ECLI:NL:RBROT:2026:1366

ECLI:NL:RBROT:2026:1366

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 09-02-2026
Datum publicatie 13-02-2026
Zaaknummer 10-219419-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de (verlengde) invoer van 152 kilogram cocaïne in Nederland. De cocaïne was verstopt in boomstammen in de zeecontainer met nummer [containernummer X] . De verdachte heeft dit feit bekend. Dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de invoer van de cocaïne in de zeecontainer met nummer [containernummer Y] kan niet worden bewezen. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-219419-25

Datum uitspraak: 9 februari 2026

Datum zittingen: 23, 26 en 30 januari 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. M.C. van der Want

Officier van justitie: mrs. H.A. van Wijk en N.J. Jacobs

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de (verlengde) invoer van 152 kilogram cocaïne in Nederland. De cocaïne was verstopt in boomstammen in de zeecontainer met nummer [containernummer X] . De verdachte heeft dit feit bekend. Dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de invoer van de cocaïne in de zeecontainer met nummer [containernummer Y] kan niet worden bewezen. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - opzettelijk samen met anderen ongeveer 160 kilogram en/of 219 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht of samen met anderen handelingen heeft verricht om een feit als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet voor te bereiden en/of te bevorderen.

De volledige tenlastelegging houdt in dat

primair

hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2025 tot en met 18 juli 2025 te Maasvlakte Rotterdam en/of te Rotterdam en/of te Schiedam en/of te Breda, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland, waaronder zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, heeft gebracht ongeveer 160 kilogram en/of 219 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2025 tot en met 18 juli 2025 te Maasvlakte

Rotterdam en/of te Rotterdam en/of te Schiedam en/of te Breda, althans te Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

te weten

- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,

- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of

- het opzettelijk vervaardigen

van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten cocaïne

- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,

- een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn/haar mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door / te weten

- de container ( [containernummer X] ) met daarin boomstammen gevuld met 160 kilogram cocaïne te vervoeren naar de loods aan de [adres 2] te Breda en/of

- de container ( [containernummer X] ) met daarin boomstammen gevuld met 160 kilogram cocaïne uit te laden en/of te verplaatsen in de loods aan de [adres 2] te Breda en/of

- de pakketten cocaïne uit de boomstammen te halen en/of

- één of meer (organisatie)telefoon(s) voorhanden te hebben, en/of

- met één of meer mededader(s) (telefonisch en/of in persoon) contacten te onderhouden en/of informatie uit te wisselen en/of afspraken te maken en/of instructies te geven en/of te ontvangen over twee, althans een of meer containers.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het primair ten laste gelegde feit, voor zover dit ziet op de invoer van 160 kilogram cocaïne in Nederland. De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor de invoer van 219 kilogram cocaïne.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat vrijspraak is verzocht van de 219 kilogram cocaïne. Ook is vrijspraak verzocht van de hoeveelheid cocaïne (8 kilogram) die de douane in beslag heeft genomen voordat de verdachte in aanraking kwam met de container waarin de cocaïne zat.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte opzettelijk samen met anderen 152 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht. De volledige bewezenverklaring staat in paragraaf 2.3.4.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte

2. Eigen waarneming van de rechtbank

3. Proces-verbaal van het HARC team

4. Proces-verbaal van Team Bijzondere Bijstand Douane

5. Proces-verbaal van Team Bijzondere Bijstand Douane

6. Proces-verbaal van Team Bijzondere Bijstand Douane

7. Deskundigenverslag

Vastgestelde feiten en omstandigheden

Op 11 juli 2025 zijn de containers met nummers [containernummer Y] en [containernummer X] , afkomstig uit Brazilië, aan een douanecontrole onderworpen. Speurhondengeleiders van de douane ontdekken in beide containers pakketten van epoxyhars in deels uitgeholde boomstammen. In de epoxyhars vinden zij twee kleinere pakketten. De inhoud van die pakketten wordt positief getest op cocaïne. Uit de container [containernummer X] zijn twee epoxypakketten met daarin in totaal vier kleinere pakketten verwijderd. De containers zijn voorzien van technische hulpmiddelen en vrijgegeven. De containers zijn vervolgens neergezet op het terrein van Trans Container Services (TCS) in Rotterdam.

Op 18 juli 2025 wordt op camerabeelden van container [containernummer X] gezien dat de medeverdachte [medeverdachte 1] met een vrachtwagencombinatie de container ophaalt van het terrein van TCS. Net buiten de poort van het terrein stopt hij de vrachtwagen en stapt uit. Buiten maakt [medeverdachte 1] een opname van het zegel, verwijdert hij het zegel en maakt hij een opname van de lading. [medeverdachte 1] vervolgt zijn route en zet de vrachtwagencombinatie aan de Plompertstraat in Rotterdam, vlakbij zijn woning. Korte tijd later heeft [medeverdachte 1] in een parkje achter zijn woning een ontmoeting met de medeverdachte [medeverdachte 2] . Na de ontmoeting kijkt [medeverdachte 2] bij de vrachtwagencombinatie en vertrekt. Later die ochtend heeft [medeverdachte 2] contact met de verdachte. Gezien wordt dat zij samen in de auto van de verdachte rijden.

Rond 14.00 uur vertrekt [medeverdachte 1] met de vrachtwagencombinatie. Hij komt om 15.37 uur aan op een terrein aan de [naam locatie] in Breda. Een Volkswagen Golf leidt hem na een kort contact naar een openstaande loods op het terrein. Bij die loods zijn de medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] aanwezig. Om 16.10 uur bekijkt de verdachte de containerlading in de loods. De personen in de loods houden zich vervolgens bezig met het lossen van de boomstammen. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] verplaatsen boomstammen naar een plek rechts achter de container.

Omstreeks 16.45 uur zitten [medeverdachte 2] , de medeverdachte [medeverdachte 5] en de medeverdachte [medeverdachte 6] in de auto van de verdachte die op een parkeerterrein in de buurt van de loods staat. Rond 17.15 uur stappen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] uit de auto en gaan naar de loods. [medeverdachte 2] vertrekt met de auto van de verdachte.

Om 17.21 uur valt een aantal boomstammen uit de container. Bij een van de boomstammen die achter de container valt is een holte zichtbaar. De verdachte loopt naar deze boomstam. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] lopen achter de verdachte aan. De verdachte voelt met zijn hand bij de opening van de boomstam, schijnt met de zaklamp van zijn telefoon naar binnen en trekt er een langwerpig pakket uit. [medeverdachte 5] pakt het pakket van de verdachte aan en loopt ermee links uit beeld. De verdachte en [medeverdachte 6] proberen tevergeefs iets uit de boomstam te trekken. Om 17.24 uur valt opnieuw een boomstam achter de container. Terwijl [medeverdachte 6] naar de container toeloopt, wordt er ‘Jackpot’ gezegd. Vrijwel onmiddellijk hierna is een rechthoekig, langwerpig voorwerp in beeld. Dit voorwerp verdwijnt links van de container uit beeld. De verdachte en [medeverdachte 5] staan daarna bij de eerste kapotte boomstam. Ze bespreken: “Ja, je hebt gelijk.”, “Deze is leeg”. De verdachte voelt met zijn hand in de boomstam. Het gesprek vervolgt: “Eentje heb ik daar en hier zit het ook”. [medeverdachte 5] wijst naar de tweede boomstam die op de grond achter de container ligt en zegt dat er daar ook nog twee in zouden moeten zitten.

Nadat de verdachten zijn aangehouden worden op een pallet links achterin de loods twee langwerpige epoxypakketten aangetroffen met daarin pakketten waarin later cocaïne blijkt te zitten. In totaal wordt er 152 kilogram cocaïne uit de boomstammen gehaald. De container met nummer [containernummer Y] is niet (meer) opgehaald van het terrein van TCS.

Bewijsmotivering

De verdachte heeft verklaard dat hem gevraagd was boomstammen te sjouwen en dat in die boomstammen hasj zou zitten. De verdachte heeft bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat er geen hasj, maar cocaïne in de boomstammen verstopt zat. De verdachte heeft aldus opzet, in voorwaardelijke zin, gehad op de invoer van 152 kilogram cocaïne in Nederland.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

hij in de periode van 11 juli 2025 tot en met 18 juli 2025 te Breda tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 152 kilogram cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 2 jaar.

Standpunt van de verdediging

Verzocht wordt een lagere straf op te leggen en daarbij aansluiting te zoeken bij straffen die doorgaans aan uithalers worden opgelegd en daaraan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te koppelen.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de (verlengde) invoer van 152 kilogram cocaïne in Nederland. De verdachte had een coördinerende rol in de loods waar hij samen met [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] pakketten cocaïne uit boomstammen heeft gehaald. De verdachte ontving daarbij via een chat instructies van ‘ [persoon A] ’. Hij verkeerde naar eigen zeggen weliswaar in de veronderstelling dat hij softdrugs zou uithalen, maar heeft met zijn handelen een bijdrage geleverd aan de internationale handel in harddrugs. Harddrugs vormen een groot gevaar voor de volksgezondheid. De handel in harddrugs gaat bovendien vaak direct en indirect gepaard met andere vormen van (zware) criminaliteit.

De verdachte heeft op de zitting openheid van zaken gegeven en toegelicht dat hij verantwoordelijkheid wil nemen voor het lossen van de container en dat hij spijt heeft van het gebeuren. De detentie heeft ook op zijn gezin een grote weerslag gehad en hij heeft er veel van geleerd. Hij wil een andere richting inslaan in zijn leven; hij drinkt niet langer, sport, wil er voor zijn gezin zijn en zijn schulden op orde krijgen.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 27 november 2025 blijkt dat de verdachte recentelijk niet is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport van de reclassering

In het rapport van de Verslavingsreclassering Tactus Verslavingszorg van 15 oktober 2025 staat het volgende. Positief is dat de verdachte een eigen woonplek, voldoende werk als zzp’er en contact met zijn dochter heeft. De reclassering ziet geen delictpatroon. De grootste risicofactor betreft zijn financiële situatie. De verdachte kan niet goed omgaan met zijn financiën, waardoor sprake is van een forse schuldenlast. De verdachte ziet in waar de problemen liggen, wat nodig is om daaraan te werken en is bereid om ondersteuning daarbij te accepteren. De reclassering schat het risico op recidive in als gemiddeld en adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden.

In de reclasseringsupdate over het schorsingstoezicht van 20 januari 2026 staat het volgende. De verdachte komt zijn afspraken consequent na, stelt zich coöperatief op en levert de gevraagde informatie aan. Sinds 3 november 2025 werkt hij fulltime in loondienst. Daarnaast heeft hij zijn boekhouder de opdracht gegeven zijn financiën uit te zoeken. Hij sport vaak met zijn dochter en is abstinent van middelen. Dit wil de verdachte zo houden. Er is vooralsnog geen behandeling geïndiceerd in verband met zijn psychosociaal functioneren.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Als strafverzwarende factor weegt de rechtbank mee dat de verdachte een coördinerende rol heeft gehad in de loods tijdens het lossen van de boomstammen.. In strafverminderende zin wordt rekening gehouden met zijn open proceshouding en de positieve stappen die hij tijdens zijn schorsing heeft gezet. Een gevangenisstraf van 24 maanden is passend. Van deze gevangenisstraf worden 8 maanden voorwaardelijk opgelegd zodat de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden kunnen worden opgelegd. Dit is van belang om het recidive risico te verkleinen. Uit de reclasseringsupdate van 20 januari 2026 blijkt dat er op dit moment geen behandelindicatie is, zodat geen behandelverplichting zal worden opgelegd.

Het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting.

5. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c en 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

6. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel bepaalt dat 8 (acht) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van

het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte zich voor het

einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit en/of als de verdachte

onderstaande voorwaarden niet naleeft:

1. de verdachte meldt zich op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak;

2. de verdachte spant zich in voor het vinden en/of behouden van (on)betaald werk met een vaste structuur;

3. de verdachte werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

7. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. D.C.J. Peeck, voorzitter,

en mrs. J. de Lange en E.M. Rocha, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.D. Schmahl, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 9 februari 2026.

Mr. Peeck is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D.C.J. Peeck

Griffier

  • mr. J.D. Schmahl

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?