ECLI:NL:RBROT:2026:13520

ECLI:NL:RBROT:2026:13520

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 02-10-2026
Datum publicatie 08-10-2026
Zaaknummer ROT 26/7920
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. De burgemeester mag [horeca-inrichting] tot 3 oktober 2026 12:00 uur gesloten houden. Het optreden van [artiest] kan derhalve niet plaatsvinden.

Uitspraak

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

2 oktober 2026 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[horeca-inrichting] , uit [plaats] , verzoekster,

(gemachtigden: mr. Z.M. Nazir en mr. G.A.J. Purperhart),

en

de burgemeester van Rotterdam, de burgemeester,

(gemachtigden: mr. S.B.H. Fijneman, mr. N.C. Rolle en mr. V. Aziz).

Inleiding

Met het besluit van 2 oktober 2026 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester het pand aan [adres] in [plaats] , [horeca-inrichting] (hierna: [horeca-inrichting] ) is gevestigd, gesloten voor de duur van 24 uur met ingang van

2 oktober 2026 om 18:00 uur. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 2 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van verzoekster en de gemachtigden van de burgemeester. Ook zijn namens verzoekster verschenen [persoon A] ( [functie 1] ) en [persoon B] ( [functie 2] ).

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Motivering

2. De burgemeester heeft aan het bestreden besluit de volgende artikelen ten grondslag gelegd: artikel 2:30, eerste lid, aanhef en onder b en d juncto artikel 2:28, zesde lid, onder a en b, en artikel 1:8, eerste lid, onder a en b, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012 (de APV). De strekking van deze artikelen is, kort samengevat, dat een openbare inrichting in het belang van de openbare orde of de leefbaarheid in de omgeving kan worden gesloten.

3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester bevoegd is om het pand, waarin [horeca-inrichting] is gevestigd, op grond van voornoemde artikelen te sluiten.

Uit het bestreden besluit blijkt, hoewel summier gemotiveerd, voldoende dat sprake is van een ernstige vrees dat een ernstige aantasting van de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de inrichting of in de omgeving van de inrichting zal plaatsvinden. Op grond van de hiervoor genoemde artikelen is de burgemeester bevoegd om maatregelen te nemen ter bescherming van de openbare orde en de inrichting tijdelijk te sluiten, indien aannemelijk is dat er een situatie zich zal voordoen waardoor de openbare orde nadelig zal worden beïnvloed.

De burgemeester heeft zich daarbij mogen baseren op de ontvangen bestuurlijke rapportage van de Politie Eenheid Rotterdam van 29 september 2026. Uit deze bestuurlijke rapportage blijkt het volgende.

Een artiest, bekend onder de artiestennaam ‘ [artiest] ’, zal in de nacht van 2 oktober 2026 van 23.00 uur tot 3 oktober 2026 05.00 uur optreden in [horeca-inrichting] , gevestigd aan [adres] in [plaats] . Dit betreft een exclusieve live clubshow en dit optreden zal vermoedelijk uitverkocht zijn.

Op 8 september 2026 ontving de politie, basisteam Centrum, een melding van het Team Criminele Inlichtingen (een zogenoemde TCl-verstrekking) met de volgende inhoud:

Bezoekers van [horeca-inrichting] kunnen eenvoudig wapens mee naar binnen nemen.

Sommige bezoekers dragen wapens bij zich, waaronder vuurwapens en boks-

beugels. Op 2 oktober 2026 treedt [artiest] op in [horeca-inrichting] . Er wordt dan

gepoogd om hem dood te schieten.

Naar aanleiding van deze melding heeft de politie op 11 september 2026 contact opgenomen met [horeca-inrichting] en is medegedeeld dat er een concrete dreiging is op het leven van deze artiest. Op 17 september 2026 heeft de politie gesproken met [horeca-inrichting] over de getroffen veiligheidsmaatregelen. Uit het rapport blijkt dat naar inzicht van de politie deze maatregelen niet voldoende veiligheid garanderen en is de kans op een poging op het leven van deze artiest nog steeds reëel. Na intern overleg bij [horeca-inrichting] is geweigerd om verdere maatregelen te nemen ten aanzien van dit optreden.

In deze rapportage wordt verder melding gemaakt van eerdere TCI-verstrekkingen:

op 17 juni 2026 ontving de politie Amsterdam een TCI-verstrekking, waaruit bleek dat er een dreiging is op het leven van deze artiest en waarin werd vermeld dat de aard van het conflict waarin hij zich bevindt is gelegen in een gestolen lading cocaïne.

op 31 juli 2026 en 13 augustus 2026 ontving de politie Lelystad TCI-verstrekkingen waaruit bleek dat sprake was van een voortdurende dreiging op het leven deze artiest en dat ze hem wilden ‘pakken’ tijdens een concert in België. Naar aanleiding hiervan zijn twee shows in België afgelast.

op 2 september 2026 ontving de politie een nieuwe TCI-verstrekking in verband met de voortdurende dreiging op het leven van deze artiest en dat met name de optredens van deze artiest een risico zijn. De politie heeft aangegeven dat optredens voorlopig niet door kunnen gaan in verband met de veiligheid van deze artiest en de bezoekers die op zijn optredens afkomen.

Naar aanleiding van deze TCI-verstrekkingen wordt in deze rapportage vermeld dat geen veiligheidsmaatregel afdoende is om de veiligheid van deze artiest en de overige personen aanwezig in [horeca-inrichting] te waarborgen.

Gelet op het aantal en de inhoud van de TCI-verstrekkingen en met name de laatste hele concrete TCI-verstrekking van 8 september 2026, is de voorzieningenrechter met de burgemeester van oordeel dat de ernstige vrees bestaat dat een ernstige aantasting van de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de inrichting of in de omgeving van de inrichting zal plaatsvinden, namelijk de ernstige vrees dat tijdens het optreden van de artiest met de artiestennaam ‘ [artiest] ’ in [horeca-inrichting] een aanslag op zijn leven zal plaatsvinden en dat daarnaast het risico bestaat dat hierbij ook andere personen gewond zullen raken of, in het slechtste geval, zullen komen te overlijden.

In tegenstelling tot hetgeen [horeca-inrichting] ter zitting heeft aangevoerd, hoeft en mag de burgemeester geen nader onderzoek doen naar de betrouwbaarheid van de TCI-verstrekkingen, als vermeld in de rapportage. Het verzamelen van criminele inlichtingen is de exclusieve taak van de politie en het Openbaar Ministerie en valt niet onder de verantwoordelijkheid van de burgemeester. De burgemeester mag uitgaan van de juistheid van de informatie in de bestuurlijke rapportage en is dan ook op basis van die bestuurlijke rapportage en op grond van de hierboven genoemde artikelen van de APV bevoegd om [horeca-inrichting] te sluiten voor beperkte duur, zoals in het besluit is vermeld.

4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester in dit geval de sluiting van [horeca-inrichting] noodzakelijk heeft mogen achten in het belang van de openbare orde en in het belang van de openbare veiligheid. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat sprake is van een recente TCI-verstrekking (van 8 september 2026), waaruit blijkt dat sprake is van een concrete dreiging op het leven van de artiest met de artiesten-naam ‘ [artiest] ’ op 2 oktober 2026 tijdens zijn optreden in [horeca-inrichting] . Nu niet in geschil is dat dit optreden veel bezoekers zal trekken en [horeca-inrichting] mogelijk uitverkocht zal zijn, volgt hieruit dat er niet alleen een ernstige vrees is voor een aanslag op het leven van deze artiest in [horeca-inrichting] , maar dat er ook een ernstig (levens-)gevaar bestaat voor personen in zijn directe omgeving en voor de locatie(s) waar hij verblijft.

5. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat de sluiting voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Er is naar voorlopig oordeel sprake van een evenwicht tussen de bescherming van het algemeen belang bij het voorkomen van een verstoring van de openbare orde enerzijds en het individuele belang van verzoeker anderzijds.

Hoewel er geen gronden zijn aangevoerd met betrekking tot de individuele belangen van [horeca-inrichting] , neemt de voorzieningenrechter aan dat deze individuele belangen van [horeca-inrichting] zijn gelegen in een financieel en een economisch belang.

[horeca-inrichting] heeft ter zitting aangevoerd dat de burgemeester in haar besluit de door haar getroffen reguliere en aanvullende veiligheidsmaatregelen onvoldoende heeft meegewogen en gesteld dat deze maatregelen voldoende veiligheid voor de artiest en de bezoekers garanderen. Verder heeft [horeca-inrichting] gesteld dat zich nimmer incidenten in de inrichting hebben plaatsgevonden.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat uit artikel 2, eerste lid, van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens een positieve verplichting voortvloeit voor [horeca-inrichting] om, bijvoorbeeld ter bescherming van bezoekers van de club, in concrete en levensbedreigende situatie preventief op te treden. Door reguliere, en in dit geval aanvullende, veiligheidsmaatregelen te treffen voldoet [horeca-inrichting] in beginsel aan deze positieve verplichting.

Uit de bestuurlijke rapportage volgt echter dat de politie de door [horeca-inrichting] getroffen veiligheidsmaatregelen onvoldoende heeft geacht om de veiligheid van de artiest te garanderen en de kans op een liquidatiepoging op deze artiest nog steeds reëel acht.

In dit verband is in deze rapportage opgenomen dat conflicten in de onderwereld steeds vaker in de openbaarheid worden beslecht, dat uit de gedeelde informatie blijkt dat het voornemen bestaat om de artiest tijdens zijn optreden te liquideren, dat het vermoeden is dat [horeca-inrichting] uitverkocht zal zijn en dat het daarom – naast de dreiging op het leven van de artiest zelf – ook zeer aannemelijk is dat andere personen gewond zullen raken of komen te overlijden. Die dreigingen worden weggenomen door een sluiting van [horeca-inrichting] voor beperkte duur.

Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat de burgemeester de sluiting in redelijkheid heeft kunnen opleggen aan [horeca-inrichting] .

Ten aanzien van de stelling van [horeca-inrichting] dat het bestreden besluit van de burgemeester onzorgvuldig is en onvoldoende is gemotiveerd, omdat in het besluit niet is toegelicht waarom de door [horeca-inrichting] getroffen veiligheidsmaatregelen ontoereikend zijn, overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

Niet in geschil is dat de politie op 11 september 2026 contact heeft opgenomen met [horeca-inrichting] over de binnengekomen TCI-verstrekking van 8 september 2026 en de concrete dreiging op het leven van de artiest [artiest] tijdens zijn optreden in [horeca-inrichting] op

2 oktober 2026 en dat gesproken is over de door [horeca-inrichting] getroffen reguliere en aanvullende veiligheidsmaatregelen. In de bestuurlijke rapportage staat hieromtrent vermeld dat naar inzicht van de politie deze maatregelen niet voldoende zijn om de veiligheid te garanderen en dat de kans op een poging op het leven van deze artiest nog steeds reëel is.

Hoewel de politie niet heeft uitgelegd waarom de getroffen maatregelen ontoereikend zijn, moet de burgemeester uitgaan van het inzicht van de politie. De burgemeester is namelijk op grond van artikel 172 van de Gemeentewet verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid in de gemeente. Gelet op de ernstige vrees dat er een situatie zich zal voordoen waardoor de openbare orde (ernstig) zal worden verstoord, hoeft zij in het bestreden besluit niet nader toe te lichten waarom de door [horeca-inrichting] getroffen veiligheidsmaatregelen niet toereikend zouden zijn. Het betoog van [horeca-inrichting] faalt.

De voorzieningenrechter ziet in dit geval geen aanleiding om te kunnen volstaan met een lichtere maatregel dan een sluiting van [horeca-inrichting] .

De voorzieningenrechter acht daarbij van belang dat de politie met [horeca-inrichting] heeft gesproken over de door Thalia getroffen veiligheidsmaatregelen en dat naar inzicht van de politie de door [horeca-inrichting] getroffen maatregelen niet voldoende veiligheid garanderen en de kans op een liquidatiepoging op de artiest [artiest] nog steeds reëel is.

Ook met andere, minder vergaande maatregelen, zoals bijvoorbeeld extra surveillance, kan de gevreesde dreiging niet worden afgewend. Dit volgt reeds uit de aard van de dreiging, te weten het risico dat deze artiest of andere bezoekers van [horeca-inrichting] het slachtoffer worden van een aanslag op het leven van deze artiest.

Dit maakt dat de door [horeca-inrichting] getroffen veiligheidsmaatregelen, anders dan [horeca-inrichting] meent, onvoldoende grond bieden voor de conclusie dat de melding in de TCI-verstrekking van 8 september 2026 (dat bezoekers van [horeca-inrichting] eenvoudig wapens mee naar binnen kunnen nemen) evident onjuist is.

6. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek van [horeca-inrichting] dus af.

De voorzieningenrechter ziet wel aanleiding om de duur van de maatregel van sluiting van [horeca-inrichting] te beperken tot 12:00 uur op 3 oktober 2026, gelet op gestelde programmering van [horeca-inrichting] op die dag vanaf 15:00 uur. Hierin ziet de voorzieningenrechter echter geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht.

7. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Deze uitspraak is in het openbaar uitgesproken door mr. E.J. Rutten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.J. Bes, griffier.

griffier

Voorzieningenrechter

Een proces-verbaal van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. D.J. Bes

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand