Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-027753-24
Datum uitspraak: 12 oktober 2026
Datum zitting: 28 september 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. G.L.P. Biesmans
Officier van justitie: mr. W.L. van Prooijen
Benadeelde partijen:
[benadeelde partij 1] (bijgestaan door mr. P.P. van Rhijn)
en [benadeelde partij 2] (bijgestaan door mr. R.J. Sturkenboom)
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor medeplichtigheid aan een diefstal met geweld. Daarnaast heeft hij gedurende meerdere weken een voertuig verduisterd. De verdachte krijgt hiervoor een gevangenisstraf opgelegd van vijf maanden, welke hij reeds heeft uitgezeten.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte – kort gezegd – van:
het medeplegen van een diefstal van horloges (merk Rolex) voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen gepleegd op 7 januari 2024 in Dordrecht (feit 1 primair) dan wel de medeplichtigheid aan dat feit (feit 1 subsidiair);
de verduistering van een Mercedes Benz, toebehorende aan [slachtoffer 1] , in de periode van 22 december 2023 tot en met 12 januari 2024 (feit 2);
diefstal met een valse sleutel van meerdere geldbedragen door het pinnen met een bankpas van [slachtoffer 1] in de periode van 18 tot 19 december 2023 (feit 3).
De volledige tenlastelegging staat in de bijlage.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld voor het subsidiaire feit onder 1 (medeplichtigheid), feit 2 en feit 3. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte het subsidiaire feit onder 1 heeft begaan, evenals feit 2. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.4. De verdachte wordt vrijgesproken van feit 3.
De bewezenverklaring van de hiervoor genoemde feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van politie, aangifte [aangever 1] Ik had een afspraak met [medeverdachte 1] ( [gebruikersnaam 1] ) op 6 januari 2024. [medeverdachte 1] zou samen met een vriendin komen. Deze vriendin bleek [medeverdachte 2] te zijn. [aangever 2] was bij mij. Ik noem haar nu [medeverdachte 1] , maar zij stelde zich voor als ‘ [naam 1] ’. [medeverdachte 1] kwam samen met haar vriendin naar café In The City gelopen. Ik denk dat wij op 7 januari 2026 om 02:20 uur uit het café zijn gegaan. [medeverdachte 1] zei dat wij bij haar thuis nog wat konden drinken en dat zij in Dordrecht woonde. Ik heb in mijn auto gereden. [medeverdachte 1] zei waar ik heen moest rijden. Ik moest een lange straat inrijden. Nu ik google raadpleeg was dit op de Maarten Harpertsz. Trompweg. Wij zijn allemaal uit de auto gestapt. Plotseling kwamen er twee gemaskerde mannen uit het park in onze richting gerend. Ik zag dat zij een capuchon over het hoofd droegen en blauwe latex handschoenen aan hadden. Eén van deze mannen liep naar mij en de andere liep naar [aangever 2] . De man die bij mij was zei: “Geef mij die watch”. De man had een vuurwapen bij zich. Ik kreeg een klap met het pistool tegen mijn hoofd. Ik viel en kreeg nog een klap tegen mijn hoofd en een trap tegen mijn lichaam. Hij ging op mij zitten en hield mij vast. Ik beet in zijn hand, waardoor een stuk van de blauwe plastic handschoen scheurde. Toen hij er vandoor ging is mijn horloge van het merk Rolex van mij afgenomen. Op het moment dat de twee mannen op ons afkwamen, renden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] weg.
2. Proces-verbaal van politie, aangifte [aangever 2]
Ik was in de nacht van 6 op 7 januari 2024 met [aangever 1] . Hij had afgesproken met twee vrouwen. Ik weet dat één van de vrouwen [medeverdachte 1] heet en de ander [medeverdachte 2] . De vrouwen hadden ons uitgenodigd om mee naar Dordrecht, naar hun huis, te gaan. Zij vertelden ons waar we heen moesten rijden. Op 7 januari 2024 omstreeks 03:00 uur kwamen wij aanrijden op de Maarten Harpetsz Trompweg in Dordrecht. Wij stapten allemaal uit. Opeens zag ik dat er twee personen uit de bosjes kwamen. Ik zag dat de personen een bivakmuts droegen. Ik hoorde dat er geroepen werd “geef die watch af”. Ik zag dat één persoon bij [aangever 1] ging staan en de ander kwam naar mij toe. Ik zag dat de persoon een vuurwapen had. Ik voelde dat hij met het pistool hard tegen mijn voorhoofd tikte en bleef zeggen “geef de watch af”. Hij heeft meerdere keren met het wapen tegen mijn hoofd getikt en sloeg meerdere keren met het vuurwapen tegen mijn hoofd. Dit was een harde klap en hierdoor viel ik achterover op de grond. Ik ben snel naast de auto gaan zitten en heb mijn Rolex naast de band van een geparkeerde auto gelegd. De personen renden weg. Ik ben teruggelopen naar de auto, maar zag mijn Rolex nergens meer liggen.
3. Proces-verbaal van politie, verhoor [medeverdachte 2] Ik had een afspraak met [medeverdachte 1] . Ik ben naar een parking gereden in Rotterdam. Hier zat [medeverdachte 1] in de auto met twee jongens. Het was een oude auto in de kleur rood. Zij belde naar een jongen, [aangever 1] . Hij had een vriend of neef meegenomen. We hebben een tijdje in In The City gezeten. Toen wij weggingen zei [medeverdachte 1] dat ze wilde afteren bij haar thuis, in Dordrecht. We zijn met de auto van [aangever 1] naar Dordrecht gereden. Wij zijn allemaal uit de auto gestapt. Er kwam een persoon op [aangever 1] af en hij werd aangevallen. De persoon had blauwe handschoenen aan. De persoon sloeg [aangever 1] en toen lagen ze opeens op de grond. Er kwam nog een tweede persoon aan. Hij liep richting de vriend van [aangever 1] . Ik hoorde [medeverdachte 1] roepen dat ik moest komen. Ik ben naar haar toegerend. Aan het eind van de straat stond een auto en ik zag dat [medeverdachte 1] daar in stapte. Deze auto was dezelfde auto als waarin [medeverdachte 1] eerder op die avond zat. Ik zag dat in de auto twee mannen zaten. [medeverdachte 1] liet mij een horloge zien. [medeverdachte 1] vertelde dat ze het horloge onder de auto vandaan had gehaald. Ze vertelde dat de jongens de horloges zouden stelen en dat ze het geld vervolgens zouden verdelen. Ze zeiden vervolgens iets over dat ze het horloge in België wel konden verkopen. Ik ben naar mijn auto gebracht in Rotterdam.
V: Hoe noemde [medeverdachte 1] zich tegenover de jongens tijdens de afspraak?
A: [naam 1] .
4. Proces-verbaal van politie
Op 7 januari 2024 kregen wij de opdracht te gaan naar de Maarten Harpetsz Trompweg te Dordrecht. Ter plaatse zagen wij twee personen op ons af komen rennen. Wij zagen dat beide personen een wond bij hun linkeroog en bloed op hun gezicht hadden. Deze personen bleken te zijn: [aangever 1] en [aangever 2] . Wij hoorden de personen verklaren dat zij waren beroofd. Zij verklaarden dat zij met twee dames hadden afgesproken. [aangever 1] liet een accountnaam op Snapchat zien: [gebruikersnaam 1] . [aangever 1] verklaarde dat de personen blauwe latex handschoenen aan hadden en dat hij hier een stuk vanaf had gebeten. Wij zijn er naartoe gelopen en zagen inderdaad blauwe stukjes latex op de grond liggen.
5. Proces-verbaal van de politie
Naar aanleiding van de verklaring van [medeverdachte 2] waarin zij verklaarde vanuit Dordrecht in een rode auto naar Rotterdam te zijn gereden, verzocht ik aan de afdeling cameratoezicht om uit te zien naar de betreffende rode auto, de twee vrouwelijke en twee mannelijke verdachten en de auto van [medeverdachte 2] (Ford Ka, kenteken [kentekennummer 1] ).
Ik ontving een mail van Cameratoezicht met de volgende tekst:
Omstreeks 03:28 uur stopt de rode Mercedes A klasse in de Witte de Withstraat te Rotterdam. Kenteken is vermoedelijk [kentekennummer 2] . Er stappen 2 vrouwen uit. De A klasse rijdt de Kromme Elleboog in en gaat dan naast de Ford Ka parkeren. Omstreeks 03:50 uur lopen de 2 dames richting de A klasse. De donkere vrouw stapt alleen in de Ford Ka en de blanke vrouw in de A klasse.
6. Proces-verbaal van de politie, Rapport Camerabeeldspecialist
Doel onderzoek
Beelden van rode Mercedes kenteken [kentekennummer 2] en herkenning. Beelden Ford Ka kleur blauw, kenteken [kentekennummer 1] .
00:56:56 – 00:57:02
Ik zag VTG01 met de bocht mee de Kromme Elleboog in rijden.
01:07:50 – 01:08:03
Ik zag dat VTG02 ook de Kromme Elleboog in reed.
01:11:10
Ik zag dat V1 en V2 vertrokken en in de richting van de camera liepen.
05:28:00 – 05:28:02
Ik zag dat VTG01 over de kruising met de Hartmanstraat reed en zijn richting vervolgde over de Witte de Withstraat. Ik zag dat het kenteken enigszins te lezen was.
05:28:23
Ik zag dat er een man achter het stuur zat (V3). Ik zag dat V1 aan de linkerzijde van VTG01 uitstapte bij de portierdeur achter de bestuurder. Ik zag dat er een persoon naast de bestuurder zat. Ik zag ook V2 achterin aan de rechterzijde uitstappen.
05:52:46 – 05:53:06
Ik zag dat VTG01 naar achteren reed en vervolgens uit het beeld vertrok.
05:53:39 – 05:53:58
Ik zag dat VTG02 ook naar achteren reed en uit beeld vertrok.
Naar aanleiding van informatie uit de verklaring van [medeverdachte 2] heb ik aan een medewerker van de afdeling opsporing van Rotterdam Cameratoezicht gevraagd om uit te zien naar een rode personenauto, twee vrouwelijke en twee mannelijke verdachten en een auto met kenteken [kentekennummer 1] . Naar aanleiding van de zoekvraag werd het vermoedelijke kenteken van de rode personenauto genoemd: [kentekennummer 2] .
De fotoprints herken ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de verdachten:
V1: [medeverdachte 1]
V2: [medeverdachte 2] .
7. Europees Onderzoeksbevel België Op 7 januari 2024 gaat de Belgische politie over tot controle van een Mercedes met Nederlands kenteken [kentekennummer 2] . Er zaten drie personen in: [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [verdachte] . [medeverdachte 1] verklaart spontaan dat ze van Antwerpen komen. De politie besluit het voertuig en de drie personen te controleren. Op de passagierszetel treft de politie een manbag aan met cash geld bestaande uit briefjes van 50 en 500 euro (totale som 4.000 euro). [verdachte] verklaart dat dit zijn geld is. Op de achterzetel vindt de politie in een jas eveneens een pakket geld samengesteld met briefjes van 50 en 500 euro (totale som 4.130 euro). [medeverdachte 1] verklaart spontaan dat dit haar geld betreft.
8. Proces-verbaal van politieOnder verdachte [medeverdachte 1] was een iPhone SE in beslag genomen. Ik vond een Snapchat tussen gebruiker [gebruikersnaam 1] en [gebruikersnaam 2] met weergegeven naam [naam 2] . Op de telefoon van verdachte [verdachte] had ik het account [e-mailadres] gevonden. In het politiesysteem zag ik dat ‘ [naam 3] ’ een van de bijnamen van de verdachte [verdachte] was. Ik zag op 7 januari 2024 gebruiker [gebruikersnaam 2] ( [naam 2] ) om 02:47 uur sturen:
“Ik ben het [medeverdachte 3] ”
“Waar jullie”
“Deze [naam 4] slaapt”
Waarop [medeverdachte 1] om 02:47:45 uur meteen reageert met:
“5 min”.
9. Proces-verbaal van de politieEen telefoon Samsung was op 7 januari 2024 in beslag genomen onder de verdachte [medeverdachte 3] . Ik zag als username als SnapChat ‘ [gebruikersnaam 3] ’
Ik zag op 7 januari 2024 om 16:23:31 uur het volgende chatgesprek met [gebruikersnaam 4] .
[gebruikersnaam 3] ‘zei heeft’
[gebruikersnaam 3] ‘shi rolex genakt’
[gebruikersnaam 3] ‘50doezoeeeeee’
[gebruikersnaam 3] ‘gisterr’
[gebruikersnaam 3] ‘ik was erbij’
[gebruikersnaam 3] ‘ze heeft 2 boys in setups gezet’
Vervolgens zie ik dat [gebruikersnaam 3] op 7 januari 2024 om 16:24:08 uur een kort filmpje via Snapchat stuurt. Er is te zien dat een persoon welke achter het stuur van een auto zit zijn arm draait en een horloge van het merk Rolex te zien is. De chat gaat door.
[gebruikersnaam 3] ‘we rijden nu naar antwerpen’
[gebruikersnaam 3] ‘ze gaat verkopen’
10. Proces-verbaal van de politie, aangifte [aangeefster]
Ik had een auto voorzien van kenteken [kentekennummer 2] . Dit is een rode Mercedes Benz A-klasse. Ik heb deze auto op mijn naam staan en dit is ook mijn eigendom. Ik was voornemens mijn auto te verkopen. Ik kreeg een bericht van een persoon die zich voorstelde als [verdachte] . Wij spraken af op 17 december 2023. [verdachte] betreft deze persoon. Wij kwamen overeen dat [verdachte] de auto van mij zou kopen. Hij kon niet meteen betalen en zei dat hij de auto echt nu nodig had. Hij bood aan om op 22 december 2023 900 euro te betalen en 20 euro per dag huur om de auto te lenen. Ik ging akkoord. Op 22 december 2023 kwam [verdachte] niet opdagen. Ik heb hem via Telegram gebeld. De datum 22 december was ruim verstreken en ik kreeg ook geen contact meer met hem. Op 12 januari 2024 zag ik dat mijn rode Mercedes Benz A-klasse voor de deur stond. Ik zag dat de sleutels van de auto en het kentekenbewijs in mijn brievenbus waren gegooid.
Bewijsmotivering feit 1 | medeplichtigheid diefstal met geweld
Zoals volgt uit bovengenoemde bewijsmiddelen, heeft in de nacht van 7 januari 2024 een diefstal met geweld plaatsgevonden in Dordrecht waarbij de Rolex-horloges van aangevers [aangever 1] en [aangever 2] zijn weggenomen. De aangevers hadden die avond afgesproken met medeverdachte [medeverdachte 1] en dachten daarna met haar en [medeverdachte 2] mee naar huis te gaan. [medeverdachte 1] heeft de aanwijzingen gegeven om naar een specifieke plek toe te rijden, waar toen een beroving door twee onbekend gebleven personen plaatsvond. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn na dit feit opgepikt door een auto met daarin twee andere inzittenden, waarvan door de officier van justitie wordt gesteld dat één daarvan verdachte is geweest.
Betrouwbaarheid verklaring [medeverdachte 2]
De verdediging heeft bepleit dat de verklaringen van [medeverdachte 2] niet bruikbaar zijn voor het bewijs gezien de wijze hoe die verklaringen tot stand zijn gekomen. De rechtbank volgt dat verweer niet. [medeverdachte 2] heeft bij de politie uitgebreid en gedetailleerd verklaard over het delict en wat zich daarvoor en daarna heeft afgespeeld. Tijdens het verhoor is zij bijgestaan door een advocaat. De verklaring wordt op belangrijke punten ondersteund door andere bewijsmiddelen, zoals de aangiftes en bevindingen van de politie ter plaatse. Hoewel de rechtbank voorzichtig omgaat met de verklaring van [medeverdachte 2] , gelet op het handelen van aangever [aangever 1] , wordt het gedeelte van de verklaring dat de rechtbank voor het bewijs bezigt voldoende verankerd in andere bewijsmiddelen. Daarmee is de verklaring niet sole and decisive en is de verklaring van [medeverdachte 2] bruikbaar voor het bewijs.
Rol verdachte
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde medeplegen van de diefstal met geweld niet kan worden bewezen. De verdachte wordt daarvan, zonder nadere motivering, vrijgesproken. De vraag die resteert is of de verdachte als medeplichtige aan het feit kan worden aangemerkt, zoals subsidiair ten laste is gelegd.
De rechtbank gaat ervan uit dat de verdachte aanwezig is geweest in de vluchtauto. [medeverdachte 2] spreekt in haar verklaring van een rode auto met daarin twee jongens die zij heeft gezien voorafgaand aan de afspraak met aangevers in het centrum van Rotterdam. Direct na de beroving is zij, na aanwijzingen van [medeverdachte 1] , in diezelfde rode auto gestapt waarin zich wederom twee jongens bevonden. Dat sprake is van dezelfde auto, wordt bevestigd door de camerabeelden van stadstoezicht Rotterdam. Het kenteken van de auto betreft [kentekennummer 2] en dit is de auto die de verdachte in december 2023 heeft opgehaald bij [aangeefster] . Dat koppelt de verdachte dus aan deze auto. Daar komt bij dat de beroving rond 03:00 uur heeft plaatsgevonden en om 02:47 uur door het account [gebruikersnaam 2] ( [naam 2] ), welke te koppelen is aan verdachte, naar [medeverdachte 1] wordt gestuurd: ‘waar jullie, deze [naam 4] slaapt’ waarop [medeverdachte 1] direct reageert met ‘5 min’. Dit samengenomen leidt tot de conclusie dat de verdachte als één van de inzittenden van de vluchtauto [medeverdachte 1] heeft opgehaald na de beroving. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] na de beroving een Rolex in haar bezit had. Uit de inhoud van de gesprekken in de telefoon van [medeverdachte 3] volgt dat de verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] deze Rolex vervolgens samen in Antwerpen wilden gaan verkopen. Dat dit kennelijk ook is gebeurd, blijkt uit de omstandigheid dat de verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] later op de dag in België zijn staande gehouden, waarbij in de auto een groot bedrag aan contact geld is aangetroffen. Deze gedragingen leveren medeplichtigheid op. Het subsidiaire feit is wettig en overtuigend bewezen. De verweren worden verworpen.
Bewezenverklaring feit 2 | verduistering voertuig
De verdachte heeft op 17 december 2023 met aangeefster [aangeefster] afgesproken dat hij haar auto zou kopen, dat hij op 22 december 2023 voor de auto zou betalen en tot die tijd huur zou betalen voor het gebruik van de auto. De verdachte heeft de auto meegenomen, maar vervolgens niet betaald en ondanks herhaaldelijke pogingen daartoe kreeg aangeefster geen contact meer met de verdachte. De auto is uiteindelijk pas op 12 januari 2024 bij aangeefster teruggebracht. De verdachte heeft in de tussenliggende periode als heer en meester beschikt over het voertuig. Zo is hij op 7 januari 2024 aangehouden in dit voertuig in België. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte zich het voertuig wederrechtelijk heeft toegeëigend en daarmee is de verduistering wettig en overtuigend bewezen. De verweren worden verworpen.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 1 subsidiair
[medeverdachte 1] en tot op heden onbekend gebleven personen op 7 januari 2024 te Dordrecht op of aan de openbare weg, de Maarten Harpertsz Trompweg, tezamen en in vereniging horloges (merk: Rolex) die aan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] toebehoorden hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken door (met een (deels) afgedekt gezicht/gelaat)
- ( dreigend) op die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] af te rennen en zich daarbij aan die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op te dringen en
- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] meermaals (met kracht) met een (vuur)wapen op het hoofd te slaan, waardoor die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ten val kwamen en
- ( vervolgens) meermaals (met kracht) op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te slaan en op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te trappen en op die [slachtoffer 2] te zitten en hem vast te houden en
- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] meermalen (dreigend) de woorden toe te voegen: "Geef mij je watch" of woorden van gelijke dreigende aard of strekking
bij en tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 7 januari 2024 te Dordrecht opzettelijk behulpzaam is geweest door
- met voornoemde [medeverdachte 1] af te spreken dat hij haar na de straatroof op/nabij de plaats delict met de auto zou ophalen en
- ( vervolgens) in een auto die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op/nabij de plaats delict op te wachten en
- die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en een weggenomen Rolex met/in een auto na de straatroof weg te vervoeren van de plaats delict en
- ( vervolgens) die [medeverdachte 2] af te zetten in Rotterdam en
- ( vervolgens) in gezelschap van die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] in de auto naar België te rijden, ten einde aldaar één van de gestolen horloges te verkopen;
Feit 2
hij in de periode van 22 december 2023 tot en met 12 januari 2024 te Kerkrade, althans in Nederland, opzettelijk een personenauto van het merk Mercedes Benz (type A-klasse, kenteken [kentekennummer 2] ), toebehorende aan [slachtoffer 1] , en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als potentiële koper en/of als huurder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend
Vrijspraak feit 3
De beschuldiging van de diefstal met een valse sleutel is niet bewezen. De verdenking volgt enkel uit de aangifte van [slachtoffer 1] , maar wordt verder door geen enkel ander bewijsmiddel ondersteund. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten levert de volgende strafbare feiten op:
Feit 1 subsidiair
medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, geplaagd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen;
Feit 2
verduistering.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft, indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring, bepleit een straf op te leggen die gelijk is aan de duur die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft voor meerdere weken een voertuig verduisterd door de suggestie te wekken dat hij de auto wilde kopen, maar zich vervolgens niet aan de afspraken gehouden en heeft zich onbereikbaar gehouden voor de eigenaresse. Hiermee heeft de verdachte laten zien geen respect te hebben voor de eigendommen van anderen. Extra kwalijk is dat dit verduisterde voertuig vervolgens is gebruikt als vluchtauto bij een beroving, waarbij twee aangevers van hun horloges zijn beroofd. Door een medeverdachte voorafgaand aan de beroving te vervoeren, na de beroving met een vluchtauto klaar te staan en door zijn betrokkenheid bij de verkoop van één van de gestolen horloges, is de verdachte medeplichtig aan deze beroving. De slachtoffers zijn zonder enige aanleiding aangevallen en geslagen met vuurwapens. De beroving heeft een grote impact op hen gehad, zoals blijkt uit hun verklaringen. Dat de verdachte hier behulpzaam bij is geweest, rekent de rechtbank hem aan.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 17 augustus 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Er is wel een veroordeling van ná de pleegdata in deze zaak, wat betekent dat artikel 63 Sr van toepassing is.
Rapport
In het rapport van de reclassering van 2 augustus 2024 staat onder meer dat eerder meerdere interventies zijn ingezet bij de verdachte, zonder succes. Hij blijft in aanraking komen met justitie. Om die reden wordt een straf zonder bijzondere voorwaarden geadviseerd, ook al wordt de noodzaak van een toezicht weldegelijk ingezien.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 25 mei 2024, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van twee jaar en ruim vier maanden verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. De rechtbank houdt daar rekening mee bij het bepalen van de straf.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend, met name gelet op de medeplichtigheid aan de beroving. Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd, met de LOVS oriëntatiepunten en met de rol van de verdachte. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden met aftrek van voorarrest passend en geboden. De verdachte heeft 167 dagen in voorlopige hechtenis doorgebracht, wat betekent dat hij zijn straf reeds heeft uitgezeten.
5. Voorlopige hechtenis
De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 7 november 2024 geschorst. Het geschorste bevel wordt opgeheven.
6. Vordering van de benadeelde partijen
Vorderingen
[benadeelde partij 1] (bijgestaan door mr. P.P. van Rhijn) heeft als benadeelde partij voor feit 1
€ 18.500 als vergoeding voor materiële schade en € 5.000 als vergoeding voor immateriële schade gevorderd. [benadeelde partij 2] (bijgestaan door mr. R.J. Sturkenboom) heeft eveneens als benadeelde partij voor feit 1 € 17.500 aan materiële schade en € 5.692,50 als vergoeding voor immateriële schade gevorderd. Verzocht is de toe te wijzen bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De vorderingen van de benadeelde partij kunnen worden toegewezen met vermeerdering van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade.
Standpunt van de verdediging
Primair is verzocht de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen vanwege de bepleite vrijspraak. Subsidiair is ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 1] aangevoerd dat de waarde van het horloge onvoldoende onderbouwd is en dat de zaak waar naar verwezen is voor de hoogte van de immateriële schade niet vergelijkbaar is. De vordering dient dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard. Ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 2] geldt dat de waarde van het horloge eveneens onvoldoende onderbouwd is waardoor dat gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Voor wat betreft de verzochte immateriële schade refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Vordering [benadeelde partij 1]
Materiële schade
De benadeelde partij heeft om € 18.500 verzocht als vergoeding van de waarde van de weggenomen Rolex. De verdediging heeft die waarde gemotiveerd betwist. Nadere bewijslevering vormt een te zware belasting voor het strafproces. Om die reden zal dit deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. Hij heeft namelijk een verwonding opgelopen en als gevolg van het strafbare feit is geestelijk letsel ontstaan, zoals volgt uit het voortgangsverslag van de psycholoog. Het gevorderde bedrag van € 5.000 wordt, mede gelet op de gegeven onderbouwing en de Rotterdamse Schaal, billijk geacht.
Vordering [benadeelde partij 2]
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit waarbij zijn horloge is weggenomen. De verdediging heeft de vordering op dit punt niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en is goed onderbouwd. Het gevorderde geldbedrag wordt daarom toegewezen.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. Hij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen en er is sprake van een (blijvend) litteken boven het oog. Daarnaast is als gevolg van het strafbare feit geestelijk letsel ontstaan, zoals volgt uit het verslag van de psycholoog. Het gevorderde bedrag van
€ 5.692,50 wordt, mede gelet op de gegeven onderbouwing en de Rotterdamse Schaal, billijk geacht.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij [benadeelde partij 1] een schadevergoeding betalen van
€ 5.000. De vordering is voor het overige niet-ontvankelijk en dit gedeelte kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. De verdachte moet daarnaast de benadeelde partij [benadeelde partij 2] een schadevergoeding betalen van € 23.192,50.
Hoofdelijkheid
De verdachte heeft het strafbare feit waarvoor de schadevergoedingen worden toegekend samen met mededaders gepleegd. Zij zijn daarom allen hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededaders de schadevergoeding (voor een deel) hebben betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partijen hebben gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 7 januari 2026.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zullen maken, omdat de vorderingen van de benadeelde partijen (grotendeels) worden toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoedingen aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partijen. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 185 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
7. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 36f, 48, 49, 57, 63, 312 en 321 van het Wetboek van Strafrecht.
8. Beslissingen
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit onder 3 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 5 maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;
Vorderingen benadeelde partijen
[benadeelde partij 1]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] (feit 1), te betalen een bedrag van € 5.000, als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 7 januari 2024 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] aan de staat
€ 5.000 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 7 januari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 50 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededaders de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben vergoed;
[benadeelde partij 2]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] (feit 1), te betalen een bedrag van € 23.192,50, als vergoeding van materiële en immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 7 januari 2024 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] aan de staat € 23.192,50 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 7 januari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 135 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededaders de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben vergoed.
9. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. van de Klashorst, voorzitter,
en mrs. M.J.M. van Beckhoven en A.M. Borel Rinkes, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 12 oktober 2026.
Mr. Borel Rinkes is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage – volledige tenlastelegging
1
hij op of omstreeks 07 januari 2024 te Dordrecht op of aan de openbare weg, de Maarten Harpertsz Trompweg, althans een openbare weg tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere horloge(s) (merk: Rolex), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door (met een (deels) afgedekt gezicht/gelaat)
- ( dreigend) op die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] af te rennen en/of zich daarbij aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op te dringen en/of
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] meermaals althans eenmaal (met kracht) met een (vuur)wapen op het hoofd te slaan, waardoor die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ten val kwam(en) en/of
- ( vervolgens) meermaals althans eenmaal (met kracht) op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te slaan/stompen en/of op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te trappen en/of op die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te zitten en hem/hen vast te houden en/of
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] meermalen (dreigend) de woorden toe te voegen: "Geef mij je watch" of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of één of meer (tot op heden) onbekend gebleven personen op of omstreeks 07 januari 2024 te Dordrecht op of aan de openbare weg, de Maarten Harpertsz Trompweg, althans een openbare weg tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere horloge(s) (merk: Rolex), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan (een) ander(en) dan aan voornoemde personen en/of verdachte toebehoorde(n) heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om
die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door (met een (deels) afgedekt gezicht/gelaat)
- ( dreigend) op die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] af te rennen en/of zich daarbij aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op te dringen en/of
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] meermaals althans eenmaal (met kracht) met een (vuur)wapen op het hoofd te slaan, waardoor die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ten val kwam(en) en/of
- ( vervolgens) meermaals althans eenmaal (met kracht) op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te slaan/stompen en/of op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te trappen en/of op die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te zitten en hem/hen vast te houden en/of
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] meermalen (dreigend) de woorden toe te voegen: "Geef mij je watch" of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 07 januari 2024 te Dordrecht opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- met voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] af te spreken dat zij hen na de straatroof op/nabij de plaats delict met de auto zouden ophalen en/of
- ( vervolgens) in een auto die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op/nabij de plaats delict op te wachten en/of
- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een weggenomen Rolex met/in een auto na de straatroof weg te vervoeren van de plaats delict en/of
- ( vervolgens) die [medeverdachte 2] af te zetten in Rotterdam en/of
- ( vervolgens) in gezelschap van die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] in de auto naar Belgie te rijden, ten einde aldaar één van de gestolen horloges te verkopen;
2
hij in of omstreeks de periode van 22 december 2023 tot en met 12 januari 2024 te Kerkrade, althans in Nederland, opzettelijk een personenauto van het merk Mercedes Benz (type A-klasse, kenteken [kentekennummer 2] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als potentiële koper en/of als huurder en/of als bruiklener, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend
3
hij in of omstreeks de periode van 18 december 2023 tot en met 19 december 2023 te
Amsterdam en/of Tilburg en/of Bruchem en/of Antwerpen, althans in Nederland en/of België, meermalen, althans eenmaal een of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich meermalen, althans eenmaal (telkens) de toegang tot de plaats(en) van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen geldbedrag(en)onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een bankpas/pinpas tot welk gebruik hij, verdachte onbevoegd en/of niet gerechtigd was.