ECLI:NL:RBROT:2026:14320

ECLI:NL:RBROT:2026:14320

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 13-10-2026
Datum publicatie 19-10-2026
Zaaknummer 10-003384-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte wordt veroordeeld voor een poging tot doodslag door hem met een scherp voorwerp in zijn lies te steken. Zij krijgt een gevangenisstraf opgelegd van 30 maanden met aftrek van voorarrest.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-003384-26

Datum uitspraak: 13 oktober 2026

Datum zitting: 29 september 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1993 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres van, en nu gedetineerd in [naam P.I.] aan [adres 1] , [postcode] [plaats 1] .

Advocaat van de verdachte: mr. N.F. Hoogervorst

Officier van justitie: mr. N. van der Meij

Slachtoffer: [slachtoffer]

Advocaat van het slachtoffer: mr. S. Vermeulen

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor een poging tot doodslag op de heer [slachtoffer] door hem met een scherp voorwerp in zijn lies te steken. Zij krijgt een gevangenisstraf opgelegd van 30 maanden met aftrek van voorarrest.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij op 5 januari 2026 met een scherp voorwerp in de lies van [slachtoffer] heeft gestoken. Dit handelen is door de officier ten laste gelegd als een poging tot doodslag (primair), dan wel als (een poging tot) het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel (subsidiair en meer subsidiair).

De volledige tenlastelegging houdt in dat

primair

zij op of omstreeks 5 januari 2026 te Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

opzettelijk

een ander, te weten [slachtoffer] ,

van het leven te beroven,

(meermalen) met een mes/pincet, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de lies/het bovenbeen van die [slachtoffer] heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

zij op of omstreeks 5 januari 2026 te Rotterdam

aan een ander, te weten [slachtoffer]

opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, door (meermalen) met een mes/pincet, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de lies/het bovenbeen van die [slachtoffer] te steken;

meer subsidiair

zij op of omstreeks 5 januari 2026 te Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

aan een ander, te weten [slachtoffer] ,

opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

(meermalen) met een mes/pincet, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de lies/het bovenbeen van die [slachtoffer] heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de primair ten laste gelegde poging tot doodslag.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde poging tot doodslag. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Proces-verbaal van de politie, aangifte [aangever]

Op maandagavond 5 januari 2026 was ik in mijn woning aan [adres 2] in [plaats 2] . Op die avond was ik met [verdachte] op mijn slaapkamer. Op een gegeven moment zag ik dat [verdachte] mij in mijn lies stak met een pincet, maar het kan ook een blauw zakmes zijn geweest.

2. Proces-verbaal van de politie, camerabeelden

Ik bekeek de camerabeelden die zijn veiliggesteld in verband met het onderzoek naar een incident dat plaatsvond op 5 januari 2026 omstreeks 00:56 op [adres 2] . Ik zag dat het een camera betrof welke zicht gaf op de hal richting de slaapkamer. Er bleek ook audio bij de video te zitten. De beelden en audio worden in dit proces-verbaal beschreven.

Ik hoorde een man roepen “Kanker, help, stop stop stop”. Daarna hoorde ik de mannenstem roepen: “Wat heb je gedaan? Help help help”. Op de camerabeelden is vervolgens te zien dat de aangever al bloedend uit de slaapkamer komt en dat de verdachte naar de badkamer loopt. De aangever rent vervolgens weer terug naar zijn slaapkamer. Op dit moment opent de vrouwelijke verdachte de deur en kijkt om zich heen. Op dat moment hoor ik de vrouw zeggen: “Jij gaat dood”. Ik hoorde dat vervolgens het volgende gesprek plaatsvond:

Man: “Waarom doe je dit? Waarom doe je dit?”

Vrouw: “Waarom doe ik dit?”

Man: “Ik deed helemaal niets”

Vrouw: “Je wilt mij kanker verkrachten”

3. Forensisch medische letselrapportage

Betreffende: [slachtoffer]

Vermelde gegevens: Informatie ontvangen van de spoedeisende hulp van het Erasmus MC betreffende consult op 5 januari 2026 met brieven van de vaatchirurg van 14 januari 2026 en revalidatie arts van 13 januari 2026

Objectieve bevindingen: wond links in de lies met letsel van de gemeenschappelijke liesslagader met in het linker been geen pulsaties van de slagaders. Veel bloed binnen de het kapsel (fascie) bovenbeenspieren.

Bewijsmotivering

De rechtbank stelt op basis van bovengenoemde bewijsmiddelen vast dat de verdachte het slachtoffer met een puntig en/of scherp voorwerp in zijn lies heeft gestoken. Uit de aard van het door het slachtoffer opgelopen letsel – een wond in de lies met letsel aan de gemeenschappelijke liesslagader – leidt de rechtbank bovendien af de verdachte met kracht heeft gestoken.

De rechtbank stelt voorop dat het met kracht insteken op of in de lies van een persoon naar algemene ervaringsregels de aanmerkelijke kans in het leven roept dat die persoon daardoor overlijdt. In de liezen bevinden zich immers slagaders en het is een plek die niet kan worden verbonden om ernstig bloedverlies te voorkomen. De slagader is ook daadwerkelijk geraakt en aangever heeft veel bloed verloren. De rechtbank is van oordeel dat de gedraging van de verdachte naar haar uiterlijke verschijningsvorm zozeer was gericht op het doden van het slachtoffer dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat haar handelen zou kunnen leiden tot de dood van het slachtoffer. De rechtbank acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer.

Anders dan de verdediging, acht de rechtbank de aangifte van het slachtoffer voor wat betreft de toedracht van zijn letsel betrouwbaar. Het slachtoffer heeft op in ieder geval drie verschillende momenten consistent verklaard dat de verdachte hem in zijn lies heeft gestoken. Bovendien strookt deze verklaring met het gesprek dat de verdachte en het slachtoffer kort na het incident hebben gevoerd waarin het slachtoffer aan verdachte vraagt “waarom doe je dit?”. Dat het slachtoffer op andere onderdelen inconsistent of onjuist zou hebben verklaard maakt dit niet anders.

Ten slotte acht de rechtbank het door de verdachte geschetste scenario, waarin het slachtoffer met een mes op haar af kwam lopen waarna zij hem heeft geduwd en hij al struikelend op het bed in het mes zou zijn gevallen, ongeloofwaardig. Dit scenario is naar het oordeel van de rechtbank niet alleen onaannemelijk gelet op de aard van het door het slachtoffer opgelopen letsel, maar strookt ook niet met het gegeven dat er geen bloedsporen zijn aangetroffen op het bed van het slachtoffer.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

zij op 5 januari 2026 te Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

opzettelijk

een ander, te weten [slachtoffer] ,

van het leven te beroven,

met een scherp en/of puntig voorwerp, in de lies van die [slachtoffer] heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

Poging tot doodslag.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het feit wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaren.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om, mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen, aan te sluiten bij de LOVS-richtlijnen die gelden voor het toebrengen van (middel)zwaar lichamelijk letsel met een wapen en die als oriëntatiepunten uitgaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zeven maanden tot één jaar.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft het slachtoffer in zijn eigen slaapkamer in zijn lies gestoken. Daarmee heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstig strafbaar feit en heeft zij een onaanvaardbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het handelen van de verdachte heeft ook geleid tot zwaar lichamelijk letsel van het slachtoffer, waar hij nog een aantal maanden last van heeft gehad. Dat het slachtoffer niet is overleden als gevolg van het handelen van de verdachte is te danken aan het voortvarende optreden van het slachtoffer zelf en de hulpverleners en op geen enkele manier aan de verdachte.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 9 september 2026 blijkt dat de verdachte veelvuldig in contact is gekomen met justitie en voor meerdere strafbare feiten is veroordeeld. De verdachte is echter niet eerder onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt daarom niet tot een hogere straf.

Rapporten van deskundigen

In het kader van deze strafzaak is de verdachte onderzocht door een psychiater, een psycholoog en een reclasseringsmedewerker van Reclassering Nederland.

De psychiater en de psycholoog komen in hun rapporten samenvattend tot de conclusie dat bij de verdachte sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis, een stoornis in het gebruik van medicijnen en een voorgeschiedenis van psychotrauma die van invloed is geweest op de persoonlijkheidsontwikkeling. Ook constateren zij de verdachte weinig verantwoordelijkheid neemt voor haar eigen handelen. Omdat het precieze delictscenario onduidelijk is gebleven, is het niet mogelijk conclusies te trekken met betrekking tot een eventuele doorwerking van de stoornissen op het delict en te adviseren over de mate van toerekenen. Zowel de psychiater als de psycholoog komen tot de conclusie dat er ten tijde van het bewezenverklaarde handelen geen sprake was van een stoornis die het denken en handelen van de verdachte volledig bepaalde.

De reclasseringsmedewerker van Reclassering Nederland komt in haar reclasseringsadvies tot de conclusie dat er sinds lange tijd sprake is van velerlei problematiek in het leven van de verdachte. Zij constateert echter ook dat de mogelijkheden binnen een ambulant strafrechtelijk kader voor verdachte zijn uitgeput en ziet geen mogelijkheid voor een forensisch behandeltraject in het kader van een (deels) voorwaardelijke straf omdat de verdachte daar niet voor openstaat.

Straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf zou niet passend zijn. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd voor een poging tot doodslag. Dit betekent dat de rechtbank niet zal uitgaan van de oriëntatiepunten voor de straftoemeting zoals die gelden voor het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel met een wapen, zoals de verdediging heeft verzocht. Ook weegt de rechtbank mee dat de verdachte op geen enkele wijze verantwoordelijkheid neemt voor haar handelen. Dit alles in overweging nemende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 30 maanden passend en geboden. De rechtbank ziet, gelet op het advies van de reclassering, geen aanleiding tot het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel.

De gevangenisstraf zal ten uitvoer worden gelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

5. Verzoek oplegging schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer

Verzoek namens het slachtoffer

De advocaat van het (inmiddels overleden) slachtoffer heeft betoogd dat het slachtoffer als gevolg van het handelen van de verdachte materiële en immateriële schade heeft geleden bestaande uit een bedrag van in totaal € 25.000. Zij heeft geen vordering benadeelde partij ingediend, maar de rechtbank verzocht om ambtshalve de schadevergoedingsmaatregel op te leggen ter hoogte van dat bedrag.

Oordeel van de rechtbank

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank stelt vast dat de verdachte aansprakelijk is voor de door het slachtoffer geleden schade als gevolg van het door haar jegens het slachtoffer gepleegde strafbare feit. De rechtbank acht ook aannemelijk dat het slachtoffer dergelijke materiële en immateriële schade heeft geleden, hij heeft immers lichamelijk letsel opgelopen en is daarvoor behandeld in het ziekenhuis. De omvang van de materiële schade is in deze procedure echter niet onderbouwd, zodat daarover op zitting ook geen debat heeft kunnen plaatsvinden. Daarmee kan deze schade dan ook niet worden vastgesteld zonder onevenredige belasting van het strafproces. De rechtbank zal voor de schatting van de door het slachtoffer geleden immateriële schade (op grond van artikel 6:97 BW) aansluiten bij de categorie ‘gering beenletsel’ uit de Rotterdamse schaal en de schade naar billijkheid schatten op een bedrag van € 5.000,- en zal ambtshalve de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) opleggen ter hoogte van dat bedrag. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen welk bedrag valt in de nalatenschap van het slachtoffer. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 50 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 36f, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van dertig (30) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Schadevergoedingsmaatregel

legt aan de verdachte voor het feit de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de nalatenschap van het slachtoffer [slachtoffer] aan de staat € 5.000,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 5 januari 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 50 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de nalatenschap van het slachtoffer of aan de staat heeft vergoed.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. L. Feraaune, voorzitter,

en mrs. L. Stevens en M.E. Vos, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. P.A.J. van der Hart, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 oktober 2026.

Mr. M.E. Vos is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L. Feraaune

Griffier

  • mr. P.A.J. van der Hart

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand