Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-219420-25
Datum uitspraak: 9 februari 2026
Datum zittingen: 23, 26 en 30 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
verblijvende op het adres [adres 1] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. L.A. Sjadijeva
Officier van justitie: mrs. H.A. van Wijk en N.J. Jacobs
Kern van het vonnis
Niet kan worden bewezen dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de (verlengde) invoer van 160 en/of 219 kilogram cocaïne in Nederland en ook niet dat hij samen met anderen handelingen heeft verricht om een feit als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet voor te bereiden en/of te bevorderen. Ter zitting stond ter discussie of de verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over de cocaïne in de boomstammen. De rechtbank oordeelt van niet en spreekt de verdachte vrij.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - opzettelijk samen met anderen ongeveer 160 kilogram en/of 219 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht of samen met anderen handelingen heeft verricht om een feit als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet voor te bereiden en/of te bevorderen.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
primair
hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2025 tot en met 18 juli 2025 te Maasvlakte Rotterdam en/of te Rotterdam en/of te Schiedam en/of te Breda, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland, waaronder zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, heeft gebracht ongeveer 160 kilogram en/of 219 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
subsidiair hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2025 tot en met 18 juli 2025 te Maasvlakte
Rotterdam en/of te Rotterdam en/of te Schiedam en/of te Breda, althans te Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten cocaïne
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn/haar mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door / te weten
- de container ( [containernummer X] ) met daarin boomstammen gevuld met 160 kilogram cocaïne te vervoeren naar de loods aan de [adres 2] te Breda en/of
- de container ( [containernummer X] ) met daarin boomstammen gevuld met 160 kilogram cocaïne uit te laden en/of te verplaatsen in de loods aan de [adres 2] te Breda en/of
- de pakketten cocaïne uit de boomstammen te halen en/of
- één of meer (organisatie)telefoon(s) voorhanden te hebben, en/of
- met één of meer mededader(s) (telefonisch en/of in persoon) contacten te onderhouden en/of informatie uit te wisselen en/of afspraken te maken en/of instructies te geven en/of te ontvangen over twee, althans een of meer containers.
2. Vrijspraak
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het primair ten laste gelegde feit, voor zover dit ziet op de invoer van 160 kilogram cocaïne in Nederland. De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor de invoer van 219 kilogram cocaïne.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit.
Vastgestelde feiten en omstandigheden
Op 11 juli 2025 zijn de containers met nummers [containernummer Y] en [containernummer X] , afkomstig uit Brazilië, aan een douanecontrole onderworpen. Speurhondengeleiders van de douane ontdekken in beide containers pakketten van epoxyhars in deels uitgeholde boomstammen. In de epoxyhars vinden zij twee kleinere pakketten. De inhoud van die pakketten wordt positief getest op cocaïne. Uit de container [containernummer X] zijn twee epoxypakketten met daarin in totaal vier kleinere pakketten verwijderd. De containers zijn voorzien van technische hulpmiddelen en vrijgegeven. De containers zijn vervolgens neergezet op het terrein van Trans Container Services (TCS) in Rotterdam.
Op 18 juli 2025 wordt op camerabeelden van container [containernummer X] gezien dat de medeverdachte [medeverdachte 1] met een vrachtwagencombinatie de container ophaalt van het terrein van TCS. Net buiten de poort van het terrein stopt hij de vrachtwagen en stapt uit. Buiten maakt [medeverdachte 1] een opname van het zegel, verwijdert hij het zegel en maakt hij een opname van de lading. [medeverdachte 1] vervolgt zijn route en zet de vrachtwagencombinatie aan de [naam locatie 1] in Rotterdam, vlakbij zijn woning. Korte tijd later heeft [medeverdachte 1] in een parkje achter zijn woning een ontmoeting met de medeverdachte [medeverdachte 2] . Na de ontmoeting kijkt [medeverdachte 2] bij de vrachtwagencombinatie en vertrekt. Later die ochtend heeft [medeverdachte 2] contact met de medeverdachte [medeverdachte 3] . Gezien wordt dat zij samen in de auto van [medeverdachte 3] rijden.
Rond 14.00 uur vertrekt [medeverdachte 1] met de vrachtwagencombinatie. Hij komt om 15.37 uur aan op een terrein aan de [naam locatie 2] in Breda. Een Volkswagen Golf leidt hem na een kort contact naar een openstaande loods op het terrein. Bij die loods zijn de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 4] aanwezig. Om 16.10 uur bekijkt [medeverdachte 3] de containerlading in de loods. De personen in de loods houden zich vervolgens bezig met het lossen van de boomstammen. [medeverdachte 1] , de verdachte en [medeverdachte 4] verplaatsen boomstammen naar een plek rechts achter de container.
Omstreeks 16.45 uur zitten [medeverdachte 2] , de medeverdachte [medeverdachte 5] en de medeverdachte [medeverdachte 6] in de auto van [medeverdachte 3] die op een parkeerterrein in de buurt van de loods staat. Rond 17.15 uur stappen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] uit de auto en gaan naar de loods. [medeverdachte 2] vertrekt met de auto van [medeverdachte 3] .
Om 17.21 uur valt een aantal boomstammen uit de container. Bij een van de boomstammen die achter de container valt is een holte zichtbaar. [medeverdachte 3] loopt naar deze boomstam. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] lopen achter [medeverdachte 3] aan. [medeverdachte 3] voelt met zijn hand bij de opening van de boomstam, schijnt met de zaklamp van zijn telefoon naar binnen en trekt er een langwerpig pakket uit. [medeverdachte 5] pakt het pakket van [medeverdachte 3] aan en loopt ermee links uit beeld. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6] proberen tevergeefs iets uit de boomstam te trekken. Om 17.24 uur valt opnieuw een boomstam achter de container. Terwijl [medeverdachte 6] naar de container toeloopt, wordt er ‘Jackpot’ gezegd. Vrijwel onmiddellijk hierna is een rechthoekig, langwerpig voorwerp in beeld. Dit voorwerp verdwijnt links van de container uit beeld. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] staan daarna bij de eerste kapotte boomstam. Ze bespreken: “Ja, je hebt gelijk.”, “Deze is leeg”. [medeverdachte 3] voelt met zijn hand in de boomstam. Het gesprek vervolgt: “Eentje heb ik daar en hier zit het ook”. [medeverdachte 5] wijst naar de tweede boomstam die op de grond achter de container ligt en zegt dat er daar ook nog twee in zouden moeten zitten.
Nadat de verdachten zijn aangehouden worden op een pallet links achterin de loods twee langwerpige epoxypakketten aangetroffen met daarin pakketten waarin later cocaïne blijkt te zitten. In totaal wordt er 152 kilogram cocaïne uit de boomstammen gehaald. De container met nummer [containernummer Y] is niet (meer) opgehaald van het terrein van TCS.
De verdachte heeft verklaard dat hij in de loods werkte. Zijn werkzaamheden bestonden onder meer uit het inladen en uitladen. Hem werd gevraagd te helpen bij de container. Hij heeft ontkend dat hij wist dat de boomstammen cocaïne bevatten.
Oordeel rechtbank
De verdachte was in de loods en heeft geholpen met het lossen van de boomstammen uit de container. Het dossier bevat geen rechtstreeks bewijs dat de verdachte wetenschap had van, en beschikkingsmacht had over de inhoud van de boomstammen. Die wetenschap kan evenmin uit de uiterlijke verschijningsvorm van de gedragingen van de verdachte worden afgeleid. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat op de camerabeelden is te zien dat de verdachte zich bezighoudt met het uit de container halen en het verder in de loods verplaatsen van de boomstammen en niet met (het uithalen van) de epoxypakketten uit (die) boomstammen.
Het dossier bevat onvoldoende bewijs om tot een bewezenverklaring te komen van de beschuldiging. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
3. In beslag genomen voorwerpen
De rechtbank beslist tot de teruggave van de bij de verdachte in beslag genomen iPhone aan de verdachte.
4. Beslissingen
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
In beslag genomen voorwerpen
beveelt de teruggave van een telefoon (omschrijving: [nummer proces-verbaal] , Grijs, merk: Apple iPhone) aan de verdachte;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.
5. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. D.C.J. Peeck, voorzitter,
en mrs. J. de Lange en E.M. Rocha, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.D. Schmahl, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 9 februari 2026.
Mr. Peeck is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.