ECLI:NL:RBROT:2026:1347

ECLI:NL:RBROT:2026:1347

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 06-02-2026
Datum publicatie 12-02-2026
Zaaknummer ROT 24/9605 V
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Procesbelang in verzet? Voordat de rechtbank toekomt aan de vraag of de rechtbank niet zonder zitting heeft kunnen komen tot haar oordeel dat opposante in verzuim was om het griffierecht te voldoen, dient de rechtbank zich eerst te buigen over de vraag of opposante met dit verzet nog enig procesbelang heeft. Een gegrond verzet en een inhoudelijke behandeling door de rechtbank heeft alleen zin indien opposante met een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde iets kan bereiken. Het beroep is gericht tegen een gehandhaafde naheffingsaanslag parkeerbelasting die in verzet uit pragmatische overwegingen is ingetrokken. Opposante heeft niettemin haar verzet gehandhaafd. Nu de naheffing parkeerbelasting van de baan is, valt niet in te zien welk belang zij nog kan hebben bij een gegrond verzet. Het verzet wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Omdat opposante in persoon procedeerde zijn geen proceskosten gemaakt, terwijl zij geen griffierecht heeft voldaan.

Uitspraak

[opposante], uit Rotterdam,

tegen de uitspraak van de rechtbank van 7 februari 2025 in het geding tussen

[opposante]

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam (de heffingsambtenaar).

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzet van opposante gaat over de uitspraak van de rechtbank van 7 februari 2025 waarin de rechtbank het beroep van opposante niet-ontvankelijk heeft verklaard.

2. De rechtbank heeft het verzet op 27 januari 2026 op zitting behandeld. Verschenen namens de heffingsambtenaar is [naam].

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

4. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat [opposante] in verzuim is het verschuldigde griffierecht te voldoen.

5. [opposante] heeft in verzet aangevoerd dat zij een beroep op betalingsonmacht had gedaan en zij in afwachting van een beslissing daarop de uitspraak van 7 februari 2025 ontving. Voorts heeft zij aangevoerd dat zij op 25 augustus 2024 wel met enige minuten vertraging het verschuldigde parkeergeld had voldaan.

6. Voordat de rechtbank toekomt aan de vraag of de rechtbank niet zonder zitting heeft kunnen komen tot haar oordeel dat [opposante] in verzuim was om het griffierecht te voldoen, dient de rechtbank zich eerst te buigen over de vraag of Teler met dit verzet nog enig procesbelang heeft. Een gegrond verzet en een inhoudelijke behandeling door de rechtbank heeft alleen zin indien [opposante] met een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde iets kan bereiken.

7. Het beroep van [opposante] is gericht tegen een uitspraak op bezwaar van 25 september 2024 waarbij de naheffingsaanslag parkeerbelasting is gehandhaafd. Op 4 december 2025 heeft de heffingsambtenaar [opposante] bericht dat hij de naheffingsaanslag parkeerbelasting eenmalig uit pragmatische overwegingen zal vernietigen. Voor zover [opposante] griffierecht heeft voldaan, zal dit worden vergoed. [opposante] is verzocht de beroepsprocedure in te trekken, maar heeft dit niet gedaan.

8. Nu de naheffing parkeerbelasting van de baan is, valt niet in te zien welk belang [opposante] nog kan hebben bij een gegrond verzet. Bij een gegrond verzet vervalt de uitspraak van 7 februari 2025, zodat in dat geval opnieuw uitspraak moet worden gedaan op het beroep van [opposante]. Dat beroep kan er echter niet toe leiden dat [opposante] in een betere positie komt dan nu het geval is (vergelijk ECLI:NL:CRVB:2021:3279, punt 4.5).

Conclusie en gevolgen

9. Het verzet is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat die uitspraak in stand blijft.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding omdat [opposante] zich niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Stijnen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2026.

De griffier is verhinderd te tekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. P. Vrolijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?