ECLI:NL:RBROT:2026:13263

ECLI:NL:RBROT:2026:13263

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 01-10-2026
Datum publicatie 05-10-2026
Zaaknummer 10-127080-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Veroordeling voor bedreiging en belaging/stalking ex-partner. Gevangenisstraf van 10 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijke met een proeftijd van 3 jaar, met bijzondere voorwaarden, een contact- en locatieverbod met elektronische monitoring, maatregel 38v Sr voor de duur van 5 jaar, en het betalen van een schadevergoeding.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-127080-26

Datum uitspraak: 1 oktober 2026

Datum zitting: 17 september 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1970 in [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] )

zonder vaste woon- of verblijfplaats, laatst opgegeven woon- of verblijfplaats [adres] ,

gedetineerd in [naam PI] .

Advocaat van de verdachte: mr. J.E.F.K. Liauw

Officier van justitie: mr. S.H. Stein

Gemachtigde van de [benadeelde partij] : [naam] van Slachtofferhulp Nederland.

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor bedreiging en belaging/stalking van zijn ex-partner tot onder meer een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden, een contact- en locatieverbod en het betalen van een schadevergoeding.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - zijn partner heeft gestalkt en meermalen direct en indirect met de dood heeft bedreigd.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 24 maart 2026 tot en met 24 april 2026 te Rotterdam, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door meermalen:

- ( via Whatsapp) berichten te sturen naar die [slachtoffer] en/of vrienden en/of familie van die [slachtoffer]

- die [slachtoffer] en/of vrienden en/of familie van die [slachtoffer] te bellen

- contact te zoeken met die [slachtoffer] terwijl een 38v maatregel van kracht was, inhoudende dat hij, verdachte, zich niet zal bevinden in de [locatie] en op geen enkele wijze contact zal (laten) opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer]

- zich op te houden in de nabijheid van de woning van die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] (naar het buitenland) te achtervolgen en/of

- die [slachtoffer] door vrienden en/of andere personen te laten volgen en/of

- foto’s van die [slachtoffer] te laten maken en/of

- die [slachtoffer] in de gaten te houden,

met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

2.

hij in of omstreeks de periode van 9 april 2026 tot en met 24 april 2026 te Rotterdam, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] via Whatsapp en/of Facebook en/of familie en/of vrienden dreigend de woorden toe te voegen:

- “ Op die dag zal ik je om kunnen brengen, maar het zou heel jammer zijn voor de kinderen.” en/of

- dat hij die [slachtoffer] gaat doodmaken als hij haar zou zien met een andere man en/of

- dat hij die [slachtoffer] gaat doodschieten en/of vermoorden en/of

- dat hij zijn ex-vrouw ( [slachtoffer] ) gaat doodmaken en/of haar twee kogels gaat geven, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor beide feiten moet worden veroordeeld. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 1, de belaging, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en heeft ten aanzien van feit 2, de bedreiging, vrijspraak bepleit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte beide feiten heeft begaan. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft feit 1 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven. De bewezenverklaring van feit 2 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

Feit 1, opsomming bewijsmiddelen.

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie, aangifte van [slachtoffer]

3. Proces-verbaal van de politie, aangifte van [slachtoffer]

4. Proces-verbaal van de politie, aanvullende aangifte van [slachtoffer]

5. Proces-verbaal bevindingen van de politie, gesprek met getuige

6. Proces-verbaal bevindingen van de politie, gesprek met getuige

7. Proces-verbaal bevindingen van de politie, uitlezen telefoon verdachte

Feit 2, uitwerking bewijsmiddelen.

8. Proces-verbaal van de politie, aangifteOp 9 april 2026 zag ik dat [verdachte] mij, [slachtoffer] berichten stuurde via Whatsapp. Ik las dat hij mij bedreigde dat hij mij dood zou maken als hij mij met een andere man zou zien. Ook dat hij mij dan zou schieten. Ik las dat [verdachte] mij ook dit soort berichten stuurde op 10, 11 en 13 april 2026, dat hij mij in meerdere berichten met de dood bedreigde. Het telefoon nummer van [verdachte] is: [telefoonnummer] .

Op 15 april 2026 kreeg ik whatsapp berichten van mijn buurvrouw. Ik las dat de buurvrouw zei dat [verdachte] haar berichten stuurde en dat de buurvrouw zei dat [verdachte] in Turkije was en dat hij mij zou gaan vermoorden.

Op dezelfde dag werd ik gebeld door een vriendin uit Turkije. Ik hoorde dat deze

vriendin zei dat [verdachte] met mij wil praten in een café. Hierop heb ik gezegd dat ik dit niet wil. Die heeft mijn vriendin weer tegen [verdachte] gezegd. Vervolgens heeft [verdachte] tegen mijn vriendin gezegd dat hij mij gaat opzoeken en vermoorden.

Ook ben ik op 15 april 2026 gebeld door mij zus. Ik hoorde dat [verdachte] tegen mijn zus had gezegd dat hij gek gaat doen als hij mij had vermoord.

Op 20 april 2026 kreeg ik screenshots doorgestuurd via Whatsapp van mijn zus. Ik zag op de screenshots dat [verdachte] berichten stuurde naar mijn zus en dat er ook berichten waren verwijderd in hun chatgesprek. Ik las dat mijn zus zei dat [verdachte] in de verwijderde berichten zei dat hij denkt dat ik vreemd ga en dat hij mij daarom gaat vermoorden.

9. Proces-verbaal bevindingen van de politie, gesprek met getuigeOp 27 april 2026 hoorde ik een vriendin van de [aangeefster] over wat er gebeurde in de speeltuin (de rechtbank begrijpt op 22 april 2026). [verdachte] kwam aan en zei dat hij haar, [aangeefster] , niet met rust zou laten, dat hij een wapen had gekocht en dat hij haar ging doodmaken. [verdachte] zei dat een vriend uit Turkije hem een wapen heeft gegeven. [verdachte] zei dat hij twee kogels aan haar wilde geven.

10. Proces-verbaal bevindingen van de politie, gesprek met getuigeOp 23 april 2026 hoorde ik een zus van aangeefster die woonachtig is in Noorwegen. Zij verklaarde: [verdachte] belde mij regelmatig. In de telefonische gesprekken vertelde hij mij dat als hij haar, [aangeefster] met een andere man ziet, hij haar zal opzoeken en vermoorden. Dat zij met [verdachte] getrouwd is en zij niet weg kan gaan zonder dat ze dood gaat. Ook had ik gehoord van meerdere familie leden dat [verdachte] hen had gebeld. [verdachte] zou tegen een familielid hebben gezegd, dat hij een pistool heeft gekocht om haar te vermoorden. [verdachte] appt mij ook regelmatig, deze heb ik doorgestuurd naar mijn zus.

11. Proces-verbaal bevindingen van politie

Ik zag dat het slachtoffer mij een chatgesprek op Whatsapp tussen haar en een vriendin uit Turkije liet zien dat op 16 april 2026 plaatsvond. Ik zag dat de vriendin schreef:

- [verdachte] is in Usak. Hij schrijft me: “Ik vermoord haar als ze hier komt”. Wees voorzichtig.

- Hij vertelde me dat hij het ook naar je familieleden zou sturen.

- Ik ben bang voor zijn kwaad.

12. Proces-verbaal bevindingen van de politie, onderzoek telefoon verdachte Ik heb de telefoon van de verdachte met nummer [telefoonnummer] onderzocht. Ik opende Whatsapp en Facebook Messenger en zag dat de verdachte meerdere gesprekken had

met aangeefster en met familie/vrienden van haar. Ik opende de fotogalerij van de telefoon en zag dat er meerdere foto’s (in de orde van grootte van honderden) van vuurwapens in stonden.

Op 15 april 2026 schrijft de verdachte aan haar: “Kijk, voor jou zal het met de dood eindigen. Ik zweer het, ik kom weer. Vervloekt ben je. Hopelijk komt de dood over je”.

Op 16 april 2026 schrijft de verdachte aan haar: “Moge je vergiftigd worden, ik hoop dat je door het slijk gaat en bloed braakt, ik hoop het echt”.

Bewijsmotivering feit 2

De verdachte heeft de onder 2 tenlastegelegde bedreigingen ontkend en de verdediging heeft vrijspraak bepleit. Het verweer wordt weerlegd door de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen. De verdachte wordt vrijgesproken van de bedreiging via Facebook op 24 februari 2026: “Op die dag zal ik je om kunnen brengen, maar het zou heel jammer zijn voor de kinderen”, omdat deze buiten de tenlastegelegde periode valt.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Feit 1

hij in de periode van 24 maart 2026 tot en met 24 april 2026 te Rotterdam, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door meermalen:

- ( via Whatsapp) berichten te sturen naar die [slachtoffer] en/of vrienden en/of familie van die [slachtoffer]

- die [slachtoffer] en/of vrienden en/of familie van die [slachtoffer] te bellen

- contact te zoeken met die [slachtoffer] terwijl een 38v maatregel van kracht was, inhoudende dat hij, verdachte, zich niet zal bevinden in de [locatie] en op geen enkele wijze contact zal (laten) opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer]

- zich op te houden in de nabijheid van de woning van die [slachtoffer] en

- die [slachtoffer] door vrienden en/of andere personen te laten volgen en

- foto's van die [slachtoffer] te laten maken en

- die [slachtoffer] in de gaten te houden,

met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

Feit 2

hij in de periode van 9 april 2026 tot en met 24 april 2026 te Rotterdam, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [slachtoffer] via Whatsapp en/of Facebook en/of familie en/of vrienden dreigend de woorden toe te voegen:

- dat hij die [slachtoffer] gaat doodmaken als hij haar zou zien met een andere man en

- dat hij die [slachtoffer] gaat doodschieten en/of vermoorden en

- dat hij zijn ex-vrouw ( [slachtoffer] ) gaat doodmaken en haar twee kogels gaat geven, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

Belaging;

Feit 2

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf en maatregel

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering en de dadelijke uitvoerbaarheid van die voorwaarden. Daarnaast vordert de officier van justitie oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, bestaande uit een locatieverbod voor Rotterdam Zuid en een contactverbod met [slachtoffer] voor de duur van 5 jaren, en de dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregel. Bij overtreding van dit verbod geldt telkens twee weken gevangenisstraf, met een maximum van 6 maanden.

Standpunt van de verdediging

Bepleit is bij de uitspraak een straf op te leggen gelijk aan de duur van de voorlopige hechtenis. Daarbij dient rekening te worden gehouden met het feit dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld en hij in de periode van de ten laste gelegde feiten de weg kwijt was, omdat hij dacht dat aangeefster hem bedroog en hij veel geld kwijt was. De verdachte kan zich vinden in de door de reclassering voorgestelde voorwaarden.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich gedurende één maand schuldig gemaakt aan meerdere doodsbedreigingen en belaging van het slachtoffer, tevens zijn ex-partner en moeder van zijn kinderen. Deze feiten vonden plaats terwijl hij kort daarvoor was veroordeeld tot een contact- en locatieverbod. Hij benaderde ook haar familie en vrienden om via hen doodsbedreigingen aan haar te richten. Zelfs op het moment dat zij in het buitenland was, liet hij haar door anderen daar in de gaten houden en liet hij haar dat ook weten. Als gevolg van het handelen van verdachte heeft het slachtoffer zich uitermate onveilig gevoeld. Met zijn handelen heeft de verdachte - ook na eerder rechterlijk ingrijpen - een ernstige inbreuk gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 11 september 2026 blijkt dat de verdachte op 24 maart 2026 door de politierechter, niet onherroepelijk, is veroordeeld tot een taakstraf, een voorwaardelijke gevangenisstraf en een gebieds- en contactverbod voor de mishandeling van hetzelfde slachtoffer en het meermalen overtreden van een gedragsaanwijzing en een huisverbod, gepleegd in de periode van 22 december 2025 tot en met 4 maart 2026.

Rapporten van de deskundige en de reclassering

In het rapport van GGZ-psycholoog [psycholoog] van 9 september 2026 staat het volgende.

De verdachte heeft meegewerkt aan het onderzoek en bij hem is een persoonlijkheidsstoornis niet te onderbouwen, maar ook niet volledig uit te sluiten. Wel wordt duidelijk dat andere pathologie in ieder geval niet aan de hand is. Daarom zijn vragen over toerekenbaarheid niet te beantwoorden, onthoudt de psycholoog zich van een advies met betrekking tot het recidive risico en is hij terughoudend ten aanzien van een interventieadvies. Tegelijkertijd is wat de psycholoog betreft controle en toezicht wel van belang als de verdachte weer uit detentie komt. Een dergelijk traject kan worden vormgegeven in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel. Ook zijn afspraken over omgang met de kinderen essentieel en zal er een mediërende partij tussen moeten zitten.

In het adviesrapport van Reclassering Nederland van 14 september 2026 staat het volgende.

De verdachte ontkent stellig en wijst naar de ex-partner als degene die schuldig is aan laster en hem valselijk beschuldigt.

Het risico op recidive en letsel, alsook het risico op onttrekking wordt ingeschat als hoog. Er wordt een gebrek aan intrinsieke motivatie voor gedragsverandering gezien en zijn belofte niet meer met aangeefster in contact te komen staat haaks op zijn eerdere overtredingen.Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij reclassering, een ambulante behandeling, inzicht in de financiën, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een contactverbod met elektronische monitoring en een locatieverbod (met elektronisch toezicht). Ook is het advies deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Oplegging straf en maatregel

Straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend.

Daarbij zijn de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd als uitgangspunt genomen. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, passend en geboden. Aan het voorwaardelijk deel worden de bijzondere voorwaarden verbonden die door de reclassering zijn geadviseerd. Daarbij geldt voor het inzetten van het slachtofferdevice dat [benadeelde partij] met het dragen ervan heeft ingestemd. De verdachte heeft op de zitting gezegd dat hij zal meewerken aan alle voorwaarden die hem worden gesteld. Met de reclassering kan de verdachte werken aan zijn delictgedrag, zodat hij in de toekomst andere keuzes zal maken. Het voorwaardelijke deel dient ook als stok achter de deur om niet opnieuw strafbare feiten te plegen.

Gelet op de inhoud van het dossier, het strafblad en het reclasseringsrapport moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom is het belangrijk dat de bijzondere voorwaarden meteen gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat. De rechtbank verklaart de bijzondere voorwaarden om die reden dadelijk uitvoerbaar.

Vrijheidsbeperkende maatregel (38v Wetboek van Strafrecht)

Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte als vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht een contactverbod met het slachtoffer en een locatieverbod ten aanzien van de leefomgeving van slachtoffer op. Dit houdt in dat verdachte gedurende vijf jaren op geen enkele wijze, direct of indirect, contact mag opnemen met het slachtoffer, met uitzondering van contact voor zover dat nodig is voor de opvoeding en verzorging van de kinderen die de verdachte heeft met het slachtoffer en voor zover dat wordt geïnitieerd en begeleid door Veilig Thuis, een instelling voor jeugdzorg en/of de reclassering. Ook mag hij zich gedurende vijf jaren niet bevinden in Rotterdam Zuid, bestaande uit de deelgemeenten IJsselmonde, Feijenoord en Charlois. Een kaart van dit gebied is te vinden in bijlage I bij dit vonnis. De rechtbank bepaalt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden. De hechtenis heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.

De rechtbank acht oplegging van deze maatregel noodzakelijk, zodat het risico dat verdachte zich opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit jegens het slachtoffer wordt ingeperkt. De rechtbank bepaalt voorts dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens het slachtoffer. Dit betekent dat de maatregel ook geldt als de verdachte in hoger beroep gaat.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.

5. Voorlopige hechtenis

De verdediging heeft verzocht de voorlopige hechtenis van de verdachte bij de uitspraak op te heffen. De rechtbank wijst dat verzoek af gelet op de duur van de op te leggen straf.

6. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [benadeelde partij]

heeft als benadeelde partij voor beide feiten € 2.500,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De vordering van de benadeelde partij dient te worden gematigd, aangezien de benadeelde partij ten aanzien van de feiten ook een aandeel had.

Oordeel van de rechtbank

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van de strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is namelijk op andere wijze in haar persoon aangetast.

Stalking is een schending van de persoonlijke levenssfeer. De benadeelde partij heeft gesteld dat zij door de stalking voortdurend in angst en spanning leeft, waardoor zij ook lichamelijke klachten heeft gekregen. Deze gestelde gevolgen zijn door de verdediging niet betwist. De rechtbank begroot de schade naar billijkheid op het gevorderde bedrag van € 2.500,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid, de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt, waaronder de duur, de frequentie en de intensiteit ervan, en de handelwijze van de verdachte, waaronder het negeren van een contact- en locatieverbod. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend en is aansluiting gezocht bij de Rotterdamse schaal. De vordering wordt toegewezen. Voor zover de stellingen van de verdediging moeten worden gezien als een beroep op eigen schuld, heeft te gelden dat er geen feiten en omstandigheden zijn gesteld die een beroep daarop rechtvaardigen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 24 april 2026.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 25 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

7. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregelen zijn gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w, 57, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf en maatregelen

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 10 (tien) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat van deze gevangenisstraf 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaren, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte (een van) de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1. Meldplicht bij reclassering

de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak;

2. Ambulante behandeling

de verdachte werkt mee aan diagnostiek en laat zich behandelen door de forensische instelling de Waag, of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. De behandeling is gericht op onder andere psychische problematiek, agressieproblematiek, en/of cognitieve vaardigheden;

3. Inzicht in financiën

de verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden. Hij werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen;

4. Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang

de verdachte verblijft in een instelling voor begeleid dan wel beschermd wonen of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt. Indien hij zelf huisvesting heeft, dient hij dit te overleggen met de reclassering. De reclassering dient altijd op de hoogte te zijn waar de verdachte verblijft;

5. Contactverbod met elektronische monitoring

de verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 1985 in [geboorteplaats 2]), zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt, met uitzondering van contact voor zover dat nodig is voor de opvoeding en verzorging van de kinderen die de verdachte heeft met [slachtoffer] en voor zover dat wordt geïnitieerd en begeleid door Veilig Thuis, een instelling voor jeugdzorg en/of de reclassering. De verdachte werkt mee aan elektronische monitoring van dit contactverbod voor zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Met elektronische monitoring via enkelband en slachtoffer device kan de reclassering het genoemde slachtoffer informeren als de verdachte dichtbij komt;

6. Locatieverbod met elektronisch toezicht

de verdachte bevindt zich niet in Rotterdam-Zuid, zijnde de deelgemeenten IJsselmonde, Feijenoord en Charlois (zie het kaartje in bijlage 1 van dit vonnis), zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering kan tijdens deze periode het verboden gebied laten vervallen, het verboden gebied verkleinen en/of aan betrokkene toestemming geven om zich voor een bepaalde periode in een bepaald deel van het verboden gebied te bevinden. De verdachte werkt mee aan elektronisch toezicht op de naleving van het locatieverbod, gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt. Voor een goede werking van het elektronisch toezicht gedurende de duur van het elektronisch toezicht verlaat de verdachte Nederland niet zonder toestemming van de reclassering;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

beveelt dat de genoemde bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

Vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr)

legt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 (vijf) jaren, inhoudende dat de verdachte:

1. zich niet bevindt in Rotterdam Zuid, zijnde de deelgemeenten IJsselmonde, Feijenoord en Charlois, gedurende vijf jaren na de datum van dit vonnis;

2. op geen enkele wijze direct of indirect contact zoekt of heeft met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 1985 in [geboorteplaats 2]), met uitzondering van contact voor zover dat nodig is voor de opvoeding en verzorging van de kinderen die de verdachte heeft met [slachtoffer] voor zover dat wordt geïnitieerd en begeleid door Veilig Thuis, een instelling voor jeugdzorg en/of de reclassering;

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van 2 (twee) weken, met een totale duur van ten hoogste 6 (zes) maanden;

beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Vordering benadeelde partij

veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij] , (feiten 1 en 2), te betalen een bedrag van € 2.500,- bestaande uit een vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 24 april 2026 tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor beide feiten de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij] aan de staat € 2.500,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 24 april 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 25 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

9. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I. Tillema, voorzitter,

en mrs. J.J. Bade en J. van de Klashorst, rechters,

in tegenwoordigheid van M.J. Grootendorst, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 1 oktober 2026.

Bijlage 1 – kaartje locatieverbod Rotterdam Zuid (oranje deel)

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Tillema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand