ECLI:NL:RBROT:2026:13879

ECLI:NL:RBROT:2026:13879

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 09-10-2026
Datum publicatie 12-10-2026
Zaaknummer 11745406 CV EXPL 25-13500
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Zaak over onbetaalde facturen voor spuitwerkzaamheden. Vordering in conventie wordt toegewezen omdat deze niet wordt betwist. Vordering in reconventie ogv onrechtmatig handelen door de opdrachtnemer wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11745406 CV EXPL 25-13500

datum uitspraak: 9 oktober 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiser] , die handelt onder de naam [eiser],

woonplaats: [woonplaats],

eiser in conventie, verweerder in reconventie,

gemachtigde: Juristu Incasso Juristen B.V.,

tegen

[gedaagde] ,

vestigingsplaats: [vestigingsplaats], gemeente Nissewaard,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

vertegenwoordigd door: de heer [persoon A].

De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 4 juni 2025, met bijlagen

het antwoord met eis in reconventie, met bijlagen

het antwoord in reconventie.

Op 8 september 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: de heer [eiser] en namens [gedaagde] de heer [persoon A], algemeen directeur.

2. De beoordeling in conventie en in reconventie

De zaak in het kort

[eiser] heeft voor [gedaagde] werkzaamheden uitgevoerd. Hiervoor heeft hij drie facturen gestuurd van in totaal € 1.993,00. [gedaagde] heeft deze facturen niet betaald. [eiser] vordert in deze procedure betaling van het openstaande bedrag met rente en incassokosten van € 298,95. [gedaagde] stelt schade te hebben geleden omdat door het handelen van [eiser] het werk een aantal dagen is stilgelegd. Zij vindt dat dit bedrag moet worden verrekend met de vordering van [eiser]. [gedaagde] vordert op haar beurt een schadevergoeding van in totaal € 24.233,63 met rente. [eiser] is het daar niet mee eens.

De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de facturen van [eiser] moet betalen met rente en incassokosten. De tegeneis van [gedaagde] wordt afgewezen. Dit wordt hierna toegelicht.

Wat is er gebeurd?

[eiser] is een eenmanszaak in industriële reiniging. [gedaagde] is een onderneming gericht op het verwijderen van coatings. [eiser] voerde in opdracht van [gedaagde] op verschillende locaties hogedruk waterstraal- en reinigingswerkzaamheden uit.

In augustus 2024 heeft [eiser] voor [gedaagde] spuitwerkzaamheden uitgevoerd in een tank van Shell op de locatie [locatie]. Op 14 augustus 2024 is er een conflict ontstaan tussen [eiser] en [gedaagde] over de veiligheid op de werkvloer, waarbij zij elkaar over en weer verweten dat de veiligheidsvoorschriften niet werden nageleefd. Dit heeft ertoe geleid dat [gedaagde] aan [eiser] heeft meegedeeld dat het zijn laatste dag zou zijn. [eiser] is daarop naar de vergunningenbalie van Shell gegaan en heeft daar gemeld dat de veiligheid op de werkvloer niet in orde was. Hij heeft onder meer aangegeven dat de dodemansknop niet goed werkte en dat er te dicht op elkaar werd gewerkt. [eiser] was op dat moment zichtbaar gefrustreerd. Een medewerker van [gedaagde] is daarom naar de balie gekomen en heeft [eiser] naar de uitgang gebracht. Shell heeft de werkzaamheden in de tank vervolgens een aantal dagen stilgelegd voor onderzoek. Tijdens dat onderzoek is naar voren gekomen dat de vergunning van [gedaagde] niet in alle opzichten toereikend was. [gedaagde] heeft [eiser] daarna niet meer ingeschakeld.

Nadat [eiser] op 1, 9 en 14 augustus 2024 facturen had gestuurd aan [gedaagde] voor in totaal € 1.993,00 heeft het door [eiser] ingeschakelde incassobureau aanmaningen gestuurd. [gedaagde] heeft in reactie op deze aanmaningen aangegeven dat zij inkomsten was misgelopen door het handelen van [eiser] en dat zij dit zou verrekenen met de facturen. Vervolgens is [eiser] deze procedure begonnen.

[gedaagde] moet de facturen van [eiser] betalen

[gedaagde] heeft op de zitting erkend dat [eiser] werkzaamheden voor haar heeft uitgevoerd en dat de facturen die [eiser] voor die werkzaamheden heeft gestuurd kloppen. [gedaagde] moet daarom het openstaande bedrag van € 1.993,00 betalen. De kantonrechter zal dit bedrag dan ook toewijzen.

De tegeneis van [gedaagde] wordt afgewezen

[gedaagde] meent dat [eiser] onrechtmatig tegenover haar heeft gehandeld omdat hij een melding heeft gedaan bij Shell en zich daarbij agressief heeft gedragen. Volgens [gedaagde] is zij als gevolg van het stilleggen van de werkzaamheden inkomsten misgelopen en is [eiser] aansprakelijk voor die schade. De kantonrechter volgt [gedaagde] hierin niet en overweegt daartoe als volgt.

Van een onrechtmatige daad is sprake als iemand inbreuk maakt op een recht, of iets heeft gedaan of nagelaten in strijd met een wettelijke plicht of met wat in het maatschappelijk verkeer betaamt. Voor aansprakelijkheid is verder onder meer nodig dat er causaal verband bestaat tussen de onrechtmatige daad en de schade (artikel 6:162 BW). Omdat [gedaagde] zich beroept op de rechtsgevolgen van het onrechtmatig handelen door [eiser] rusten de stelplicht en de bewijslast op [gedaagde] (artikel 150 Rv).

[gedaagde] en [eiser] benadrukken allebei dat de spuitwerkzaamheden die [eiser] voor [gedaagde] verrichtte aanzienlijke risico’s meebrengen en dat veiligheid op de werkvloer daarom heel belangrijk is. [eiser] maakte zich zorgen over die veiligheid en heeft dat aan de orde gesteld bij [gedaagde] zelf en uiteindelijk ook bij Shell. Dat is op zichzelf nog niet onrechtmatig. Dat zou anders kunnen zijn als [eiser] bewust een onjuiste melding zou hebben gedaan bij Shell, maar dat blijkt niet uit hetgeen [gedaagde] naar voren heeft gebracht. De kantonrechter neemt hierbij ook mee dat [gedaagde] in een e-mail van 21 augustus 2024 aan projectleider de heer Van der Gaag heeft bevestigd dat Shell eerder had geconstateerd dat een medewerker van [gedaagde] zich niet hield aan de veiligheidsvoorschriften en dat de vergunning van [gedaagde] niet in alle opzichten voldeed. Daaruit blijkt dat er wel degelijk dingen speelden op het gebied van veiligheid en dat de zorgen van [eiser] dus niet onterecht waren.

[eiser] heeft op de zitting erkend dat hij boos was toen hij de melding deed, maar hij betwist dat hij zich agressief heeft gedragen. De kantonrechter kan op basis van wat [gedaagde] heeft aangedragen niet vaststellen dat [eiser] agressief was. Als dit al zou komen vast te staan betekent dit ook nog niet dat [eiser] tegenover [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld. Bovendien ontbreekt in dat geval het vereiste causaal verband. [gedaagde] heeft namelijk niet gesteld dat de werkzaamheden zijn stilgelegd vanwege dit gedrag van [eiser].

De kantonrechter wijst de tegeneis van [gedaagde] daarom af.

[gedaagde] moet incassokosten betalen

Aan incassokosten wordt € 298,95 toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).

Dat betekent dat [gedaagde] in totaal € 1.993,00 + € 298,95 = € 2.291,95 moet betalen aan [eiser].

[gedaagde] moet rente betalen

[gedaagde] heeft niet betwist dat zij wettelijke handelsrente verschuldigd is vanaf 13 september 2024 (artikel 6:119a BW). Daarom zal de kantonrechter de rente over de hoofdsom van € 1.993,00 toewijzen vanaf die datum.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

De proceskosten in conventie en in reconventie komen voor rekening van [gedaagde], omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiser] moet betalen in conventie op € 122,35 aan dagvaardingskosten, € 257,00 aan griffierecht, € 217,00 aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 217,00) en € 108,50 aan nakosten en in reconventie op € 108,50 aan salaris voor de gemachtigde (0,5 punt x € 217,00). Dat is in totaal € 813,35. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3. De beslissing in conventie en in reconventie

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 2.291,95 met de wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 1.993,00 vanaf 13 september 2024 tot de dag dat volledig is betaald;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 813,35 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I. van Drongelen en in het openbaar uitgesproken.

68254

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand