RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Samenvatting
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/1085
(gemachtigde: mr. N. van Bremen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht de herhaalde (laattijdige) aanvraag van eiseres van een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wet Wajong) heeft afgewezen, omdat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Met het primaire besluit van 28 februari 2024 heeft het UWV de herhaalde aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet Wajong afgewezen. Met het bestreden besluit van 20 december 2024 heeft het UWV het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 27 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van het UWV deelgenomen. Eiseres en haar gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.
Totstandkoming van het bestreden besluit
2. Eiseres, geboren op [geboortedatum] 1984, heeft eerder een (laattijdige) beoordeling arbeidsvermogen aangevraagd. Met het besluit van 13 januari 2021 heeft het UWV de aanvraag om een Wajong-uitkering afgewezen, omdat eiseres arbeidsvermogen heeft. Hieraan zijn rapporten van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige ten grondslag gelegd. Tegen dit besluit heeft eiseres geen rechtsmiddelen aangewend.
3. Eiseres heeft op 7 februari 2024 nogmaals een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ingediend. Het UWV heeft de aanvraag opgevat als een verzoek om terug te komen op het eerdere besluit van 13 januari 2021. Naar aanleiding van dit verzoek heeft een verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaatsgevonden. De verzekeringsarts heeft in de rapportage van 28 februari 2024 geconcludeerd dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die aanleiding geven om de voorgaande beoordeling in het kader van de Wajong te herzien. Op grond van de rapportage van de verzekeringsarts heeft het UWV met het primaire besluit het verzoek van eiseres om terug te komen op het besluit van 13 januari 2021 afgewezen.
4. Met het bestreden besluit heeft het UWV het primaire besluit gehandhaafd. Daaraan heeft het UWV een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 13 december 2024 ten grondslag gelegd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft geconcludeerd dat er geen medische gronden zijn om af te wijken van het primair ingenomen medisch standpunt. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep is er geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden op basis waarvan moet worden teruggekomen van het eerdere besluit en is er ook geen sprake van duuraanspraak.
Standpunt eiseres
5. Eiseres betoogt dat wel sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Zij voert daartoe aan dat uit het rapport van AOB Compaz blijkt dat zij gemiddeld niet meer dan 2 uur per dag kan werken, gemiddeld ongeveer 4 uur per week, dat het handelingstempo aanmerkelijk vertraagd is en dat zij zich niet meer dan een half uur kan concentreren. Volgens eiseres staan de conclusies uit dit rapport haaks op de bevindingen van de verzekeringsarts uit 2021. Om die reden had een gespecialiseerd arts of derde deskundige de tegenstrijdige bevindingen moeten toetsen.
Toetsingskader
6.
De aanvraag van eiseres is een herhaalde aanvraag als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb. In verschillende uitspraken heeft de Centrale Raad van Beroep (de Raad) uitgemaakt hoe het bestuursorgaan, specifiek in arbeidsongeschiktheidszaken een herhaalde aanvraag moet beoordelen en hoe de rechtbank vervolgens een besluit over een herhaalde aanvraag behoort te toetsen.
Als iemand na een eerdere (gedeeltelijke) afwijzing opnieuw een aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering doet, moet het bestuursorgaan beoordelen welke bedoeling de aanvrager heeft met de aanvraag. Met een aanvraag kan worden beoogd dat (met ingang van de datum waarop dat besluit zag) wordt teruggekomen van het eerdere besluit (artikel 4:6 van de Awb, herziening voor het verleden), dat een zogeheten “Amber”-beoordeling wordt verricht, of dat om herziening wordt verzocht voor de toekomst (duuraanspraak). Het onderscheid in wat de aanvrager heeft beoogd, is van belang voor de beoordeling van de aanvraag door het bestuursorgaan en de toetsing van de beslissing op die aanvraag door de bestuursrechter.
Bij een aanvraag die ziet op een herziening voor het verleden, kan het UWV beoordelen of er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die aanleiding geven om terug te komen van dat eerdere besluit. Het UWV kan er op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb voor kiezen om het verzoek af te wijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende besluit, als die nieuwe feiten of veranderde omstandigheden er volgens hem niet zijn. Het UWV mag de aanvraag ook inhoudelijk behandelen en daarbij het oorspronkelijke besluit in volle omvang heroverwegen, ook als de aanvrager daaraan geen nieuw gebleken of veranderde omstandigheden ten grondslag heeft gelegd. Voor het toetsingskader van de rechtbank is van belang welke keuze het UWV maakt.
Het UWV heeft er in dit geval voor gekozen het verzoek van eiseres om herziening af te wijzen onder verwijzing naar zijn eerder besluit, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn gebleken. Dit betekent dat de rechtbank aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden moet toetsen of het UWV zich terecht, zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd, op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.
Onder nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden worden verstaan feiten of omstandigheden die ná het eerdere besluit zijn voorgevallen, dan wel feiten of omstandigheden die weliswaar vóór het eerdere besluit zijn voorgevallen, maar die niet vóór dat besluit konden worden aangevoerd. Als het bestreden besluit die toets doorstaat, kan de rechtbank niettemin aan de hand van de aangevoerde gronden tot het oordeel komen dat het besluit op de herhaalde aanvraag of het verzoek om terug te komen van een besluit evident onredelijk is.
Beoordeling door de rechtbank
7. De rechtbank stelt vast dat de door eiseres ingebrachte beroepsgronden (nagenoeg) overeenkomen met de door haar ingediende gronden in bezwaar. Op deze bezwaargronden heeft het UWV in het bestreden besluit gereageerd. Van eiseres mag verwacht worden dat zij in beroep concreet aangeeft waarom zij het met het bestreden besluit en de motivering niet eens is. De rechtbank ziet in de niet nader onderbouwde beroepsgronden ook geen aanleiding om het beroep gegrond te verklaren. De rechtbank zal hierna uitleggen hoe zij tot dit oordeel komt.
8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV zich, onder verwijzing naar het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 13 december 2024, terecht op het standpunt gesteld dat niet is gebleken van nieuwe feiten of veranderende omstandigheden die maken dat zou moeten worden teruggekomen van het eerdere besluit. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in haar rapport van 13 december 2024 terecht geconcludeerd dat er geen reden was om af te wijken van het primair ingenomen medische standpunt. Hiertoe heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep overwogen dat het rapport van Aob Compaz ongedateerd is, waardoor het onduidelijk is op welke datum/periode de informatie uit het rapport ziet. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft verder overwogen dat het onderzoek door de arts van Aob Compaz lijkt te zijn gedaan in het kader van de Participatiewet en dat een dergelijke beoordeling niet te vergelijken valt met een beoordeling in het kader van de Wet Wajong. De arts van Aob Compaz heeft in zijn rapport niet aangegeven over welke concrete informatie van de huisarts hij beschikte en de eigen bevindingen bij psychisch en lichamelijk onderzoek zijn ook niet beschreven. Het UWV had daarom ook geen aanleiding hoeven zien om het eerdere besluit te herzien.
9. Het voorgaande betekent dat het UWV op goede gronden heeft vastgesteld dat geen sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Wat eiseres heeft aangevoerd geeft ook geen aanleiding voor het oordeel dat het besluit van 13 januari 2021 onjuist was. Uit de overgelegde informatie blijkt niet dat achteraf sprake is geweest van een onjuiste medische beoordeling ten aanzien van de situatie op de achttiende verjaardag van appellant en de vijf jaar daarna. Het is de rechtbank niet gebleken dat het UWV destijds een evident onredelijk besluit heeft genomen. Daarom heeft het UWV terecht de herhaalde aanvraag van eiseres om een Wajong-uitkering afgewezen.
Conclusie en gevolgen
10. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, rechter, in aanwezigheid van mr. T.T. Nguyen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.