Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-158621-24 en 02-315472-23
Datum uitspraak: 12 oktober 2026
Datum zitting: 28 september 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. R.P.A. Kint
Officier van justitie: mr. W.L. van Prooijen
Benadeelde partijen:
[benadeelde partij 1]
[benadeelde partij 2] (bijgestaan door mr. P.P. van Rhijn)
en [benadeelde partij 3] (bijgestaan door mr. R.J. Sturkenboom
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor medeplichtigheid aan een diefstal met geweld. Daarnaast heeft hij een oudere vrouw opgelicht en met weggenomen betaalpassen gepind. De verdachte krijgt hiervoor een gevangenisstraf opgelegd van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaar. Het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf heeft hij reeds uitgezeten.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte – kort gezegd – van:
onder parketnummer 10-158621-24
het medeplegen van een diefstal van horloges (merk Rolex) voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen op 7 januari 2024 in Dordrecht, (primair) dan wel de medeplichtigheid aan dat feit (subsidiair);
onder parketnummer 02-315472-23
het medeplegen van oplichting door [slachtoffer 1] te bewegen tot de afgifte van haar bankpassen en pincodes op 10 november 2023 (feit 1);
het medeplegen van diefstal met een valse sleutel van een geldbedrag ter hoogte van 4.753,67 euro (feit 2).
De volledige tenlastelegging staat in de bijlage.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten. Ten aanzien van de feiten in de zaak met parketnummer 02-315472-23 is gevorderd om de verdachte partieel vrij te spreken van het medeplegen.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde feit onder parketnummer 10-158621-24. In de zaak met parketnummer 02-315472-23 is vrijspraak verzocht voor het medeplegen, maar refereert de verdediging zich voor het overige aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte het onder parketnummer 10-158621-24 subsidiair ten laste gelegde feit heeft gepleegd, evenals de feiten onder parketnummer 02-315472-23. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.4.
Opsomming bewijsmiddelen 02-315472-23 | bankhelpdeskfraude
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde medeplegen niet kan worden bewezen, zodat de verdachte daarvan wordt vrijgesproken. De verdachte heeft de feiten voor het overige bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven en zijn de feiten zonder nadere bewijsoverweging bewezen.
De verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 28 september 2026;
Proces-verbaal van aangifte, nummer [proces-verbaalnummer 1] , pagina 34 en verder, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] ;
Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 25, pagina 44 en verder, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant] .
Uitwerking bewijsmiddelen 10-158621-24 | medeplichtigheid diefstal met geweld
De bewezenverklaring van het subsidiaire feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van politie, aangifte [aangever 1] Ik had een afspraak met [medeverdachte 1] ( [gebruikersnaam 1] ) op 6 januari 2024. [medeverdachte 1] zou samen met een vriendin komen. Deze vriendin bleek [medeverdachte 2] te zijn. [aangever 2] was bij mij. Ik noem haar nu [medeverdachte 1] , maar zij stelde zich voor als ‘ [naam 1] ’. [medeverdachte 1] kwam samen met haar vriendin naar café In The City gelopen. Ik denk dat wij op 7 januari 2026 om 02:20 uur uit het café zijn gegaan. [medeverdachte 1] zei dat wij bij haar thuis nog wat konden drinken en dat zij in Dordrecht woonde. Ik heb in mijn auto gereden. [medeverdachte 1] zei waar ik heen moest rijden. Ik moest een lange straat inrijden. Nu ik google raadpleeg was dit op de Maarten Harpertsz. Trompweg. Wij zijn allemaal uit de auto gestapt. Plotseling kwamen er twee gemaskerde mannen uit het park in onze richting gerend. Ik zag dat zij een capuchon over het hoofd droegen en blauwe latex handschoenen aan hadden. Eén van deze mannen liep naar mij en de andere liep naar [aangever 2] . De man die bij mij was zei: “Geef mij die watch”. De man had een vuurwapen bij zich. Ik kreeg een klap met het pistool tegen mijn hoofd. Ik viel en kreeg nog een klap tegen mijn hoofd en een trap tegen mijn lichaam. Hij ging op mij zitten en hield mij vast. Ik beet in zijn hand, waardoor een stuk van de blauwe plastic handschoen scheurde. Toen hij er vandoor ging is mijn horloge van het merk Rolex van mij afgenomen. Op het moment dat de twee mannen op ons afkwamen, renden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] weg.
2. Proces-verbaal van politie, aangifte [aangever 2]
Ik was in de nacht van 6 op 7 januari 2024 met [aangever 1] . Hij had afgesproken met twee vrouwen. Ik weet dat één van de vrouwen [medeverdachte 1] heet en de ander [medeverdachte 2] . De vrouwen hadden ons uitgenodigd om mee naar Dordrecht, naar hun huis, te gaan. Zij vertelden ons waar we heen moesten rijden. Op 7 januari 2024 omstreeks 03:00 uur kwamen wij aanrijden op de Maarten Harpetsz Trompweg in Dordrecht. Wij stapten allemaal uit. Opeens zag ik dat er twee personen uit de bosjes kwamen. Ik zag dat de personen een bivakmuts droegen. Ik hoorde dat er geroepen werd “geef die watch af”. Ik zag dat één persoon bij [aangever 1] ging staan en de ander kwam naar mij toe. Ik zag dat de persoon een vuurwapen had. Ik voelde dat hij met het pistool hard tegen mijn voorhoofd tikte en bleef zeggen “geef de watch af”. Hij heeft meerdere keren met het wapen tegen mijn hoofd getikt en sloeg meerdere keren met het vuurwapen tegen mijn hoofd. Dit was een harde klap en hierdoor viel ik achterover op de grond. Ik ben snel naast de auto gaan zitten en heb mijn Rolex naast de band van een geparkeerde auto gelegd. De personen renden weg. Ik ben teruggelopen naar de auto, maar zag mijn Rolex nergens meer liggen.
3. Proces-verbaal van politie, verhoor [medeverdachte 2] Ik had een afspraak met [medeverdachte 1] . Ik ben naar een parking gereden in Rotterdam. Hier zat [medeverdachte 1] in de auto met twee jongens. Het was een oude auto in de kleur rood. Zij belde naar een jongen, [aangever 1] . Hij had een vriend of neef meegenomen. We hebben een tijdje in In The City gezeten. Toen wij weggingen zei [medeverdachte 1] dat ze wilde afteren bij haar thuis, in Dordrecht. We zijn met de auto van [aangever 1] naar Dordrecht gereden. Wij zijn allemaal uit de auto gestapt. Er kwam een persoon op [aangever 1] af en hij werd aangevallen. De persoon had blauwe handschoenen aan. De persoon sloeg [aangever 1] en toen lagen ze opeens op de grond. Er kwam nog een tweede persoon aan. Hij liep richting de vriend van [aangever 1] . Ik hoorde [medeverdachte 1] roepen dat ik moest komen. Ik ben naar haar toegerend. Aan het eind van de straat stond een auto en ik zag dat [medeverdachte 1] daar in stapte. Deze auto was dezelfde auto als waarin [medeverdachte 1] eerder op die avond zat. Ik zag dat in de auto twee mannen zaten. [medeverdachte 1] liet mij een horloge zien. [medeverdachte 1] vertelde dat ze het horloge onder de auto vandaan had gehaald. Ze vertelde dat de jongens de horloges zouden stelen en dat ze het geld vervolgens zouden verdelen. Ze zeiden vervolgens iets over dat ze het horloge in België wel konden verkopen. Ik ben naar mijn auto gebracht in Rotterdam.
V: Hoe noemde [medeverdachte 1] zich tegenover de jongens tijdens de afspraak?
A: [naam 1] .
4. Proces-verbaal van politie
Op 7 januari 2024 kregen wij de opdracht te gaan naar de Maarten Harpetsz Trompweg te Dordrecht. Ter plaatse zagen wij twee personen op ons af komen rennen. Wij zagen dat beide personen een wond bij hun linkeroog en bloed op hun gezicht hadden. Deze personen bleken te zijn: [aangever 1] en [aangever 2] . Wij hoorden de personen verklaren dat zij waren beroofd. Zij verklaarden dat zij met twee dames hadden afgesproken. [aangever 1] liet een accountnaam op Snapchat zien: [gebruikersnaam 1] . [aangever 1] verklaarde dat de personen blauwe latex handschoenen aan hadden en dat hij hier een stuk vanaf had gebeten. Wij zijn er naartoe gelopen en zagen inderdaad blauwe stukjes latex op de grond liggen.
5. Proces-verbaal van de politie
Naar aanleiding van de verklaring van [medeverdachte 2] waarin zij verklaarde vanuit Dordrecht in een rode auto naar Rotterdam te zijn gereden, verzocht ik aan de afdeling cameratoezicht om uit te zien naar de betreffende rode auto, de twee vrouwelijke en twee mannelijke verdachten en de auto van [medeverdachte 2] (Ford Ka, kenteken [kentekennummer 1] ).
Ik ontving een mail van Cameratoezicht met de volgende tekst:
Omstreeks 03:28 uur stopt de rode Mercedes A klasse in de Witte de Withstraat te Rotterdam. Kenteken is vermoedelijk [kentekennummer 2] . Er stappen 2 vrouwen uit. De A klasse rijdt de Kromme Elleboog in en gaat dan naast de Ford Ka parkeren. Omstreeks 03:50 uur lopen de 2 dames richting de A klasse. De donkere vrouw stapt alleen in de Ford Ka en de blanke vrouw in de A klasse.
6. Proces-verbaal van de politie, Rapport Camerabeeldspecialist
Doel onderzoek
Beelden van rode Mercedes kenteken [kentekennummer 2] en herkenning. Beelden Ford Ka kleur blauw, kenteken [kentekennummer 1] .
00:56:56 – 00:57:02
Ik zag VTG01 met de bocht mee de Kromme Elleboog in rijden.
01:07:50 – 01:08:03
Ik zag dat VTG02 ook de Kromme Elleboog in reed.
01:11:10
Ik zag dat V1 en V2 vertrokken en in de richting van de camera liepen.
05:28:00 – 05:28:02
Ik zag dat VTG01 over de kruising met de Hartmanstraat reed en zijn richting vervolgde over de Witte de Withstraat. Ik zag dat het kenteken enigszins te lezen was.
05:28:23
Ik zag dat er een man achter het stuur zat (V3). Ik zag dat V1 aan de linkerzijde van VTG01 uitstapte bij de portierdeur achter de bestuurder. Ik zag dat er een persoon naast de bestuurder zat. Ik zag ook V2 achterin aan de rechterzijde uitstappen.
05:52:46 – 05:53:06
Ik zag dat VTG01 naar achteren reed en vervolgens uit het beeld vertrok.
05:53:39 – 05:53:58
Ik zag dat VTG02 ook naar achteren reed en uit beeld vertrok.
Naar aanleiding van informatie uit de verklaring van [medeverdachte 2] heb ik aan een medewerker van de afdeling opsporing van Rotterdam Cameratoezicht gevraagd om uit te zien naar een rode personenauto, twee vrouwelijke en twee mannelijke verdachten en een auto met kenteken [kentekennummer 1] . Naar aanleiding van de zoekvraag werd het vermoedelijke kenteken van de rode personenauto genoemd: [kentekennummer 2] .
De fotoprints herken ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de verdachten:
V1: [medeverdachte 1]
V2: [medeverdachte 2] .
7. Europees Onderzoeksbevel België Op 7 januari 2024 gaat de Belgische politie over tot controle van een Mercedes met Nederlands kenteken [kentekennummer 2] . Er zaten drie personen in: [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] . [medeverdachte 1] verklaart spontaan dat ze van Antwerpen komen. De politie besluit het voertuig en de drie personen te controleren. Op de passagierszetel treft de politie een manbag aan met cash geld bestaande uit briefjes van 50 en 500 euro (totale som 4.000 euro). [medeverdachte 3] verklaart dat dit zijn geld is. Op de achterzetel vindt de politie in een jas eveneens een pakket geld samengesteld met briefjes van 50 en 500 euro (totale som 4.130 euro). [medeverdachte 1] verklaart spontaan dat dit haar geld betreft.
8. Proces-verbaal van politieOnder verdachte [medeverdachte 1] was een iPhone SE in beslag genomen. Ik vond een Snapchat tussen gebruiker [gebruikersnaam 1] en [gebruikersnaam 2] met weergegeven naam [naam 2] . Op de telefoon van verdachte [medeverdachte 3] had ik het account [e-mailadres] gevonden. In het politiesysteem zag ik dat ‘ [naam 3] ’ een van de bijnamen van de verdachte [medeverdachte 3] was. Ik zag op 7 januari 2024 gebruiker [gebruikersnaam 2] ( [naam 2] ) om 02:47 uur sturen:
“Ik ben het [verdachte] ”
“Waar jullie”
“Deze [naam 4] slaapt”
Waarop [medeverdachte 1] om 02:47:45 uur meteen reageert met:
“5 min”.
9. Proces-verbaal van de politieEen telefoon Samsung was op 7 januari 2024 in beslag genomen onder de verdachte [verdachte] . Ik zag als username als SnapChat ‘ [gebruikersnaam 3] ’
Ik zag op 7 januari 2024 om 16:23:31 uur het volgende chatgesprek met [gebruikersnaam 4] .
[gebruikersnaam 3] ‘zei heeft’
[gebruikersnaam 3] ‘shi rolex genakt’
[gebruikersnaam 3] ‘50doezoeeeeee’
[gebruikersnaam 3] ‘gisterr’
[gebruikersnaam 3] ‘ik was erbij’
[gebruikersnaam 3] ‘ze heeft 2 boys in setups gezet’
Vervolgens zie ik dat [gebruikersnaam 3] op 7 januari 2024 om 16:24:08 uur een kort filmpje via Snapchat stuurt. Er is te zien dat een persoon welke achter het stuur van een auto zit zijn arm draait en een horloge van het merk Rolex te zien is. De chat gaat door.
[gebruikersnaam 3] ‘we rijden nu naar antwerpen’
[gebruikersnaam 3] ‘ze gaat verkopen’
Bewijsmotivering 10-158621-24
Zoals volgt uit bovengenoemde bewijsmiddelen, heeft in de nacht van 7 januari 2024 een diefstal met geweld plaatsgevonden in Dordrecht waarbij de Rolex-horloges van aangevers [aangever 1] en [aangever 2] zijn weggenomen. De aangevers hadden die avond afgesproken met medeverdachte [medeverdachte 1] en dachten daarna met haar en [medeverdachte 2] mee naar huis te gaan. [medeverdachte 1] heeft de aanwijzingen gegeven om naar een specifieke plek toe te rijden, waar toen een beroving door twee onbekend gebleven personen plaatsvond. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn na dit feit opgepikt door een auto met daarin twee andere inzittenden, waarvan door de officier van justitie wordt gesteld dat één daarvan verdachte is geweest.
Betrouwbaarheid verklaring [medeverdachte 2]
De verdediging heeft bepleit dat de verklaringen van [medeverdachte 2] niet bruikbaar zijn voor het bewijs gezien de wijze hoe die verklaringen tot stand zijn gekomen. De rechtbank volgt dat verweer niet. [medeverdachte 2] heeft bij de politie uitgebreid en gedetailleerd verklaard over het delict en wat zich daarvoor en daarna heeft afgespeeld. Tijdens het verhoor is zij bijgestaan door een advocaat. De verklaring wordt op belangrijke punten ondersteund door andere bewijsmiddelen, zoals de aangiftes en bevindingen van de politie ter plaatse. Hoewel de rechtbank voorzichtig omgaat met de verklaring van [medeverdachte 2] , gelet op het handelen van aangever [aangever 1] , wordt het gedeelte van de verklaring dat de rechtbank voor het bewijs bezigt voldoende verankerd in andere bewijsmiddelen Daarmee is de verklaring niet sole and decisive en is de verklaring van [medeverdachte 2] bruikbaar voor het bewijs.
Rol van de verdachte
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde medeplegen van de diefstal met geweld niet kan worden bewezen. De verdachte wordt daarvan, zonder nadere motivering, vrijgesproken. De vraag die resteert is of de verdachte als medeplichtige aan het feit kan worden aangemerkt, zoals subsidiair ten laste is gelegd.
De rechtbank gaat ervan uit dat de verdachte aanwezig is geweest in de vluchtauto. [medeverdachte 2] spreekt in haar verklaring van een rode auto met daarin twee jongens die zij heeft gezien voorafgaand aan de afspraak met aangevers in het centrum van Rotterdam. Direct na de beroving is zij, na aanwijzingen van [medeverdachte 1] , in diezelfde rode auto gestapt waarin zich wederom twee jongens bevonden. Dat sprake is van dezelfde auto, wordt bevestigd door de camerabeelden van stadstoezicht Rotterdam. Daar komt bij dat de beroving rond 03:00 uur heeft plaatsgevonden en om 02:47 uur door het account [gebruikersnaam 2] ( [naam 2] ), welke te koppelen is aan medeverdachte [medeverdachte 3] , naar [medeverdachte 1] wordt gestuurd: ‘ik ben het [verdachte] , waar jullie, deze [naam 4] slaapt’ waarop [medeverdachte 1] direct reageert met ‘5 min’. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de verdachte als één van de inzittenden van de vluchtauto [medeverdachte 1] heeft opgehaald na de beroving. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] na de beroving een Rolex in haar bezit had. Uit de inhoud van de gesprekken in de telefoon van de verdachte volgt dat de verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] deze Rolex vervolgens samen in Antwerpen wilden gaan verkopen. Dat dit kennelijk ook is gebeurd, blijkt uit de omstandigheid dat de verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] later op de dag in België zijn staande gehouden, waarbij in de auto een groot bedrag aan contact geld is aangetroffen. Deze gedragingen leveren medeplichtigheid op. Het subsidiaire feit is wettig en overtuigend bewezen. De verweren worden verworpen.
Volledige bewezenverklaring
10-158621-24 | subsidiair
[medeverdachte 1] en tot op heden onbekend gebleven personen op 7 januari 2024 te Dordrecht op of aan de openbare weg, de Maarten Harpertsz Trompweg, tezamen en in vereniging horloges (merk: Rolex) aan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , toebehoorden hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken door (met een (deels) afgedekt gezicht/gelaat)
- ( dreigend) op die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] af te rennen en zich daarbij aan die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op te dringen en
- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] meermaals (met kracht) met een (vuur)wapen op het hoofd te slaan, waardoor die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ten val kwamen en
- ( vervolgens) meermaals (met kracht) op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te slaan en op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te trappen en op die [slachtoffer 2] te zitten en hem vast te houden en
- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] meermalen (dreigend) de woorden toe te voegen: "Geef mij je watch" of woorden van gelijke dreigende aard of strekking
bij en tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 7 januari 2024 te Dordrecht opzettelijk behulpzaam is geweest door
- met voornoemde [medeverdachte 1] af te spreken dat hij haar na de straatroof op/nabij de plaats delict met de auto zou ophalen en
- ( vervolgens) in een auto die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op/nabij de plaats delict op te wachten en
- die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en een weggenomen Rolex in een auto na de straatroof weg te vervoeren van de plaats delict en
- ( vervolgens) die [medeverdachte 2] af te zetten in Rotterdam en
- ( vervolgens) in gezelschap van die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] in de auto naar België te rijden, ten einde aldaar één van de gestolen horloges te verkopen;
02-315472-23
1
hij op 10 november 2023 te Goirle met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van meerdere bankpassen en een creditcard door:
- zich onder valse naam voor te doen als ‘ [valse naam 1] ’ een bankmedewerker van helpdesk ING-bank en
- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] te vertellen dat – zakelijk weergegeven – ‘ [valse naam 2] ’ het op haar geld gemunt had en dat die [valse naam 1] wilde voorkomen dat er frauduleuze handelingen konden plaatsvinden op haar bankrekening en
- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] te bewegen tot het openen van het programma Anydesk (een remote desktop tool) en het getoonde nummer door te geven aan die [valse naam 1] en
- te vertellen dat er een bankmedewerker langs zou komen om de bankpassen en creditcard op te halen en
- ( vervolgens) bij de woning van die [slachtoffer 1] langs te gaan en zich voor te doen als medewerker van de bank en de voornoemde bankpassen in ontvangst te nemen;
2
hij op of omstreeks 10 november 2023 te Goirle en te Rotterdam en te Eindhoven en te Geldrop (in totaal) 4.753,76 EUR die aan [slachtoffer 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte de weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de pinpassen en creditcard (met de daarbij behorende pincode/beveiligingscode) van die voornoemde [slachtoffer 1] .
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
10-158621-24
subsidiair
medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, geplaagd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen;
02-315472-23
1. oplichting;
2. diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door valse sleutels, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden met aftrek van voorarrest.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan het voorarrest, met daarbij eventueel een voorwaardelijk strafdeel.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich allereerst schuldig gemaakt aan oplichting van een oudere vrouw en met weggenomen betaalpassen gepind. De verdachte heeft hiermee op laffe wijze misbruik gemaakt van een ouder persoon. Uit de vordering van het slachtoffer komt naar voren dat zij het vertrouwen in de medemens is kwijtgeraakt en daarvoor is verdachte verantwoordelijk.
Daarnaast is de verdachte medeplichtig geweest aan een diefstal met geweld, gepleegd door meerdere personen. Hierbij zijn twee mannen aangevallen met vuurwapens en zijn hun Rolex-horloges weggenomen. De verdachte heeft hieraan bijgedragen als medeplichtige door een medeverdachte voorafgaand aan de beroving te vervoeren, na de beroving in een vluchtauto klaar te staan en door zijn betrokkenheid bij het verkopen van één van de horloges. De beroving heeft een grote impact gehad op de slachtoffers, zoals blijkt uit hun verklaringen. Dat de verdachte hier behulpzaam bij is geweest, rekent de rechtbank hem aan.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 5 augustus 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Er is wel sprake van veroordelingen ná de pleegdata in onderhavige zaak, wat betekent dat artikel 63 Sr van toepassing is.
Rapporten
In het rapport van de reclassering van 2 december 2024 staat onder meer dat er bij een veroordeling wordt geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden aan de verdachte op te leggen. Dit rapport is op 18 september 2026 aangevuld en hierin staat dat de verdachte goed heeft meegewerkt aan het schorsingstoezicht en laat zien dat hij graag zijn leven wil opbouwen. Hij gaat naar school en betaalt zijn schulden af. Voor de toekomst wordt dan ook geen noodzaak meer gezien voor reclasseringsbemoeienis. In tegenstelling tot de rapportage van december 2024, is geadviseerd dat een proeftijd met algemene voorwaarden afdoende is bij een eventuele veroordeling.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 11 mei 2024, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van twee jaar en vijf maanden verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. De rechtbank houdt hier rekening mee bij het bepalen van de straf.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd, de LOVS oriëntatiepunten, de rol van de verdachte als medeplichtige bij de beroving en zijn jeugdige leeftijd destijds. Zoals uit het aanvullende rapport van de reclassering en ter zitting is gebleken, gaat het sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis goed met de verdachte. Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank een gevangenisstraf van zes maanden passend, waarvan de helft in voorwaardelijke vorm wordt opgelegd. Dat betekent dat de verdachte zijn onvoorwaardelijke strafdeel reeds heeft uitgezeten en niet terug hoeft naar de gevangenis. Het voorwaardelijke strafdeel heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank zal, gelet op het reclasseringsadvies, enkel de algemene voorwaarde aan de voorwaardelijke straf verbinden.
5. Voorlopige hechtenis
De rechtbank heeft op 22 augustus 2024 beslist dat de voorlopige hechtenis van de verdachte wordt geschorst met ingang vanaf de dag waarop de elektronische monitoring was aangesloten. Het geschorste bevel wordt bij dit vonnis opgeheven.
6. Vordering van de benadeelde partijen
Vorderingen
In de zaak met parketnummer 10-158621-24 heeft allereerst [benadeelde partij 2] (bijgestaan door mr. P.P. van Rhijn) als benadeelde partij € 18.500 als vergoeding voor materiële schade en
€ 5.000 als vergoeding voor immateriële schade gevorderd. [benadeelde partij 3] (bijgestaan door mr. R.J. Sturkenboom) heeft eveneens als benadeelde partij voor dit feit € 17.500 aan materiële schade en € 5.692,50 als vergoeding voor immateriële schade gevorderd. Verzocht is de toe te wijzen bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
In de zaak met parketnummer 02-315472-23 is een verzoek tot schadevergoeding ingediend door [benadeelde partij 1] , waarbij € 4.753,76 als vergoeding voor materiële schade is gevorderd.
Standpunt van de officier van justitie
De vorderingen van de benadeelde partijen kunnen allemaal worden toegewezen, met vermeerdering met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de vorderingen van [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] geldt dat de verdachte hoofdelijk moet worden veroordeeld tot vergoeding van de schade.
Standpunt van de verdediging
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 1] . Ten aanzien van de andere vorderingen is het primaire standpunt dat deze niet-ontvankelijk verklaard moeten worden gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair is verzocht om de schadevergoeding te matigen.
Oordeel van de rechtbank
Vordering [benadeelde partij 2]
Materiële schade
De benadeelde partij heeft om € 18.500 verzocht als vergoeding van de waarde van de weggenomen Rolex. De verdediging heeft die waarde gemotiveerd betwist. Nadere bewijslevering vormt een te zware belasting voor het strafproces. Om die reden zal dit deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. Hij heeft namelijk een verwonding opgelopen en als gevolg van het strafbare feit is geestelijk letsel ontstaan, zoals volgt uit het voortgangsverslag van de psycholoog. Het gevorderde bedrag van € 5.000 wordt, mede gelet op de gegeven onderbouwing en de Rotterdamse Schaal, billijk geacht.
Vordering [benadeelde partij 3]
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit waarbij zijn horloge is weggenomen. De verdediging heeft de vordering op dit punt niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en het gevorderde bedrag is goed onderbouwd. De vordering wordt daarom toegewezen.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. Hij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen en er is sprake van een (blijvend) litteken boven het oog. Daarnaast is als gevolg van het strafbare feit geestelijk letsel ontstaan, zoals volgt uit het verslag van de psycholoog. Het gevorderde bedrag van
€ 5.692,50 wordt, mede gelet op de gegeven onderbouwing en de Rotterdamse Schaal, billijk geacht.
Vordering [benadeelde partij 1]
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van de onder parketnummer 02-315472-23 gepleegde strafbare feiten. Het gevorderde geldbedrag is door de verdachte opgenomen met de betaalpassen van de benadeelde partij. De vordering wordt toegewezen, omdat deze voldoende is onderbouwd en de verdediging deze niet heeft betwist. Voor zover de benadeelde partij ook een bedrag aan immateriële schade heeft willen vorderen, merkt de rechtbank op dat hiervoor geen grondslag bestaat zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij [benadeelde partij 2] een schadevergoeding betalen van
€ 5.000. De vordering is voor het overige niet-ontvankelijk en dit gedeelte kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. De verdachte moet daarnaast de benadeelde partij [benadeelde partij 3] een schadevergoeding betalen van € 23.192,50 en aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] een schadevergoeding van € 4.6753,76 betalen.
Hoofdelijkheid [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3]
De verdachte heeft het strafbare feit waarvoor de schadevergoedingen van [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] worden toegekend samen met mededaders gepleegd. Zij zijn daarom allen hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededaders de schadevergoeding (voor een deel) hebben betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partijen hebben gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente ten aanzien van [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] toe vanaf 7 januari 2026. Voor [benadeelde partij 1] geldt hiervoor als datum 10 november 2023.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zullen maken, omdat de vorderingen van de benadeelde partijen (grotendeels) zijn toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoedingen aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partijen. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 232 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
7. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 48, 49, 57, 63, 311, 312 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
8. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 3 maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de algemene voorwaarde, dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt, niet naleeft;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;
Vorderingen benadeelde partijen
[benadeelde partij 2]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] (parketnummer 110-158621-24), te betalen een bedrag van € 5.000, als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 7 januari 2024 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] aan de staat
€ 5.000 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 7 januari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 50 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededaders de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben vergoed;
[benadeelde partij 3]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, aan de benadeelde partij [benadeelde partij 3] (parketnummer 10-158621-24), te betalen een bedrag van € 23.192,50, als vergoeding van materiële en immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 7 januari 2024 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] aan de staat € 23.192,50 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 7 januari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 135 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededaders de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben vergoed;
[benadeelde partij 1]
veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] (parketnummer 02-315472-23), te betalen een bedrag van € 4.753,76 bestaande uit materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 10 november 2023 tot de dag van volledige betaling.
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] aan de staat € 4.753,76 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 10 november 2023 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 47 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
9. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. van de Klashorst, voorzitter,
en mrs. M.J.M. van Beckhoven en A.M. Borel Rinkes, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 12 oktober 2026.
Mr. Borel Rinkes is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage – volledige tenlastelegging
10-158621-24
hij op of omstreeks 07 januari 2024 te Dordrecht op of aan de openbare weg, de Maarten Harpertsz Trompweg, althans een openbare weg tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere horloge(s) (merk: Rolex), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door (met een (deels) afgedekt gezicht/gelaat)
- ( dreigend) op die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] af te rennen en/of zich daarbij aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op te dringen en/of
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] meermaals althans eenmaal (met kracht) met een (vuur)wapen op het hoofd te slaan, waardoor die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ten val kwam(en) en/of
- ( vervolgens) meermaals althans eenmaal (met kracht) op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te slaan/stompen en/of op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te trappen en/of op die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te zitten en hem/hen vast te houden en/of
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] meermalen (dreigend) de woorden toe te voegen: "Geef mij je watch" of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of één of meer (tot op heden) onbekend gebleven personen op of omstreeks 07 januari 2024 te Dordrecht op of aan de openbare weg, de Maarten Harpertsz Trompweg, althans een openbare weg tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere horloge(s) (merk: Rolex), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan (een) ander(en) dan aan voornoemde personen en/of verdachte toebehoorde(n) heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door (met een (deels) afgedekt gezicht/gelaat)
- ( dreigend) op die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] af te rennen en/of zich daarbij aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op te dringen en/of
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] meermaals althans eenmaal (met kracht) met een (vuur)wapen op het hoofd te slaan, waardoor die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ten val kwam(en) en/of
- ( vervolgens) meermaals althans eenmaal (met kracht) op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te slaan/stompen en/of op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te trappen en/of op die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te zitten en hem/hen vast te houden en/of
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] meermalen (dreigend) de woorden toe te voegen: "Geef mij je watch" of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 07 januari 2024 te Dordrecht opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- met voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] af te spreken dat zij hen na de straatroof op/nabij de plaats delict met de auto zouden ophalen en/of
- ( vervolgens) in een auto die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op/nabij de plaats delict op te wachten en/of
- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een weggenomen Rolex met/in een auto na de straatroof weg te vervoeren van de plaats delict en/of
- ( vervolgens) die [medeverdachte 2] af te zetten in Rotterdam en/of
- ( vervolgens) in gezelschap van die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] in de auto naar Belgie te rijden, ten einde aldaar één van de gestolen horloges te verkopen;
02-315472-23
1
hij op of omstreeks 10 november 2023 te Goirle en/of te Rotterdam, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van meerdere bankpas(sen) en/of een creditcard (met daarbij behorende pincode(s) en/of verificatiecode), althans enig goed, door:
- zich onder valse naam voor te doen als ‘ [valse naam 1] ’ een bankmedewerker van helpdesk ING-bank en/of
- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] te vertellen dat – zakelijk weergegeven – ‘ [valse naam 2] ’ het op haar geld gemunt had en dat die [valse naam 1] wilde voorkomen dat er frauduleuze handelingen konden plaatsvinden op haar bankrekening en/of
- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] te bewegen tot het openen van het programma Anydesk (een remote desktop tool) en/of het getoonde nummer door te geven aan die [valse naam 1] en/of
- te vertellen dat er een bankmedewerker langs zou komen om de bankpas(en) en/of creditcard(s) op te halen en/of
- ( vervolgens) bij de woning van die [slachtoffer 1] langs te gaan en/of zich voor te doen als medewerker van de bank en/of de voornoemde bankpassen in ontvangst te nemen;
2
hij op of omstreeks 10 november 2023 te Goirle en/of te Rotterdam en/of te Eindhoven en/of te Geldrop, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (in totaal) 4.753,67 EUR in elk geval enig goed/geldbedrag, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de pinpas(sen) en/of creditcard (met de daarbij behorende pincode/beveiligingscode) van die voornoemde [slachtoffer 1] .