ECLI:NL:RBROT:2026:13264

ECLI:NL:RBROT:2026:13264

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 01-10-2026
Datum publicatie 05-10-2026
Zaaknummer 10-192238-25, 10-161169-25 en 10-019899-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Veroordeling voor bedreigen en mishandelen toenmalige partner en het overtreden van een gedragsaanwijzing. Taakstraf 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar, met bijzondere voorwaarde van een contactverbod en betaling van een schadevergoeding.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers: 10-192238-25, 10-161169-25 en 10-019899-25

Datum uitspraak: 1 oktober 2026

Datum zitting: 17 september 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 1978 in [geboorteplaats 1],

ingeschreven op het adres [adres 1], [postcode] [plaatsnaam].

Advocaat van de verdachte: mr. N. Roos.

Officier van justitie: mr. B.M. van Heemst.

Benadeelde partij: [benadeelde partij].

Gemachtigde van de benadeelde partij: [naam] van Slachtofferhulp Nederland.

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor het bedreigen en mishandelen van zijn toenmalige partner en het overtreden van een gedragsaanwijzing tot een taakstraf, een voorwaardelijke gevangenisstraf en betaling van een schadevergoeding.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan - samengevat - dat hij zijn toenmalige partner meermalen met de dood heeft bedreigd, heeft mishandeld en gestalkt en dat hij tegen haar wil in haar woning is geweest. Ook heeft hij zich niet gehouden aan de gedragsaanwijzing om niet meer met haar in contact te komen of zich rond haar woning te bevinden.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

De dagvaarding met parketnummer 10-192238-25

hij in of omstreeks de periode van 6 juni 2025 tot en met 20 juni 2025 te Vlaardingen en/of Strijen en/of te Oud-Beijerland, althans in Nederland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering (Sv), te weten de gedragsaanwijzing d.d. 20 januari 2025, gegeven door de officier van justitie te arrondissement Rotterdam, en verlengd d.d. 9 april 2025, inhoudende dat hij, verdachte, zich niet zal bevinden in/op/rond de [locatie] en/of zich zal onthouden van contact met [slachtoffer], door:- via Whatsapp en/of e-mail, althans enige berichtendienst, berichten te versturen naar die [slachtoffer] en/of- die [slachtoffer] te bellen.

De dagvaarding met parketnummer 10-161169-25

1hij op of omstreeks 14 augustus 2023 te Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard, in de woning, aan de [adres 2], bij een ander, te weten bij [slachtoffer], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen;

2hij op of omstreeks 28 november 2024 te Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard, [slachtoffer], heeft mishandeld, door haar bij haar keel te pakken en/of op/tegen de grond te gooien en/of duwen, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn levensgezel;

3hij in de periode van 1 januari 2023 tot en met 14 februari 2025 te Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard en/of Vlaardingen, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen:- “anders vermoord ik je” en/of- “ik snij gwoon je keel door als je dat doet” en/of- “als je die deur op slot doet rij ik met die kanker vrachtwagen door je keuken heen” en/of- “blaas heel jou kanker huis op met oud en nieuw als je mij morgen niet laat komen” en/of- “maak je helemaal kanker kapot” en/of- “moet jij eens opletten als jij mij nog 1 keer opstaat zet steek ik je dood kanker hoer” en/of- “je veranderd vanavond anders sla ik je voorhoofd door het keukenraam” en/of- “ik snij je in stukken en verstop je in de tuin” en/of- “steek je kankerhart eruit als je het niet goedmaakt” en/of- “jij gaat dood” en/of- “mij op straat gooien met een hernia operatie? Is ook je je kanker laatste daad in je leven geweest kanker mongool” en/of- “je huis je werk je auto alles gaat kapot als je dit flikt” en/of- “als ik een advocaat erbij krijg rij ik je dood”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4hij in de periode van 9 oktober 2022 tot en met 15 maart 2025te Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard en/of Vlaardingen, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer], door:- veelvuldig te bellen naar die [slachtoffer] en/of- veelvuldig (dreigende) berichten en/of e-mails naar die [slachtoffer] te sturen en/ofmet het oogmerk die [slachtoffer], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.

De dagvaarding met parketnummer 10-019899-25

hij op of omstreeks 19 januari 2025 te Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] via toegezonden e-mailbericht(en) de woorden toe te voegen: "nou ga je dood".

2. Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de officier van justitie niet ontvankelijk is in de vervolging voor de bedreiging op de dagvaarding met parketnummer 10-019899-25 gepleegd op 19 januari 2025, omdat deze bedreiging ook valt binnen de periode van de bedreigingen die onder feit 3 op de tenlastelegging met parketnummer 10-161169-25 zijn tenlastegelegd. Er is sprake van een dubbele vervolging.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van oordeel dat het verweer dient te worden verworpen, maar dat er bij bewezenverklaring wel sprake is van eendaadse samenloop.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank verwerpt het verweer. De zaak met parketnummer 10-161169-25 omvat de beschuldiging dat de verdachte op 8 november 2024, zo blijkt uit het procesdossier, aan aangeefster zou hebben geschreven ‘jij gaat dood’. De zaak met parketnummer 10-019899-25 draait om de gestelde bedreiging ‘nou ga je dood’ op 19 januari 2025. Dit zijn twee verschillende beschuldigingen, zodat het verweer dat sprake is van dubbele vervolging feitelijke grondslag mist. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

3. Bewijs / Vrijspraak

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor alle feiten wordt veroordeeld. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van het feit op de dagvaarding met parketnummer

10-192238-25 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ook ten aanzien van het feit op de dagvaarding met parketnummer 10-019899-25 heeft de verdediging zich, als het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van de feiten op de dagvaarding met parketnummer 10-161169-25 heeft de verdediging vrijspraak bepleit voor feit 1, partiële vrijspraak voor feit 2 ten aanzien van het bij de keel pakken van aangeefster en partiële vrijspraak voor feit 4 ten aanzien van de pleegperiode voor het stopgesprek op 21 januari 2025. Voor het overige heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Inleiding.

De verdachte en [aangeefster] hebben elkaar in 2020 leren kennen en kregen een relatie. In november 2020 is de verdachte bij haar ingetrokken. Na een aantal maanden was er steeds vaker ruzie, waarbij aangeefster de verdachte meerdere malen de toegang tot de woning heeft ontzegd en hem ook weer de toegang tot de woning heeft verschaft. Op 19 januari 2025 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan van een doodsbedreiging door de verdachte die dag. Hij is hiervoor aangehouden en heengezonden met een gedragsaanwijzing. Kort daarna heeft [slachtoffer] een aanvullende aangifte gedaan van wederrechtelijk binnendringen van haar woning, bedreiging en belaging/stalking gedurende een langere periode met als begindatum 9 oktober 2022.

In juni 2025 zou de verdachte op meerdere momenten weer contact met haar hebben gezocht, waarna hij op 24 juni 2025 is aangehouden op verdenking van overtreding van de gedragsaanwijzing.

Vrijspraak, parketnummer 10-161169-25, feit 1

De verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij in de nacht van 13 op 14 augustus 2023 wederrechtelijk de woning van aangeefster is binnengedrongen.

De verdachte stelt dat hij en aangeefster op dat moment nog een relatie hadden en ontkent dat hem toen de toegang tot de woning was ontzegd. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier niet blijkt en dus ook niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat aangeefster op dat moment niet wilde dat de verdachte in haar woning verbleef. Zij heeft weliswaar verklaard dat zij de verdachte meerdere malen de toegang tot de woning heeft ontzegd, maar ook dat dat zij hem weer toegang tot de woning had verschaft. De verdachte zal van dit feit worden vrijgesproken.

Vrijspraak, parketnummer 10-161169-25, feit 4

De verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij in de periode van 9 oktober 2022 tot en met 15 maart 2025 aangeefster heeft belaagd door wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk een inbreuk te maken op haar persoonlijke levenssfeer door haar veelvuldig te bellen en (bedreigende) berichten naar haar te sturen.

De verdachte heeft verklaard dat gedurende de relatie tot en met eind 2024, hij drie keer uit de woning is gezet, maar dat aangeefster nooit de stekker uit de relatie heeft getrokken, omdat hij telkens weer bij haar mocht terugkomen. Ook na de laatste keer was hij in de veronderstelling dat het weer goed zou komen en hij wilde dat ook.

De verbalisant die de 6.073 sms-berichten tussen aangeefster en de verdachte in de periode van 4 maart 2023 tot 14 januari 2025 heeft geanalyseerd, beschrijft onder meer dat niet vast te stellen is wie als eerste contact opneemt, dat beide partijen elkaar berichten sturen en antwoord geven, dat beide partijen elkaar blokkeren en ook weer deblokkeren en dat het lijkt of zij niet met, maar ook niet zonder elkaar kunnen.

De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier niet blijkt van een moment waarop of een periode waarin aangeefster aangeeft dat zij geen contact meer met hem wilde, dan wel het de verdachte op andere wijze overduidelijk was of moest zijn,. Dit veranderde na het stopgesprek op 21 januari 2025 en 17 februari 2025. Toen is het de verdachte duidelijk geworden dat aangeefster geen contact meer met hem wilde en dat hij haar geen berichten meer moest sturen. Hiermee is de rechtbank met de verdediging van oordeel dat tot 21 januari 2025 de wederrechtelijkheid van verdachtes handelen in dit opzicht ontbreekt.

Ten aanzien van de periode na 21 januari 2025 tot en met 15 maart 2025 ziet de rechtbank in het dossier dat de verdachte direct of indirect enkele keren contact heeft gezocht met aangeefster. Dit is te weinig om de stelselmatigheid bewezen te kunnen verklaren. De verdachte zal dan ook (geheel) van dit feit worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte de feiten 2 en 3 op de dagvaarding met parketnummer 10-161169-25 en de feiten op de dagvaardingen met parketnummers 10-019899-25 en 10-192238-25 heeft begaan. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 3.3.6.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft feit 3 op de dagvaarding met parketnummer 10-161169-25 en de feiten op de dagvaardingen met parketnummers 10-019899-25 en 10-192238-25 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

Parketnummer 10-161169-25 feit 3, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

1. Bekennende verklaring van de verdachte

2. Processen-verbaal van aangifte bij de politie

3. Proces-verbaal van bevindingen van de politie naar aanleiding van de aangiften

Parketnummer 10-019899-25, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

4. Bekennende verklaring van de verdachte

5. Proces-verbaal van aangifte bij de politie

Parketnummer 10-192238-25, handelen in strijd met een gedragsaanwijzing.

6. Bekennende verklaring van de verdachte

7. Een schriftelijk stuk, zijnde een gedragsaanwijzing art. 509hh Sv

8. Een schriftelijk stuk, zijnde een gedragsaanwijzing art. 509hh Sv

De bewezenverklaring van feit 2 op de dagvaarding met parketnummer 10-161169-25 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

9. Verklaring van de verdachte

Op 28 november 2024 was ik samen met [slachtoffer] in de woning in Oud-Beijerland, gemeente Hoekse Waard. Wij hadden een woordenwisseling en het ging gepaard met een beetje geduw en getrek over en weer. Ik duwde haar terug en zij kwam verkeerd terecht en toen had zij last van haar enkel.

10. Proces-verbaal van aangifte bij de politieOp 28 november 2024 hadden [verdachte] en ik, [slachtoffer] een woordenwisseling. Hij zat op dat moment op de bank in mijn woonkamer in Oud-Beijerland en ik stond

in de keuken. Hij stond op, liep naar mij toe en pakte mij bij mijn keel en gooide mij op de grond. Ik voelde een scherpe pijn in mijn enkel. Ik heb tijdens de ruzie geluidsopnamen gemaakt met mijn telefoon.

11. Proces-verbaal van bevindingen van de politie, uitwerking geluidsopnamenDoor de [aangeefster] is een audio-bestand aangeleverd getiteld “2024 11 28 [verdachte] mishandelde mij, kneep mijn keel dicht, ging met 100 kilo op mij zitten en mijn enkel ligt open en is dik en blauw, ik kan er niet op lopen”. In het audiobestand spreken aangeefster, aangeduid met A en de verdachte aangeduid met V.

Opmerking verbalisant: Op minuut 32 hoor je A schreeuwen en meerdere keren auw roepen en daarna huilen.

(…)

A:Auw mijn benen, auw mijn voet. (…) Ik kan niet eens lopen mijn keel doet zeer. (…) Dit is de ware [verdachte] agressief, mijn poot doet zeer, mijn keel doet zeer.

Bewijsmotivering, feit 2 op de dagvaarding met parketnummer 10-161169-25

Anders dan door de verdediging is bepleit acht de rechtbank op basis van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte tijdens deze ruzie de aangeefster ook bij haar keel heeft vastgepakt.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

De dagvaarding met parketnummer 10-192238-25

hij in de periode van 6 juni 2025 tot en met 20 juni 2025 te Vlaardingen en/of Strijen en/of te Oud-Beijerland, althans in Nederland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Sv, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 20 januari 2025, gegeven door de officier van justitie te arrondissement Rotterdam, en verlengd d.d. 9 april 2025, inhoudende dat hij, verdachte, zich niet zal bevinden in/op/rond de [locatie] en/of zich zal onthouden van contact met [slachtoffer], door:- via Whatsapp en/of e-mail, althans enige berichtendienst, berichten te versturen naar die [slachtoffer] en- die [slachtoffer] te bellen.

De dagvaarding met parketnummer 10-161169-25

2hij op 28 november 2024 te Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard, [slachtoffer], heeft mishandeld, door haar bij haar keel te pakken en/of op/tegen de grond te duwen, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn levensgezel;

3hij in de periode van 1 januari 2023 tot en met 14 februari 2025 te Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard en/of Vlaardingen, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen:- “anders vermoord ik je” en- “ik snij gwoon je keel door als je dat doet” en - “als je die deur op slot doet rij ik met die kanker vrachtwagen door je keuken heen” en - “blaas heel jou kanker huis op met oud en nieuw als je mij morgen niet laat komen” en - “maak je helemaal kanker kapot” en - “moet jij eens opletten als jij mij nog 1 keer opstaat zet steek ik je dood kanker hoer” en - “je veranderd vanavond anders sla ik je voorhoofd door het keukenraam” en - “ik snij je in stukken en verstop je in de tuin” en - “steek je kankerhart eruit als je het niet goedmaakt” en- “jij gaat dood” en

- “ mij op straat gooien met een hernia operatie? Is ook je je kanker laatste daad in je leven geweest kanker mongool” en - “als ik een advocaat erbij krijg rij ik je dood”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

De dagvaarding met parketnummer 10-019899-25

hij op 19 januari 2025 te Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer] via een toegezonden e-mailbericht de woorden toe te voegen: "nou ga je dood".

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

10-192238-25

Opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b Sv;

10-161169-25

2 mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel;

3 bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

10-019899-25

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straffen

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor alle tenlastegelegde feiten worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en de bijzondere voorwaarden inhoudende een meldplicht en een ambulante behandeling, welke voorwaarden dadelijk uitvoerbaar dienen te worden verklaard. Daarnaast vordert de officier van justitie oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht inhoudende een contactverbod met het slachtoffer en een locatieverbod voor Oud-Beijerland, met uitzondering van een paar door haar aangeduide straten in verband met de verblijfplaats van de zoon van de verdachte en diens voetbalclub.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met algemene voorwaarden. Het onvoorwaardelijke deel van de straf dient gelijk te zijn aan de tijd, drie dagen, die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De verdachte verzet zich tegen het opleggen van bijzondere voorwaarden. Het laatste feit is van 20 juni 2025 en na de schorsing van de voorlopige hechtenis op 26 juni 2025 heeft hij zich aan alle voorwaarden gehouden, waaronder wekelijkse gesprekken met Humane zorg, en heeft hij geen contact meer gehad met aangeefster. Daarbij is het rapport van de reclassering waarin de voorwaarden worden geadviseerd van 23 december 2025 en gelet op het tijdsverloop op punten inmiddels achterhaald. Het opleggen van een taakstraf is gelet op de gezondheidsproblemen van de verdachte en het feit dat hij in de ziektewet zit, problematisch. De verdachte verzet zich niet tegen het opleggen van een contactverbod. Het gevorderde locatieverbod strekt te ver en is niet of moeilijk uitvoerbaar voor de verdachte gelet op het contact met zijn zoon.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zijn ex-vriendin mishandeld en meermalen met de dood bedreigd door middel van het toesturen van berichten met zeer bedreigende teksten. Ook heeft hij de gedragsaanwijzing die inhield dat hij geen contact meer met haar moest zoeken, overtreden. Met zijn handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en bij haar gevoelens van onveiligheid en angst teweeggebracht. Met het overtreden van de gedragsaanwijzing heeft de verdachte voorts het gezag van de officier van justitie aangetast die de gedragsaanwijzing heeft gegeven. Ook heeft hij daarmee indirect de belangen van het slachtoffer geschonden, die de gedragsaanwijzing beoogde te beschermen. De verdachte had blijkbaar slechts oog voor zijn eigen gevoelens en heeft niet stilgestaan bij de gevolgen van zijn handelen.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 31 juli 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport van de reclassering

In het adviesrapport van Reclassering Nederland van 23 december 2025 staat het volgende.

Bij veroordeling wordt geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij de reclassering en een verdiepingsdiagnostiek en ambulante behandeling. Risicofactoren worden met name gezien binnen zijn (partner) relaties en het psychosociaal functioneren. Hij is aangemeld voor ambulante behandeling bij Humane Zorg. Ook wordt een contactverbod en een gebiedsverbod middels een dadelijk uitvoerbaar verklaarde 38v Sr maatregel geadviseerd om zodoende bij te dragen aan het veiligheidsgevoel van het slachtoffer. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld omdat de verdachte een gedragsaanwijzing heeft overtreden. Na zijn aanhouding hiervoor zijn er geen signalen geweest dat hij zich niet houdt aan het lopende contact- en locatieverbod.

Overige persoonlijke omstandigheden

Op de zitting heeft de officier van justitie een email overhandigd van de toezichthouder van de reclassering van 17 september 2026 waaruit blijkt dat de verdachte in behandeling is bij Humane Zorg, hij hier goed aan meewerkt en er een gedragsverandering lijkt te hebben plaatsgevonden. Inmiddels loopt hij tegen het einde van deze behandeling. Er zijn nog steeds geen signalen dat de verdachte het contact- en locatieverbod heeft overtreden. Hij verblijft veel bij zijn nieuwe partner in Brabant en er zijn geen signalen dat die relatie niet goed verloopt.

Oplegging straffen

Gelet op de ernst van de strafbare feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is een taakstraf van 120 uur passend. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en het feit dat de verdachte van een aantal feiten wordt vrijgesproken. De reclassering zal, rekening houdend met de gezondheidstoestand van de verdachte, naar passende werkzaamheden kunnen zoeken.

Daarnaast wordt, om te voorkomen of de kans te verkleinen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt, een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd van drie maanden. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarde dat hij direct of indirect geen contact heeft met aangeefster. De proeftijd wordt gesteld op twee jaren en niet op drie jaren zoals door de officier van justitie is gevraagd. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de verdachte zich sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis in juni vorig jaar, heeft gehouden aan de hem gestelde voorwaarden. Om die reden ziet de rechtbank evenmin aanleiding om het contactverbod dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Een ambulante behandeling of een meldplicht wordt, gelet op het recente bericht van de toezichthouder, niet meer nodig geacht. Omdat de verdachte van de belaging wordt vrijgesproken, acht de rechtbank het disproportioneel om een locatieverbod op te leggen zoals door de officier van justitie is gevraagd.

Voor het tevens opleggen van de maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr acht de rechtbank de noodzaak niet aanwezig, gelet op de op te leggen straf met het contactverbod, de verklaring van de verdachte dat hij op geen enkele wijze contact meer met aangeefster wil en zal opnemen, en de signalen dat hij dit het afgelopen jaar ook niet heeft gedaan.

6. Vordering van de benadeelde partij

Vordering benadeelde partij

[benadeelde partij] heeft als benadeelde partij (ook) voor de bewezenverklaarde feiten na wijziging van eis een bedrag van € 1.719,00 als vergoeding voor materiële schade en € 16.800,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering materiële schade bestaat uit:

Kosten urgentieaanvraag voor een ander woning € 50,90.

Zorgkosten eigen risico 2025 en 2026 € 770,-.

Eigen bijdrage WMO Safegroup € 341,60.

Reiskosten afspraken bij Safegroup € 556,50.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de vordering op alle onderdelen weersproken. De vordering van de benadeelde partij dient op punten te worden afgewezen, danwel fors te worden gematigd.

De gevorderde vergoeding voor de urgentieverklaring dient te worden afgewezen, omdat de verdachte zich na 26 juni 2025 heeft gehouden aan het contactverbod en het gebiedsverbod zodat er geen noodzaak was om deze verklaring aan te vragen.

De gevorderde vergoeding voor de eigen bijdrage van de ziektekosten van 2025 en 2026 dient te worden afgewezen, want onvoldoende onderbouwd. Onvoldoende duidelijk is of de gevraagde vergoeding een causaal verband heeft met de verdenking tegen verdachte en niet blijkt dat zij ook in 2026 behandeling onderging en daarvoor zorgkosten heeft gemaakt. Subsidiair is bepleit de vordering te matigen tot vergoeding van éénmaal de eigen bijdrage.

De gevorderde vergoeding eigen bijdrage WMO dient te worden afgewezen omdat daarvan de noodzaak niet blijkt. De benadeelde partij heeft ondersteuning en begeleiding gezocht, maar dit kan niet op de verdachte worden afgewenteld.

De gevorderde vergoeding voor reiskosten dient te worden afgewezen, want deze is niet onderbouwd. Betrokkene heeft niet bijgehouden hoe vaak zij naar de afspraken bij Safegroup is gegaan en gaat in haar vordering uit van een gemiddelde. Ook is niet met stukken onderbouwd of zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt. Subsidiair is aangevoerd dat de vordering dient te worden gematigd tot een maximum van 10 bezoeken en toekenning van een kilometervergoeding van € 0,25 in plaats van de gevorderde € 0,33.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding is bepleit deze fors te matigen. De verdediging betwist dat moet worden uitgegaan van de Rotterdamse Schaal categorie middelzwaar, welke inschaling met name gebaseerd is op de stelling dat de benadeelde partij na 3,5 jaar nog altijd klachten zou ondervinden en dat van een eindtoestand nog geen sprake is. De verdediging is van mening dat bij toekenning van de vordering dient te worden uitgegaan van de kwalificatie minder ernstig, wat neerkomt op een vergoeding van € 2.675,- tot € 5.000,-. Omdat niets bekend is over de mate van beperkingen die de benadeelde partij in haar dagelijks leven ervaart, anders dan gevoelens van angst, ligt toewijzing van de ondergrens, € 2.675,-, in de rede, maar een lager bedrag kan natuurlijk ook.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van de bewezenverklaarde strafbare feiten. De vordering wordt toegewezen ten aanzien van de gevraagde vergoeding voor de kosten van het eigen risico in 2025 en 2026, en de gevraagde vergoeding voor de eigen bijdrage WMO, omdat dit deel van de vordering voldoende is onderbouwd en de verdediging de vordering in het licht daarvan onvoldoende gemotiveerd heeft betwist .

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering tot vergoeding van de kosten van de aanvraag van de urgentieverklaring, omdat deze gemotiveerd is betwist en onvoldoende is gesteld dat deze kosten aan de verdachte zijn toe te rekenen.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij ook niet-ontvankelijk in de vordering tot vergoeding van de reiskosten voor het bijwonen van de bijeenkomsten van de Safegroup. De verdediging heeft dit deel van de vordering met argumenten betwist. De beoordeling van de vordering vraagt om een nadere uitwisseling van standpunten en mogelijk bewijslevering. De behandeling van de vordering levert daarom een onevenredige belasting van het strafproces op. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Concluderend, aan materiële schade wordt een bedrag van € 1.111,60 (€ 770,- + € 341,60) toegewezen.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van de bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is namelijk ‘op andere wijze’ (in de woorden van de wet) in haar persoon aangetast: zij heeft, zoals naar objectieve maatstaven is vastgesteld, geestelijk letsel opgelopen.

Voor de begroting van de immateriële schade sluit de rechtbank aan bij de Rotterdamse Schaal, paragraaf 14.2, categorie d), zijnde “posttraumatische stressstoornis (PTSS), minder ernstig”. Anders dan de benadeelde partij stelt, is er nog geen sprake van een medische eindsituatie waardoor er nu niet kan worden vastgesteld dat er sprake is van de categorie Middelzwaar. De rechtbank schat de omvang van de immateriële schade op dit moment, met inachtneming van de omstandigheden van het geval en naar maatstaven van billijkheid, op een bedrag van € 2.675,-. Nader onderzoek naar de omvang van de schade en de toerekenbaarheid daarvan aan de verdachte zou een onevenredige belasting van het strafproces opleveren. De benadeelde partij wordt daarom in het resterende deel van deze vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Concluderend, aan immateriële schade wordt een bedrag van € 2.675,- toegewezen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 14 februari 2025.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (deels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op

€ 0,-.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 37 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

7. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen en maatregel is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 38v, 38w, 57, 184a, 285, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissingen

De rechtbank:

Voorvragen

verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging ten aanzien van het feit op de dagvaarding met parketnummer 10-019899-25;

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 4 op de dagvaarding met parketnummer 10-161169-25 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 2 en 3 op de dagvaarding met parketnummer 10-161169-25 en het feit op de dagvaarding met parketnummers 10-192238-25 en 10-019899-25, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen en maatregel

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 120 (honderdtwintig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 114 (honderdveertien) uur taakstraf moet worden verricht;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 57 (zevenenvijftig) dagen;

Voorwaardelijke gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 3 (drie) maanden en bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 1974 te [geboorteplaats 2].

geeft opdracht aan het openbaar ministerie om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden;

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;

Vordering benadeelde partij

veroordeelt de verdachte, aan de [benadeelde partij] (voor de feiten 2 en 3 op de dagvaarding met parketnummer 10-161169-25 en het feit op de dagvaarding met parketnummers 10-192238-25 en 10-019899-25), te betalen een bedrag van € 3.786,60, bestaande uit € 1.111,60 als vergoeding van materiële schade en € 2.675,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 14 februari 2025 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering en bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor de bewezen feiten de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij] aan de staat € 3.786,60 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 14 februari 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 37 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

9. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van de Klashorst, voorzitter,

en mrs. J.J. Bade en I. Tillema, rechters,

in tegenwoordigheid van M.J. Grootendorst, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 1 oktober 2026.

De jongste rechter is buiten staat te tekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J. van de Klashorst

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand