RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college
Samenvatting
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/10413
(gemachtigde: mr. R.H. de Kamper),
en
(gemachtigden: mrs. R. Weggemans en A. Hielkema).
1. Deze uitspraak gaat over de urgentieverklaring die door het college aan eiseres is verleend. Eiseres is het niet eens met het zoekprofiel dat aan de urgentieverklaring is gekoppeld. Volgens eiseres heeft het college namelijk ten onrechte geen eengezinswoningen in het zoekprofiel opgenomen. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college eengezinswoningen in redelijkheid buiten het zoekprofiel heeft kunnen houden. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring op grond van medische noodzaak. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 30 juni 2025 toegewezen. Met het bestreden besluit van 27 november 2025 op het bezwaar van eiseres heeft het college het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 25 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het college.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres woont met haar minderjarige zoon op de zevende etage van een flatwoning in [woonplaats]. De zoon van eiseres heeft ernstige gedragsproblematiek en is prikkelgevoelig. De problematiek uit zich onder meer in het feit dat hij geen gevaar ziet. Eiseres geeft aan dat haar zoon in het verleden heeft geprobeerd over de leuning van het balkon te klimmen. Eiseres heeft vanwege deze problematiek een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring op grond van medische noodzaak. Zij geeft aan dat haar zoon een veilige buitenruimte nodig heeft. Eiseres heeft haar aanvraag onderbouwd met een verklaring van de behandelend kinderpsychiater van Youz, een verklaring van de jeugdzorgwerker van Enver en een verklaring van de huisarts.
4. Op 25 juni 2025 heeft de adviserend arts van het team Sociaal Medische Advisering van de gemeente Rotterdam (de SMA-arts) een medisch advies uitgebracht. De SMA-arts concludeert dat sprake is van een noodsituatie waarbij het gebruik van de huidige woonruimte op medische gronden niet meer mogelijk is. Eiseres moet daarom binnen drie maanden een passende woning hebben. Een benedenwoning is volgens het advies niet noodzakelijk.
5. Met het besluit van 30 juni 2025 heeft het college eiseres een urgentieverklaring toegekend. Het bijbehorende zoekprofiel is, voor zover hier relevant, als volgt vastgesteld:
6. In een e-mail van 3 juli 2025 heeft de SMA-arts nader toegelicht dat een benedenwoning niet strikt noodzakelijk is. Een ander soort woning met de mogelijkheid van een tuin is ook een optie.
7. Met het bestreden besluit heeft het college het zoekprofiel in stand gelaten, maar de bezwaargronden gericht tegen de vaststelling van de maximale huurprijs gegrond verklaard.
Heeft het college eengezinswoningen in redelijkheid buiten het zoekprofiel kunnen houden?
8. Eiseres betoogt dat het college ten onrechte geen eengezinswoningen in het zoekprofiel heeft opgenomen. Eiseres wijst er in dit verband op dat de SMA-arts concludeert dat eiseres binnen drie maanden een passende woning moet hebben. Om de kans op het binnen drie maanden vinden van een geschikte woning zo groot mogelijk te maken, had het college ook eengezinswoningen in het zoekprofiel moeten opnemen. Eiseres stelt verder dat rechtstreekse toegang tot een tuin medisch noodzakelijk is. Flatwoningen en maisonnettes beantwoorden volgens eiseres in de meeste gevallen niet aan het advies van de SMA-arts, omdat zij doorgaans geen tuin hebben.
Tussen partijen is niet in geschil dat de woning op de begane grond gelegen moet zijn en een tuin moet hebben. De vraag die partijen verdeeld houdt, is of het college eengezinswoningen aan het zoekprofiel had moeten toevoegen. De rechtbank is van oordeel dat het college dat niet hoefde te doen. Het college heeft het zoekprofiel dus in redelijkheid kunnen vaststellen. Op grond van de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 (de Verordening) wordt de typering van de woonruimte zo gekozen, dat geen wooncarrière kan worden gemaakt, tenzij het maken van wooncarrière uitsluitend het gevolg is van het afhankelijk zijn van een woonruimtetype dat noodzakelijk is voor het oplossen van het huisvestingsprobleem. Eengezinswoningen en benedenwoningen worden in beginsel niet opgenomen in een zoekprofiel. Daarvan kan door het college worden afgeweken als bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. Het college heeft in het bestreden besluit toegelicht dat eengezinswoningen alleen aan het zoekprofiel worden toegevoegd wanneer uit het medisch advies blijkt dat geen enkel ander woningtype een oplossing kan bieden. Met het college is de rechtbank van oordeel dat in dit geval niet uit het medisch advies blijkt dat een eengezinswoning strikt noodzakelijk is. Ook een benedenwoning kan immers een tuin hebben. Dat ook het woonruimtetype ‘flatwoning met of zonder lift’ in het zoekprofiel is opgenomen, is niet in strijd met het medisch advies. Het college heeft in het bestreden besluit immers toegelicht dat dit woonruimtype is toegevoegd om te voorkomen dat eiseres geschikte woningen misloopt. Ook een woning in een flat kan dus passend zijn, mits deze is gelegen op de begane grond en over een tuin beschikt. Dat flatwoningen en maisonnettes in de meeste gevallen niet passen bij het advies van de SMA-arts, zoals eiseres stelt, laat dus onverlet dat het college deze woonruimtetypen in het zoekprofiel heeft kunnen opnemen. Overigens heeft het college toegelicht dat van eiseres niet wordt verwacht dat zij reageert op hoger gelegen flatwoningen (zonder tuin), die niet voldoen aan het medisch advies.
Dat de SMA-arts heeft geconcludeerd dat eiseres binnen drie maanden moet verhuizen, leidt niet tot een ander oordeel. De termijn van drie maanden geeft slechts de urgentie van de situatie van eiseres aan, en geeft geen garantie op een tijdige verhuizing. Dat het toevoegen van een extra woonruimtetype de slaagkans vergroot, is onvoldoende reden om van de Verordening af te wijken.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat het college in redelijkheid eengezinswoningen buiten het zoekprofiel heeft kunnen houden.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.B. Plomp, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.J.W. Hollebrandse, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.