Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-219443-25
Datum uitspraak: 9 februari 2026
Datum zittingen: 23, 26 en 30 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. H. Raza
Officier van justitie: mrs. H.A. van Wijk en N.J. Jacobs
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de (verlengde) invoer van 152 kilogram cocaïne in Nederland. De cocaïne was verstopt in boomstammen in de zeecontainer met nummer [containernummer X] . De verdachte heeft betrokkenheid bij dit feit ontkend. Dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de invoer van de cocaïne in de zeecontainer met nummer [containernummer Y] kan niet worden bewezen. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - opzettelijk samen met anderen ongeveer 160 kilogram en/of 219 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht of samen met anderen handelingen heeft verricht om een feit als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet voor te bereiden en/of te bevorderen.
De volledige tenlastelegging houdt in dat
primair
hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2025 tot en met 18 juli 2025 te Maasvlakte Rotterdam en/of te Rotterdam en/of te Schiedam en/of te Breda, althans te Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 160 kilogram en/of 219 kilogram, in
elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2025 tot en met 18 juli 2025 te Maasvlakte
Rotterdam en/of te Rotterdam en/of te Schiedam en/of te Breda, althans te Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen
van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten cocaïne
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn/haar mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door / te weten
- de container ( [containernummer X] ) met daarin boomstammen gevuld met 160 kilogram cocaïne te vervoeren naar de loods aan de [adres 2] te Breda en/of
- de container ( [containernummer X] ) met daarin boomstammen gevuld met 160 kilogram cocaïne uit te laden in de loods aan de [adres 2] te Breda en/of
- de pakketten cocaïne uit de boomstammen te halen en/of
- één of meer (organisatie)telefoon(s) voorhanden te hebben, en/of
- met één of meer mededader(s) (telefonisch en/of in persoon) contacten te onderhouden en/of informatie uit te wisselen en/of afspraken te maken en/of instructies te geven en/of te ontvangen over twee, althans een of meer containers.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het primair ten laste gelegde feit, voor zover dit ziet op de invoer van 160 kilogram cocaïne in Nederland. De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor de invoer van 219 kilogram cocaïne.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte opzettelijk samen met anderen 152 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht. De volledige bewezenverklaring staat in paragraaf 2.3.4.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de in bijlage 1 opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
Vastgestelde feiten en omstandigheden
Op 11 juli 2025 zijn de containers met nummers [containernummer Y] en [containernummer X] , afkomstig uit Brazilië, aan een douanecontrole onderworpen. Speurhondengeleiders van de douane ontdekken in beide containers pakketten van epoxyhars in deels uitgeholde boomstammen. In de epoxyhars vinden zij twee kleinere pakketten. De inhoud van die pakketten wordt positief getest op cocaïne. Uit de container [containernummer X] zijn twee epoxypakketten met daarin in totaal vier kleinere pakketten verwijderd. De containers zijn voorzien van technische hulpmiddelen en vrijgegeven. De containers zijn vervolgens neergezet op het terrein van Trans Container Services (TCS) in Rotterdam.
Op 18 juli 2025 wordt op camerabeelden van container [containernummer X] gezien dat de medeverdachte [medeverdachte 1] met een vrachtwagencombinatie de container ophaalt van het terrein van TCS. Net buiten de poort van het terrein stopt hij de vrachtwagen en stapt uit. Buiten maakt [medeverdachte 1] een opname van het zegel, verwijdert hij het zegel en maakt hij een opname van de lading. [medeverdachte 1] vervolgt zijn route en zet de vrachtwagencombinatie aan de [naam locatie 1] in Rotterdam, vlakbij zijn woning. Korte tijd later heeft [medeverdachte 1] in een parkje achter zijn woning een ontmoeting met de verdachte. Na de ontmoeting kijkt de verdachte bij de vrachtwagencombinatie en vertrekt. Later die ochtend heeft de verdachte contact met de medeverdachte [medeverdachte 2] . Gezien wordt dat zij samen in de auto van [medeverdachte 2] rijden.
Rond 14.00 uur vertrekt [medeverdachte 1] met de vrachtwagencombinatie. Hij komt om 15.37 uur aan op een terrein aan de [naam locatie 2] in Breda. Een Volkswagen Golf leidt hem na een kort contact naar een openstaande loods op het terrein. Bij die loods zijn de medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] aanwezig. Om 16.10 uur bekijkt [medeverdachte 2] de containerlading in de loods. De personen in de loods houden zich vervolgens bezig met het lossen van de boomstammen. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] verplaatsen boomstammen naar een plek rechts achter de container.
Omstreeks 16.45 uur zitten de verdachte, de medeverdachte [medeverdachte 5] en de medeverdachte [medeverdachte 6] in de auto van [medeverdachte 2] die op een parkeerterrein in de buurt van de loods staat. Rond 17.15 uur stappen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] uit de auto van [medeverdachte 2] en gaan naar de loods. De verdachte vertrekt met de auto van [medeverdachte 2] .
Om 17.21 uur valt een aantal boomstammen uit de container. Bij een van de boomstammen die achter de container valt is een holte zichtbaar. [medeverdachte 2] loopt naar deze boomstam. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] lopen achter [medeverdachte 2] aan. [medeverdachte 2] voelt met zijn hand bij de opening van de boomstam, schijnt met de zaklamp van zijn telefoon naar binnen en trekt er een langwerpig pakket uit. [medeverdachte 5] pakt het pakket van [medeverdachte 2] aan en loopt ermee links uit beeld. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] proberen tevergeefs iets uit de boomstam te trekken. Om 17.24 uur valt opnieuw een boomstam achter de container. Terwijl [medeverdachte 6] naar de container toeloopt, wordt er ‘Jackpot’ gezegd. Vrijwel onmiddellijk hierna is een rechthoekig, langwerpig voorwerp in beeld. Dit voorwerp verdwijnt links van de container uit beeld. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] staan daarna bij de eerste kapotte boomstam. Ze bespreken: “Ja, je hebt gelijk.”, “Deze is leeg”. [medeverdachte 2] voelt met zijn hand in de boomstam. Het gesprek vervolgt: “Eentje heb ik daar en hier zit het ook”. [medeverdachte 5] wijst naar de tweede boomstam die op de grond achter de container ligt en zegt dat er daar ook nog twee in zouden moeten zitten.
Nadat de verdachten zijn aangehouden worden op een pallet links achterin de loods twee langwerpige epoxypakketten aangetroffen met daarin pakketten waarin later cocaïne blijkt te zitten. In totaal wordt er 152 kilogram cocaïne uit de boomstammen gehaald. De container met nummer [containernummer Y] is niet (meer) opgehaald van het terrein van TCS.
Bewijsmotivering
De verdachte heeft op de dag van zijn aanhouding op verschillende plaatsen en momenten ontmoetingen gehad met personen die een rol hebben gespeeld bij het vervoer en het uithalen van de cocaïne. De verdachte heeft een ontmoeting met [medeverdachte 1] , waarna hij een kijkje neemt bij de container. Het is de verdachte geweest die [medeverdachte 1] op een later moment telefonisch het losadres van de container heeft gegeven. Ook heeft de verdachte een ontmoeting met [medeverdachte 2] , met wie hij meerijdt naar de loods. [medeverdachte 2] wist volgens zijn eigen verklaring dat er drugs in de boomstammen zat. Op een parkeerplaats bij de loods, zitten [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] , voordat zij de loods binnengaan om de pakketten cocaïne uit de boomstammen te halen, een half uur met de verdachte in de auto van [medeverdachte 2] .
Op grond van zijn aanwezigheid bij de losplaats van de container, de ontmoetingen die hij had met drie personen die betrokken waren bij het uithalen van de cocaïne uit de boomstammen en het geven van het losadres aan de vervoerder van de container, concludeert de rechtbank dat de verdachte minst genomen een coördinerende rol had bij het verdere vervoer van de verdovende middelen binnen Nederland en het uithalen van de cocaïne.
Daarbij wordt in aanmerking genomen dat gesteld noch gebleken is dat de verdachte vanuit zijn werk of anderszins enige legale bemoeienis had met het vervoer van de boomstammen of het lossen van de container.
De verklaringen van de verdachte dat hij [medeverdachte 1] ontmoette omdat hij wilde spreken over een factuur, dat hij [medeverdachte 2] ontmoette om zijn auto te lenen en dat hij [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] toevallig tegenkwam bij het losadres, worden dan ook als ongeloofwaardig terzijde geschoven.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij in de periode van 11 juli 2025 tot en met 18 juli 2025 te Rotterdam en Breda tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 152 kilogram cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan
4 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 2 jaar.
Standpunt van de verdediging
Verzocht wordt om een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de (verlengde) invoer van 152 kilogram cocaïne in Nederland. De verdachte heeft een coördinerende rol gehad bij het afleveren en lossen van de boomstammen met daarin de pakketten cocaïne uit de container. De verdachte onderhield daarbij contacten met de chauffeur ( [medeverdachte 1] ) en de uithalers ( [medeverdachte 2] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] ). De verdachte heeft met zijn handelen een bijdrage geleverd aan de internationale handel in harddrugs. Harddrugs vormen een groot gevaar voor de volksgezondheid. De handel in harddrugs gaat bovendien vaak direct en indirect gepaard met andere vormen van (zware) criminaliteit.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 27 november 2025 blijkt dat de verdachte recentelijk niet is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 14 oktober 2025 staat het volgende. Er is sprake van een algemeen delictpatroon, aangezien de verdachte herhaaldelijk met justitie in aanraking is gekomen voor verschillende delicten. Door zijn proceshouding kunnen de risico’s niet worden ingeschat en kan geen verband worden gelegd tussen mogelijk criminogene factoren en het delictgedrag. De reclassering ziet stabiliteit op praktische leefgebieden en schat in dat de verdachte in staat is om weloverwogen keuzes te maken en dat hij de gevolgen van zijn handelen kan inschatten. Bij een veroordeling wordt daarom een straf zonder bijzondere voorwaarden geadviseerd. De reclassering ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of beheersen.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Als strafverzwarende factor weegt de rechtbank mee dat de verdachte een coördinerende rol heeft gehad bij het containertransport en bij het lossen van de boomstammen in de loods. Een gevangenisstraf van 36 maanden is passend. Van deze gevangenisstraf worden 6 maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
Het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting.
5. In beslag genomen voorwerpen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de iPhone van de verdachte en het geldbedrag ter waarde van € 1.545,- aan hem worden teruggegeven. Ten aanzien van de Google Pixel en de iPhone die in de auto van [medeverdachte 2] zijn aangetroffen is gevorderd dat deze worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.
Oordeel van de rechtbank
Teruggave
De rechtbank beslist tot de teruggave van het in beslag genomen geldbedrag van € 1.545,- en de iPhone aan de verdachte.
Bewaring
De rechtbank beslist tot bewaring van de Google Pixel en iPhone uit de auto van [medeverdachte 2] ten behoeve van de rechthebbende.
6. Voorlopige hechtenis
De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 29 oktober 2025 voor onbepaalde tijd geschorst.
De verdediging heeft verzocht de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen.
De rechtbank wijst dat verzoek af, omdat de ernstige bezwaren en de gronden die tot het bevel voorlopige hechtenis hebben geleid – op de onderzoeksgrond na – ook nu nog aanwezig zijn.
7. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c en 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
8. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 36 (zesendertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 6 (zes) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
In beslag genomen voorwerpen
- beveelt de teruggave van € 1.545,- (omschrijving: [beslagnummer 1] ) aan de verdachte;
- beveel de teruggave van een telefoon (omschrijving: [beslagnummer 2] , Grijs, merk: Apple iPhone) aan de verdachte;
- beveelt de bewaring van een telefoon (omschrijving: [beslagnummer 3] , Grijs, merk: Apple iPhone) ten behoeve van de rechthebbende;
- beveelt de bewaring van een telefoon (omschrijving: [beslagnummer 4] , Wit, merk: Google Pixel) ten behoeve van de rechthebbende.
9. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. D.C.J. Peeck, voorzitter,
en mrs. J. de Lange en E.M. Rocha, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.D. Schmahl, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 9 februari 2026.
Mr. Peeck is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage 1 – Bewijsmiddelen
1. Verklaring van de verdachte
Op 18 juli 2025 sprak ik [medeverdachte 1] in het parkje achter zijn woning. Ik heb daarna een ontmoeting gehad met [medeverdachte 2] en ben bij [medeverdachte 2] ingestapt in de Audi Q8 met kenteken [kentekennummer 1] . Ik ben met [medeverdachte 2] naar Breda gereden. Het kan kloppen dat de politie mij om 16:25 uur over de [naam locatie 2] in Breda heeft zien lopen. Ik zag [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] aan komen lopen en heb met hen gesproken in de Audi Q8 waarmee ik later ben weggereden.
2. Proces-verbaal van het HARC team
De container [containernummer X] was geladen met boomstammen. De vertrekplaats was de haven Vila do Conde, Brazilië. De loshaven betrof de Rotterdam World Gateway terminal aan de Maasvlakte Rotterdam.
3. Proces-verbaal van Team Bijzondere Bijstand Douane
Op 11 juli 2025 heeft het Team Bijzondere Bijstand de lading van container [containernummer X] onderzocht. Er werden twee boomstammen met daarin ieder één langwerpig pakket aangetroffen, waarvan de buitenkant bestond uit vermoedelijk epoxy. In een langwerpig pakket werden 4 pakketten geteld. In totaal zijn 2x4 = 8 pakketten verwijderd. De container werd voorzien van technische hulpmiddelen en is vrijgegeven om zijn originele route te vervolgen.
4. Proces-verbaal van Team Bijzondere Bijstand Douane
Op 18 juli 2025 vindt een instap plaats in een loods aan de [naam locatie 2] te Breda. Ik zag dat in de loods een vrachtwagencombinatie achteruit geparkeerd stond. Achter de trekker stond container [containernummer X] . Ik zag dat twee opengemaakte en aan de binnenkant gedeeltelijk uitgeholde boomstammen vlak achter de container op de vloer lagen. Ik zag dat 1 van de boomstammen geen inhoud meer bevatte. In de uitholling van de andere boomstam zag ik een gedeelte van een pakket uitsteken. Ik zag links achterin de loods twee langgerekte pakketten liggen op een pallet. In een van de andere geloste boomstammen in de loods werd nog een langgerekt pakket aangetroffen, gelijkend op die al eerder waren aangetroffen. In totaal zijn 4 langgerekte pakketten aangetroffen in de loods.
5. Proces-verbaal van Team Bijzondere Bijstand Douane
Op 19 juli 2025 is container [containernummer X] gelost in Rotterdam. In totaal werden 136 kilopakketten geteld. Tijdens de Douanecontrole op 11 juli 2025 waren 2 langgerekte pakketten verwijderd en in de loods werden op 18 juli 2025 4 langgerekte pakketten aangetroffen, waardoor in totaal 40 langgerekte pakketten ofwel 40x4 = 160 kilopakketten met vermoedelijk verdovende middelen zijn aangetroffen. Van 16 kilopakketten is circa 3 gram witte poederachtige substantie in gripzakjes gedaan die voorzien werden van een unieke SIN sticker. Daarnaast werden 2 kilopakketten positief getest op de aanwezigheid van vermoedelijk cocaïne. Het nettogewicht van de 160 kilopakketten bedroeg 160,13 kilogram.
Als bijlage bij dit proces-verbaal is gevoegd een kopie aanvraagformulier monsteronderzoek door het Douanelaboratorium van de SIN-nummers: [SIN-nummer 1] tot en met [SIN-nummer 2] .
6. Deskundigenverslag
Het Douanelaboratorium ontving een verzegelde zak met daarin plastic zakjes voorzien van SIN-nummers [SIN-nummer 1] tot en met [SIN-nummer 2] . De plastic zakjes met wit, korrelig materiaal werden onderzocht. Hierbij werd vastgesteld dat het materiaal van alle bovenvermelde SIN-nummers cocaïne bevatte.
7. Proces-verbaal van de politie
Verbalisanten hebben op 18 juli 2025 geobserveerd en daarbij de volgende waarnemingen gedaan:
10:00 Ik zag dat [verdachte] na zijn ontmoeting met [medeverdachte 1] op de
[naam locatie 1] te Rotterdam even bij de container keek en weer wegliep.
12:20 Wij zagen dat [medeverdachte 2] de Audi parkeerde. Wij zagen dat [verdachte] als bijrijder in de Audi stapte.
8. Proces-verbaal van de politie
Verbalisanten hebben op 18 juli 2025 geobserveerd en daarbij de volgende waarnemingen gedaan:
16:08 Ik zag dat [medeverdachte 1] met de DAF met oplegger achteruit de loods
binnenreed.
16:25 Ik zag dat [verdachte] over de [naam locatie 2] liep.
16:30 Ik zag dat de Audi Q8 [kentekennummer 1] stond geparkeerd op de [naam locatie 2] .
16:46 Ik zag dat [medeverdachte 6] op de [naam locatie 2] over de parkeerplaats liep. Ik zag dat [verdachte] eveneens over deze parkeerplaats liep. Ik zag dat [verdachte] en [medeverdachte 6] met elkaar in gesprek gingen. Kort hierop zag ik dat [verdachte] en [medeverdachte 6] weer terugliepen in de richting van de Audi en dat [verdachte] als bestuurder en [medeverdachte 6] als bijrijder in dit voertuig stapten.
16:56 Ik zag dat een Seat Ibiza [kentekennummer 2] naast de Audi op de [naam locatie 2] op de parkeerplaats tegenover pand 6 werd geparkeerd. Ik zag dat [medeverdachte 5] als bestuurder uit dit voertuig stapte. Vervolgens zag ik dat [medeverdachte 5] het linker achterportier van de Audi opende en als passagier plaatsnam.
17:14 Ik zag dat [medeverdachte 5] op de parkeerplaats aan de [naam locatie 2] als passagier uit de Audi stapte. Kort hierop zag ik dat [medeverdachte 6] uit de Audi stapte. Ik zag dat [verdachte] met dit voertuig vertrok vanaf de [naam locatie 2] .
9. Proces-verbaal van het HARC Team
Op 18 juli 2025 is bij de aanhouding van [verdachte] een iPhone in beslag genomen. In deze
telefoon bleek het telefoonnummer + [gsm-nummer 1] te zijn gebruikt. Op 18 juli 2025 is
daarmee tussen 14:15 en 16:50 uur gebruikgemaakt van zendmasten in de omgeving
van de [naam locatie 2] te Breda.
10. Proces-verbaal van het HARC Team
Op 18 juli 2025 is bij de verdachte [medeverdachte 1] een iPhone in beslag genomen. In deze telefoon werd het telefoonnummer van [verdachte] +31682009108 aangetroffen. Gedurende 18 juli 2025 is gebeld met nummer + [gsm-nummer 2] , ook om 13:54 uur.
11. Proces-verbaal van het HARC Team
De bij de verdachte [medeverdachte 1] in beslag genomen telefoon is onderzocht. Op 18 juli 2025 hebben tussen 13:33:42 (UTC+2) en 15:54 (UTC+2) meerdere (video) belgesprekken plaatsgevonden van en naar het contact [naam contact] + [gsm-nummer 2] .
12. Proces-verbaal van de politie
Op 19 juli 2025 werd door ons als gehoord als verdachte: [medeverdachte 1] .
Hij verklaarde:
Ik heb de container vrijdagmorgen opgehaald. Ik ben na het ophalen van de container naar huis gereden. Om 14:00 uur kreeg ik een telefoontje van een persoon. Van hem kreeg ik het adres waar ik de container heen moest brengen. Ik heb tijdens het transport telefonisch contact gehad met een persoon om te zeggen hoe laat ik op het afleveradres zou zijn. Dit was dezelfde persoon als van wie ik het adres heb gekregen.
13. Proces-verbaal van de politie
Op 24 juli 2025 werd door ons als gehoord als verdachte: [medeverdachte 1] .
Hij verklaarde:
O: Uit observatie is vastgesteld dat u een ontmoeting had met een man, buiten de omgeving van uw woning. Deze man is ook als verdachte aangehouden in dit onderzoek.
A: Hij had nog geen adres om te kiepen, daar moest ik nog op wachten. Hij belde mij
dat hij in de buurt was en dat hij langs reed. Toen ben ik naar buiten gegaan.
O: U verklaarde op die vrijdag om 14.00 uur een telefoontje te hebben gehad van een persoon die u niet wilde noemen, en van die persoon kreeg u het adres waar u de container naartoe moest brengen.
V: Was dat dezelfde man waar u eerder op die dag een ontmoeting mee heeft gehad?
A: Ja.