ECLI:NL:RBROT:2026:13635

ECLI:NL:RBROT:2026:13635

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 05-10-2026
Datum publicatie 09-10-2026
Zaaknummer ROT 25/7025
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Varia. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de door de rechtbank in de (onherroepelijke) uitspraak van 13 mei 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:5875) geconstateerde gebreken met het bestreden besluit heeft hersteld.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 oktober 2026 in de zaak tussen

[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/7025

(gemachtigde: mr. P.J. de Bruin),

en

(gemachtigde: mr. A. Hielkema).

1. Na de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 mei 2025 heeft het college op 31 juli 2025 een nieuwe beslissing op bezwaar (het bestreden besluit) genomen. Het college is bij de afwijzing van het verzoek om het kantooradres van eiseres aan te wijzen als briefadres gebleven. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres daartegen heeft ingesteld.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de door de rechtbank in de (onherroepelijke) uitspraak van 13 mei 2025 geconstateerde gebreken met het bestreden besluit heeft hersteld. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Voor de voorgeschiedenis verwijst de rechtbank naar de hiervoor genoemde uitspraak van 13 mei 2025.

In de beslissing op bezwaar van 31 juli 2025 heeft het college opnieuw beslist op het bezwaarschrift van eiseres nadat de rechtbank de eerdere beslissing op bezwaar heeft vernietigd. Het college heeft de aanvraag opnieuw afgewezen.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift, met als bijlage de in bezwaar ingediende reactie van cluster Dienstverlening, directie Burgerzaken en belastingen van 3 juli 2025 (reactie BZ).

De rechtbank heeft het beroep op 26 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, vergezeld door [persoon A] , en de gemachtigde van het college vergezeld door mr. P.A.M. Badal.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

3. Eiseres is een stichting die volgens haar statuten als doel heeft ‘het bieden van hulp en begeleiding aan personen en bedrijven die door omstandigheden niet kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven of daar moeite mee hebben’. Om dit doel te verwezenlijken heeft eiseres bij het college een verzoek gedaan om het mogelijk te maken haar kantooradres als briefadres te kunnen gebruiken voor haar doelgroep. Eiseres is van mening dat zij een doelgroep vertegenwoordigt die nog geen mogelijkheid heeft om een briefadres aan te vragen. Eiseres richt zich op cliënten die een inkomen hebben en zelfredzaam zijn, die door omstandigheden geen woonadres hebben waar zij ingeschreven kunnen worden in de basisregistratie personen (brp) en die een duwtje in de rug nodig hebben om te zorgen dat zij weer kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven en wel op een woonadres kunnen worden ingeschreven in de brp.

De uitspraak van 13 mei 2025

4. In de onherroepelijke uitspraak van 13 mei 2025 heeft de rechtbank geoordeeld dat het besluit van 21 maart 2024 in strijd is met de vereiste zorgvuldigheid en het motiveringsbeginsel. De rechtbank heeft overwogen dat eiseres gemotiveerd naar voren heeft gebracht dat zij een andere doelgroep beoogt te helpen dan de doelgroep van de instellingen die het college heeft aangewezen als briefadresgever of als adres waarop burgers zich kunnen inschrijven met een briefadres. De enkele motivering van het college dat het ‘cluster maatschappelijke ontwikkeling’ heeft aangegeven dat er voldoende instellingen zijn, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om de afwijzing van de aanvraag van eiseres te onderbouwen. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat de stelling van het college dat niet elke willekeurige instelling aangewezen moet worden als briefadresgever ook onvoldoende is om de afwijzing van de aanvraag te onderbouwen. Tot slot heeft de rechtbank geoordeeld dat de stelling van het college dat slechts een instelling die maatschappelijke ondersteuning biedt in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) als briefadresgever kan worden aangewezen, niet volgt uit de tekst van artikel 2.42, aanhef en onder b, van de Wet brp of de toelichting daarop van de wetgever, zodat deze stelling niet zonder nader kenbaar beleid van het college aan de afwijzing van de aanvraag van eiseres ten grondslag kan worden gelegd.

Het bestreden besluit

5. In het bestreden besluit heeft het college het besluit van 21 maart 2024 gehandhaafd, onder aanvulling van de motivering van de afwijzing, waarbij verwezen wordt naar de reactie van BZ die onderdeel uitmaakt van het bestreden besluit. Uit die reactie volgt dat het college weliswaar (nog) geen beleidsregels heeft, maar dat er wel een vaste gedragslijn is. Het college heeft toegelicht waarom daarop voor eiseres geen uitzondering wordt gemaakt. De hoofdregel van de Wet brp is dat een ingezetene wordt ingeschreven op een woonadres. Op de hoofdregel is een uitzondering mogelijk, door inschrijving op een briefadres. Op basis van de gedragslijn en de uitzonderingen worden drie groepen instellingen en bedrijven als briefadres aangewezen. Op grond van 2.40, vierde lid, van de Wet brp zijn dit instellingen die maatschappelijke opvang en beschermd wonen bieden, op grond van artikel 2.42, onder b, van de Wet brp bedrijven die als erkend referent zijn opgenomen in het IND-register voor kennismigranten en instellingen als rechtspersoon waarmee de gemeente ooit een contractuele of subsidierelatie is aangegaan. Het college stelt zich op het standpunt dat eiseres niet onder één van deze categorieën valt. Daarbij heeft het college conform de uitspraak van 13 mei 2025 erkend dat het bij instellingen niet alleen om een WMO-instelling hoeft te gaan. Ten aanzien van de groep rechtspersonen heeft het college nog aanvullend verwezen naar de Memorie van Toelichting bij artikel 11.1 onder e, Wet brp, ter onderbouwing van het standpunt van het college dat voorkomen moet worden dat iedere willekeurige rechtspersoon als houder van een briefadres kan worden aangewezen. Het college stelt zich verder op het standpunt dat het niet noodzakelijk is om eiseres als briefadresgever aan te merken om de wettelijke plicht tot inschrijven te waarborgen voor haar cliënten. De doelgroep van eiseres ziet op zelfredzame personen, weliswaar zonder woonadres, maar die doelgroep kan ook door eiseres geholpen worden met een inschrijving op het gemeentelijke briefadres. De daarmee gemoeide wachttijd geldt voor iedere aanvraag voor een briefadres en is inherent aan de uitvoeringspraktijk. Beoordeling

6. De rechtbank dient als eerste te beoordelen of eiseres ten onrechte niet opnieuw nog een keer is gehoord. Daarna wordt beoordeeld of het college de gebreken heeft hersteld.

Had het college eiseres opnieuw moeten horen in bezwaar?

Eiseres voert aan dat zij ten onrechte niet opnieuw is gehoord voordat het college een nieuwe beslissing op het bezwaar nam.

Deze beroepsgrond slaagt niet. In een situatie zoals in onderhavige procedure, waarbij een beslissing op bezwaar door de rechter in beroep is vernietigd, zal bij het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar onder omstandigheden ook buiten de gevallen genoemd in artikel 7:3 van de Awb van het horen mogen worden afgezien. Dat zal met name het geval zijn als er geen nieuwe feiten of gegevens zijn zodat in redelijkheid kan worden verwacht dat het opnieuw horen van de belanghebbende tot niet meer zal kunnen leiden dan een herhaling van de al eerder naar voren gebrachte bezwaren. De rechtbank is van oordeel dat een dergelijke situatie zich hier voordoet. Eiseres heeft, afgezet tegen wat eiseres in het beroep tegen het besluit van 21 maart 2024 heeft aangevoerd, namelijk geen nieuwe feiten of gegevens naar voren gebracht tegen het bestreden besluit. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat het college eiseres niet opnieuw in bezwaar hoefde te horen.

Heeft het college de geconstateerde gebreken hersteld?

8. Eiseres voert aan dat het college de geconstateerde gebreken niet heeft hersteld. Eiseres betoogt dat de alternatieven die het college noemt, zoals een inschrijving met een gemeentelijk briefadres, ongeschikt zijn voor haar cliënten. Een cliënt heeft een adres nodig om te kunnen werken en om een arbeidsongeschiktheidsuitkering of werkloosheidsuitkering te kunnen ontvangen. Werknemers kunnen op non-actief worden gesteld vanwege het ontbreken van een woon- of briefadres. Zelfstandigen raken mogelijk hun inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel kwijt, daardoor ook hun btw-nummer, en kunnen dan niet factureren. De wachttijd van acht weken voor een gemeentelijk briefadres is daarom te lang. Eiseres ondervindt veel problemen in haar hulpverlening omdat zij geen briefadres kan aanbieden aan haar cliënten.

De rechtbank stelt vast dat uit de systematiek van de Wet brp volgt dat de hoofdregel is dat een ingezetene zich inschrijft op een woonadres. In artikel 2.23, eerste lid, van de Wet brp is bepaald dat op aangifte een briefadres wordt opgenomen indien het woonadres ontbreekt. De zinsnede ‘indien het woonadres ontbreekt’ geeft aan dat het gaat om een uitzondering. Als een woonadres ontbreekt kan een ingezeten zich inschrijven met een briefadres. Uit de Memorie van Toelichting bij de Wet brp volgt dat uit de definitie van het begrip ‘briefadresgever’ blijkt dat zowel een natuurlijke persoon als een daartoe door het college van burgemeester en wethouders aangewezen rechtspersoon als briefadresgever kan optreden. Met name voor ingezetenen die niet altijd kunnen terugvallen op familie of vrienden voor het verlenen van een briefadres, zoals dak- en thuislozen of (ex-)gedetineerden, is het wenselijk gebleken om in het wetsvoorstel een regeling op te nemen die ook het kiezen van een briefadres bij een rechtspersoon toestaat. In de Memorie van Toelichting is daarbij expliciet opgenomen dat het daarbij voor de hand ligt te voorkomen dat iedere willekeurige rechtspersoon als houder van een briefadres kan worden aangewezen.

De rechtbank stelt ook vast dat het college beleidsruimte heeft voor het aanwijzen van instellingen als briefadresgever. Het college heeft met een gedragslijn invulling gegeven aan de manier waarop hij kiest welke instellingen hij als briefadresgever aanwijst. Het college mag bij de besluitvorming een vaste gedragslijn volgen die niet is neergelegd in een beleidsregel. Daarbij geldt wel dat de vaste gedragslijn niet kennelijk onredelijk mag zijn, niet onjuist mag worden toegepast en de toepassing in elk besluit individueel wordt gemotiveerd. De door het college gehanteerde gedragslijn komt de rechtbank niet kennelijk onredelijk voor. Verder is niet aannemelijk gemaakt dat de gedragslijn onjuist is toegepast. In het bestreden besluit heeft het college uitvoerig gemotiveerd waarom in het geval van eiseres niet is voldaan aan één van de mogelijkheden om als briefadresgever te worden aangewezen. Ter zitting is besproken dat eiseres zelfredzame personen helpt die alleen geen eigen woonadres hebben. Eiseres heeft met wat zij heeft aangevoerd niet aannemelijk gemaakt dat deze personen niet geholpen kunnen worden met de door het college genoemde alternatieven zoals een gemeentelijk briefadres. Ook is niet gebleken dat een wachttijd van acht weken dusdanig lang is dat betreffende personen in de problemen komen.

De rechtbank oordeelt op grond van het bovenstaande dat het college de door de rechtbank in de uitspraak van 13 mei 2025 geconstateerde gebreken met het bestreden besluit en de daaraan ten grondslag gelegde motivering heeft hersteld. Wat eiseres heeft aangevoerd geeft de rechtbank geen aanleiding te oordelen dat het college voor eiseres en haar doelgroep een uitzondering had moeten maken.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen briefadresgever wordt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M.J. Smits, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Blokhuis, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2026.

De griffier is verhinderd

de uitspraak te ondertekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 7:3

Van het horen van een belanghebbende kan worden afgezien indien:

a. het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is,

b. het bezwaar kennelijk ongegrond is,

c. de belanghebbende heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord,

d. de belanghebbende niet binnen een door het bestuursorgaan gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord, of

e. aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad.

Wet basisregistratie personen

Artikel 2.23

1. Indien het woonadres ontbreekt dan wel artikel 2.40 of artikel 2.41 van toepassing is, wordt op aangifte een briefadres opgenomen.

2. Het college van burgemeester en wethouders neemt ambtshalve een briefadres op indien het woonadres ontbreekt en geen aangifte wordt gedaan van een briefadres.

3. Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, wordt als briefadres opgenomen met instemming van een briefadresgever als bedoeld in artikel 2.42 diens adres of, indien geen instemming van een briefadresgever wordt verkregen, een adres van de gemeente.

Artikel 2.40

1. Degene die zijn woonadres heeft in een instelling die is aangewezen op grond van het derde of het vierde lid kan, in afwijking van de artikelen 2.38, eerste lid, en 2.39, eerste lid, in plaats van zijn woonadres een briefadres kiezen en daarvan overeenkomstig de genoemde bepalingen aangifte doen.

2. Een instelling wordt slechts aangewezen indien de aard van de instelling meebrengt, dat door opneming van het adres daarvan in de basisregistratie de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen onevenredig zou kunnen worden geschaad.

3. Onze Minister kan categorieën van instellingen dan wel instellingen afzonderlijk aanwijzen, voor zover het betreft:

a. instellingen voor gezondheidszorg;

b. instellingen op het gebied van de kinderbescherming;

c. penitentiaire instellingen.

4. Het college van burgemeester en wethouders kan een in de gemeente gevestigde instelling aanwijzen waarin beschermd wonen of opvang wordt verstrekt als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

5. Het hoofd van een aangewezen instelling doet aan de betrokken personen tijdig schriftelijk mededeling van de mogelijkheid tot aangifte van een briefadres.

Artikel 2.42

Als briefadresgever kan worden gekozen:

a. een natuurlijke persoon die als ingezetene is ingeschreven;

b. een rechtspersoon die zijn zetel heeft in Nederland en die door het college van burgemeester en wethouders is aangewezen om als briefadresgever in zijn gemeente op te treden.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand