ECLI:NL:RBROT:2026:13512

ECLI:NL:RBROT:2026:13512

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 07-10-2026
Datum publicatie 08-10-2026
Zaaknummer ROT 25/6771
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), te late aanvraag voor compensatie. Beroep gegrond. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er in het geval van eiseres bijzondere omstandigheden die afwijking van de aanvraagtermijn op grond van de hardheidsclausule rechtvaardigen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 oktober 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

Dienst Toeslagen

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/6771

(gemachtigde: mr. P.W.E. Ros),

en

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) omdat zij deze te laat heeft ingediend. Eiseres betoogt dat de Dienst Toeslagen de hardheidsclausule had moeten toepassen omdat er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor zij niet in staat was tijdig een aanvraag te doen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 11 februari 2025 een aanvraag ingediend voor compensatie op grond van de Wht. De Dienst Toeslagen heeft deze aanvraag met het besluit van 19 maart 2025 afgewezen.

Met het besluit van 5 augustus 2025 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiseres is de Dienst Toeslagen bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, een vervanger van de gemachtigde van eiseres (mr. L. Hofman) en de gemachtigde van de Dienst Toeslagen.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres voert in beroep aan dat de Dienst Toeslagen haar aanvraag in behandeling had moeten nemen gelet op haar persoonlijke omstandigheden. Eiseres is sinds 2022 belast met de zorg voor haar schoonmoeder nadat haar een ernstig auto-ongeluk is overkomen, waarna zij intensief moest worden behandeld met meerdere operatieve ingrepen en behandelingen tegen infecties. Door het ongeluk is de schoonmoeder blijvend gehandicapt geraakt. Vóór het ongeluk woonde haar schoonmoeder in Curaçao, waardoor zij de Nederlandse taal niet goed machtig is. Hierdoor moest eiseres als tolk optreden en ging zij mee naar medische afspraken en afspraken met een advocaat. Zij was het aanspreekpunt voor haar schoonmoeder. Ook verzorgde eiseres de wonden van haar schoonmoeder en ging zij naast haar werk en studie dagelijks op bezoek bij de zorginstelling(en) waar haar schoonmoeder verbleef. Toen de schoonmoeder in april 2024 verhuisde naar een zelfstandige woning, moest de woning worden aangepast. Ook kreeg de schoonmoeder geen thuiszorg waardoor er meer zorg op de schouders van eiseres terecht kwam. Door het auto-ongeluk heeft de partner van eiseres een post-traumatische stress stoornis (PTSS) ontwikkeld. Hij raakte zijn werk kwijt. Eiseres had door de situatie geen ruimte meer voor het organiseren van haar eigen leven, zoals haar financiën. In de loop van 2024 is eiseres onverwacht zwanger geraakt. Door relatieproblemen heeft de partner van eiseres gedurende de zwangerschap enige tijd elders verbleven en kreeg eiseres zelf te maken met depressieve klachten. In februari 2025 is eiseres bevallen.

4. De Dienst Toeslagen heeft het bestreden besluit als volgt gemotiveerd. Op grond van artikel 6.1, eerste lid, van de Wht was aanmelding voor een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag mogelijk tot en met 2 januari 2024. Eiseres heeft zich pas op 11 februari 2025 aangemeld bij de Dienst Toeslagen. Dat is te laat. De persoonlijke omstandigheden die eiseres heeft aangevoerd, maken niet dat sprake is van een bijzondere situatie waardoor eiseres zich niet tijdig heeft kunnen aanmelden. De Dienst Toeslagen erkent de grote impact die het auto-ongeluk van de schoonmoeder op het gezinsleven van eiseres moet hebben gehad, maar stelt zich op het standpunt dat een termijnoverschrijding van meer dan één jaar slechts in zeer ernstige en ongebruikelijke situaties als verschoonbaar kan worden aangemerkt.

In beroep stelt de Dienst Toeslagen zich op het standpunt dat de zorg voor de schoonmoeder van eiseres zich afspeelde in 2022 en 2023 en eiseres geen verklaring heeft gegeven voor de termijnoverschrijding in 2024. De zorg voor de schoonmoeder is onvoldoende om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten omdat uit de door eiseres overgelegde stukken niet het beeld naar voren komt dat eiseres zich vanwege de zorgtaken niet tijdig kon aanmelden. Ook van de psychische problematiek van eiseres zelf zijn geen stukken overgelegd en evenmin is aangetoond dat eiseres daarvoor onder behandeling stond. Daarbij komt dat twee dochters van de schoonmoeder vanuit Curaçao naar Nederland zijn gekomen om voor hun moeder te zorgen, zodat de zorg niet uitsluitend op eiseres neerkwam, aldus de Dienst Toeslagen.

5. De rechtbank beoordeelt of de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiseres heeft mogen afwijzen op de grond dat deze te laat is ingediend.

Een aanvraag voor compensatie in de zin van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht moest voor 1 januari 2024 zijn ingediend. Deze aanvraagtermijn is door de wetgever dwingend geformuleerd. Een motie om de aanvraagtermijn te schrappen is door de Tweede Kamer verworpen. Het kabinet achtte de termijn van ruim drie jaar redelijk en stelde dat het schrappen van de aanmelddatum tot ongewenste effecten leidt omdat dit tot gevolg zou hebben dat ouders die zich al hebben aangemeld, langer moeten wachten.

Dat laat onverlet dat het kabinet wel van mening was dat ouders die zich in een bijzondere situatie bevinden, waardoor het niet mogelijk was zich eerder aan te melden, en ouders die zich in een schrijnende situatie bevinden, de kans moeten hebben hun zaak te laten beoordelen. Daarom moet volgens het kabinet in gevallen waarin er omstandigheden zijn die een geldige reden kunnen vormen voor een te late aanmelding, beoordeeld worden of er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De ouder dient dan aan te geven waarom het niet is gelukt om zich tijdig aan te melden en in welke schrijnende situatie de ouder zich bevindt. De mogelijkheid om af te wijken van de aanmeldtermijn volgt uit de hardheidsclausule, waarin de mogelijkheid is geboden om van de gestelde termijn af te wijken voor zover de toepassing gelet op het doel of de strekking ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

De rechtbank acht voor de toepassing van de hardheidsclausule mede de uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van 30 januari 2024 van belang. Uit deze uitspraken volgt dat er bij de beoordeling van de verschoonbaarheid van een termijnoverschrijding meer rekening moet worden gehouden met bijzondere omstandigheden die de betrokken aanvrager betreffen. Daarbij valt te denken aan persoonlijke omstandigheden, zoals psychisch onvermogen, ernstige ziekte of een ongeval, en aan externe omstandigheden die voor overbelasting of stress bij de aanvrager zorgen. Omdat het bij de Wht om een eenmalige aanvraag gaat waarin herstel van door de overheid toegebracht onrecht centraal staat, is een zeer terughoudende uitleg van de hardheidsclausule niet passend. De rechtbank dient per concreet geval te toetsen of, gelet op de aard van deze bijzondere regeling, de mate van termijnoverschrijding en de door de betreffende ouder genoemde redenen, de termijnoverschrijding verschoonbaar is.

Met het toepassen van de hardheidsclausule wordt een uitzondering gemaakt op de gebruikelijke toepassing van de regel. Dat betekent dat degene die er een beroep op doet, in ieder geval inzichtelijk moet maken waar de bijzonderheid of schrijnendheid die maken dat de aanvrager geen of slechts een gering verwijt kan worden gemaakt, in zijn of haar situatie uit bestaat, en dit zo concreet mogelijk dient te onderbouwen.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn er in het geval van eiseres bijzondere omstandigheden die afwijking van de aanvraagtermijn op grond van de hardheidsclausule rechtvaardigen. Op basis van wat eiseres naar voren heeft gebracht, acht de rechtbank het voldoende aannemelijk dat zij in de periode voorafgaand aan de aanvraag door persoonlijke omstandigheden redelijkerwijs niet in staat was tijdig een aanvraag te doen.

De rechtbank acht het, mede gelet op de alle stukken die door eiseres zijn overgelegd, voldoende aannemelijk dat de zorg voor haar schoonmoeder na het auto-ongeluk grotendeels op de schouders van eiseres neer is gekomen. Dat de twee dochters van de schoonmoeder tijdelijk vanuit Curaçao naar Nederland zijn gekomen en ook voor de schoonmoeder hebben gezorgd, doet daaraan niet af. Gezien het feit dat eiseres in de zorg werkt en het feit dat de dochters in Curaçao wonen en daardoor de Nederlandse taal minder goed machtig zijn dan eiseres, is het aannemelijk dat voor de wondverzorging en het tolken bij gesprekken een beroep op eiseres werd gedaan. Dat de schoonmoeder van eiseres in april 2024 is verhuisd naar een zelfstandige woning, betekent niet zonder meer dat eiseres vanaf dat moment geen zorgtaken meer had. De rechtbank acht het voorstelbaar dat het zelfstandig wonen vraagt om meer ondersteuning en regelzaken bij het passend maken van de woning en om meer hulp bij dagelijkse verzorging, zoals ook door eiseres op de zitting verklaard. Van belang daarbij is ook dat eiseres op de zitting heeft verklaard dat haar partner ten tijde van het auto-ongeluk een nieuwe baan had en die is verloren door de mentale problemen die het auto-ongeluk van zijn moeder en de gevolgen daarvan bij hem veroorzaakte. Eiseres heeft medische stukken overgelegd waaruit volgt dat bij haar partner PTSS is gediagnosticeerd. Eiseres studeerde en had een baan en werd door de mentale problemen van haar partner hoofdkostwinner voor het gezin, naast de zorg voor haar twee kinderen en haar schoonmoeder. Het is voorstelbaar dat eiseres door deze omstandigheden geen ruimte meer voelde om zich met administratieve taken bezig te houden, zoals het doen van een aanvraag om compensatie. Eiseres heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de zorg die voor haar rekening kwam zodanig veel tijd en energie in beslag nam bovenop alle andere ballen die zij hoog moest houden, dat zij daardoor niet in staat was zich tijdig aan te melden.

Daarbij komt dat de omstandigheden als gevolg van het auto-ongeluk en de medische situatie van de schoonmoeder in 2022 en 2023, een doorwerking hebben gehad in 2024. In dat jaar kreeg eiseres wederom met omstandigheden te maken die maakten dat zij niet de ruimte heeft gehad om de nasleep van het auto-ongeluk te verwerken. Naast het feit dat de schoonmoeder van eiseres in april 2024 zelfstandig is gaan wonen, is eiseres in dat jaar zelf ook samen met haar gezin verhuisd, is zij zwanger geraakt van haar derde kind en kreeg zij te maken met depressieve klachten. Dat eiseres geen medische stukken heeft overgelegd waaruit volgt dat zij te maken had met depressieve klachten, past bij de verklaring van eiseres dat de depressieve klachten juist zijn ontstaan doordat eiseres vooral bezig is geweest met zorgen voor haar schoonmoeder, haar partner en haar kinderen en zichzelf daarbij uit het oog is verloren. Daarbij komt ook dat er in 2024 sprake was van een tijdelijke relatiebreuk waardoor haar partner gedurende de zwangerschap elders verbleef. Dat de partner van eiseres die volledige periode stond ingeschreven op hetzelfde adres als eiseres veronderstelt niet zonder meer dat er geen sprake kan zijn geweest van een tijdelijke relatiebreuk. De rechtbank acht het aannemelijk dat het auto-ongeluk, de daaropvolgende medische situatie van de schoonmoeder van eiseres en de als gevolg daarvan ontstane mentale problemen bij de partner van eiseres, een weerslag heeft gehad op de relatie tussen eiseres en haar partner. Samenvattend is er gedurende een zeer relevant gedeelte van de aanvraagtermijn, sprake geweest van een samenloop van diverse complexe omstandigheden die maakten dat eiseres niet in staat is geweest zich tijdig aan te melden. Eiseres is in februari 2025 bevallen van haar derde kind en ook zijn eiseres en haar partner vanaf dat moment weer bij elkaar. In februari 2025 heeft eiseres ook een aanvraag om compensatie ingediend bij de Dienst Toeslagen. Gelet op al deze omstandigheden acht de rechtbank het niet aanvaardbaar dat eiseres wordt tegengeworpen dat zij haar aanvraag te laat heeft ingediend. Aan de Dienst Toeslagen kan worden toegegeven dat de termijnoverschrijding relatief lang is (ruim 13 maanden). Dit brengt echter tegenover het hiervoor vermelde niet mee dat de termijnoverschrijding in het geval van eiseres niet verschoonbaar is. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat de Dienst Toeslagen met toepassing van de hardheidsclausule had moeten afwijken van de uiterlijke aanvraagdatum van 2 januari 2024.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond. De Dienst Toeslagen heeft ten onrechte de aanvraag van eiseres afgewezen op de grond dat zij deze te laat heeft ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank moet de Dienst Toeslagen alsnog een besluit nemen op de aanvraag van eiseres. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en herroept het primaire besluit.

7. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de Dienst Toeslagen een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de Dienst Toeslagen hiervoor zes weken.

8. Omdat het beroep gegrond is moet de Dienst Toeslagen het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten.

De Dienst Toeslagen moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 5 augustus 2025;

- draagt de Dienst Toeslagen op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat de Dienst Toeslagen het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden;

- veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. van Spengen, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Joosse, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2026.

De griffier is verhinderd om

de uitspraak te ondertekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand