Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-050521-24 en 10-372321-24
Datum uitspraak: 12 oktober 2026
Datum zitting: 28 september 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. M.C. Jonge Vos
Officier van justitie: mr. W.L. van Prooijen
Benadeelde partijen:
[benadeelde partij 1]
[benadeelde partij 2] (bijgestaan door mr. P.P. van Rhijn)
[benadeelde partij 3] (bijgestaan door mr. R.J. Sturkenboom)
[benadeelde partij 4] en haar minderjarige zoons [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (bijgestaan door mr. I.P. van Rossen, waarnemend voor mr. R. Korver)
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van het voorbereiden van het teweegbrengen van een ontploffing, het medeplegen van het teweegbrengen van een ontploffing en het medeplegen van een diefstal met geweld waarbij twee Rolexen zijn weggenomen. Zij krijgt een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte - kort gezegd - van:
onder parketnummer 10-372321-24
het medeplegen van het voorbereiden van het teweegbrengen van een ontploffing in de periode van 1 januari 2024 tot en met 3 januari 2024 in [plaats] door onder meer het onderhouden van contacten en afspraken maken over de aanschaf van benodigdheden en het vervoer van personen voor het teweegbrengen van een explosie en het voorhanden hebben van (was)benzine (feit 1);
het medeplegen van het opzettelijk een ontploffing teweegbrengen op 3 januari 2024 in [plaats] terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel is ontstaan (feit 2);
onder parketnummer 10-050521-24
een diefstal van horloges (merk Rolex) voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen op 7 januari 2024 in Dordrecht, gepleegd door twee of meer verenigde personen.
De volledige tenlastelegging staat in de bijlage.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte de feiten heeft gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.4.
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
10-050521-24 (diefstal horloges)
1. Proces-verbaal van politie, aangifte [aangever 1] Ik had een afspraak met [verdachte] ( [gebruikersnaam 1] ) op 6 januari 2024. [verdachte] zou samen met een vriendin komen. Deze vriendin bleek [medeverdachte 1] te zijn. [aangever 2] was bij mij. Ik noem haar nu [verdachte] , maar zij stelde zich voor als ‘ [naam 1] ’. [verdachte] kwam samen met haar vriendin naar café In The City gelopen. Ik denk dat wij op 7 januari 2026 om 02:20 uur uit het café zijn gegaan. [verdachte] zei dat wij bij haar thuis nog wat konden drinken en dat zij in Dordrecht woonde. Ik heb in mijn auto gereden. [verdachte] zei waar ik heen moest rijden. Ik moest een lange straat inrijden. Nu ik google raadpleeg was dit op de Maarten Harpertsz Trompweg. Wij zijn allemaal uit de auto gestapt. Plotseling kwamen er twee gemaskerde mannen uit het park in onze richting gerend. Ik zag dat zij een capuchon over het hoofd droegen en blauwe latex handschoenen aan hadden. Eén van deze mannen liep naar mij en de andere liep naar [aangever 2] . De man die bij mij was zei: “Geef mij die watch”. De man had een vuurwapen bij zich. Ik kreeg een klap met het pistool tegen mijn hoofd. Ik viel en kreeg nog een klap tegen mijn hoofd en een trap tegen mijn lichaam. Hij ging op mij zitten en hield mij vast. Ik beet in zijn hand, waardoor een stuk van de blauwe plastic handschoen scheurde. Toen hij er vandoor ging is mijn horloge van het merk Rolex van mij afgenomen. Op het moment dat de twee mannen op ons afkwamen, renden [verdachte] en [medeverdachte 1] weg.
2. Proces-verbaal van politie, aangifte [aangever 2]
Ik was in de nacht van 6 op 7 januari 2024 met [aangever 1] . Hij had afgesproken met twee vrouwen. Ik weet dat één van de vrouwen [verdachte] heet en de ander [medeverdachte 1] . De vrouwen hadden ons uitgenodigd om mee naar Dordrecht, naar hun huis, te gaan. Zij vertelden ons waar we heen moesten rijden. Op 7 januari 2024 omstreeks 03:00 uur kwamen wij aanrijden op de Maarten Harpetsz Trompweg in Dordrecht. Wij stapten allemaal uit. Opeens zag ik dat er twee personen uit de bosjes kwamen. Ik zag dat de personen een bivakmuts droegen. Ik hoorde dat er geroepen werd “geef die watch af”. Ik zag dat één persoon bij [aangever 1] ging staan en de ander kwam naar mij toe. Ik zag dat de persoon een vuurwapen had. Ik voelde dat hij met het pistool hard tegen mijn voorhoofd tikte en bleef zeggen “geef de watch af”. Hij heeft meerdere keren met het wapen tegen mijn hoofd getikt en sloeg meerdere keren met het vuurwapen tegen mijn hoofd. Dit was een harde klap en hierdoor viel ik achterover op de grond. Ik ben snel naast de auto gaan zitten en heb mijn Rolex naast de band van een geparkeerde auto gelegd. De personen renden weg. Ik ben teruggelopen naar de auto, maar zag mijn Rolex nergens meer liggen.
3. Proces-verbaal van politie, verhoor [medeverdachte 1] Ik had een afspraak met [verdachte] . Ik ben naar een parking gereden in Rotterdam. Hier zat [verdachte] in de auto met twee jongens. Het was een oude auto in de kleur rood. Zij belde naar een jongen, [aangever 1] . Hij had een vriend of neef meegenomen. We hebben een tijdje in In The City gezeten. Toen wij weggingen zei [verdachte] dat ze wilde afteren bij haar thuis, in Dordrecht. We zijn met de auto van [aangever 1] naar Dordrecht gereden. Wij zijn allemaal uit de auto gestapt. Er kwam een persoon op [aangever 1] af en hij werd aangevallen. De persoon had blauwe handschoenen aan. De persoon sloeg [aangever 1] en toen lagen ze opeens op de grond. Er kwam nog een tweede persoon aan. Hij liep richting de vriend van [aangever 1] . Ik hoorde [verdachte] roepen dat ik moest komen. Ik ben naar haar toegerend. Aan het eind van de straat stond een auto en ik zag dat [verdachte] daar in stapte. Deze auto was dezelfde auto als waarin [verdachte] eerder op die avond zat. Ik zag dat in de auto twee mannen zaten. [verdachte] liet mij een horloge zien. [verdachte] vertelde dat ze het horloge onder de auto vandaan had gehaald. Ze vertelde dat de jongens de horloges zouden stelen en dat ze het geld vervolgens zouden verdelen. Ze zeiden vervolgens iets over dat ze het horloge in België wel konden verkopen. Ik ben naar mijn auto gebracht in Rotterdam.
V: Hoe noemde [verdachte] zich tegenover de jongens tijdens de afspraak?
A: [naam 1] .
4. Proces-verbaal van politie
Op 7 januari 2024 kregen wij de opdracht te gaan naar de Maarten Harpetsz Trompweg te Dordrecht. Ter plaatse zagen wij twee personen op ons af komen rennen. Wij zagen dat beide personen een wond bij hun linkeroog en bloed op hun gezicht hadden. Deze personen bleken te zijn: [aangever 1] en [aangever 2] . Wij hoorden de personen verklaren dat zij waren beroofd. Zij verklaarden dat zij met twee dames hadden afgesproken. [aangever 1] liet een accountnaam op Snapchat zien: [gebruikersnaam 1] . [aangever 1] verklaarde dat de personen blauwe latex handschoenen aan hadden en dat hij hier een stuk vanaf had gebeten. Wij zijn er naartoe gelopen en zagen inderdaad blauwe stukjes latex op de grond liggen.
5. Europees Onderzoeksbevel België Op 7 januari 2024 gaat de Belgische politie over tot controle van een Mercedes met Nederlands kenteken [kentekennummer] . Er zaten drie personen in: [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 3] . [verdachte] verklaart spontaan dat ze van Antwerpen komen. De politie besluit het voertuig en de drie personen te controleren. Op de passagierszetel treft de politie een manbag aan met cash geld bestaande uit briefjes van 50 en 500 euro (totale som 4.000 euro). [medeverdachte 3] verklaart dat dit zijn geld is. Op de achterzetel vindt de politie in een jas eveneens een pakket geld samengesteld met briefjes van 50 en 500 euro (totale som 4.130 euro). [verdachte] verklaart spontaan dat dit haar geld betreft.
6. Proces-verbaal van politieOnder verdachte [verdachte] was een iPhone SE in beslag genomen. Ik vond een Snapchat tussen gebruiker [gebruikersnaam 1] en [gebruikersnaam 2] met weergegeven naam [naam 2] . Op de telefoon van verdachte [medeverdachte 3] had ik het account [e-mailadres] gevonden. In het politiesysteem zag ik dat ‘ [naam 3] ’ een van de bijnamen van de verdachte [medeverdachte 3] was. Ik zag op 7 januari 2024 gebruiker [gebruikersnaam 2] ( [naam 2] ) om 02:47 uur sturen:
“Ik ben het [medeverdachte 2] ”
“Waar jullie”
“Deze [naam 4] slaapt”
Waarop [verdachte] om 02:47:45 uur meteen reageert met:
“5 min”.
7. Proces-verbaal van de politieEen telefoon Samsung was op 7 januari 2024 in beslag genomen onder de verdachte [medeverdachte 2] . Ik zag als username als SnapChat ‘ [gebruikersnaam 3] ’
Ik zag op 7 januari 2024 om 16:23:31 uur het volgende chatgesprek met [gebruikersnaam 4] .
[gebruikersnaam 3] ‘zei heeft’
[gebruikersnaam 3] ‘shi rolex genakt’
[gebruikersnaam 3] ‘50doezoeeeeee’
[gebruikersnaam 3] ‘gisterr’
[gebruikersnaam 3] ‘ik was erbij’
[gebruikersnaam 3] ‘ze heeft 2 boys in setups gezet’
Vervolgens zie ik dat [gebruikersnaam 3] op 7 januari 2024 om 16:24:08 uur een kort filmpje via Snapchat stuurt. Er is te zien dat een persoon welke achter het stuur van een auto zit zijn arm draait en een horloge van het merk Rolex te zien is. De chat gaat door.
[gebruikersnaam 3] ‘we rijden nu naar antwerpen’
[gebruikersnaam 3] ‘ze gaat verkopen’
10-372321-24 | (voorbereiden) explosie in [plaats]
8. Proces-verbaal van de politie, aangifte [aangeefster]
Op 3 januari (de rechtbank begrijpt: 2024) ben ik slachtoffer geworden van een aanslag op mijn woning aan [adres 2] te [plaats] . Op de begane grond aan de straatkant is mijn woonkamer gelegen. Hier heb ik tot ongeveer 22:55 uur gezeten. Ik ben naar boven gegaan. Ook mijn slaapkamer is gelegen aan de straatkant. Omstreeks 23:00 uur hoorde ik een harde klap en zag een vuurzee voor mijn slaapkamerraam voorbij komen. Ik ben naar beneden gelopen. Ik deed mijn tussendeur welke leidde naar de hal open en hier stond veel rook. Ik hoorde later van mijn buurman dat mijn voordeur in de brand had gestaan en dat hij deze geblust had.
9. Proces-verbaal van de politie
Op 3 januari 2024 hoorden wij een melding van een mogelijk explosie aan [straat] in [plaats] . Wij zagen een kapotte plastic fles midden op de weg liggen. Wij zagen op de voordeur spetters en resten zitten van vermoedelijk vuurwerk. Wij zagen voor de deur een rode dop liggen. Op straat zagen wij iets gelijkend op karton en vuurwerkafval liggen.
10. Proces-verbaal van de politie
Sinds april 2023 werd een reeks van aanslagen of pogingen daartoe gepleegd op bedrijfspanden, woningen en auto’s van een persoon genaamd [slachtoffer 1] . Er werden diverse onderzoeken gestart. In opsporingsonderzoek [dossiernaam] , ter zake straatroof van een horloge, werd onder andere als verdachte aangemerkt [verdachte] . Bij haar waren telefoons aangetroffen en in beslag genomen. Door het onderzoeksteam [dossiernaam] kwam naar voren dat er op een iPhone 13 en iPhone SE berichten waren aangetroffen die betrekking hadden tot aanslagen gericht op [slachtoffer 1] .
iPhone 13
Er werden verschillende accounts gevonden die gebruik maakten van namen gerelateerd aan [verdachte] . Op Snapchat was de identiteit van de gebruiker [gebruikersnaam 1] met de naam [naam 1] . Op basis van de gebruikersaccountnamen in combinatie met de gekoppelde MSISDN nummers in combinatie met de aangetroffen mediabestanden is het zeer aannemelijk dat de gebruiker van de applicatie Snapchat met gebruikersnaam [gebruikersnaam 1] en naam [naam 1] op de iPhone 13, [verdachte] betrof.
Op 1 januari 2024 heeft de volgende Snapchat conversatie plaatsgevonden tussen [gebruikersnaam 1] [naam 1] en [gebruikersnaam 5] :
1-1-2024 15:13:01 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] Moest iets halen
1-1-2024 15:13:12 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] Om te planten in [plaats]
iPhone SE
Op basis van de gebruikersaccountnamen in combinatie met de gekoppelde MSISDN nummers in combinatie met de aangetroffen mediabestanden is het zeer aannemelijk dat de gebruiker van de applicatie Snapchat met gebruikersnaam [gebruikersnaam 1] en naam [naam 1] op de iPhone 13, [verdachte] betrof. Tussen 30-12-2023 en 1-1-2024 heeft een Snapchatconversatie plaatsgevonden tussen de [gebruikersnaam 1] [naam 1] en [naam 5] .
Op 30-12-2023 werd door [gebruikersnaam 6] [naam 5] een screenshot gestuurd van een Google streetview afbeelding van het adres [adres 3] , [plaats] . Vervolgens werd een screenshot gestuurd van het adres [adres 2] in [plaats] en daarna van het adres [adres 4] in [plaats] . De verzonden adressen zijn te relateren aan [slachtoffer 1] . Met [adres 2] werd mogelijk het adres [adres 5] te [plaats] bedoeld. Het adres ligt in de buurt van [adres 2] en de [adres 3] te [plaats] , te relateren aan [slachtoffer 1] . Na het verzenden van de afbeeldingen met adressen werden onderstaande berichten verstuurd:
1-1-2024 16:44:45 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] Ik heb cobra
1-1-2024 16:56:58 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] Maar wat vinden hun cobra 6 voldoende?
1-1-2024 17:14:09 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] En c6 met benzine?
1-1-2024 17:14:13 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] Wat zeg je me daarvan
1-1-2024 17:16:54 From [gebruikersnaam 6] [naam 5] Ff vragen
Er wordt een filmpje door [gebruikersnaam 1] [naam 1] verstuurd waarop te zien is dat er een explosie plaatsvindt waarbij direct een behoorlijke vuurbal ontstaat.
1-1-2024 17:18:37 From [gebruikersnaam 6] [naam 5] Kan je dit fixe
1-1-2024 17:18:40 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] Ja
1-1-2024 17:18:44 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] Is c6 met benzine
1-1-2024 17:22:54 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] Ik ga nu die c6 halen
1-1-2024 17:23:01 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] Dan drop ik hun op locatie
1-1-2024 17:23:09 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] 30 a 40 min word t geregeld
1-1-2024 18:02:13 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] 5 winkels geweest geen wasbenzine
1-1-2024 18:04:29 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] Anders laat ik ze flesje benzine halen gwn
1-1-2024 18:43:24 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] 20 min zijn ze op locatie
1-1-2024 19:01:44 From [gebruikersnaam 6] [naam 5] Ben je nog met hun
1-1-2024 19:05:59 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] Jaaa
1-1-2024 19:06:02 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] Heb wasbenzine alles geregeld.
1-1-2024 19:06:10 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] Nu die man van die c6 is m kwijt
1-1-2024 19:12:40 From [gebruikersnaam 6] [naam 5] Dus wat mis je nu nog
1-1-2024 19:12:46 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] C6
1-1-2024 19:12:50 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] Of iets anders wat knalt
1-1-2024 19:17:49 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] Ik heb het geregeld over un uurtje komt n boy van telegram cobras brengen
1-1-2024 19:18:05 From [gebruikersnaam 6] [naam 5] Ik ga die bullys nu [plaats] droppen hun wachten daar
1-1-2024 21:35:15 From [gebruikersnaam 1] [naam 1] Ik laat ze tot 11 wachten anders stuur ik ze terug
Op 1 januari 2024 omstreeks 21:36 uur is er een Snapchatconversatie tussen [gebruikersnaam 1] [naam 1] en [persoon A] .
[gebruikersnaam 1] [naam 1] 1-1-2024 21:36:57 Kun je aub een c6 ophalen in zuid en naar 2 bullys van me brengen in [plaats] . Ik geef je wel wat ervoor is echt belangrijk.
Op 3 januari 2024 omstreeks 22:19:13 uur stuurt [gebruikersnaam 1] [naam 1] de volgende tekst naar de gebruiker [gebruikersnaam 6] [naam 5] : “ [huisnummer] ”. Voor en na het bericht werden er meerdere mediabestanden gestuurd. Gezien de context van de chats kan worden opgemaakt dat [gebruikersnaam 1] [naam 1] dan wel [verdachte] samen met [gebruikersnaam 6] [naam 5] en andere personen één of meerdere aanslagen aan het voorbereiden waren dan wel aan het uitvoeren op één van de panden van [slachtoffer 1] . [verdachte] stuurde mogelijk de uitvoerders aan en zorgde mogelijk voor een explosief en brandbare vloeistof.
Bewijsmotivering | 10-050521-24 (diefstal horloges)
Zoals volgt uit bovengenoemde bewijsmiddelen, heeft in de nacht van 7 januari 2024 een diefstal met geweld plaatsgevonden in Dordrecht waarbij de Rolex-horloges van de aangevers zijn weggenomen. De aangevers hadden die avond afgesproken met verdachte [verdachte] en dachten daarna met haar en [medeverdachte 1] mee naar huis te gaan. De verdachte heeft de aanwijzingen gegeven om naar een specifieke plek toe te rijden, waar toen een beroving door twee onbekend gebleven personen plaatsvond. De vraag die voorligt is of het handelen van de verdachte het medeplegen van dit feit oplevert.
Betrouwbaarheid verklaring [medeverdachte 1]
De verdediging heeft bepleit dat de verklaringen van [medeverdachte 1] niet bruikbaar zijn voor het bewijs gezien de wijze hoe die verklaringen tot stand zijn gekomen. De rechtbank volgt dat verweer niet. [medeverdachte 1] heeft bij de politie uitgebreid en gedetailleerd verklaard over het delict en wat zich daarvoor en daarna heeft afgespeeld. Tijdens het verhoor is zij bijgestaan door een advocaat. De verklaring wordt op belangrijke punten ondersteund door andere bewijsmiddelen, zoals de aangiftes en bevindingen van de politie ter plaatse. Hoewel de rechtbank voorzichtig omgaat met de verklaring van [medeverdachte 1] , gelet op het handelen van aangever [aangever 1] , wordt het gedeelte van de verklaring dat de rechtbank voor het bewijs bezigt voldoende verankerd in andere bewijsmiddelen. Daarmee is de verklaring niet sole and decisive en is de verklaring van [medeverdachte 1] bruikbaar voor het bewijs.
Rol verdachte
De verdachte is degene geweest die de afspraak met aangever [aangever 1] heeft geïnitieerd. Vervolgens zijn de verdachte, [aangever 1] , [aangever 2] en [medeverdachte 1] naar een parkeerplaats in Dordrecht gereden op aanwijzingen van de verdachte. Direct bij aankomst op die parkeerplaats heeft de diefstal van de horloges plaatsgevonden, waarna de verdachte in een auto is gestapt bij medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . [medeverdachte 1] heeft verklaard dat [verdachte] na de beroving een Rolex in haar bezit had. Uit de inhoud van de gesprekken in de telefoon van [medeverdachte 2] volgt de verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] deze Rolex vervolgens samen in Antwerpen wilden gaan verkopen. Dat dit kennelijk ook is gebeurd, blijkt uit de omstandigheid dat de verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] later op de dag in België zijn staande gehouden, waarbij in de auto een groot bedrag aan contact geld is aangetroffen. De verdachte had een vergaande betrokkenheid voor, tijdens én na de diefstal. Daarmee had de verdachte zowel opzet op de samenwerking als de beroving. Het feit is wettig en overtuigend bewezen. De verweren worden verworpen.
Bewijsmotivering | 10-372321-24
Op basis van de bewijsmiddelen blijkt dat de telefoons en het account [gebruikersnaam 1] , waarmee berichten met betrekking tot explosies in [plaats] zijn gestuurd, gekoppeld kunnen worden aan de verdachte. Uit die berichten volgt dat de verdachte een actieve rol heeft bij de voorbereiding van een explosie in [plaats] begin januari 2024. Zij ontvangt drie adressen, welke allemaal te koppelen zijn aan één en dezelfde persoon. De ten laste gelegde voorbereidingshandelingen onder feit 1 volgen uit de berichten die zijn gestuurd met het account [gebruikersnaam 1] . Uit de inhoud van die berichten blijkt dat de verdachte een aansturende rol heeft gehad, waarbij zij zelf voorstellen doet over de wijze waarop de explosie zou moeten plaatsvinden, aangeeft dat zij dit kan regelen en mensen regelt die de explosieven kunnen plaatsen. Uiteindelijk komt het op 3 januari 2024 tot een explosie, waarbij de verdachte kort voordat de ontploffing plaatsvindt op [adres 2] , ‘ [huisnummer] ’ naar de kennelijke opdrachtgever stuurt. De aansturende rol van de verdachte is van dusdanig gewicht, dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking bij het teweegbrengen van de ontploffing op 3 januari 2024. Daarvoor is niet vereist dat de verdachte degene was die het explosief daadwerkelijk tot ontploffing heeft gebracht. Gelet op het voorgaande zijn zowel feit 1, de voorbereiding van het teweegbrengen van een ontploffing, en feit 2, het veroorzaken van een ontploffing, wettig en overtuigend bewezen.
Levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel
De rechtbank acht bewezen dat de ontploffing in ieder geval gevaar voor goederen heeft opgeleverd. Bij de ontploffing is immers brand ontstaan en is de voordeur van de woning beschadigd. Anders dan de verdediging heeft gesteld, is er door de feiten ook levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten geweest. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 21 februari 2023 (ECLI:NL:HR:2023:230) overwogen dat voor het duchten van levensgevaar voor personen (en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel) is vereist dat dit gevaar ten tijde van de ten laste gelegde gedragingen naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest. Gelet op de locatie waar het explosief geplaatst is, bij de voordeur van de woning, de vuurzee en rook die zijn ontstaan en het tijdstip waarop het explosief tot ontploffing is gebracht (laat in de avond, een moment waarop de kans groot is dat bewoners thuis zijn en dat in dit geval ook vanaf de straat zichtbaar moet zijn geweest), acht de rechtbank bewezen dat naar algemene ervaringsregels voorzienbaar was dat er gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en levensgevaar bestond voor personen die zich in de betreffende woning bevonden, in dit geval [benadeelde partij 1] . Dat het gevaar zich niet heeft verwezenlijkt, is een gelukkige omstandigheid.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
10-050521-24
zij op 7 januari 2024 te Dordrecht op of aan de openbare weg, de Maarten Harpertsz Trompweg, tezamen en in vereniging met anderen horloges (merk: Rolex), die aan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken door (met een (deels) afgedekt gezicht/gelaat)
- met die [slachtoffer 2] een afspraak te maken en
- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] naar een afgesproken plek te laten komen en
- ( dreigend) op die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] af te rennen en zich daarbij aan die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op te dringen en
- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] meermaals (met kracht) met een (vuur)wapen op het hoofd te slaan, waardoor die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ten val kwamen en
- ( vervolgens) meermaals (met kracht) op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te slaan en op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te trappen en op die [slachtoffer 2] te zitten en hem vast te houden en
- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] meermalen (dreigend) de woorden toe te voegen: "Geef mij je watch" of woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
10-372321-24
1
zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 3 januari 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen (telkens) ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijk in de nabijheid van een woning een ontploffing teweegbrengen terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, opzettelijk stoffen en informatiedragers, te weten
- telefoons, waarmee zij, verdachte, via Snapchat contact onderhield en informatie uitwisselde en afspraken maakte over (de aanschaf van) cobra's en (was)benzine en over het vervoer van personen, belast met de uitvoering van het teweegbrengen van de ontploffing, en de wijze waarop een explosie in [plaats] kon worden veroorzaakt en waarmee zij, verdachte, via Snapchat, afbeeldingen met daarop meerdere adressen, te weten de [adres 3] in [plaats] , de [adres 4] in [plaats] en [adres 2] in [plaats] ontving en locatie van de te veroorzaken explosie inzichtelijk te maken en
- ( was)benzine, althans, een ontvlambare stof,
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad;
2
zij op 3 januari 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een of meerdere stukken zwaar vuurwerk, althans een explosief, in de dichte nabijheid voor die woning te plaatsen en aan te steken, waardoor die stuk(ken) vuurwerk, althans explosief tot ontploffing is/zijn gebracht, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor de woning aan [adres 2] en
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoonster ( [aangeefster] ) van de woning aan [adres 2] te duchten was.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
10-050521-24
diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen
10-372321-24
1. medeplegen van voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvoor gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;
2. medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvoor gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren, met aftrek van voorarrest. Daarnaast is gevorderd om een 38v-maatregel op te leggen, inhoudende een contactverbod met [aangeefster] en een locatieverbod op het adres [adres 2] in [plaats] .
Standpunt van de verdediging
De officier van justitie heeft in haar eis onvoldoende rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Verzocht wordt om, mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen, daar wel rekening mee te houden en een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest met daarbij een forse taakstraf op te leggen.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich allereerst schuldig gemaakt aan het voorbereiden van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing. Uit de berichten op te telefoon van de verdachte volgt dat zij hierin een aansturende rol heeft gehad, actief heeft meegedacht over de wijze van uitvoering en anderen heeft aangestuurd. Uiteindelijk heeft dit daadwerkelijk tot een explosie geleid. Aannemelijk is dat hierbij sprake is geweest van een verwisseling van adressen, waardoor een willekeurige omwonende per ongeluk slachtoffer is geworden van dit feit. De ontploffing valt binnen een reeks van ontploffingen gericht tegen de inmiddels overleden [slachtoffer 1] . Dat deze explosie ook op zijn gezin veel impact heeft gehad, is gebleken uit de toelichting en verklaring van [benadeelde partij 4] . Deze ontploffingen hebben voor omwonenden en in algemene zin in de samenleving geleid tot onrust en gevoelens van angst en onveiligheid. De verdachte heeft met haar handelen bijgedragen aan deze zeer intimiderende vorm van geweld.
Enkele dagen na bovengenoemde feiten, heeft de verdachte een diefstal met geweld mede gepleegd door de slachtoffers naar een plek te leiden waarna zij door twee anderen met vuurwapens en geweld van hun Rolex-horloges zijn bestolen. Dit handelen heeft een grote impact op hen gehad, zoals blijkt uit hun verklaringen. De slachtoffers zijn ernstig aangetast in hun lichamelijke integriteit en ervaren nog steeds gevoelens van angst. Daarnaast hebben de slachtoffers ook financiële schade geleden omdat hun horloges zijn weggenomen.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 5 augustus 2026 blijkt dat de verdachte eerder (deels onherroepelijk) is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Deze veroordelingen dateren van na de pleegdata in onderhavige zaak, wat betekent dat artikel 63 Sr van toepassing is.
Rapporten
In het rapport van de reclassering van 7 mei 2024 staat onder meer dat de verdachte destijds in een schorsing met bijzondere voorwaarden liep, maar door deze zaak wederom in beeld kwam bij justitie. In het geval van een veroordeling wordt een strakker forensisch kader geïndiceerd, mede gezien de jonge leeftijd van de verdachte.
Op 18 september 2026 heeft de reclassering een voortgangsverslag toezicht geschreven, waarin staat dat het toezicht in januari 2026 opnieuw is voortgezet. Aan de verdachte is duidelijk gemaakt dat deze fase wordt beschouwd als herstart en een nieuwe kans waarbij van haar een actieve en volledige inzet wordt verwacht bij het afronden van het diagnostiektraject, het nakomen van bijzondere voorwaarden en de start van een taakstraf. De diagnostische fase is in juni 2026 afgerond, wat een belangrijke mijlpaal is. Op basis van de uitkomsten van het definitieve verslag kan bekeken worden of en welke behandeling aangewezen is. De verdachte is in verwachting van haar eerste kind. Dit vormt haar grootste motivatie om aan haar persoonlijke problematiek te werken. Dit biedt een aanknopingspunt om verder te werken gericht op de toekomst en gedragsverandering. De verdachte heeft zich ontwikkeld tot een opener en beter aanspreekbaar persoon. Op de basale leefgebieden is sprake van voldoende stabiliteit. Zij beschikt over zelfstandige huisvesting, behoudt haar werk en de financiën worden begeleid. Bij een veroordeling wordt geadviseerd om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden: (1) een meldplicht bij de reclassering, (2) het volgen van ambulante behandeling, (3) een contactverbod met de medeverdachten en de slachtoffers, (4) het inzetten voor het behouden van een zinvolle dagbesteding en (5) het geven van inzicht in de financiën.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 12 februari 2024, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld in de zaak met parketnummer 10-050521-24. Tot aan dit vonnis is een periode van twee jaar en acht maanden verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden en de rechtbank zal daar rekening mee houden bij het bepalen van de straf.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten, de rol van de verdachte bij die feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en met de LOVS oriëntatiepunten. Hoewel de rechtbank de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de positieve ontwikkelingen in haar leven ziet, zijn de feiten te ernstig om te kunnen volstaan met een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest en een taakstraf, zoals is verzocht door de verdediging. Een gevangenisstraf van meerdere jaren is de enige passende straf. De rechtbank zal dan ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier jaren opleggen, met aftrek van voorarrest. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd, nu deze voorwaarden ook opgelegd kunnen worden in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
Anders dan door de officier van justitie is gevorderd, ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding voor het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel (ex artikel 38v Sv).
5. Voorlopige hechtenis
De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 15 mei 2024 (in de zaak met parketnummer 10-050521-24) en 18 december 2024 (in de zaak met parketnummer 10-372321-24) geschorst. De rechtbank ziet gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte onvoldoende redenen om die schorsingen bij deze uitspraak op te heffen, waardoor de bevelen die tot schorsingen hebben geleid zullen voortduren.
6. Vordering van de benadeelde partijen
Vorderingen
In dit strafproces hebben verschillende benadeelde partijen schadevergoeding van de verdachte gevorderd. In de zaak met parketnummer 10-050521-24 hebben [benadeelde partij 2] (bijgestaan door mr. Van Rhijn) en [benadeelde partij 3] (bijgestaan door mr. Sturkenboom) schadevergoeding gevorderd. In de zaak met parketnummer 10-372321-24 heeft allereerst [benadeelde partij 1] zich als benadeelde partij gevoegd. Daarnaast hebben [benadeelde partij 4] en haar minderjarige zoons [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een schadevergoeding gevorderd. Zij worden bijgestaan door mr. Van Rossen. De rechtbank heeft de vorderingen samengevat in het hieronder opgenomen overzicht.
Benadeelde partij
Materiële schade
Immateriële schade
[benadeelde partij 2]
€ 18.500
€ 5.000
[benadeelde partij 3]
€ 17.500
€ 5.692,50
[benadeelde partij 1]
€ 2.500
[benadeelde partij 4]
€ 5.000
[minderjarige 1]
€ 5.000
[minderjarige 2]
€ 5.000
Standpunt van de officier van justitie
De vorderingen van de benadeelde partij kunnen worden toegewezen met vermeerdering van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet in alle gevallen hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade.
Standpunt van de verdediging
Primair is verzocht de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen vanwege de bepleite vrijspraak van alle feiten. Subsidiair is aangevoerd dat de waardebepaling van het horloge bij de benadeelde partij [benadeelde partij 2] onvoldoende duidelijk is en dat deze gevorderde materiële schade daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Ten aanzien van de vorderingen van [benadeelde partij 4] en haar zoons geldt dat deze eveneens niet-ontvankelijk verklaard moeten worden omdat beoordeling van die vorderingen een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Voor het overige heeft de verdediging geen opmerkingen.
Oordeel van de rechtbank
Vordering [benadeelde partij 2]
Materiële schade
De benadeelde partij heeft om € 18.500 verzocht als vergoeding van de waarde van de weggenomen Rolex. De verdediging heeft die waarde gemotiveerd betwist. Nadere bewijslevering vormt een te zware belasting voor het strafproces. Om die reden zal dit deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. Hij heeft namelijk een verwonding opgelopen en als gevolg van het strafbare feit is geestelijk letsel ontstaan, zoals volgt uit het voortgangsverslag van de psycholoog. Het gevorderde bedrag van € 5.000 wordt, mede gelet op de gegeven onderbouwing en de Rotterdamse Schaal, billijk geacht.
Vordering [benadeelde partij 3]
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit waarbij zijn horloge is weggenomen. De verdediging heeft de vordering niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en deze is goed onderbouwd. Het gevorderde bedrag wordt daarom toegewezen.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. Hij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen en er is sprake van een (blijvend) litteken boven het oog. Daarnaast is als gevolg van het strafbare feit geestelijk letsel ontstaan, zoals volgt uit het verslag van de psycholoog. Het gevorderde bedrag van
€ 5.692,50 wordt, mede gelet op de gegeven onderbouwing en de Rotterdamse Schaal, billijk geacht.
Vordering [benadeelde partij 1]
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit onder 2 van parketnummer 10-372321-24 rechtsreeks immateriële schade geleden. De rechtbank stelt vast dat het bestaan van geestelijk letsel naar objectieve maatstaven niet kan worden aangenomen. Het gaat in dit geval echter om een naar zijn aard ernstige normschending. De nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde kunnen meebrengen dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze. Zoals uit haar verklaring ter zitting is gebleken, heeft de benadeelde partij tot op heden last van angst als gevolg van de explosie. De gestelde gevolgen zijn door de verdediging niet betwist. Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze.
Het gevorderde bedrag van € 2.500 komt de rechtbank billijk voor en de vordering zal dan ook worden toegewezen.
Vorderingen [benadeelde partij 4] , [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
Vast staat dat de bewezenverklaarde feiten onder parketnummer 10-372321-24 deel uitmaken van een reeks aan explosies die sinds 2023 hebben plaatsgevonden in [plaats] . Doelwit van deze aanslagen lijkt de (inmiddels overleden) [beroep] [slachtoffer 1] te zijn geweest, hoewel de reden daartoe tot op heden onbekend is gebleven. Het is voor de rechtbank zeer invoelbaar dat dit alles een enorme impact heeft gehad op het leven van het hele gezin en dat zij daardoor immateriële schade hebben geleden.
Deze achtergrond maakt echter ook dat deze zaak waar het de gevolgen voor de benadeelde partijen betreft niet op zichzelf staat en dat het aandeel van deze verdachte daarin niet zonder nader onderzoek is vast te stellen. Nader onderzoek en bewijslevering zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. Dit betekent dat de benadeelde partijen in de vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partijen [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 1] een schadevergoeding betalen zoals hieronder vermeld.
Benadeelde partij
Toegewezen materiële schade
Toegewezen immateriële schade
Totaal
[benadeelde partij 2]
€ 5.000
€ 5.000
[benadeelde partij 3]
€ 17.500
€ 5.692,50
€ 23.192,50
[benadeelde partij 1]
€ 2.500
€ 2.500
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft de strafbare feiten waarvoor de schadevergoedingen worden toegekend samen met mededaders gepleegd. Zij zijn daarom allen hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededaders de schadevergoeding (voor een deel) hebben betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partijen hebben gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente ten aanzien van de vorderingen van [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] toe vanaf 7 januari 2024. Voor de vordering van [benadeelde partij 1] geldt dat de schadevergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2024.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partijen [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 1] hebben gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zullen maken, omdat de vorderingen van de benadeelde partijen (grotendeels) worden toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoedingen aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partijen. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van in totaal maximaal 210 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Vorderingen [benadeelde partij 4] , [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
Voor de benadeelde partijen [benadeelde partij 4] , [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geldt dat zij in hun vorderingen niet-ontvankelijk zijn. De vorderingen kunnen slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. De rechtbank veroordeelt de benadeelde partijen in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vorderingen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.
7. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 36f, 46, 47, 57, 63, 157 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
8. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 4 (vier) jaren;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Vorderingen benadeelde partijen
[benadeelde partij 2]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met haar mededaders, aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] (parketnummer 10-050521-24), te betalen een bedrag van € 5.000, als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 7 januari 2024 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] aan de staat
€ 5.000 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 7 januari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 50 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij en/of haar mededaders de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben; vergoed.
[benadeelde partij 3]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met haar mededaders, aan de benadeelde partij [benadeelde partij 3] (parketnummer 10-050521-24), te betalen een bedrag van € 23.192,50, als vergoeding van materiële en immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 7 januari 2024 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] aan de staat € 23.192,50 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 7 januari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 135 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij en/of haar mededaders de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben vergoed;
[benadeelde partij 1]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met haar mededaders, aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] (parketnummer 10-372321-24), te betalen een bedrag van € 2.500, als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 3 januari 2024 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] aan de staat
€ 2.500 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 3 januari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 25 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij en/of haar mededaders de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben vergoed;
[benadeelde partij 4] , [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
verklaart de benadeelde partijen [benadeelde partij 4] , [minderjarige 1] en [minderjarige 2] niet-ontvankelijk in de vorderingen (parketnummer 10-372321-24); de vorderingen kunnen worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vorderingen, en begroot deze kosten op € 0.
9. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. van de Klashorst, voorzitter,
en mrs. M.J.M. van Beckhoven en A.M. Borel Rinkes, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 12 oktober 2026.
Mr. A.M. Borel Rinkes is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage – volledige tenlastelegging
10-372321-24
1
zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 3 januari 2024 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen (telkens) ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijk al dan niet bij/in danwel in de nabijheid van (een) woning(en) brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, te weten
- een of meer telefoons, waarmee zij, verdachte, via Snapchat contact onderhield en/of informatie uitwisselde en/of afspraken maakte over (de aanschaf van) cobra's en/of (was)benzine en/of over het vervoer van personen, belast met de uitvoering van het teweegbrengen van de ontploffing, en/of de wijze waarop een explosie in [plaats] kon worden veroorzaakt en/of waarmee zij, verdachte, via Snapchat, een of meer afbeeldingen met daarop meerdere adressen, te weten de [adres 3] in [plaats] , de [adres 4] in [plaats] en/of [adres 2] in [plaats] ontving en/of deelde teneinde de situatie en/of locatie van de te veroorzaken explosie inzichtelijk te maken en/of
- ( was)benzine, althans, een ontvlambare stof, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;
2
zij op of omstreeks 3 januari 2024 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een of meerdere stukken zwaar vuurwerk, althans een of meerdere explosieven, aan/op de (voor)deur van een woning gelegen aan [adres 2] te bevestigen/te plakken, althans in de dichte nabijheid van/voor die woning te plaatsen en aan te steken, waardoor die/dat stuk(ken) vuurwerk, althans explosie(f)ven tot ontploffing is/zijn gebracht, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor de woning aan [adres 2] en/of belendende woningen en/of de inboedel/huisraad van de woning aan [adres 2] en/of de inboedel/huisraad van die nabijgelegen woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten, de bewoonster ( [aangeefster] ) van de woning aan [adres 2] en/of een van de zich in die belendende woningen bevindende pers(o)n(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor een ander of anderen te duchten was;
10-050521-24
zij op of omstreeks 07 januari 2024 te Dordrecht op of aan de openbare weg, de Maarten Harpertsz Trompweg, althans een openbare weg tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere horloge(s) (merk: Rolex), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door (met een (deels) afgedekt gezicht/gelaat)
- met die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] een afspraak te maken en/of
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] naar een afgesproken plek te laten komen en/of
- ( dreigend) op die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] af te rennen en/of zich daarbij aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op te dringen en/of
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] meermaals althans eenmaal (met kracht) met een (vuur)wapen op het hoofd te slaan, waardoor die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ten val kwam(en) en/of
- ( vervolgens) meermaals althans eenmaal (met kracht) op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te slaan/stompen en/of op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te trappen en/of op die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te zitten en hem/hen vast te houden en/of
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] meermalen (dreigend) de woorden toe te voegen: "Geef mij je watch" of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.