ECLI:NL:RBROT:2026:13531

ECLI:NL:RBROT:2026:13531

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 06-10-2026
Datum publicatie 08-10-2026
Zaaknummer FT RK 26-465
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Turboliquidatie in het licht van een faillissement, tijdens de periode van de aanhouding van de behandeling van het faillissementsverzoek, is gelet op de timing opmerkelijk maar niet gesteld of gebleken is dat hiervan misbruik is gemaakt. Niet summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat er nog (potentiële) baten zijn.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

Rekestnummer: [nummer]

BESCHIKKING op het verzoek van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster]

gevestigd te [plaats 1]

verzoekster,

advocaat: mr. R.E. Verkerke,

strekkende tot faillietverklaring van:

de stichting

[verweerster]

gevestigd te [plaats 2] ,

verweerster.

1. De procedure

Op 4 augustus 2026 heeft verzoekster een verzoekschrift (met producties) ingediend tot faillietverklaring van verweerster.

Op verzoek van partijen is de behandeling daarvan op 1 september 2026 aangehouden naar 29 september 2026. Met haar e-mail bericht van 30 augustus 2026 heeft verweerster een bestuursbesluit en aanvullende stukken inzake de ontbinding van verweerster ingediend. Met haar e-mail van 24 september 2026 heeft verzoekster aanvullende producties ingediend. Tevens heeft verzoekster gemotiveerd om een langere behandeltijd verzocht. Op 28 september 2026 heeft verweerster een verweerschrift ingediend.

Op 29 september 2026 is het verzoek in raadkamer behandeld. Namens verzoekster is mr. Verkerke verschenen en namens verweerster is de heer [naam] , met machtiging van verweerster, verschenen.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2. De standpunten

Standpunt verzoekster

Het standpunt van verzoekster kan als volgt worden samengevat.

Verzoekster heeft krachtens een mondeling gesloten overeenkomst van opdracht

werkzaamheden voor verweerster verricht. Deze werkzaamheden zijn uitgevoerd

in 2022. Op 25 januari 2023 heeft verzoekster met verweerster afgesproken dat zij

als tegenprestatie voor de werkzaamheden 12 termijnen van € 2.500,= exclusief 21% btw zou factureren. Deze facturen zijn na sommatie en ingebrekestelling onbetaald gebleven. Volgens verzoekster is er sprake van pluraliteit van schuldeisers. Er is sprake van twee steunvorderingen, die niet door verweerster worden betwist. Dat betreft: (1) Skywala Media ad € 21.777,41 en (2) Qo B.V. ad € 2.722,20.

Verzoekster stelt vast dat verweerster is ontbonden, nadat het faillissementsrekest op 4

augustus 2026 is ingediend. Volgens verzoekster kan een ontbonden rechtspersoon toch failliet worden verklaard. Een ontbonden rechtspersoon kan in ieder geval voor de afwikkeling van het faillissement blijven voortbestaan. Dat er, zoals verweerster stelt, geen baten zijn, is niet juist. Verweerster en de [bedrijf 1] Entiteiten, waaronder [bedrijf 2] , allemaal toebehorend aan de heer [naam] , hebben diverse natuurlijke en rechtspersonen

ingeschakeld bij hun bedrijfsactiviteiten. Het inhuren van dienstverleners geschiedt

vanuit de verweerster. Verweerster genereerde zelf geen inkomsten. Het geld dat nodig was om de opdrachtnemers vanuit verweerster te betalen, was afkomstig van de entiteit waarin de zakelijke activiteiten van de [bedrijf 1] Groep waren ondergebracht. Dat betreft (onder meer) [bedrijf 2] heeft meer dan voldoende baten volgens de meest recent gepubliceerde jaarrekening. Dat betreft de jaarrekening over 2023 die werd vastgesteld op 1 april 2025. Volgens deze jaarrekening heeft [bedrijf 2] een eigen vermogen van ruim € 117 miljoen en ook aan vlottende activa was er geen

gebrek, ruim € 4,5 miljoen. De business zit dus in [bedrijf 2] en daarvan is recentelijk ook door verzoekster het faillissement aangevraagd bij de rechtbank Amsterdam.

Verder blijkt uit de door verweerster overgelegde productie 6 dat verweerster tegenwoordig wordt gefinancierd vanuit [bedrijf 3] .. Op 21 augustus 2026 ontving verweerster € 1.800,- en op 14 augustus 2026 ontving verweerster € 11.150,- van [bedrijf 3] . Dus ook bij [bedrijf 3] . zitten baten waarmee de schuldeisers van verweerster kunnen worden betaald. De conclusie is dat verweerster nooit eigen inkomsten heeft gehad. Het was louter een vehikel uit de [bedrijf 1] Group dat er toe diende om contracten met dienstverleners aan te gaan. Verweerster werd gefinancierd door (onder meer) [bedrijf 2] , waarin geld genoeg zit. Er is een stuwmeer aan geld bij de andere entiteiten, maar het komt niet naar verweerster. De stelling dat verweerster geen baten heeft, gaat dus niet op. Zij kon immers altijd over de baten, van bijvoorbeeld [bedrijf 2] , beschikken en niet valt in te zien waarom de schuldeisers van verweerster ook niet met de baten van [bedrijf 2] kunnen worden voldaan. Het is verzoekster bekend dat er vele andere schuldeisers zijn. Verweerster laat een spoor van vernieling na door toedoen van de bestuurders. Het is ook in het maatschappelijk belang dat er een faillissement komt en dat een curator alles goed uitzoekt. Verzoekster heeft geen vertrouwen meer in de door de heer [naam] ter zitting aangeboden oplossing en persisteert bij de faillissementsaanvraag.

Standpunt verweerster

Het standpunt van verweerster kan als volgt worden samengevat.

Verweerster is op 25 augustus 2026 ontbonden en wegens het ontbreken van baten opgehouden te bestaan. De ontbinding is op 26 augustus 2026 bij de Kamer van Koophandel gemeld. De financiële stukken en aanvullende informatie behorende bij de turboliquidatie zijn vervolgens bij de Kamer van Koophandel gedeponeerd.

Het besluit om verweerster niet voort te zetten lag reeds vóór de ontbinding in de lijn. Het bestuur van [naam stichting] (de bestuurder van verweerster) wilde operationele en commercieel gerichte activiteiten niet langer binnen haar bestuurlijke verantwoordelijkheid voortzetten. Daarbij speelde dat zojuist opnieuw discussie met de Belastingdienst was ontstaan over het ondernemerschap en de btw-positie van verweerster, met als gevolg dat eerder ontvangen btw-teruggaven worden nageheven. Tegen de achtergrond van de financiële positie van verweerster vormde dit voor het bestuur aanleiding de beëindiging te versnellen. Bij de financiële afwikkeling bleek dat verweerster geen baten meer had, waarna het bestuur van [naam stichting] tot ontbinding heeft besloten.

Nadat verweerster wegens het ontbreken van baten was ontbonden, heeft de heer [naam] in zijn rol als founder van het [bedrijf 1] -ecosysteem vanuit [bedrijf 4] het initiatief genomen om te onderzoeken of los van verweerster een minnelijke oplossing voor de betrokken schuldeisers kon worden bereikt. Op 31 augustus 2026 zijn de betrokken schuldeisers, waaronder verzoekster, daarover benaderd. Het uitgangspunt daarbij was dat een eventuele oplossing zou leiden tot beëindiging van de lopende faillissementsprocedure.

In verband daarmee is de behandeling aangehouden naar 29 september 2026. Met verzoekster is vervolgens daadwerkelijk een mogelijke minnelijke oplossing besproken. Daarover is geen overeenstemming bereikt. Het initiatief van de heer [naam] stond los van de vermogenspositie van verweerster. Vanuit zijn verantwoordelijkheidsgevoel als founder heeft hij onverplicht geprobeerd om tot een oplossing voor de achtergebleven schuldeisers te komen. Daaruit ontstond geen bate of vordering van verweerster op [bedrijf 4] of enige andere rechtspersoon.

Ter zitting van heden herhaalt de heer [naam] zijn bedoeling om een en ander goed en buiten een faillissement om op te lossen. Daartoe stelt hij meer tijd nodig te hebben. Hij is in gesprek met diverse grote partijen die overwegen om een financiering te verstrekken. De verwachting wordt uitgesproken dat voor het einde van dit jaar een concreet betalingsaanbod kan worden gedaan om een en ander op te kunnen oplossen.

Niet wordt betwist dat ten tijde van haar beëindiging schulden resteerden. De door verzoekster gestelde vorderingen worden dan ook niet betwist. Voor de faillietverklaring van een ontbonden rechtspersoon dient summierlijk te blijken van feiten en omstandigheden die de aanwezigheid van één of meer bestaande of mogelijke baten voldoende aannemelijk maken. Daarvan is hier geen sprake. Uit de financiële administratie en de bij de Kamer van Koophandel gedeponeerde stukken blijkt dat verweerster per ontbindingsdatum geen liquide middelen, materiële activa of realiseerbare vorderingen meer had. Tevens is toegelicht dat in 2023 uitgereikte facturen volledig waren gecrediteerd en dat aan de fiscale positie per ontbindingsdatum geen realiseerbare waarde kon worden toegekend. De staat van baten en lasten over 1 januari tot en met 25 augustus 2026 laat geen baten zien en vermeldt €331.090,26 aan lasten.

De stelling van verzoekster dat verweerster is gebruikt als vehikel en schuldeisers daardoor zijn benadeeld, wordt door verweerster uitdrukkelijk betwist. Tussen verweerster en andere [bedrijf 1] -entiteiten bestonden zakelijke en financiële relaties. Voor zover andere [bedrijf 1] -entiteiten middelen aan verweerster ter beschikking hebben gesteld, zijn deze in de administratie verwerkt als rekening-courantschulden van verweerster. Verweerster had deze bedragen dus te betalen aan de betreffende rechtspersonen en niet van hen te ontvangen. Per ontbindingsdatum bestonden uit deze verhoudingen geen realiseerbare vorderingen van verweerster. Bij de beëindiging zijn geen materiële activa of realiseerbare vorderingen van verweerster aan andere [bedrijf 1] -entiteiten of gerechtigden overgedragen of uitgekeerd. De gedurende de bedrijfsvoering beschikbare liquide middelen zijn aangewend voor kosten en verplichtingen van verweerster.

Er hebben geen uitkeringen aan bestuurders of andere gerechtigden plaatsgevonden.

De administratie van verweerster bevatte per ontbindingsdatum geen andere bestaande of mogelijke bate, waaronder een vordering of ander vermogensrecht. Daarmee is niet summierlijk gebleken van feiten en omstandigheden die de aanwezigheid van één of

meer bestaande of mogelijke baten voldoende aannemelijk maken. Verweerster verzoekt het verzoek af te wijzen.

3. De beoordeling

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.

Dat verzoekster middels turboliquidatie is ontbonden, is niet in geschil tussen partijen. Turboliquidatie in het licht van een faillissement, tijdens de periode van de aanhouding van de behandeling van het faillissementsverzoek, is gelet op de timing opmerkelijk maar niet gesteld of gebleken is dat hiervan misbruik is gemaakt.

De rechtbank stelt voorop dat het faillissement van een ontbonden rechtspersoon kan worden uitgesproken. Op grond van artikel 2:19 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) houdt een rechtspersoon, indien hij op het tijdstip van zijn ontbinding geen baten meer heeft, alsdan op te bestaan. Indien een schuldeiser, stellende dat een rechtspersoon nog baten heeft, diens faillissement aanvraagt en vervolgens summierlijk blijkt van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat er nog baten zijn, kan, indien aan de overige vereisten voor faillietverklaring is voldaan, het faillissement worden uitgesproken en moet de rechtspersoon geacht worden ter afwikkeling van het faillissement te zijn blijven bestaan. Zie Hoge Raad 27 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1631, NJ 1995/579.

De hoofdvordering en de steunvorderingen worden niet door verweerster betwist. Nu vast is komen te staan dat verzoekster een bedrag te vorderen heeft van verweerster en dit bedrag door verweerster onbetaald is gelaten en daarnaast van het bestaan van meerdere vorderingen is gebleken, is daarmee summierlijk gebleken van het bestaan van feiten of omstandigheden welke aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen en van het vorderingsrecht van verzoekster. In zoverre ligt het verzoek voor toewijzing gereed.

Echter, gelet op de inhoud van de ingediende stukken en het partijdebat ter zitting is naar het oordeel van de rechtbank door verzoekster onvoldoende naar voren gebracht om te kunnen concluderen dat summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die de aanwezigheid van één of meer baten voldoende aannemelijk maken.

Verzoekster heeft zelf gesteld dat verweerster geen inkomsten genereerde. Het geld dat nodig was om de opdrachtnemers vanuit verweerster te betalen, werd gefinancierd vanuit de entiteiten waarin de zakelijke activiteiten van de [bedrijf 1] Groep waren ondergebracht. Gesteld wordt dat die andere entiteiten, waaronder [bedrijf 2] meer dan voldoende baten hebben. Niet valt echter in te zien dat dat in dit deze procedure een bate van of voor verweerster oplevert. Ook de producties, waaronder de jaarrekening van 2023 en de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 12 mei 2026, waarop verzoekster een beroep doet, verwijzen naar andere entiteiten dan verweerster, zodat ook dat geen aanleiding geeft om een potentiële bate van verweerster te veronderstellen.

Voor zover verzoeker met het verzoek beoogt onderzoek te laten doen naar mogelijk dubieuze praktijken bij verweerster en andere entiteiten binnen de [bedrijf 1] Group, wordt overwogen dat - daargelaten de vraag of een faillissementsprocedure daarvoor de geëigende route is - de door verzoeker opgeworpen bedenkingen daarvoor onvoldoende zijn.

Al het voorgaande leidt tot de conclusie dat het faillissement niet kan worden uitgesproken, nu niet summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat er nog (potentiële) baten zijn. Het verzoek tot faillietverklaring wordt hierom afgewezen.

4. De beslissing

De rechtbank:

- wijst af het verzoek tot faillietverklaring;

Deze beschikking is op 6 oktober 2026 gegeven door mr. M.C. Franken, rechter, in aanwezigheid van mr. J.J.P. van Wieringen, griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.C. Franken

Griffier

  • mr. J.J.P. van Wieringen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand