RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11989225 \ VZ VERZ 25-7045
registernummer: [registernummer]
datum uitspraak: 13 maart 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker]
te [woonplaats] ,
verzoeker,
die zelf procedeert.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
het verzoekschrift (ontvangen op 27 november 2025),
de aanvulling op het verzoek (ontvangen op 3 februari 2026), met bijlagen,
de schriftelijke reactie en een verzoek van [de moeder] (hierna: de moeder) (ontvangen op 5 februari 2026).
Een zitting is niet nodig: de kantonrechter kan beslissen op basis van de stukken.
2. De beoordeling
Verzoeker is de vader en wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige:
- [minderjarige], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2009.
Verzoeker vraagt een machtiging (toestemming) om een bedrag van € 3.500,- op te nemen van de Groei Groter Rekening met nummer [nummer] op naam van de minderjarige (artikelen 1:345 en 1:253k BW) voor het volgen van rijlessen.
De kantonrechter heeft bij brieven van 8 december, 31 december en 23 januari 2026 aan verzoeker gevraagd om een rekeningafschrift van de BEM-rekening van de minderjarige, waaruit het saldo blijkt. Ook is gevraagd om een verklaring waaruit blijkt dat de andere gezaghebbende ouder geen bezwaar heeft tegen het verzoek. Uiteindelijk is op 3 februari 2026 een e-mail van de vader ontvangen, met een kopie van een bankafschrift. Hieruit blijkt dat het banksaldo € 79.955,92 is.
De moeder van de minderjarige heeft op 5 februari 2026 eveneens verzocht om een opname van € 3.500,- voor de rijlessen van de minderjarige.
De kantonrechter verleent de gevraagde machtiging, omdat dit in het belang van de minderjarige is (artikel 1:356 BW).
De moeder van de minderjarige heeft in haar e-mail van 5 februari 2026 ook gevraagd om:- volledige inzage in de Groei Groter Rekening met nummer [nummer] ;- registratie van haar als mede-wettelijke vertegenwoordiger bij de bank;- de bevestiging dat het beheer van het vermogen van de minderjarige zal plaatsvinden overeenkomstig het gezamenlijk gezag en uitsluitend in zijn belang.
De kantonrechter constateert dat de e-mail van de moeder met deze verzoeken nog niet aan de vader van de minderjarige is toegestuurd voor een reactie. De griffier zal de e-mail alsnog tegelijk met deze beschikking aan de vader toesturen. De vader krijgt tot 31 maart 2026 de tijd om schriftelijk te reageren op deze verzoeken.
3. De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzoek toe en verleent de gevraagde machtiging voor de opname van € 3.500,- van de BEM-rekening voor rijlessen;
draagt de griffier op om de e-mail van de moeder van 5 februari 2026 aan de vader van de minderjarige toe te sturen en bepaalt dat de vader tot 31 maart 2026 de tijd heeft om schriftelijk te reageren op deze verzoeken;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.
60730