Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.048906.22
Datum uitspraak: 15 september 2026
Datum zitting: 15 september 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres: [adres] [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. G.A.J. Purperhart, advocaat te Rotterdam
Officier van justitie: mr. E.M. Blanken
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 68 dagen voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en 17 bijbehorende kogelpatronen.
1. Tenlastelegging
De volledige tenlastelegging houdt in dat
hij op of omstreeks 25 februari 2022 te Rotterdam, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet in de vorm van een pistool van het merk Glock, type 26 gen 3, met kaliber 9 mm en/of (voor dat vuurwapen geschikte) munitie in de zin van art. 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de categorie III, te weten 17 kogelpatronen, kaliber 9 mm, voorhanden heeft gehad.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vindt het feit bewezen, en heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het feit.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van het feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte op 25 februari 2022 een vuurwapen en 17 bijbehorende kogelpatronen voorhanden heeft gehad.
De volledige bewezenverklaring luidt als volgt:
hij op 25 februari 2022 te Rotterdam, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet in de vorm van een pistool van het merk Glock, type 26 gen 3, met kaliber 9 mm en (voor dat vuurwapen geschikte) munitie in de zin van art. 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de categorie III, te weten 17 kogelpatronen, kaliber 9 mm, voorhanden heeft gehad.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd, maar niet uitgeschreven.
Opsomming bewijsmiddelen
Bekennende verklaring verdachte ter zitting van 15 september 2026;
Proces-verbaal bevindingen aantreffen vuurwapen, procesverbaalnummer [nummer proces-verbaal 1] , zaaksdossier Nancy, pagina 1;
PV bevindingen veiligstellen vuurwapen, procesverbaalnummer [nummer proces-verbaal 2] , zaaksdossier Nancy, pagina 12;
PV bevindingen onderzoek vuurwapen en munitie, procesverbaalnummer [nummer proces-verbaal 3] , zaaksdossier Nancy, pagina 27.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
de eendaadse samenloop van
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
Aan de verdachte moet voor dit feit 68 dagen gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, worden opgelegd.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit te volstaan met een straf gelijk aan het voorarrest.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen met bijbehorende munitie. Hij had het wapen in huis bewaard en tijdens zijn aanhouding liep hij hiermee op straat. Ongecontroleerd bezit van vuurwapens met munitie brengt in het algemeen een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen mee, omdat het bezit van een vuurwapen al snel kan leiden tot het gebruik ervan. Daarom moet hier streng tegen worden opgetreden.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 5 augustus 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapporten van de reclassering
De reclassering heeft op 19 oktober 2022 een rapport over de verdachte opgemaakt dat op 9 januari 2026 is aangevuld. De rechtbank heeft kennisgenomen van de inhoud van de reclasseringsrapporten en vastgesteld dat de inhoud van het laatste rapport enigszins positiever is dan het vorige. Er wordt evenwel reclasseringstoezicht geadviseerd.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft ter zitting verklaard dat zijn situatie inmiddels in vele opzichten is verbeterd ten opzichte van 2022, het jaar waarin hij dit feit pleegde. Hij heeft inmiddels een leuke baan, waar hij veel voldoening uit haalt. Verder is hij schuldenvrij en gebruikt hij geen drugs meer. Ten slotte heeft hij een relatie met zijn voormalige ex-partner en hebben zij samen een vierde kind gekregen.
Oplegging straf
Passende straf
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank gelet op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Hierbij heeft de rechtbank in strafverminderende zin rekening gehouden met het feit dat de verdachte sinds het plegen van dit feit, ruim viereneenhalf jaar geleden (met uitzondering van een veroordeling van de kantonrechter in 2025) geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd. Ook is rekening gehouden met een forse overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank acht de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden. Daarom wordt een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, te weten van 68 dagen, opgelegd. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis
De rechtbank ziet, evenals de officier van justitie en de verdediging geen aanleiding om een voorwaardelijke straf op leggen. De verdachte maakt de indruk momenteel zijn leven goed op de rails te hebben, waarbij ondersteuning van de reclassering niet nodig lijkt.
5. Voorlopige hechtenis
De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 3 mei 2022 geschorst tot het moment van de uitspraak in deze zaak. De rechtbank heft, onder verwijzing naar hetgeen hiervoor over de op te leggen straf is overwogen, het bevel tot voorlopige hechtenis op.
6. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is behalve op de hiervoor aangehaalde artikelen gebaseerd op artikel 55 van de Wet Wapens en Munitie en op artikel 55 van het Wetboek van Strafrecht.
7. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 68 dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.
8. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.L.M. Boek, voorzitter,
en mrs. L. Den Teuling en M. van Andel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. U. Ramdihal-Poeran, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 15 september 2026.