhaling van het beslag. IST heeft geen medewerking verleend, waardoor de levering geen doorgang heeft gevonden op 31 augustus 2026 om 11:00 uur.

3. Het geschil

ING vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis IST veroordeelt om de onderhandse verkoop van de woning te gehengen en gedogen en IST gebiedt om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis het beslag op de woning om niet door te halen en volledige medewerking te verlenen aan de opheffing en doorhaling van het beslag, bij gebreke waarvan dit vonnis in de plaats treedt van de medewerking van IST aan respectievelijk onder alle documenten die getekend moeten worden om tot doorhaling van het beslag te komen, met machtiging van ING om een afschrift van dit vonnis te doen inschrijven in de openbare registers, met veroordeling van IST in de proceskosten.

4. De beoordeling

ING heeft een spoedeisend belang bij haar vordering, omdat de kopers van de woning ING in gebreke hebben gesteld en, indien ING gedurende acht dagen na die ingebrekestelling niet aan haar leveringsverplichting voldoet, gerechtigd zijn om de koopovereenkomst te ontbinden. Die termijn verloopt morgen. Indien de kopers daartoe overgaan, dient ING de woning executoriaal te verkopen omdat er nauwelijks interesse in de woning is en de vordering op [volmachtverleners] blijft oplopen. Dit is nadelig voor ING omdat een executoriale verkoop aanzienlijke (veiling)kosten en een lagere verkoopopbrengst met zich brengt.

ING stelt dat IST geen rechtens te respecteren belang heeft bij de handhaving van het beslag. Volgens ING heeft de woning uiteindelijk ruim drie jaar te koop gestaan, zonder dat er in die periode enige interesse in de woning is gebleken. De prijs waarvoor de woning uiteindelijk is verkocht (€ 875.000,00), welke prijs na onderhandeling tot stand is gekomen, is volgens ING de hoogst haalbare prijs. Daarbij heeft ING betoogd dat zelfs als de woning voor de op 10 april 2026 geldende marktwaarde van € 1.000,000,00 zou worden verkocht, de vordering van IST niet uit de verkoopopbrengst zou kunnen worden voldaan. Op de woning is namelijk op 19 januari 2023 een recht van tweede hypotheek gevestigd ten gunste van de Staat. De hypotheek is ingeschreven voor een bedrag van € 300.000,00. IST heeft de stellingen van ING niet betwist. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gevolmachtigde van IST verklaard dat het geen nut heeft om het beslag te handhaven als er schuldeisers zijn die voorrang hebben en de vordering van IST daardoor niet kan worden voldaan. Nu dit zeer aannemelijk is en ook andere beslagleggers hun beslagen op de woning om dezelfde redenen hebben opgeheven, wordt de vordering van ING toegewezen.

IST is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ING worden begroot op:

- kosten dagvaarding: € 151,94

- griffierecht: € 735,00

- salaris advocaat: € 1.177,00

- nakosten:€ 189,00

Totaal € 2.252,94

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt IST om de onderhandse verkoop van de onroerende zaak aan de [adres] , [postcode] in [plaats] te gehengen en gedogen,

gebiedt IST om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis haar beslag op de onroerende zaak aan de [adres] , [postcode] te [plaats] , kadastraal bekend

[kadasternummer] , om niet door te halen en volledige medewerking te verlenen aan de opheffing en doorhaling van dit beslag,

bepaalt dat, indien IST niet aan 5.1. en 5.2. voldoet, dit vonnis in de plaats treedt van de medewerking van IST aan respectievelijk onder alle documenten die getekend moeten worden om tot doorhaling om niet van het conservatoire/executoriale beslag van IST op het registergoed aan de [adres] , [postcode] in [plaats] , kadastraal bekend [kadasternummer] te komen,

machtigt ING om een afschrift van dit vonnis te doen inschrijven in de openbare registers,

veroordeelt IST in de proceskosten van € 2.252,94, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 7 september 2026. [2971/1980]

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand