ECLI:NL:RBROT:2026:13414

ECLI:NL:RBROT:2026:13414

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 02-10-2026
Datum publicatie 07-10-2026
Zaaknummer NL:TZ:2615749:R-RK – NL:TZ:2616111:R-RK
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Dwangakkoord toegewezen. Voorstel het uiterste waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Voorstel gunstiger voor de schuldeisers.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie

Zittingsplaats Rotterdam

Rekestnummer: [rekestnummers]

Vonnis van 2 oktober 2026

op het verzoek van

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteland] ,

wonende te [adres] , [postcode] te [woonplaats] ,

verzoekster.

1. De procedure

Verzoekster heeft op 3 juli 2026, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een aantal schuldeisers, te weten:

die weigeren mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.

Ikea heeft voorafgaand aan de zitting, bij brief van 15 september 2026, aan de rechtbank bericht alsnog in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. Het verzoekschrift wordt ten aanzien van Ikea als ingetrokken beschouwd.

Ter zitting van 25 september 2026 zijn verschenen en gehoord:

[schuldeiser 1] en [schuldeiser 2] zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2. Het verzoek

Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift twaalf concurrente schuldeisers en geen preferente schuldeisers. Deze concurrente schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 53.061,33 van verzoekster te vorderen. Verzoekster heeft bij brief van 18 december 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, die inhoudt dat geen uitdeling zal plaatsvinden aan de schuldeisers en waarbij aan de schuldeisers verzocht wordt de betreffende schulden kwijt te schelden.

Ter zitting heeft schuldhulpverlening verklaard dat er sprake is van een kennelijke fout in de aanbodbrief. Op de eerste pagina daarvan wordt gesproken van een ‘saneringskrediet van maximaal € 0,00 netto’, terwijl op de tweede pagina een ‘schuldbemiddeling’ wordt genoemd. Schuldhulpverlening heeft ter zitting toegelicht dat het aan de schuldeisers gedane aanbod niet een saneringskrediet is, maar een prognose akkoord voor de duur van achttien maanden vanaf 1 oktober 2025, zijnde de datum waarop het schuldbemiddelingstraject is gestart.

Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster was ten tijde van het aanbod gebaseerd op de inkomsten uit arbeid die verzoekster ontving op basis van haar (tijdelijke) dienstverband. Dit dienstverband is in maart 2026 geëindigd. Inmiddels ontvangt verzoekster een Ziektewetuitkering, die met terugwerkende kracht per juni 2026 is vastgesteld, en daarop is haar afloscapaciteit aangepast. De afloscapaciteit is hierdoor hoger geworden. Ter zitting heeft verzoekster verklaard dat zij mogelijk nieuw werk heeft gevonden. Haar afloscapaciteit zal, indien zij wordt aangenomen, daarop worden aangepast. De aangeboden regeling voorziet in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel hoger zal kunnen uitvallen.

Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden door haar budgetbeheerder voldaan.

Tien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. [schuldeiser 1] en [schuldeiser 2] stemmen hier niet mee in. Zij hebben een vordering van in totaal € 15.696,20 op verzoekster, die 29,6% van de totale schuldenlast beloopt.

3. Het verweer

Hoewel behoorlijk opgeroepen hebben [schuldeiser 1] en [schuldeiser 2] geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun standpunten schriftelijk dan wel ter zitting toe te lichten.

4. De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van [schuldeiser 1] en [schuldeiser 2] bij hun weigering vast.

De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of [schuldeiser 1] en [schuldeiser 2] in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.

De rechtbank stelt allereerst vast dat de vorderingen van [schuldeiser 1] en [schuldeiser 2] een aandeel vormen in de totale schuldenlast van 29,6%.

Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk tien van de twaalf schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.

De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Geldplein. Voorts is het voorstel, met inachtneming van hetgeen ter zitting naar voren is gebracht en de ter zitting overgelegde aanvullende stukken, naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd. Hoewel het aanbod in de brief aan de schuldeisers van 18 december 2025 niet eenduidig is opgenomen, is de ter zitting door schuldhulpverlening gegeven verduidelijking dat sprake is van een prognose akkoord met een looptijd van 18 maanden vanaf 1 oktober 2025, een hoger aanbod dan een nulaanbod. Dit blijkt ook uit de ter zitting door schuldhulpverlening overgelegde aanvullende stukken, waaruit kan worden afgeleid dat sprake is van een afloscapaciteit vanaf januari 2026. Nu dit aanbod voor alle schuldeisers geldt, ook voor degenen die reeds met het eerdere voorstel akkoord zijn gegaan, worden deze schuldeisers hierdoor niet benadeeld.

De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekster gedurende de looptijd van het aangeboden akkoord wisselende inkomsten heeft gehad en (eventueel) zal krijgen. Door schuldhulpverlening is ter zitting verklaard dat aan alle waarborgen die ervoor moeten zorgen dat verzoekster het maximale ten behoeve van haar schuldeisers zal afdragen, is voldaan. Schuldhulpverlening zal toezien op periodieke hercontroles. Indien blijkt dat verzoekster te weinig heeft afgedragen ten behoeve van haar schuldeisers, zal het schuldhulpverleningstraject worden verlengd. Verzoekster heeft ter zitting verklaard daarmee in te stemmen. De vaste lasten van verzoekster worden door haar budgetbeheerder voldaan. Het ontstaan van nieuwe schulden ligt niet in de rede.

Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de schuldsaneringsregeling op verzoekster van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoekster zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden.

Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoekster, die vanuit een stabiele situatie haar schuldenproblematiek wil oplossen, en van de overige schuldeisers, die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van [schuldeiser 1] en [schuldeiser 2] , die geweigerd hebben in te stemmen.

Het verzoek om [schuldeiser 1] en [schuldeiser 2] te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.

[schuldeiser 1] en [schuldeiser 2] zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.

De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoekster zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden en dat zij niet verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.

5. De beslissing

De rechtbank:

- beveelt [schuldeiser 1] en [schuldeiser 2] om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling;

- veroordeelt [schuldeiser 1] en [schuldeiser 2] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoekster begroot op nihil;

- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;

- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P. van Eeden-van Harskamp, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.P. van Eeden-van Harskamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand