Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-048303-26
Datum uitspraak: 21 september 2026
Datum zitting: 7 september 2026
Tegenspraak, zonder aanwezigheid van de verdachte
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres: [adres 1], [postcode 1] [plaatsnaam],
laatst opgegeven adres: [adres 2], [postcode 2] [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. G.S.J. van Gestel
Officier van justitie: mr. R.S. Dhoen
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – samen met anderen een automatisch vuurwapen en bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad.
De volledige tenlastelegging houdt in dat:
hij in of omstreeks de periode van 30 januari 2026 tot en met 4 februari 2026 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, (een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II onder 2º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet, geschikt om automatisch te vuren, van het merk Enfield Stengun Mk 2, kaliber 9x19mm en/of (voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een of meerdere kogelpatronen van het kaliber 9x19mm voorhanden heeft gehad.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het feit moet worden veroordeeld. Ook heeft de officier van justitie de gevangenneming van de verdachte gevorderd.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak voor het feit bepleit.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte samen met anderen een automatisch vuurwapen met bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3. De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van de politie
Op 4 februari 2026 controleerden wij een voertuig voorzien van kenteken [kenteken] aan de Pliniusstraat te Rotterdam. In het voertuig zaten:[verdachte] (achterbank links)[persoon 1] (achterbank rechts)[persoon 2] (bestuurder)[persoon 3] (bijrijder).
Op de grond voor de achterbank aan de linkerzijde trof ik een lang vuurwapen aan met een patroonhouder welke in een soort kussensloop verpakt zat.
2. Schriftelijk stuk van de politie
Kennisgeving van inbeslagneming
Plaats: Rotterdam
Datum: 4 februari 2026
Aangetroffen achter de bestuurdersstoel: Goednummer: PL1700-2026042346-7097067Object: Vuurwapen (Auto. Vuurwapen)Merk/type: Enfield Stengun Mk 2Spoor identificatienr.: AASO2631NLKaliber: 9x19mmBijzonderheden: Met patroonmagazijnEigenaar: Geen eigenaar bekend
Goednummer: PL1700-2026042346-7097230Object: Munitie (Kogelpatroon)Merk/type: Geco 9x19mmSpoor identificatienr.: AASO2632NLKaliber: 9x19mmInhoud/specificatie: Onbekend aantal kogelpatronenBijzonderheden: Uit patroonmagazijn aaso2631nlEigenaar: Geen eigenaar bekend
3. Proces-verbaal van de politie
Onderzoek vuurwapens en munitie
Goednummer: PL1700-2026042346-7097067Object: Vuurwapen (Auto. Vuurwapen)Merk/type: Enfield Stengun Mk 2Spoor id. nr: AASO2 631NLKaliber: 9x19mmBijz.: Met patroonmagazijn
Het inbeslaggenomen voorwerp is een pistool geschikt om projectielen door een loop af te schieten.Uit nader onderzoek blijkt dat het inbeslaggenomen vuurwapen geschikt is om automatisch te vuren. Derhalve is dit een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 gelet op artikel 2, lid 1, categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie.Tijdens het proefschieten functioneerde het vuurwapen, met de vuurregelaar op semi en automatisch, goed.
Goednummer: PL1700-2026042346-7097230Object: Munitie (Kogelpatroon)Merk/type: Geco 9xl9mmSpoor id.nr.: AASO2632NLKabliber: 9x19mmInhoud/spec: Onbekend aantal kogelpatronenBijz.: Uit patroonmagazijn AASO2631NL
Het betreft kogelpatronen van het kaliber 9x19mm.Dit is munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de WWM. Deze kogelpatronen kunnen worden verschoten door voornoemd vuurwapen, Stengun Mk 2.
4. Proces-verbaal van de politie
Abusievelijk zijn er bij de WWM omschrijving van de kogelpatronen, genoemd in
proces-verbaal genummerd [proces-verbaalnummer 1], geen aantallen vermeld.
Het aantal kogelpatronen, in de omschrijving van de kogelpatronen, met het goednummer
7097230 is 15 stuks.
5. Proces-verbaal van de politie
iPhone aangetroffen in dashboardkastje Volkswagen Polo [kenteken]
Ik zag in de telefoon een foto van [medeverdachte] Ook zag ik dat de gebruiker meermaals werd aangesproken met de naam '[naam 1]'. Ik merk op dat '[naam 1]' mogelijk een afkorting is van de voornaam van [medeverdachte], namelijk '[voornaam medeverdachte]'.
Gelet op het vorenstaande is genoemde telefoon vermoedelijk in gebruik bij [medeverdachte]
Ik zag in de telefoon een snapchat groepschat met daarin de gebruiker van de telefoon
(vermoedelijk [medeverdachte]) onder de naam '[naam 2]'. Ik zag dat verder in deze groepsschat ene '[naam 3]' en '[naam 4]' (dit blijkt later [verdachte] te zijn) zaten. Ik zag in de telefoon onderstaande chat van 4 februari 2026:
Met ‘p’ wordt in straattaal veelal een vuurwapen bedoeld, zeker in relatie tot strafbare feiten zoals diefstal.
iPhone aangetroffen bij verdachte
Ik zag dat aan de telefoon mailadressen [e-mailadres 1] en [e-mailadres 2] hingen. Ik zag dat aan de telefoon het facebookaccount [accountnaam] hing. Ik zag dat de gebruiker van de telefoon veelvuldig werd aangesproken met de naam '[voornaam verdachte]' (de voornaam van [verdachte]). Ik zag in de telefoon diverse selfies van [verdachte]. Ik trof in de telefoon geen enkele aanwijzing aan dat deze bij iemand anders dan verdachte
[verdachte] in gebruik zou zijn. Gelet op het vorenstaande is genoemde telefoon vermoedelijk in gebruik bij [verdachte].
Ik zag in de telefoon hierboven genoemde groepschat met '[naam 3]' en ‘[naam 2]' (vermoedelijk [medeverdachte]). Ik zag dat [verdachte] in deze telefoon gebruik maakte van de naam '[naam 4]'.
[verdachte] lijkt op 4 februari 2026 een afspraak te hebben met Albanezen die hem er van verdenken 7 ton gestolen te hebben. Ik trof in de telefoon van [verdachte] nog diverse gesprekken aan waarin hij het over dit incident lijkt te hebben.
‘P’ staat vermoedelijk voor vuurwapen en ‘pijps’ staat vermoedelijk voor vuurwapens.
Gelet op het vorenstaande lijkt het er sterk op dat [verdachte] voornemens was om op 4 februari 2026 samen met anderen gewapend naar de bespreking met de Albanezen te gaan.
Verder trof ik in de telefoon van [verdachte] een foto aan. Ik herkende de persoon op de
foto als zijnde [verdachte]. Ik herkende het wapen wat [verdachte] in zijn hand heeft als zijnde een Sten MK2 wapen. Ik zag dat dit exact hetzelfde wapen betrof als het wapen wat bij de achterbank van Volkswagen Polo [kenteken] werd aangetroffen.
Verder trof ik in de telefoon van [verdachte] twee foto's aan van twee vuurwapens,
namelijk een Shotgun en een Stengun MK2 en de losse Stengun MK2. Ik zag dat de Stengun MK2 volledig overeenkwam met het hierboven genoemde wapen wat bij de achterbank van Volkswagen Polo [kenteken] werd aangetroffen. Ik zag bij de foto’s creatiedatum 23 januari 2026 staan. Ik zag dat de foto’s geplaatst waren in de DCIM/103APPLE map in de telefoon. Ik merk op dat in deze map foto's worden geplaatst die met de telefoon zelf zijn gemaakt.
Bewijsmotivering
De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte geen wetenschap van of beschikkingsmacht over het vuurwapen heeft gehad, omdat het vuurwapen in een laken gewikkeld onder de bestuurdersstoel lag en het in de auto donker en krap was. Dit betoog houdt geen stand en daarvoor is het volgende van belang:
De verdachte is in de avond van 4 februari 2026 samen met drie anderen in een auto aangehouden. Op de grond voor de achterbank aan de linkerzijde van het voertuig, waar de verdachte op de achterbank zat, werd een automatisch vuurwapen met bijbehorend patroonmagazijn met 15 kogels aangetroffen. Het vuurwapen lag dus direct onder/bij de voeten van de verdachte. Het vuurwapen was weliswaar in een kussensloop gewikkeld, maar het betreft een groot stalen voorwerp met een specifieke vorm, wat door de verdachte door de kussensloop heen moet zijn opgemerkt.
De verdachte was ook bekend met een dergelijk vuurwapen, want in zijn telefoon is een foto aangetroffen waarop te zien is dat de verdachte exact eenzelfde automatische vuurwapen in zijn handen heeft. Daarnaast heeft de verdachte in de periode kort voorafgaand aan zijn aanhouding, op 23 januari 2026, met zijn telefoon van een dergelijk vuurwapen foto’s gemaakt.
Gelet op deze bekendheid van de verdachte met een dergelijk groot automatisch vuurwapen en de vindplaats van het aangetroffen vuurwapen, kan het niet anders dan dat de verdachte heeft geweten dat een automatisch vuurwapen in het voertuig aanwezig was. Voor deze conclusie is ook redengevend dat uit chatgesprekken volgt dat de verdachte die dag bezig was om ‘p’s’ te regelen, waarmee vuurwapens worden bedoeld, omdat hij een conflict had met Albanese personen (‘alba’s’). Anders dan de verdediging heeft aangevoerd volgt uit de context van de chatgesprekken dat met ‘p’ niet een persoon, volgens de verdediging ene Pimp, wordt bedoeld. Weliswaar wordt deze Pimp ook een keer genoemd in de chatgesprekken, maar ‘p’ is bij de politie bekend als afkorting die wordt gebruikt voor vuurwapen. Het gebruik als zodanig stemt ook overeen met de andere aanduidingen van ‘p’ of ‘p’s’ in de chatgesprekken. Op enig moment wordt immers gezegd: “Regel wat p’s” en “Ik moet die p geven aan me mattie”.
Al met al is de conclusie dat de verdachte er wetenschap van heeft gehad dat een automatisch vuurwapen met munitie in de auto lag. De verdachte kon hier ook de feitelijke macht over uitoefenen, omdat het bij zijn voeten lag en het juist zijn bedoeling was dat er vuurwapens aanwezig zouden zijn die dag.
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte de Enfield Stengun Mk 2 met bijbehorende munitie op 4 februari 2026 bewust voorhanden heeft gehad. Anders dan de officier van justitie heeft betoogd, strekt dat voorhanden hebben zich niet uit over de periode vanaf 30 januari 2026. De foto waarop de verdachte is te zien terwijl hij eenzelfde wapen in zijn handen heeft, heeft weliswaar als creatiedatum 30 januari 2026 maar onduidelijk is gebleven of de foto op die dag is gemaakt of (alleen) via snapchat is verstuurd of ontvangen en dus op een ander moment is gemaakt. Dat de verdachte de beschikking had over het vuurwapen vanaf 30 januari 2026 kan hier in ieder geval niet uit worden afgeleid.
De rechtbank is voorts van oordeel dat sprake is van medeplegen van het voorhanden hebben van het vuurwapen op 4 februari 2026. De verdachte is met de andere verdachten in één voertuig aangetroffen en uit de chatgesprekken blijkt dat de verdachte anderen opdracht gaf wapens te regelen en mee te nemen en dat zij gezamenlijk naar de afspraak met de ‘alba’s’ zouden gaan. Op basis van de chatgesprekken en de gezamenlijke uitvoering stelt de rechtbank vast dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op 4 februari 2026 te Rotterdam tezamen en in vereniging een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II onder 2º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet, geschikt om automatisch te vuren, van het merk Enfield Stengun Mk 2, kaliber 9x19mm en voor dit vuurwapen geschikte munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten meerdere kogelpatronen van het kaliber 9x19mm, voorhanden heeft gehad.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
de eendaadse samenloop van
het medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie II
en
het medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden.
Standpunt van de verdediging
Indien de rechtbank tot strafoplegging komt, wordt verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het in een auto op de openbare weg voorhanden hebben van een automatisch vuurwapen met 15 bijbehorende kogelpatronen. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens leidt tot het gebruik van die vuurwapens en vormt daardoor een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Dat geldt te meer voor een automatisch vuurwapen waarvan het gebruik uiterst dodelijk is omdat daarmee automatisch meerdere kogelpatronen kunnen worden verschoten. Het bezit van vuurwapens zorgt voor gevoelens van onveiligheid in de samenleving en draagt bij aan het risico van escalatie van conflicten binnen het criminele milieu.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van strafverzwarende omstandigheden. Uit de chatgesprekken blijkt van een conflict tussen de verdachte en een aantal Albanezen en werd door hem sterk rekening gehouden met een gewapende confrontatie. De verdachte heeft anderen opgeroepen en wapens geregeld om op een drukke plek deze confrontatie aan te gaan. Dat de verdachte zijn conflict binnen het criminele milieu zo nodig met vuurwapens in de openbare ruimte wilde uitvechten en daadwerkelijk samen met anderen bewapend in een auto zat, is zeer zorgelijk en rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 28 juli 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Overige persoonlijke omstandigheden
Namens de verdachte is aangevoerd dat de verdachte inmiddels zijn leven op de rails heeft. Hij heeft de zorg over zijn twee kleine kinderen en heeft sinds kort een fulltime baan bij een medisch adviesbureau.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen
van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur
daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.
Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn
binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te
straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.
Daarom wordt conform de eis van de officier van justitie een gevangenisstraf van 18 maanden opgelegd. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte zijn niet door de verdachte zelf op de zitting toegelicht en ook niet nader onderbouwd. Bij deze stand van zaken weegt wat is aangevoerd over de verdachte niet op tegen de ernst van het feit, zodat hierin geen reden wordt gezien om een lagere of andere straf op te leggen.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
Vordering gevangenneming
De officier van justitie heeft ter terechtzitting de gevangenneming van de verdachte gevorderd. Hij heeft daarvoor de 12-jaarsgrond (geschokte rechtsorde) en het herhalingsgevaar als gronden aangevoerd. De officier van justitie meent dat sprake is van een gevaar voor herhaling vanwege het (lopende) conflict dat de verdachte met anderen heeft. De raadsman heeft betoogd dat er geen gronden zijn voor de gevangenneming van de verdachte.
De rechtbank oordeelt hierover als volgt. De verdachte wordt veroordeeld voor een feit dat is gepleegd op 1 februari 2026. Dat de verdachte ook op dit moment nog een conflict heeft met anderen, heeft de officier van justitie niet nader onderbouwd. Een concreet gevaar voor herhaling is de rechtbank dan ook onvoldoende gebleken. Het verstrijken van de tijd maakt voorts dat de 12-jaars-grond op dit moment niet zo dringend aanwezig is dat de onverwijlde gevangenneming van de verdachte nodig is. De vordering tot gevangenneming wordt bij afwezigheid van gronden daarvoor, afgewezen.
5. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 47 en 55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
6. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden;
Voorlopige hechtenis
wijst af de vordering tot gevangenneming.
7. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.J. de Veld, voorzitter,
en mrs. J.A. Terstegge en B.C.M. Sprenger, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Nagtegaal, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 21 september 2026.
De oudste en jongste rechter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.