Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-151543-26
Datum uitspraak: 29 september 2026
Datum zitting: 15 september 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. B. Çiçek, advocaat te Breda
Officier van justitie: mr. F.J. van der Putte
Kern van het vonnis
De verdachte wordt vrijgesproken van medeplichtigheid aan een gewapende overval op een geldloper van geldtransportbedrijf Brinks. Hij wordt veroordeeld voor het valselijk opmaken en gebruiken van een huurcontract van een personenauto. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd gelijk aan de duur van het voorarrest, te weten drie dagen.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte – samengevat – van medeplichtigheid aan een diefstal met (bedreiging met) geweld in vereniging (feit 1), medeplichtigheid aan afpersing in vereniging (feit 2) en het valselijk opmaken en gebruiken van een huurcontract van een personenauto (feit 3).
De volledige tenlastelegging houdt in dat:
1
[medeverdachte 1] en/of nog onbekend gebleven personen op of omstreeks 15 april 2026 te
Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een cassette met daarin een contant geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten dele aan geldtransportbedrijf Brinks, in elk geval aan een ander dan
aan die verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met
het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd
voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen
een medewerker ( [functionarisnummer] ) van geldtransportbedrijf Brinks, gepleegd met het
oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij
betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan dat misdrijf
hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren
door
- een vuurwapen, althans (een) op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te richten op
die medewerker en/of
- hierbij dreigend de woorden toe te voegen: “geef alles wat je hebt",
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 15 april 2026 te
Rotterdam opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid,
middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door aan [medeverdachte 1] een voertuig (Audi
RS3, voorzien van kentekenplaten [kentekennummer] ) te verhuren, welk voertuig op 15
april is gebruikt bij de gewapende overval;
2
[medeverdachte 1] en/of nog onbekend gebleven personen of omstreeks 15 april 2026 te
Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
een medewerker ( [functionarisnummer] ) van geldtransportbedrijf Brinks heeft gedwongen tot de
afgifte van een cassette met daarin een contant geldbedrag, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan geldtransportbedrijf Brinks en/of een derde
toebehoorde(n),
door
- een vuurwapen, althans (een) op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te richten op
die medewerker en/of
- hierbij dreigend de woorden toe te voegen: “geef alles wat je hebt",
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 15 april 2026 te
Rotterdam, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid,
middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door aan [medeverdachte 1] een voertuig (Audi
RS3, voorzien van kentekenplaten [kentekennummer] ) te verhuren, welk voertuig op 15
april is gebruikt bij de gewapende overval;
3
hij op of omstreeks 20 april 2026 te Rotterdam, althans in Nederland,
een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een
huurcontract van de Audi RS3 met kenteken [kentekennummer] , voor de huurperiode van
14 april 2026 tot en met 15 april 2026
valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door op dit huurcontract [medeverdachte 2]
op te nemen als huurder van de huurauto,
met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te
doen gebruiken (lid 1),
en/of opzettelijk gebruik heeft gemaakt en/of gebruik heeft doen maken van
voornoemde vals en/of vervalst geschrift (lid 2),
bestaande de gebruikmaken hierin dat verdachte voornoemde vals geschrift heeft
doen overhandigen/toezenden aan de Politie Rotterdam;
2. Bewijsbeslissing
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor alle feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1 en 2. De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak feit 1 en 2
Om te komen tot een veroordeling van de verdachte voor medeplichtigheid aan de gewapende overval op een geldloper van geldtransportbedrijf Brinks is ‘dubbel opzet’ vereist: opzet op (wetenschap van) de overval zelf, en opzet op de behulpzaamheid bij de uitvoering van die overval.
Bij de politie en ter zitting heeft de verdachte verklaard dat hij de Audi RS3 met het kenteken [kentekennummer] , die bij de overval op 15 april 2026 als vluchtauto is gebruikt, op 14 april 2026 heeft verhuurd aan de medeverdachte [medeverdachte 1] . Het dossier bevat echter onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat de verdachte op de hoogte is geweest van de voorgenomen overval en dat hij [medeverdachte 1] bij de uitvoering van die overval behulpzaam is geweest door hem de Audi ter beschikking te stellen. Evenmin kan worden vastgesteld dat de verdachte na afloop van de overval met de gestolen bankbiljetten in de weer is geweest. Dat hij twee dagen na de overval iemand het bericht stuurt ‘er zitten inktvlekken op dat geld’ en dat in zijn telefoon spraakberichten van [medeverdachte 1] zijn aangetroffen over het schoonmaken van de biljetten, roept weliswaar vragen op, maar vormt geen bewijs van medeplichtigheid.
Het voorgaande betekent dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet wettig kan worden bewezen, zodat de verdachte hiervan wordt vrijgesproken.
Bewezenverklaring feit 3
Bewezen is dat:
hij op 20 april 2026 te Rotterdam, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een huurcontract van de Audi RS3 met kenteken [kentekennummer] , voor de huurperiode van 14 april 2026 tot en met 15 april 2026 valselijk heeft opgemaakt, door op dit huurcontract [medeverdachte 2] op te nemen als huurder van de huurauto, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken (lid 1), en opzettelijk gebruik heeft gemaakt van voornoemd vals geschrift (lid 2), bestaande de gebruikmaken hierin dat verdachte voornoemde vals geschrift heeft doen toezenden aan de Politie Rotterdam.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft dit feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd, maar niet uitgeschreven.
Bewijsmiddelen
De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de zitting van 15 september 2026;
Het proces-verbaal van bevindingen, documentcode [code document] , pagina’s 118-133 van het zaaksdossier Sier.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
De voortgezette handeling van:
valsheid in geschrift (lid 1)
en opzettelijk gebruik maken van een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst (lid 2)
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor alle feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.
Standpunt van de verdediging
Bepleit is om voor het bewezenverklaarde feit een straf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest van 3 dagen.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het valselijk opmaken van een huurcontract van een Audi en het gebruiken van dit valse contract door het te verzenden aan de politie in een lopend onderzoek naar een gewapende overval. Hiermee heeft de verdachte de politie op het verkeerde been gezet en de politie willen doen geloven dat de bij de overval betrokken auto door een ander was gehuurd dan de medeverdachte.
Bovendien heeft de verdachte door zijn handelen het vertrouwen geschaad dat de politie, maar ook de maatschappij, in schriftelijke stukken moet kunnen stellen.
De rechtbank neemt dit de verdachte kwalijk.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 5 augustus 2026 blijkt dat de verdachte (anders dan voor een overtreding in augustus 2024) niet eerder onherroepelijk is veroordeeld.
Overige persoonlijke omstandigheden
Ter zitting heeft de verdachte verklaard dat hij momenteel verschillende banen heeft. Hij werkt onder ander als glasvezel- en storingsmonteur en als kraanmachinist. Hij is gestopt met het bedrijfsmatig verhuren van auto’s. Als gevolg van deze strafzaak is de relatie met zijn vriendin beëindigd, waardoor ook de geplande bruiloft niet is doorgegaan.
Oplegging straf
Straf
Gezien de ernst van het feit kan daarop niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank zal overeenkomstig de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting en gelet op de vrijspraak voor de feiten 1 en 2 een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist.
Alles afwegend acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie dagen passend en geboden. De duur van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zodat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen aanleiding voor het opleggen van een deels voorwaardelijke straf en/of reclasseringstoezicht.
5. In beslag genomen voorwerpen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen personenauto van het merk Audi met het kenteken [kentekennummer] (goednummer [beslagnummer] ) wordt verbeurdverklaard.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geconcludeerd dat de inbeslaggenomen Audi aan de rechthebbende moet worden teruggegeven.
Oordeel van de rechtbank
Teruggave
De rechtbank beslist tot de teruggave van de in beslag genomen personenauto van het merk Audi met het kenteken [kentekennummer] aan de verdachte, zijnde degene onder wie dit voorwerp in beslag is genomen onder goednummer [beslagnummer] . Er is immers geen verband aangetoond tussen het bewezenverklaarde feit en de inbeslaggenomen Audi.
6. Voorlopige hechtenis
De voorlopige hechtenis van de verdachte is met ingang van 5 juni 2026 geschorst. De rechtbank heft, onder verwijzing naar hetgeen hiervoor over de op te leggen straf is overwogen, het bevel tot voorlopige hechtenis op.
7. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 56 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.
8. Beslissingen
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte feit 3, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 3 dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
In beslag genomen voorwerpen
- beveelt de teruggave aan de verdachte van de onder goednummer [beslagnummer] inbeslaggenomen personenauto van het merk Audi met het kenteken [kentekennummer] ;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.
9. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.L.M. Boek, voorzitter,
en mrs. L. den Teuling en M. van Andel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. U. Ramdihal-Poeran, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 29 september 2026.