RECHTBANK Rotterdam
Team Insolventie
Zittingsplaats Dordrecht
Rekestnummer: [nummer 1] – [nummer 2]
Vonnis van 25 september 2026
op het verzoek van
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], [geboorteland],
wonende te [straatnaam], [postcode] te [woonplaats],
verzoeker.
1. De procedure
Verzoeker heeft op 30 juli 2026, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om twee schuldeisers, te weten:
die weigeren mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
BENU Apotheek heeft voorafgaande aan de zitting, bij e-mailbericht van 2 september 2026, aan de rechtbank te kennen gegeven alsnog in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. Het verzoek ten aanzien van BENU Apotheek wordt als ingetrokken beschouwd.
Ter zitting van 16 september 2026 zijn verschenen en gehoord:
Stichting Kliniek Naaldwijk is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2. Het verzoek
Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift twaalf concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 4.728,49 van verzoeker te vorderen.
Verzoeker heeft bij brief van 24 juni 2025 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, die inhoudt dat geen uitdeling zal plaatsvinden aan de schuldeisers en waarbij aan de schuldeisers verzocht wordt de betreffende schulden kwijt te schelden. De schuldenlast betrof toen € 5.066,56 en is derhalve lager geworden.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoeker is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van zijn Participatiewet-uitkering. Verzoeker ontvangt individuele begeleiding vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (hierna: Wmo). Deze individuele begeleiding loopt vanaf 11 augustus 2025 en is bij beschikking van 13 mei 2026 verlengd tot en met 16 mei 2027. Ook is verzoeker vanuit de Sociale Dienst Drechtsteden ontheven van zijn sollicitatieverplichting vanaf 1 november 2024 tot en met 31 oktober 2026. Ter zitting heeft schuldhulpverlening verklaard dat een verlenging van de ontheffing van de sollicitatieplicht aannemelijk is, maar dat in oktober 2026 een herbeoordeling zal plaatsvinden. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden door zijn budgetbeheerder voldaan.
Elf schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Stichting Kliniek Naaldwijk stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 405,88 op verzoeker, welke 7,8% van de totale schuldenlast beloopt.
3. Het verweer
Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft Stichting Kliniek Naaldwijk geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten schriftelijk dan wel ter zitting toe te lichten.
4. De beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Stichting Kliniek Naaldwijk bij haar weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Stichting Kliniek Naaldwijk in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van Stichting Kliniek Naaldwijk een aandeel vormt in de totale schuldenlast van 7,8%.
Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk elf van de twaalf schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten de Sociale Dienst Drechtsteden. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoeker al langere tijd een Participatiewet-uitkering ontvangt. Verzoeker ontvangt individuele begeleiding vanuit de Wmo tot en met 16 mei 2027. Ook is verzoeker vanuit de Sociale Dienst Drechtsteden ontheven van zijn sollicitatieverplichting vanaf 1 november 2024 tot en met 31 oktober 2026. Hoewel de ontheffing van de sollicitatieverplichting in oktober 2026 opnieuw zal worden beoordeeld, is het op voorhand niet onaannemelijk dat deze zal worden verlengd. Voorts is ter onderbouwing van het verzoek een vtlb-berekening aangeleverd, waaruit blijkt dat verzoeker onder de huidige omstandigheden geen afloscapaciteit heeft. Voldoende aannemelijk geworden dat verzoeker in de komende periode geen inkomen zal kunnen verwerven dat hoger is dan zijn huidige inkomen.
Gelet op het voorgaande is voldoende aannemelijk geworden dat verzoeker in de komende periode geen afloscapaciteit zal verkrijgen. Daarnaast is niet gebleken dat verzoeker over vermogensbestanddelen beschikt die waarde zouden kunnen opleveren voor de schuldeisers. Door schuldhulpverlening is ter zitting verklaard dat aan alle waarborgen, die ervoor moeten zorgen dat verzoeker het maximale ten behoeve van zijn schuldeisers zal afdragen, is voldaan. Het ontstaan van nieuwe schulden ligt niet in de rede.
Uit het bovenstaande vloeit ook voort dat er geen reëel perspectief is op afloscapaciteit binnen een wettelijke schuldsaneringsregeling, zoals subsidiair verzocht. Dat betekent dat ook in de situatie dat de schuldsaneringsregeling (eventueel met een eerdere ingangsdatum) op verzoeker van toepassing zou zijn, er geen vooruitzicht is op een uitdeling aan de schuldeisers. Dat terwijl toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling aanzienlijke kosten met zich brengt, bestaande uit onder meer salaris voor de bewindvoerder en griffierecht. De verwachting is dat een groot deel van de wsnp-gerelateerde kosten ten laste van de Staat zouden moeten komen.
Gelet op die omstandigheden en het belang van verzoeker bij een schuldenvrije toekomst, dient het belang van verzoeker in dit geval naar het oordeel van de rechtbank te prevaleren boven het belang van Stichting Kliniek Naaldwijk.
Het verzoek om Stichting Kliniek Naaldwijk te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
Stichting Kliniek Naaldwijk zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoeker niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoeker zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden en dat hij niet verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.
5. De beslissing
De rechtbank:
- beveelt Stichting Kliniek Naaldwijk om in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt Stichting Kliniek Naaldwijk in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoeker begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 25 september 2026.