RECHTBANK Rotterdam
Team Insolventie
Zittingsplaats Rotterdam
Rekestnummer: [nummer 1] – [nummer 2]
Vonnis van 9 oktober 2026
op het verzoek van
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [straatnaam], [postcode] te [woonplaats],
verzoekster.
1. De procedure
Verzoekster heeft op 24 juni 2026, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een aantal schuldeisers, te weten:
die weigeren mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Zilveren Kruis heeft voorafgaand aan de zitting op 3 september 2026 een verweerschrift toegezonden.
Energiedirect heeft voorafgaand aan de zitting aan de rechtbank te kennen gegeven alsnog in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. Het verzoekschrift wordt ten aanzien van Energiedirect als ingetrokken beschouwd.
Ter zitting van 25 september 2026 zijn verschenen en gehoord:
Zilveren Kruis is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2. Het verzoek
Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift negen schuldeisers, waarvan één preferente en acht concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 21.262,33 van verzoekster te vorderen.
Verzoekster heeft bij brief van 10 december 2026 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 100% aan de preferente schuldeiser en 65,86% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De aangeboden regeling is gebaseerd op de afloscapaciteit die verzoekster heeft op basis van haar dienstbetrekking en op de door verzoekster gedane eenmalige extra inleg van € 8.000,-. Verzoekster heeft 30,40 contracturen per week en heeft een arbeidscontract voor onbepaalde tijd. Soms werkt verzoekster meer uren per week, maar dat kan alleen wanneer de zorg voor haar twee inwonende minderjarige kinderen dat toelaat. Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden door haar beschermingsbewindvoerder voldaan.
Acht schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Zilveren Kruis stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 3.717,64 op verzoekster, die 17,5% van de totale schuldenlast beloopt.
3. Het verweer
In haar verweerschrift stelt Zilveren Kruis zich – kort samengevat – op het volgende standpunt. Zilveren Kruis verzoekt de rechtbank het verzoek af te wijzen, omdat Zilveren Kruis volledige betaling van haar vordering verlangt. Volgens Zilveren Kruis is geen sprake van een problematische schuldenlast. Volgens de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK), de branchevereniging voor schuldhulpverleners, is sprake van een problematische schuldenlast indien verzoekster niet binnen 36 maanden al haar schulden kan aflossen. Verzoekster kan op basis van 36 keer de maandelijkse afloscapaciteit al haar schulden volledig betalen. Zilveren Kruis betwist dan ook dat het aangeboden akkoord het maximaal haalbare is voor alle schuldeisers.
Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft Zilveren Kruis geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten.
4. De beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Zilveren Kruis bij haar weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Zilveren Kruis in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van Zilveren Kruis een aandeel vormt in de totale schuldenlast van 17,5%.
Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk acht van de negen schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Geldplein. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank stelt voorts vast dat in het geval van verzoekster sprake is van een problematische schuldenlast. De tot 1 juli 2024 door de NVVK in de Gedragscode Schuldhulpverlening gehanteerde definitie van ‘problematische schuldenlast’ was verbonden aan een aflostermijn van 36 maanden die was gekoppeld aan de termijn van een Wsnp-traject. Per 1 juli 2023 is de termijn van de wettelijke schuldsaneringsregeling gewijzigd van 36 maanden naar 18 maanden (art. 349a Fw). Naar aanleiding daarvan heeft de NVVK de Gedragscode Schuldhulpverlening per 1 juli 2024 gewijzigd, waarbij de definitie van ‘problematische schuldensituatie’ is gewijzigd als volgt:“Een schuld is problematisch wanneer te voorzien is dat een natuurlijke persoon schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen.” Hiervan is volgens de NVVK in ieder geval sprake in situaties waarin niet binnen 36 maanden alle opeisbare vorderingen betaald kunnen worden. De memorie van toelichting bij de wijziging van de Faillissementswet ter verbetering van de doorstroom van de gemeentelijke schuldhulpverlening naar de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen geeft een andere definitie, namelijk: “Problematische schulden zijn in essentie schulden die redelijkerwijs – dat wil zeggen naar objectieve maatstaven gemeten – niet (langer) kunnen worden afbetaald.”De Hoge Raad sluit zich bij deze definitie aan. Ook de rechtbank gaat uit van deze definitie. Noch de wetgever noch de Hoge Raad spreekt over een periode van 36 maanden waarin niet alle opeisbare vorderingen betaald kunnen worden. De rechtbank acht dan ook voor de beoordeling of sprake is van een problematische schuldenlast niet zonder meer doorslaggevend of alle opeisbare vorderingen binnen een periode van 36 maanden kunnen worden afbetaald. Naar het oordeel van de rechtbank dient voor de vaststelling of sprake is van een problematische schuldenlast te worden getoetst of verzoekster niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden (ex art. 288 lid 1 onder a Fw) aan de hand van de omstandigheden van het geval, waaronder de persoonlijke omstandigheden van verzoekster.
Verzoekster staat al sinds 2019 onder beschermingsbewind en ervaart al lange tijd veel stress door de schuldenproblematiek. De minnelijke schuldregeling is al gestart op 9 juli 2025, maar heeft door onderbezetting bij schuldhulpverlening aanzienlijke vertraging opgelopen. Verzoekster is alleenstaand en heeft de zorg voor twee minderjarige kinderen. Zij werkt zoveel als mogelijk. De maandelijkse afloscapaciteit beloopt € 378,58. Daarmee kan verzoekster al haar schulden redelijkerwijs niet afbetalen. Zonder de extra inleg van € 8.000,- zou het thans gedane aanbod aan de schuldeisers niet kunnen worden gerealiseerd. De rechtbank volgt Zilveren Kruis dan ook niet in haar verweer dat geen sprake is van een problematische schuldenlast.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekster beschikt over een baan voor gemiddeld 30,40 uren per week, op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Soms werkt verzoekster meer uren per week, maar dat kan alleen wanneer de zorg voor haar twee inwonende minderjarige kinderen dat toelaat. Daarnaast heeft verzoekster een eenmalig extra bedrag ingelegd van € 8.000,- dat is meegenomen in het aanbod aan de schuldeisers.
Daar komt nog bij dat (naar verwachting) de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat zal hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de schuldsaneringsregeling op verzoekster van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoekster zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden. Daar komt nog bij dat een eventuele bate voor de schuldeisers pas aan het einde van de schuldsaneringsregeling wordt uitgekeerd, terwijl de aangeboden regeling erin voorziet dat het aangeboden bedrag ineens en op korte termijn betaalbaar wordt gesteld.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoekster die vanuit een stabiele situatie haar schuldenproblematiek wil oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van Zilveren Kruis, die geweigerd hebben in te stemmen.
Het verzoek om Zilveren Kruis te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
Zilveren Kruis zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoekster zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden en dat zij niet verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.
5. De beslissing
De rechtbank:
- beveelt Zilveren Kruis om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt Zilveren Kruis in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoekster begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P. van Eeden-van Harskamp, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2026.