ECLI:NL:RBROT:2026:13983

ECLI:NL:RBROT:2026:13983

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 02-10-2026
Datum publicatie 14-10-2026
Zaaknummer 11889502 CV EXPL 25-20071
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Geldlening

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11889502 CV EXPL 25-20071

datum uitspraak: 2 oktober 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiser],

woonplaats: [woonplaats 1],

eiser,

gemachtigde: [gemachtigde],

tegen

[gedaagde],

woonplaats: [woonplaats 2],

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

het tussenvonnis van de kantonrechter van 5 juni 2026 en de daarin genoemde stukken;

de brief van kant van [eiser] van 20 augustus 2026, met bijlagen.

Op 4 september 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig:

[eiser] met zijn partner en dochter als toehoorders, bijgestaan door de gemachtigde;

[gedaagde] met zijn zoon als toehoorder.

2. De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

[eiser] eist in deze zaak betaling van € 12.400,-. Daarvoor heeft hij het volgende aangevoerd.

De partijen zijn bekenden van elkaar. In april 2024 heeft [eiser] een lening aan [gedaagde] verstrekt. [gedaagde] zou financiële problemen hebben en zou op korte termijn geld krijgen van zijn oud-werkgever. [eiser] heeft toen aangegeven dat hij het geld binnen drie maanden terug wilde krijgen vanwege de bruiloft van zijn zoon. In de periode daarna vroeg [gedaagde] meermaals om meer geld, wat [eiser] vervolgens aan hem heeft geleend. Ook heeft [eiser] de factuur van een groothandel voor [gedaagde] voorgeschoten. Ondanks toezeggingen heeft [gedaagde] de geleende bedragen nog niet terugbetaald. [eiser] wil zijn geld terug en is daarom deze procedure gestart.

[gedaagde] is het niet eens met de eis. Hij geeft aan dat hij door [eiser] is bedreigd en dat [eiser] valse meldingen heeft gedaan en valse getuigen heeft opgegeven. Ook heeft [gedaagde] al bedragen aan [eiser] betaald, waardoor er nog een bedrag van maximaal € 2.500,- open staat. De mensen van de groothandel heeft hij nooit ontmoet. [gedaagde] wil graag met [eiser] in gesprek gaan om tot een oplossing van het geschil te komen.

Uitkomst

De eis van [eiser] wordt toegewezen. Hierna wordt toegelicht waarom.

[gedaagde] moet € 12.400,- aan [eiser] terugbetalen

Het staat vast dat [gedaagde] (minstens) € 12.400,- van [eiser] heeft geleend. Dit volgt uit de erkenning van [gedaagde] dat hij ongeveer € 9.000,- van [eiser] heeft geleend in combinatie met de (vertalingen van) transcripties van gesprekken tussen de partijen die door [eiser] in het geding zijn gebracht. [eiser] heeft [gedaagde] er tijdens deze gesprekken meermaals gewezen dat [gedaagde] nog € 13.000,- aan hem moest betalen. [gedaagde] weerspreekt dit geen enkele keer en geeft slechts aan dat hij zich onder druk gezet voelt om te betalen en dat het geld er op korte termijn aankomt. [gedaagde] heeft niet aangegeven dat de gespreksverslagen onjuist zijn. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat het gegaan is zoals in de transcripties naar voren komt.

Het staat niet vast dat [gedaagde] door [eiser] bedreigd is en dat sprake is van valse meldingen en/of getuigen. [eiser] zegt namelijk dat dat niet zo is, en [gedaagde] heeft zijn stelling onvoldoende (met stukken) onderbouwd.

[gedaagde] heeft ook niet weersproken dat de termijn van terugbetaling is verstreken. Het verweer van [gedaagde] dat hij de lening al gedeeltelijk heeft terugbetaald, slaagt niet. [eiser] heeft dat namelijk betwist en [gedaagde] heeft geen betaalbewijzen in het geding gebracht ter onderbouwing van zijn stelling.

Gelet op het voorgaande wordt de eis van [eiser] in zijn geheel toegewezen.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiser] moet betalen op € 144,47 aan dagvaardingskosten, € 257,- aan griffierecht, € 864,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 432,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.409,47. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 12.400,-;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 1.409,47;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.

43416

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand