ECLI:NL:RBROT:2026:14315

ECLI:NL:RBROT:2026:14315

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 05-10-2026
Datum publicatie 19-10-2026
Zaaknummer 10/310794-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte wordt vrijgesproken van de tenlastegelegde poging doodslag op haar pasgeboren kind. Zij wordt veroordeeld voor een poging zware mishandeling van dit kind en een poging om dit kind te onttrekken aan het toezicht van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. De rechtbank legt aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 20 dagen, met aftrek van het voorarrest die gelijk is aan de tijd die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf op voor de duur van 100 uren.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10/310794-25

Datum uitspraak: 5 oktober 2026

Datum zitting: 21 september 2026

Tegenspraak zonder aanwezigheid van de verdachte

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1997 in [geboorteplaats] (Ghana)

ingeschreven op het adres:

[adres] , [postcode] [woonplaats] ,

Advocaat van de verdachte: mr. G. Vermaak

Officier van justitie: mr. M. van den Berg

Kern van het vonnis

De verdachte wordt vrijgesproken van de tenlastegelegde poging doodslag op haar pasgeboren kind. Zij wordt veroordeeld voor een poging zware mishandeling van dit kind en een poging om dit kind te onttrekken aan het toezicht van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. De rechtbank legt aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 20 dagen, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf op voor de duur van 100 uren.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij - samengevat - gepoogd heeft haar pasgeboren kind van het leven te beroven dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, subsidiair te hebben mishandeld. Ook zou zij volgens de beschuldiging geprobeerd hebben haar pasgeboren kind te onttrekken aan het toezicht van de William Schrikker Stichting jeugdbescherming en jeugdreclassering.

De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat de verdachte:

1op 17 november 2025 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk (aan) haar kind, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2025, van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer]- stevig heeft vastgepakt en- heen en weer heeft geschud en/of gezwaaid en/of bewogen (acceleratie-deceleratie krachtsinwerking),

waarbij het hoofdje van die [slachtoffer] meermalen bijna tegen een hard oppervlak aankwam, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

op 17 november 2025 te Rotterdam [slachtoffer] heeft mishandeld, door die [slachtoffer]- stevig vast te pakken en- heen en weer te schudden en/of zwaaien en/of bewegen (acceleratie-deceleratiekrachtsinwerking),terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen haar kind;

2op 17 november 2025 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een minderjarige, [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2025, beneden de twaalf jaren oud, te onttrekken aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over haar uitoefende,- die [slachtoffer] in het ziekenhuis heeft losgekoppeld van een of meer monitoren en- die [slachtoffer] in de armen heeft genomen en- met die [slachtoffer] is weggerend en/of weggelopen richting de deur van de ziekenhuiskamer,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt vrijgesproken van feit 1 en dat de verdachte wordt veroordeeld voor feit 2. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor feit 1. De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich op 17 november 2025 schuldig heeft gemaakt aan poging zware mishandeling van haar pasgeboren kind en poging om haar pasgeboren kind te onttrekken aan het bevoegde opzicht. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Proces-verbaal van de politie, verklaring van [naam getuige 1]

Op donderdag [geboortedatum 2] 2025 werd [slachtoffer] geboren. [slachtoffer] is de dochter van [verdachte] en zij verbleef in het Erasmus Medisch Centrum op de afdeling Sophia Kinderziekenhuis. Op 21 oktober 2025 werd een voorlopige ondertoezichtstelling van [slachtoffer] uitgesproken voor de duur van drie maanden, tot en met 20 januari 2026. Als jeugdbeschermer van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering reisde ik op 17 november 2025 af naar het Sophia Kinderziekenhuis. De verpleegkundige gaf aan dat moeder [slachtoffer] aan het loskoppelen was en mee naar huis wilde nemen. Er is vervolgens ongeveer 45 minuten lang geprobeerd om moeder te kalmeren en de baby terug te laten leggen in het bedje. Moeder weigerde dit. Moeder wilde vervolgens wegrennen met [slachtoffer] in haar armen en werd tegengehouden. Moeder hield hierbij [slachtoffer] zichtbaar heel stevig vast.

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van [naam getuige 2] Op 17 november 2025 werkte ik in het Sophia Kinderziekenhuis. Ik zag dat moeder (de rechtbank begrijpt: de verdachte) bezig was om alle bewakingskabels van het baby’tje af te halen. Ze riep: “Ik neem het mee, ik ga hier weg”. Moeder is naar de deur geschoten met het meisje. De bewaking pakte moeder beet en mijn collega heeft de baby gepakt. Ik zag bij deze worsteling dat het hoofdje van de baby heen en weer ging.

3. Proces-verbaal van de politie, verklaring van [naam getuige 3]Op 17 november 2025 was ik werkzaam in het Erasmus Medisch Centrum. Ik zag dat mevrouw [verdachte] weigerde haar kind af te geven, ze draaide elke keer weg als er iemand in haar buurt kwam en ik zag dat ze daarbij het kindje dan steviger tegen zich aan drukte. Ik zag dat ze fysiek wild begon te bewegen, stampen met haar voeten, haar knieën hoog optrekken, lichamelijk heel druk van links naar rechts draaien. Ik zag dat hierdoor het hoofdje van de baby heftig knikkende bewegingen maakte.

4. Proces-verbaal van de politie, verklaring van [naam getuige 4]

Ik zag dat zij (de rechtbank begrijpt: de verdachte) de baby vast had, ze hield de baby heel strak vast voor haar buik. Ze draaide terwijl ze nog in de stoel zat, telkens weg met haar lichaam. Ik zag dat het kindje hierbij alle kanten op bewoog met name het hoofdje. Ze ondersteunde het hoofdje van het kindje niet.

5. Proces-verbaal van de politieOp maandag 17 november 2025 waren wij ter plaatse bij het Sophia Kinderhuis te Rotterdam, kamer 50. Wij liepen de kamer binnen en zagen dat er een vrouw (de rechtbank begrijpt: de verdachte) met een kind in haar armen zat. Wij zagen vervolgens dat de vrouw met het kind, in haar armen, wild om zich heen aan het zwaaien was. Wij hoorden dat de verpleging bleef roepen: "Doe rustig, denk aan zijn nekje." Wij zagen dat de vrouw, met het kind in haar armen opstond. Wij zagen dat zij wild om zich heen bleef zwaaien met het kind. Wij zagen dat het hoofdje van het kind alle kanten opging. Wij zagen dat het hoofdje van het kindje meerdere malen bijna tegen een tafel aankwamen. Wij zagen dat het hoofdje van het kind ook bijna tegen een bedje, welke in de kamer stond, aankwam. Wij zagen dat het hoofdje rakelings langs verschillende objecten in de kamer ging.

Bewijsmotivering

Poging doodslag

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de ten laste gelegde poging tot doodslag niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

Poging zware mishandeling

Anders dan de officier van justitie en de verdediging komt de rechtbank tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De verdachte heeft wild heen en weer bewogen terwijl zij haar pasgeboren baby stevig vasthield en zij heeft daarbij het hoofdje van haar baby niet goed ondersteund. Het hoofdje ging daardoor alle kanten op en maakte knikkende bewegingen. Tijdens deze zwaaiende bewegingen kwam het hoofdje van de baby bovendien meermalen bijna tegen een hard voorwerp aan.

Het is een feit van algemene bekendheid dat een baby bijzonder kwetsbaar is en dat klemt temeer in deze zaak, nu de baby slechts vier dagen oud was en direct na de bevalling medische zorg nodig had. De spieren, weefsels en botten van een baby zijn in de eerste maanden nog zo weinig ontwikkeld en draagkrachtig, dat men voorzichtig moet zijn bij het oppakken van en in de omgang met een baby en dat daarbij het relatief grote en zware hoofd (in verhouding tot de rest van een babylichaam) zoveel mogelijk moet worden ondersteund. Door meermalen wild heen en weer te bewegen zonder het hoofdje goed te ondersteunen, ontstaat de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel, in het bijzonder aan de hersenen, bloedvaten en zenuwen. Daar komt bij dat het hoofdje van de baby door de wild zwaaiende bewegingen van de verdachte met de baby in haar armen meermalen bijna tegen harde voorwerpen, waaronder een tafel en een bed, aankwam. Ook dit had ernstig (hersen)letsel kunnen opleveren indien het hoofdje daadwerkelijk tegen zo’n voorwerp aan was gekomen, hetgeen in de hectische en ongecontroleerde situatie van dat moment zeker niet ondenkbaar was.

De verdachte heeft deze aanmerkelijke kans ook bewust aanvaard. Zo werd door de aanwezige verpleegkundigen uitdrukkelijk tegen haar gezegd dat ze voorzichtig moest zijn met de baby en op het nekje en hoofdje moest letten. Desondanks stopte de verdachte niet met de handelingen.

Conclusie

De rechtbank is gelet op de hierboven weergegeven feiten en omstandigheden van oordeel dat de verdachte, door zo te handelen, bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat haar pasgeboren kind zwaar lichamelijk letsel had kunnen oplopen.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1zij op 17 november 2025 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk aan haar kind, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2025, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer]- stevig heeft vastgepakt en- heen en weer heeft gezwaaid en bewogen, waarbij het hoofdje van die [slachtoffer]meermalen bijna tegen een hard oppervlak aankwam, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2zij op 17 november 2025 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een minderjarige, [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2025, beneden de twaalf jaren oud, te onttrekken aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over haar uitoefende,- die [slachtoffer] in het ziekenhuis heeft losgekoppeld van monitoren - die [slachtoffer] in de armen heeft genomen - met die [slachtoffer] is weggelopen richting de deur van de ziekenhuiskamer,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1 primair

Poging zware mishandeling

Feit 2

Poging opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over haar uitoefent

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet bij een bewezenverklaring van feit 2 worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 120 uur met aftrek van het voorarrest.

Standpunt van de verdediging

Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring van enkel feit 2 komt, heeft de verdediging de toepassing van artikel 9a van het Wetboek Strafrecht bepleit. De verdediging heeft verder betoogd dat indien bij een veroordeling van beide feiten een gevangenisstraf wordt opgelegd, het onvoorwaardelijke deel hiervan niet langer moet zijn dan het reeds ondergane voorarrest. Eventueel kan dit worden gecombineerd met een taakstraf. Bij een langere durende detentie dreigt de verdachte haar woning en daarmee de structuur van haar begeleiding van Housing First kwijt te raken.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging zware mishandeling op haar pasgeboren baby en aan een poging om dit kind te onttrekken aan het toezicht van de jeugdbescherming. Zij heeft in het ziekenhuis de kabels van de hartslagmonitor en zuurstofmeter bij haar pasgeboren kind eraf gehaald en zij heeft geprobeerd om zonder toestemming haar pasgeboren kind mee naar huis te nemen. Toen personeel van het ziekenhuis haar probeerde tegen te houden en de baby van haar wilde overnemen ontstond er een hectische situatie, waarbij de verdachte haar baby stevig tegen zich aangedrukt had en vervolgens flink heen en weer zwaaide. Doordat ze het hoofdje van haar baby onvoldoende had ondersteund maakte het hoofdje knikkende bewegingen en kwam het bijna tegen verschillende objecten aan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte met haar handelen op dat moment, het welzijn, de belangen en de zorg voor haar kind uit het oog verloren. Dit rekent de rechtbank de verdachte aan.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 1 september 2026 blijkt dat de verdachte eerder op 28 augustus 2024 onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De rechtbank zal hiermee in het nadeel van de verdachte rekening houden bij de straftoemeting.

Pro Justitia-rapport van psycholoog [persoon A] , opgemaakt op 26 maart 2026

Uit dit rapport volgt dat er geen goed onderzoek kon worden verricht, omdat het moeilijk was om met de verdachte tot afspraken te komen. Dit is het gevolg van de voor haar zeer stressvolle omstandigheid dat er volstrekte onduidelijkheid heerst over de toekomst met haar kind.

Rapport van Reclassering Nederland, opgemaakt op 25 augustus 2026.

Het rapport betreft een advies voortijdige negatieve beëindiging van het toezicht, omdat de verdachte - ondanks voldoende kansen - onvoldoende heeft meegewerkt aan de opgelegde schorsingsvoorwaarden. De verdachte is meermalen te laat of zonder bericht niet komen opdagen bij een afspraak met de reclassering. Ook heeft ze onvoldoende meegewerkt aan de middelencontrole. Er zijn risico’s in het psychosociaal functioneren en de houding van de verdachte. Zij lijkt impulsieve keuzes te maken waarvan zij de gevolgen niet altijd inziet. De verdachte lijkt een zorgmijdende en zelfbepalende houding aan te nemen. Er lijkt waarschijnlijk sprake van een hoge mate van onmacht waardoor het niet lukte om een positieve invulling te geven aan het toezicht. Door de houding van de verdachte ziet de reclassering onvoldoende mogelijkheden voor gedragsverandering. Het risico op recidive wordt ingeschat op gemiddeld en het risico op onttrekken voorwaarden wordt ingeschat als gemiddeld-hoog.

De rechtbank zal met bovenstaande rapporten in de straftoemeting rekening houden. Hieruit blijkt dat de verdachte een kwetsbare persoon is die met de nodige problematiek kampt en dat ze op dit moment nog in grote onzekerheid verkeert over de toekomst van haar kind en welke rol daarin voor haar als biologische moeder is weggelegd.

Oplegging straf

Straf

De rechtbank ziet redenen om aan de verdachte een andere straf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist. Dit heeft ermee te maken dat de rechtbank, anders dan door de officier van justitie is gevorderd, de poging zware mishandeling ook bewezen heeft verklaard. Dat is een ernstig feit, waardoor een zwaardere straf aan de orde is.

Gelet op de aard en de ernst van de strafbare feiten alsmede het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf passend en geboden. Anderzijds vindt de rechtbank het niet wenselijk dat de verdachte haar woning zal verliezen, want deze woning is juist een van de beschermende factoren. De verdachte heeft immers - na een lange periode dakloos te zijn geweest - sinds april 2025 een eigen woning waarbij ze ook wekelijks begeleiding krijgt.

Alles afwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan de tijd die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, te weten 20 dagen, passend en geboden. Om de ernst van de feiten tot uitdrukking te brengen zal de rechtbank de verdachte daarnaast een taakstraf van 100 uren opleggen, te vervangen door 50 dagen hechtenis.

5. Voorlopige hechtenis

De rechtbank zal het tegen de verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden opheffen. Deze voorlopige hechtenis is op 3 december 2025 reeds geschorst onder voorwaarden.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 287, 279, 55 en 45 van het Wetboek van Strafrecht.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van twintig (20) dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van honderd (100) uren, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van vijftig (50) dagen;

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. IJspeerd, voorzitter,

en mrs. R.H. Kroon en E. Stam, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N. Jallal, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 5 oktober 2026.

mrs. R.H. Kroon en E. Stam zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E. IJspeerd

Griffier

  • mr. N. Jallal

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand