RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11947918 CV EXPL 25-23512
datum uitspraak: 9 oktober 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Aegon Levensverzekering N.V.,
vestigingsplaats: Den Haag,
eiseres,
gemachtigde: mr. E.L.B. Hundscheidt,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [plaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna ‘Aegon’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 16 oktober 2025, met bijlagen;
de rolbeslissing van 26 november 2025;
de akte uitlating van Aegon van 1 december 2025, met bijlage;
de mail van [gedaagde] van 10 december 2025 aan de rechtbank;
de mail van Aegon van 8 september 2026 aan de rechtbank, met bijlage.
Op 9 september 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken met de gemachtigde van Aegon en [gedaagde] .
2. De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
[gedaagde] huurt sinds 2 september 2022 van Aegon de woning met berging aan de [adres] in [plaats] . De huur is nu € 1.232,51 per maand. Op dit moment is er een huurachterstand. Aegon eist dat [gedaagde] die huurachterstand met kosten en rente betaalt en dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt. [gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen en de woning verlaten. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Huurachterstand
Aegon heeft gesteld dat de huurachterstand tot en met september 2026 € 16.506,30 bedraagt. [gedaagde] heeft daartegenover op de zitting gesteld dat hij de huur van februari tot en met april 2026 heeft betaald. Het had op zijn weg gelegen om zijn betalingsverweer met stukken te onderbouwen zoals betaalbewijzen. Omdat [gedaagde] dat niet heeft gedaan, gaat de kantonrechter ervan uit dat de gestelde huurachterstand klopt. [gedaagde] wordt dan ook veroordeeld om € 16.506,30 aan Aegon te betalen.
Ontbinding huurovereenkomst
De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] verplicht was om de huur op tijd te betalen en dat niet heeft gedaan (artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek). De huurachterstand is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen. Dat is meestal zo bij een achterstand van meer dan drie maanden, maar de kantonrechter moet rekening houden met alle omstandigheden. De kantonrechter heeft er in dit geval rekening mee gehouden dat er een aanzienlijke huurachterstand is en dat de lopende huur sinds het uitbrengen van de dagvaarding grotendeels niet is betaald zodat de achterstand blijft oplopen. Daarnaast heeft [gedaagde] op de zitting toegelicht dat hij op dit moment geen inkomen heeft en dat hij van plan is om de huur op te zeggen. Er is dan ook geen enkele toekomstperspectief dat [gedaagde] de lopende huur consequent zal betalen en de huurachterstand binnen afzienbare tijd zal aflossen.
Ontruiming en gebruiksvergoeding
Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moet [gedaagde] de woning met al zijn spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen nadat dit vonnis is betekend.
Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 1.232,51 per maand betalen (artikel 7:225 BW). Aegon eist ook een vergoeding voor de rest van de maand, maar heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde] die moet betalen. Daarom wordt dit deel van de eis afgewezen. Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW) als voor het verhogen van de huur.
Geen incassokosten en rente
De kantonrechter wijst de incassokosten en de rente af. In artikel 11.4 van de algemene voorwaarden van Aegon staat hierover namelijk een oneerlijke bepaling. Omdat die bepaling oneerlijk is, mag Aegon daar geen beroep op doen en kan zij ook geen aanspraak maken op de incassokosten en rente uit de wet. De bepaling is oneerlijk, omdat daarin staat dat de huurder een boete moet betalen als gedaagde niet aan de verplichtingen uit de overeenkomst en de algemene voorwaarden voldoet. Daaronder valt ook het op tijd betalen van de huur. Op grond van de wet zou de huurder als hij te laat betaalt alleen de wettelijke rente en incassokosten moeten betalen. Aegon wijkt met de boete dus in het nadeel van een huurder af van de wet door daarnaast een boete op te leggen. Dat maakt deze bepaling hier oneerlijk.
Verdere ambtshalve toetsing
De kantonrechter heeft onderzocht of er nog andere oneerlijke bepalingen zijn in de huurvoorwaarden, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst. Ook is onderzocht of een deel van de eis moet worden afgewezen omdat [gedaagde] onvoldoende of onjuiste informatie heeft gekregen. Dat is niet het geval.
Proceskosten
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Aegon moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 543,- aan griffierecht, € 720,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 360,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.552,45. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Aegon dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Aegon te betalen € 16.506,30;
ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning en berging aan de [adres] in [plaats] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Aegon te stellen;
veroordeelt [gedaagde] om vanaf oktober 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Aegon te betalen € 1.232,51 per maand met de verhoging die is toegestaan;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Aegon worden begroot op € 1.552,45;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
53954