Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-197288-25
Datum uitspraak: 7 oktober 2026
Datum zitting: 23 september 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1986 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] in [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. T. Šandrk
Officier van justitie: mr. R.P.L. van Loon
Kern van het vonnis
De verdachte heeft seks gehad met een minderjarig meisje van zeventien terwijl zij zich in een bijzonder kwetsbare positie bevond. De verdachte wordt een gevangenisstraf van twaalf maanden opgelegd, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – op
31 maart 2025 in [plaats] de op dat moment zeventienjarige [slachtoffer] (hierna: [voornaam slachtoffer] ) heeft verkracht, terwijl zij zich in een bijzonder kwetsbare positie bevond.
De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat:
hij op of omstreeks 31 maart 2025 te [plaats] , in elk geval in Nederland, met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2007) een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
terwijl dit feit werd begaan jegens een kind in een bijzonder kwetsbare positie, nu dit kind:
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het feit. Volgens het Openbaar Ministerie is sprake van een ‘bijzonder kwetsbare positie’ omdat het minderjarige slachtoffer een verstandelijke beperking heeft en ten tijde van het feit in de instelling [naam instelling] verbleef.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Volgens de verdediging is onvoldoende wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van ‘een bijzonder kwetsbare positie’. De verklaring van de maatschappelijk werker waaruit zou blijken dat het slachtoffer een verstandelijke beperking heeft en in een instelling verblijft, is daarvoor onvoldoende. Voor zover wel sprake is van ‘een bijzonder kwetsbare positie’, had de verdachte hiervan geen wetenschap.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte op 31 maart 2025 in [plaats] seksuele handelingen, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, heeft verricht bij de zeventienjarige [slachtoffer] , terwijl zij zich in een bijzonder kwetsbare positie bevond. Daarmee heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan verkrachting. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte
Rond half 2 in de nacht was ik in [plaats] . Ik werd gebeld door de maatschappelijk werker van het meisje. Hij heeft haar situatie uitgelegd en verteld dat hij haar begeleider was. Toen ik onderweg was naar haar werd ik gebeld. Hij zei dat ze in een instelling woonde en dat hij haar maatschappelijk werker was en dat ze was weggelopen. Toen we in de auto zaten gingen we een beetje zoenen. Ze begon mij te pijpen. Toen ze weer gebeld werd op Instagram. Ik vond het raar. Die telefoon bleef maar over gaan. Het voelde niet goed. Ja, ik heb vaginale seks met haar gehad. Ik had geen goed gevoel erbij. Ik bleef maar gebeld worden door iemand die ik niet ken. Het was voor mij de eerste keer dat ik door een ander gebeld werd in zo'n situatie ik had er geen goed gevoel bij. Haar maatschappelijk werker zei tegen mij dat ze 17 jaar was.
2. Proces-verbaal van de politie
Wij, verbalisanten, spraken op 31 maart 2025 met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2007. Ze heeft via Instagram afgesproken met een man die haar op 31 maart 2025 tussen 01.00 en 02.00 is op komen halen met zijn auto. Al rijdende is er gezoend en heeft zij hem gepijpt. In [plaats] is achter in de cabine seks geweest, hij is met zijn geslachtsdeel in haar vagina geweest. Vlak erna is de politie gekomen.
3. Proces-verbaal van de politie
Wij, verbalisanten, hebben op 31 maart 2025 hebben een gesprek gehad met de begeleider van [slachtoffer] , de heer [persoon A] . [slachtoffer] woont in het [naam instelling] te [plaats] . Zij zit daar omdat ze een traumatisch verleden heeft (loverboy circuit). Ze heeft eerder gesloten gezeten en van daaruit is ze bij het [naam instelling] gekomen. Zij automutileerde zichzelf en werd daardoor heel nauwlettend in de gaten gehouden. De laatste weken staat [slachtoffer] 24 uur onder toezicht. Dat betekent dat er camera’s zijn in haar kamer. Er zijn bewegingsmelders en als zij van haar kamer afgaat, moet gelijk iemand haar kant op. [persoon A] vertelde dat hij op het Instagram-account van [slachtoffer] heeft gezien dat ze heel wervend is als het om seks gaat.
4. Proces-verbaal van de aangifte van [persoon A]
Ik kom aangifte doen omdat een cliënt van mij sex heeft gehad met een man op 31 maart 2025 in [plaats] . Mijn cliënt was toen nog minderjarig. Ik werk bij [naam instelling] en ben de persoonlijk begeleider van [slachtoffer] . [slachtoffer] functioneert sociaal emotioneel laag. Ik heb via Instagram contact gezocht met de jongen met wie ze een afspraak had. Ik vertelde hem wie [slachtoffer] was, dat zij een verstandelijke beperking had en dat ze minderjarig was. Ik vertelde hem dat ze op een instelling woonde. Ik heb heel veel keer gebeld naar hem, maar hij nam niet op. We troffen haar aan bij een parkeerplaats tegenover een loods. Duidelijker kon niet. Ik heb meerdere keren gevraagd of hij mij begreep. Of hij het begreep van haar functioneren en haar woonlocatie. Hij wist dat ze minderjarig is.
5. Proces-verbaal van de politie
Op 31 maart 2025 hoorde ik, verbalisant, een melding van de vermissing uitgaf van een meisje, [slachtoffer] . Terwijl ik stapvoets reed over de Tenorweg in [plaats] zag ik bedrijfsvoertuigen geparkeerd staan. Ik zag een man welke later bleek te zijn genaamd: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1986. Deze man stond naast een bestelauto. Ik zag dat de man een spijkerbroek droeg waarvan de gulp open stond en alleen het bovenste knoopje was gesloten. Ik zag een meisje in het voertuig zitten en herkende haar meteen als zijnde het meisje waar wij naar op zoek waren. Ik zag haar blote benen en zag dat zij geen broek droeg. Ik heb de casus voorgelegd gezien het meisje de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt. [verdachte] is 38 jaar oud.
Bewijsmotivering
Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen kan het volgende worden vastgesteld. De verdachte en de op dat moment zeventienjarige [slachtoffer] hebben op 31 maart 2025 met elkaar afgesproken. Toen de verdachte op weg was om [slachtoffer] in [plaats] op te halen, is hij gebeld door haar maatschappelijk werker. Hij heeft tijdens het telefoongesprek aan de verdachte verteld dat [slachtoffer] op minderjarig was, in een instelling verbleef en daarvandaan was weggelopen. Tijdens de ontmoeting hebben de verdachte en [slachtoffer] in de auto seksuele handelingen verricht, waarbij de verdachte ook seksueel is binnengedrongen bij [slachtoffer] .
Het gaat in deze zaak om de beantwoording van de vraag of [slachtoffer] zich in ‘een bijzonder kwetsbare positie’ bevond als bedoeld in artikel 246 lid 1, onderdeel b, Sr. Het artikel bepaalt dat het verrichten van seksuele handelingen, welke handelingen (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van een zeventienjarige strafbaar is “indien het feit wordt begaan jegens een kind in een bijzonder kwetsbare positie, waaronder in ieder geval wordt verstaan een bijzonder kwetsbare positie ten gevolge van een psychische stoornis dan wel verstandelijke of lichamelijke handicap, een situatie van afhankelijkheid of een staat van lichamelijke of geestelijke onmacht”. De opsomming van gevalstypen waarin sprake is van een bijzonder kwetsbare positie is volgens de wetstekst niet limitatief: er zijn volgens de wetgever andere situaties denkbaar waarin een zes- en zeventienjarige in zo een bijzonder kwetsbare positie verkeert, dat het hebben van seksueel contact leidt tot strafbaarheid. Het is vereist dat de verdachte weet van de bijzonder kwetsbare positie en dat die wetenschap de verdachte dus niet van de seksuele handelingen heeft weerhouden.
Uit de gebruikte bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer] minderjarig was en, zo verklaarde haar begeleider, vanwege een verleden in het loverboycircuit woonde in de instelling [naam instelling] . Daar stond zij 24 uur per dag onder toezicht onder meer omdat zij automutileerde. Uit de verklaring van de begeleider van [slachtoffer] volgt ook dat [slachtoffer] sociaal-emotioneel op laag niveau functioneert en dat zij via Instagram “werft” voor seks. De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de verklaring van de begeleider, die ook steun vinden in de verklaring van de verdachte en het feit dat [slachtoffer] in het [naam instelling] verbleef. De rechtbank is van oordeel dat de zeventienjarige [slachtoffer] zich in ‘een bijzonder kwetsbare positie’ bevond die van een vergelijkbaar niveau is als de genoemde gevalstypen als bedoeld in artikel 246, eerste lid, onderdeel b, Sr. De omstandigheid dat er geen officiële diagnose of andere onderbouwing aanwezig is in het dossier, maakt dit niet anders. De rechtbank ziet wel onvoldoende bewijs voor de conclusie dat de kwetsbare positie van [slachtoffer] er ook in is gelegen dat [slachtoffer] verstandelijk beperkt is. Dat neemt niet weg dat de situatie waarin [slachtoffer] zich bevond naar het oordeel van de rechtbank een situatie is geweest waartegen de wetgever minderjarigen met dit wetsartikel heeft beoogd te beschermen. De verdachte wist dat [slachtoffer] minderjarig was, in een instelling verbleef en daarvandaan was weggelopen. Dit volgt uit zowel de verklaring van de verdachte als de maatschappelijk werker over het telefoongesprek dat zij onderling hebben gevoerd, waarin deze informatie met de verdachte is gedeeld voordat de verdachte bij [slachtoffer] was en dus voor het verrichten van de seksuele handelingen. Door na het telefoongesprek toch seksuele handelingen met [slachtoffer] te verrichten, heeft de verdachte ten minste bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij met een bijzonder kwetsbaar persoon te maken had. Daarvoor is ook van belang dat de verdachte heeft verklaard dat hij tijdens de seksuele handelingen steeds werd gebeld en dat hij “geen goed gevoel erbij (had)” en dat de verdachte zelf 38 jaar oud was op het moment dat hij met [slachtoffer] afsprak waarmee sprake is van een aanzienlijk leeftijdsverschil.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op 31 maart 2025 te [plaats] , met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2007) seksuele handelingen, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten het
houden en bewegen van zijn penis in de mond van die [verdachte] en
brengen en vervolgens houden en bewegen van zijn penis in de vagina van die [verdachte] ,
terwijl dit feit werd begaan jegens een kind in een bijzonder kwetsbare positie, nu dit kind:
- verbleef bij een instelling, namelijk, het [naam instelling] te [plaats] .
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
verkrachting in de leeftijdscategorie van zestien tot achttien jaren, terwijl het feit wordt begaan jegens een kind in een bijzonder kwetsbare positie.
Strafbaarheid van het feit
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit om aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, in verband met de omstandigheden waaronder het feit is begaan en zijn persoonlijke omstandigheden.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan seks met een zeventienjarige die zich in een bijzonder kwetsbare positie bevond. Het feit heeft plaatsgevonden nadat de verdachte door de maatschappelijk werker van het meisje telefonisch op de hoogte was gebracht dat zij minderjarig was, in een instelling verbleef en daarvandaan was weggelopen. Dit heeft hem er niet van weerhouden om seks met haar te hebben. De verdachte heeft zich hiermee onvoldoende bekommerd om haar welzijn. Hij had kennelijk enkel oog voor de bevrediging van zijn eigen seksuele behoeftes. De rechtbank rekent de verdachte dit zwaar aan.
De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij achteraf geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. De verdachte heeft zich tijdens de zitting zelf als slachtoffer bestempeld van het gedrag van het slachtoffer. De verdachte miskent daarmee het schadelijke van zijn eigen handelen.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 1 mei 2026 blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld, maar niet voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft een vrouw en drie kinderen. Hij is kostwinnaar.
Oplegging gevangenisstraf
De rechtbank is van oordeel dat aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd. Ondanks de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is er geen ruimte voor een andere strafmodaliteit. Vanwege de aard en de ernst van het bewezenverklaarde feit, de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en de proceshouding van de verdachte is een andere strafsoort niet op zijn plaats.
Alles afwegend ziet de rechtbank geen reden om af te wijken van de eis van de officier van justitie. Aan de verdachte wordt daarom een gevangenisstraf van twaalf maanden opgelegd, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.
5. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c en 246 van het Wetboek van Strafrecht.
6. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 4 (vier) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt.
7. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. S.W.H. Bootsma, voorzitter,
en mrs. M.J.M. van Beckhoven en P. Uijtdewillegen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.A. Wolterink, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 7 oktober 2026.
Mr. P. Uijtdewillegen is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.