RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/717653 / HA ZA 26-311
Vonnis in incident van 30 september 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ANAC BACKOFFICE B.V.,
gevestigd te Eindhoven
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. J.M.J. Kosman,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
REYERPARC ONROEREND GOED B.V.,
gevestigd te Alblasserdam,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. I.B. Jansse.
Partijen worden hierna ANAC en Reyerparc genoemd.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 19 maart 2026, met producties 1 tot en met 5;
het incidenteel verzoek tot oproeping in vrijwaring, tevens conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 4;
de conclusie van antwoord in het incident.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. Het geschil in de hoofdzaak
ANAC vordert – samengevat – om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Reyerparc te veroordelen:
i. tot betaling aan ANAC van € 43.762,64, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 31.579,15 vanaf 2 april 2026;
ii. in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf vijftien dagen na het vonnis.
ANAC legt aan haar vorderingen – samengevat – het volgende ten grondslag. ANAC heeft/had als gevolmachtigde van verzekeraar Ecclesia voor Reyerparc een brandverzekering in portefeuille. In het kader van die volmacht moet Reyerparc de verschuldigde verzekeringspremies voor die polis aan ANAC voldoen. Reyerparc heeft de over de periode van 1 oktober 2022 tot 1 juli 2023 verschuldigde premies, ondanks herhaaldelijke aanmaningen, niet betaald.
Reyerparc heeft een conclusie van antwoord genomen. Reyerparc voert verweer en concludeert – voor zover in dit incident van belang – tot afwijzing van de vorderingen.
3. Het geschil in het incident
Reyerparc vordert – samengevat – bij vonnis in het incident, uitvoerbaar bij voorraad, haar toe te staan [persoon A], handelend onder de naam [bedrijf A] (hierna: [bedrijf A]) in vrijwaring op te roepen en [bedrijf A] te veroordelen in de kosten van het incident.
Reyerparc legt aan deze vordering – samengevat – het volgende ten grondslag.
Bij e-mail van 8 augustus 2023 stuurde [bedrijf A], die jegens Reyerparc optrad als assurantietussenpersoon met betrekking tot de onderhavige polis, aan de accountant van Reyerparc “De betalingen moeten niet meer naar Anac” en “Reyerparc Polis [kenmerk] bedrag 31.584,15 graag overmaken op ING [...].” Reyerparc heeft de premies vervolgens naar dat rekeningnummer aan [bedrijf A] overgemaakt en dus bevrijdend betaald. Indien de rechtbank in de hoofdzaak tot het oordeel zou komen dat Reyerparc ondanks deze betalingen aan [bedrijf A] nogmaals aan ANAC dient te betalen, volgt daaruit noodzakelijk dat [bedrijf A] ofwel ten onrechte heeft meegedeeld dat aan hem moest worden betaald en ontvangen premiebedragen niet aan de gerechtigde heeft afgedragen of dat hij anderszins toerekenbaar is tekortgeschoten jegens Reyerparc of onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. In dat geval is [bedrijf A] evident gehouden de schade en de kosten die Reyerparc daardoor lijdt en draagt volledig te vergoeden en haar daarvoor te vrijwaren.
ANAC heeft een conclusie van antwoord in het incident genomen. Daarin heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
4. De beoordeling in het incident
Op grond van artikel 209 Rv beslist de rechtbank eerst op de door Reyerparc opgeworpen incidentele vordering. Reyerparc heeft deze vorderingen tijdig en vóór alle weren ingesteld.
Op grond van artikel 210 lid 1 Rv kan de gedaagde iemand in vrijwaring oproepen als zij meent hiertoe gronden te hebben. Daartoe dient de gedaagde te stellen en te onderbouwen dat tussen haar en de in vrijwaring op te roepen derde een rechtsverhouding bestaat krachtens welke die derde verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling van gedaagde in de hoofdzaak te dragen.
Toewijzing vrijwaring
De rechtbank wijst de vordering van Reyerparc toe. Reyerparc heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat tussen haar en de in vrijwaring op te roepen partij een rechtsverhouding bestaat die tot vrijwaring verplicht. Er is ook geen verweer gevoerd tegen de gevorderde toestemming.
Compensatie van de proceskosten
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5. De beslissing
De rechtbank
in het incident
staat Reyerparc toe om [persoon A], handelend onder de naam [bedrijf A], in vrijwaring te dagvaarden tegen de rolzitting van 11 november 2026;
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
in de hoofdzaak
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 11 november 2026 voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een mondelinge behandeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.D. Olden. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026.
[4051/3726/3669]