Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10/122283-26
Datum uitspraak: 19 augustus 2026
Datum zitting: 5 augustus 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres:
[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam P.I.] .
Advocaat van de verdachte: mr. B.H. van der Zwan
Officier van justitie: mr. A. de Bruijne
Kern van het vonnis
De verdachte wordt vrijgesproken van het (mede)plegen van een poging tot zware mishandeling (feit 1) en openlijke geweldpleging (feit 2).
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer] en openlijke geweldpleging tegen hetzelfde slachtoffer.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1.
hij op 23 april 2026 te Rotterdam
tezamen en in vereniging,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
aan [slachtoffer]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
-meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig
voorwerp, in de buik en/of arm, althans het lichaam, van die [slachtoffer] heeft gestoken
en/of gesneden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op 23 april 2026 te Rotterdam,
openlijk, te weten in de Mijnkintstraat en/of Bas Jungeriusstraat en/of Stoppelstraat
en/of Blankenburgstraat,
in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke
plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] ,
door die [slachtoffer]
-meermalen, althans eenmaal, met mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp,
in de buik en/of arm, althans het lichaam van die [slachtoffer] te steken en/of snijden.
2. Vrijspraak
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de onder 1 ten laste gelegde poging tot zware mishandeling en de onder 2 ten laste gelegde openlijke geweldpleging. Van het onderdeel medeplegen in het onder 1 ten laste gelegde dient hij partieel te worden vrijgesproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor beide feiten. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de verdachte degene is die het slachtoffer heeft gestoken. Evenmin kan worden vastgesteld dat hij nauw en bewust heeft samengewerkt met degene die het slachtoffer heeft gestoken.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak feit 1 – poging tot zware mishandeling
Op 23 april 2026 heeft er een steekincident plaatsgevonden waarbij [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer) gewond is geraakt.
De rechtbank moet de vraag beantwoorden of de verdachte degene is geweest die het slachtoffer heeft gestoken, dan wel of hij nauw en bewust heeft samengewerkt met degene die dit heeft gedaan.
Op camerabeelden van de Wuysterstraat 5 in Rotterdam is te zien dat het slachtoffer met zijn step op straat staat. Vervolgens loopt er een groep jonge mannen op hem af. Eén van de jonge mannen betreft de verdachte. Hij spreekt het slachtoffer aan en vraagt wat het probleem met zijn neefje is. Aan het slachtoffer wordt opgedragen om mee te lopen. Op andere camerabeelden is te zien dat een groep jonge mannen zich ophoudt ter hoogte van de Mijnskintstraat 20 in Rotterdam. Te zien is dat het neefje van de verdachte en het slachtoffer met elkaar in gevecht raken, waarbij het slachtoffer stekende bewegingen in de richting van het neefje van de verdachte maakt. Uit het dossier blijkt dat het neefje van de verdachte hierbij is gestoken. In het dossier bevinden zich geen camerabeelden waarop te zien is dat het slachtoffer op zijn beurt wordt gestoken.
Het slachtoffer heeft wisselende verklaringen afgelegd over het moment waarop hij is gestoken. Een dag na het incident heeft hij verklaard dat meerdere jongens op hem afliepen, dat zij om hem heen gingen staan en dat hij direct een klap in zijn gezicht kreeg. Toen hij terugsloeg, pakte één van de jongens een mes. Hij rende in de richting van zijn huis, werd ingehaald door één van de jongens uit de groep en werd meerdere keren door hem gestoken. Later, toen het slachtoffer als verdachte werd verhoord, heeft hij verklaard dat hij op het moment dat hij zijn mes trok, zelf ook werd gestoken. Tijdens datzelfde verhoor verklaarde hij weer anders, namelijk dat hij met zijn mes zwaaide, dat hij toen werd vastgegrepen door één van de jongens en dat een andere jongen hem toen stak. Wat in alle verklaringen van het slachtoffer overeenkomt, is dat hij niet meer weet wie hem heeft gestoken.
Op basis van het dossier wordt niet duidelijk op welk moment het slachtoffer is gestoken en of dit is geweest toen de groep jongens bij hem stond of op een later moment. Evenmin wordt duidelijk of de verdachte hierbij aanwezig is geweest. Er zijn aanwijzingen dat de verdachte betrokkenheid heeft bij het feit: hij is te zien op de beelden kort voor de steekpartij en heeft klaarblijkelijk twee messen opgepakt en weggegooid, waarop zowel zijn DNA als het DNA van het slachtoffer is aangetroffen. Dat is echter onvoldoende om vast te stellen dat hij ook degene is geweest die het slachtoffer heeft gestoken of dat hij nauw en bewust heeft samengewerkt met degene die dit heeft gedaan. Zijn DNA kan ook door het enkele oprapen en dragen van de messen daarop zijn terechtgekomen.
Het feit waarvan de verdachte wordt beschuldigd is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken.
Vrijspraak feit 2 – openlijke geweldpleging
De feitelijke geweldshandeling die in de onder 2 ten laste gelegde openlijke geweldpleging is opgenomen, betreft het – door verdachte - steken en/of snijden met een mes. Dit ziet aldus niet op de (gewelds)handelingen die te zien zijn op de beelden, waarbij de verdachte mogelijk wel enige betrokkenheid zou kunnen worden verweten. Niet is bewezen dat de verdachte degene is geweest die het slachtoffer met een mes heeft gestoken of dat hij nauw en bewust heeft samengewerkt met degene(n) die daar geweld – van welke aard verder ook – heeft/hebben gepleegd. De verdachte wordt daarvan dus eveneens vrijgesproken.
3. Beslissingen
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
4. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.P. Hameete, voorzitter,
en mrs. J.L. Luiten en E. Stam, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.D. Beenakker, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 19 augustus 2026.
Mrs. J.L. Luiten en E. Stam zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.