Rechtbank Rotterdam
Team Jeugd
Parketnummer TUL: 10-378986-24
Datum beslissing: 25 september 2026
Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam, met betrekking tot de vordering tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke PIJ-maatregel in de zaak tegen de veroordeelde:
[veroordeelde] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008,
ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
nu gedetineerd in [naam P.I.] in [detentieplaats] ,
raadsvrouw mr. K.C. van de Wijngaart, advocaat in Rotterdam.
1. Vordering
Op 19 augustus 2026 heeft de officier van justitie een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een instelling voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel) die de meervoudige kamer voor strafzaken van deze rechtbank bij vonnis van 7 oktober 2025 voorwaardelijk aan de veroordeelde heeft opgelegd.
Aan de vordering ligt ten grondslag een rapport van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de jeugdbescherming) van 13 augustus 2026 over de veroordeelde. De jeugdbescherming heeft een negatieve terugmelding gedaan, omdat de veroordeelde zich niet aan de bijzondere voorwaarden heeft gehouden.
2. Feiten
Bij het vonnis van 7 oktober 2025, dat onherroepelijk is geworden, zijn opgelegd een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 99 dagen met aftrek van voorarrest en de PIJ-maatregel. De PIJ-maatregel is voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van twee jaren. Daaraan zijn als bijzondere voorwaarden verbonden dat de veroordeelde:
Daarbij is opdracht gegeven aan de jeugdbescherming tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
De bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht zijn dadelijk uitvoerbaar verklaard.
Op 19 augustus 2026 is de veroordeelde op de voet van artikel 6:3:15, eerste lid, Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) aangehouden. Op 20 augustus 2026 heeft de rechter-commissaris in deze rechtbank op vordering van de officier van justitie de voorlopige tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde PIJ-maatregel bevolen.
3. Procedure
De vordering is behandeld op de terechtzitting met gesloten deuren van 11 september 2026.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting zijn gehoord:
raadsvrouw mr. K.C. van de Wijngaart;
- de deskundige mevrouw [persoon A] , namens de jeugdbescherming;
4. Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde PIJ-maatregel. Hoewel de veroordeelde meerdere kansen heeft gekregen om zich aan de bijzondere voorwaarden te houden, is hij hiertoe niet in staat gebleken. Zowel het toezichttraject bij de jeugdbescherming als het behandeltraject bij de Waag zijn niet goed verlopen. Het recidiverisico is zonder deze behandeling hoog. Dat de veroordeelde niet meewerkt aan de noodzakelijke behandeling bij de Waag is daarmee zeer ernstig en brengt grote risico’s met zich mee. Het alsnog tenuitvoerleggen van de PIJ-maatregel is de enige overgebleven optie.
5. Standpunt veroordeelde
De veroordeelde en zijn raadsvrouw hebben zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen. De veroordeelde erkent dat hij zich niet altijd heeft gehouden aan de opgelegde voorwaarden. Gelet op de vastgestelde stoornissen, valt echter niet te verwachten dat het traject in één keer goed verloopt. Positief is verder dat hij goed in contact is met de jeugdreclassering, openheid toont richting familie en vrienden en dat hij zijn taakstraf goed heeft uitgevoerd. Belangrijk is ook dat de veroordeelde geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd. De veroordeelde is van plan om door te stromen naar MBO niveau 4 en om een passende stage te zoeken. De raadsvrouw verzoekt de veroordeelde nog een allerlaatste kans te geven om zich alsnog aan de voorwaarden te houden.
6. Beoordeling van de vordering
Uit het rapport van de jeugdbescherming blijkt dat de veroordeelde zich niet heeft gehouden aan meerdere bijzondere voorwaarden.
De jeugdreclassering heeft op 9 maart 2026 een officiële waarschuwing aan de veroordeelde gegeven, omdat bleek dat er te veel ongeoorloofd verzuim op school was en zijn inzet tot het vinden van een passende stageplek onvoldoende bleek.
Verder blijkt uit een e-mail van de Waag van 12 augustus 2026 dat de veroordeelde zijn behandelafspraken onvoldoende is nagekomen en dat als hij er wel was, zijn inzet tijdens de sessies onvoldoende was. Op 14 juli 2026 heeft de veroordeelde een laatste waarschuwing gekregen om zijn behandeling bij de Waag gemotiveerd en volgens afspraak op te pakken. Daarbij is expliciet aangegeven dat de jeugdreclassering genoodzaakt is om bij een volgende overtreding de officier van justitie te informeren en te vragen om de voorwaardelijke PIJ-maatregel uit het vonnis ten uitvoer te leggen.
Op 15 juli 2026 heeft er vervolgens een gesprek plaatsgevonden tussen de veroordeelde, de jeugdreclasseerder, de behandelaar en de regiebehandelaar over het verloop van de behandeling. Hierbij is de veroordeelde er op gewezen dat zijn inzet voor de behandeling onvoldoende is. Daarbij heeft de Waag hem een laatste kans geboden om de behandeling voort te zetten onder de voorwaarden dat hij actief deelneemt aan de behandeling, op tijd bij afspraken aanwezig is en de eerstvolgende tien behandelafspraken niet mist. Aan de veroordeelde is tevens medegedeeld dat bij het niet (voldoende) nakomen van de afspraken, de behandeling per direct wordt beëindigd.
Uit een e-mail van de Waag van 12 augustus 2026 blijkt dat de veroordeelde vervolgens op 3 augustus 2026 niet aanwezig was bij een huisbezoek, op 4 augustus 2026 te laat kwam op een afspraak, op 7 augustus 2026 wederom een afspraak niet is nagekomen en op 10 augustus 2026 nog lag te slapen toen de behandelaar het consult wilde starten. De Waag heeft hierop de behandeling per 19 augustus 2026 definitief stopgezet. Uit de afsluitrapportage van 19 augustus 2026 blijkt uit het verloop van de behandeling dat de veroordeelde ook in de eerste periode van januari 2026 tot en met maart 2026 ongeveer op de helft van de geplande afspraken is geweest en dat daarover twee evaluatiegesprekken zijn geweest met de jeugdreclassering op 2 maart 2026 en 9 maart 2026. In de behandeling is de veroordeelde meermaals door behandelaar aangesproken op zijn houding in het contact. De informatie die hij geeft, blijft minimaal waardoor er weinig opening ontstaat om aan behandeldoelen te werken en hierdoor blijft het zicht op zijn daadwerkelijke functioneren beperkt. De behandelaren concluderen dat onvoldoende mogelijkheid wordt gezien om toe te kunnen komen aan het bewerken van de kernproblematiek en het verlagen van het recidiverisico, dat op hoog is ingeschat.
De deskundige heeft ter terechtzitting toegelicht dat hoewel de samenwerking tussen haar en de veroordeelde goed verloopt, ambulante behandeling complex is gebleken. Het is onvoldoende duidelijk geworden wat de veroordeelde nodig heeft om afspraken na te kunnen komen en behandeling aan te kunnen gaan. Behandeling binnen een voorwaardelijk kader is volgens de deskundige niet mogelijk gebleken.
Op grond van het voorgaande wordt vastgesteld dat de veroordeelde meerdere van de hierboven vermelde bijzondere voorwaarden verwijtbaar niet heeft nageleefd. Dit ondanks de vele kansen en waarschuwingen die hij heeft gehad om verbetering te laten zien. De rechtbank nu dan ook ziet geen andere mogelijkheid dan de vordering tenuitvoerlegging toe te wijzen. De behandeling en begeleiding van de veroordeelde zal in het kader van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel moeten plaatsvinden. Dat is in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de veroordeelde.
7. Beslissing
De rechtbank:
gelast dat de voorwaardelijk opgelegde PIJ-maatregel, die bij vonnis van 7 oktober 2025 is opgelegd, ten uitvoer zal worden gelegd.
Deze beslissing is genomen door mr. W.M. Stolk, voorzitter tevens kinderrechter,
en mrs. D.G.J. Roset en S. Putting, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.C. van Beek, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 september 2026.