ECLI:NL:RBROT:2026:13632

ECLI:NL:RBROT:2026:13632

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 24-09-2026
Datum publicatie 09-10-2026
Zaaknummer ROT 25/2752
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Proces-verbaal
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Mondelinge uitspraak. Hoogte WIA-maandloon. Geen bijzondere omstandigheden waardoor het UWV had moeten afwijken van de regels van het Dagloonbesluit. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

[naam eiser] , uit [plaats] eiser

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/2752

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 september 2026 in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. M. Dadashzadeh),

en

(gemachtigden: [naam gemachtigde 1] en [naam gemachtigde 2] ).

Procesverloop

1. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering. Die uitkering is toegekend in het besluit van 30 augustus 2024. Eiser is het niet eens met de hoogte van het WIA-dagloon. Met het bestreden besluit van 20 februari 2025 op het bezwaar van eiser is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

3. De rechtbank heeft het beroep op 24 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van het UWV.

Beslissing

4. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit

5. Het UWV heeft in het bestreden besluit toegelicht dat hij het WIA-maandloon heeft berekend volgens de regels van het Dagloonbesluit. Daaruit volgt dat het WIA-maandloon wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde loon dat eiser verdiende in het jaar voordat hij ziek werd. Aangezien eiser zich op 15 september 2022 heeft ziekgemeld en alleen hele maanden meetellen voor de berekening van het maandloon, is de relevante periode waarover het maandloon wordt berekend de periode 1 september 2021 tot en met 31 augustus 2022. De regels van het Dagloonbesluit geven geen ruimte om rekening te houden met het salaris dat eiser ontving van de werkgever [naam werkgever] in de periode 1 september 2022 tot 15 september 2022. Ook is er geen ruimte om rekening te houden met het feit dat eiser in het verleden altijd fulltime heeft gewerkt. Dat er een verschil is tussen de hoogte van de Ziektewetuitkering die eiser ontving en de hoogte van het WIA-maandloon is vervelend, maar is het gevolg van de wettelijke regels.

Beroepsgronden

6. Eiser voert aan dat zijn WIA-maandloon te laag is vastgesteld. Het strikt hanteren van de regels uit het Dagloonbesluit heeft onevenredige gevolgen, zodat daarvan moet worden afgeweken. Het loon dat eiser verdiende in de referteperiode 1 september 2021 tot en met 31 augustus 2022 is geen redelijke afspiegeling van zijn werkelijke loon. Eiser is in 2019 ziek geworden vanuit een fulltime dienstverband van 40 uur per week. Vervolgens is hij door het UWV ten onrechte beter gemeld per 24 mei 2020. Uiteindelijk heeft eiser noodgedwongen nieuw werk aanvaard bij In2Value voor 24 uur per week. Deze uren heeft hij daarna langzaam opgebouwd en daarnaast volgde eiser therapieën. Om meer te gaan verdienen is hij per 1 september 2022 in dienst getreden van [naam werkgever] . Twee weken na indiensttreding is eiser echter ziek geworden, waarna het dienstverband in de proefperiode is beëindigd. In deze omstandigheden vindt eiser het niet redelijk dat het UWV vasthoudt aan de hoofdregel dat het WIA-maandloon wordt gebaseerd op het verdiende loon in de referteperiode. Het UWV had dus maatwerk moeten bieden, in navolging van de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep van onder meer 30 juli 2024 (ECLI:NL:CRVB:2024:1525) en 29 november 2023 (ECLI:NL:CRVB:2023:2202).

Beoordeling beroepsgronden

7. De rechtbank stelt voorop dat niet in geschil is dat de wijze waarop het UWV het dagloon heeft berekend in overeenstemming is met de daarvoor geldende bepalingen in de Wet WIA en het Dagloonbesluit. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het UWV in het geval van eiser van de voorgeschreven berekeningswijze had moeten afwijken.

8. Met het bestreden besluit heeft het UWV toepassing gegeven aan artikel 16 van het Dagloonbesluit. Dit betekent dat het bestreden besluit berust op een gebonden bevoegdheid die is neergelegd in een algemeen verbindend voorschrift, niet zijnde een wet in formele zin. Bij een gebonden bevoegdheid heeft op het niveau van het algemeen verbindend voorschrift al een belangenafweging in algemene zin plaatsgevonden. De uitkomst daarvan is neergelegd in de voorwaarden voor de uitoefening van die bevoegdheid. Daarmee is in beginsel ook de evenredigheid van het besluit gegeven. Hiervan kan alleen worden afgeweken als er bijzondere omstandigheden zijn waardoor het besluit onevenredig bezwarend is. Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank in deze zaak geen sprake.

9. De referteperiode voor de vaststelling van het dagloon volgt dwingend uit artikel 13, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 13, eerste lid, van het Dagloonbesluit. De gedachte achter het hanteren van deze referteperiode is dat de hoogte van de WIA-uitkering wordt afgestemd op het niveau van welvaart in de referteperiode. Dit wordt berekend op basis van het loon dat iemand daadwerkelijk heeft ontvangen tijdens de gehele referteperiode (het historische dagloon). Hieraan is inherent dat periodes waarin minder loon is genoten tijdens de referteperiode, een negatieve invloed hebben op de hoogte van het dagloon. De besluitgever heeft hiermee rekening gehouden en maakt daarbij geen onderscheid naar de reden waarom in een periode minder loon is ontvangen. De rechtbank heeft er begrip voor dat eiser er alles aan heeft gedaan om weer volledig te gaan werken, met de beperkingen die hij had. Dat eiser in de referteperiode niet fulltime kon werken en daardoor in de referteperiode minder loon verdiende dan voor hij ziek was, en ook minder dan het loon dat hij daarna verdiende bij [naam werkgever] , is niet een bijzondere omstandigheid die het bestreden besluit onevenredig bezwarend maakt. De rechtspraak waar eiser een beroep op heeft gedaan ziet op andere situaties en maakt niet dat verweerder in dit geval had moeten afwijken van het Dagloonbesluit. De beroepsgronden slagen niet.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.N. Foppen, rechter, in aanwezigheid van G.I. Heijblom, griffier.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand