RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12142185 CV EXPL 26-7157
datum uitspraak: 4 september 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 1] (Duitsland),
eiseres,
gemachtigde: mr. D.E. Lof,
tegen
[gedaagde] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 2],
gedaagde,
gemachtigde: mr. G.I. Niesert.
De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 13 februari 2026, met bijlagen;
het antwoord van 13 mei 2026, met bijlagen;
de repliek van 10 juni 2026, met een bijlage;
de dupliek van 5 augustus 2026.
2. De beoordeling
Het gaat in deze zaak om een vlucht van Rotterdam naar Valencia op 27 december 2024. Deze vlucht is geannuleerd. Twee passagiers van deze vlucht stellen recht te hebben op een compensatie van € 250,00 per persoon. Zij hebben hun vordering op [gedaagde] aan [eiseres] verkocht. [eiseres] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 500,00, met rente, € 142,50 aan incassokosten en proceskosten.
[gedaagde] doet een beroep op artikel 5 lid 3 van Verordening (EG) Nr. 261/2004, dat luidt:
Een luchtvaartmaatschappij die een vlucht uitvoert, is niet verplicht compensatie te betalen als bedoeld in artikel 7 indien zij kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
Het beroep van [gedaagde] op dit artikel slaagt. Zij voert aan, en onderbouwt voldoende, dat de weersomstandigheden op 27 december 2024 dusdanig waren dat de vlucht van Rotterdam naar Valencia niet uitgevoerd kon worden. In het bijzonder ging het om de mist. [gedaagde] heeft de passagiers informatie gegeven, ook over de alternatieve mogelijkheden. De twee passagiers waar het in deze zaak om gaat hebben bovendien hun ticketprijs terugbetaald gekregen. Het is uiteraard zeer vervelend dat de vlucht niet uitgevoerd kon worden, maar dit lag buiten de macht van [gedaagde]. Zij heeft gedaan wat in de gegeven omstandigheden van haar verwacht mocht worden. De vordering van [eiseres] wordt daarom afgewezen.
[eiseres] krijgt ongelijk. Zij moet daarom de proceskosten betalen. Die kosten bestaan aan de kant van [gedaagde] uit € 288,00 aan salaris voor haar gemachtigde en uit € 77,00 aan nakosten. Dit is bij elkaar € 365,00. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis door een deurwaarder uitgereikt moet worden.
Dit vonnis wordt wat de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat als deze zaak aan een hogere rechter wordt voorgelegd, als dit al mogelijk is, in afwachting van de uitspraak van die hogere rechter afgedwongen kan worden dat aan de proceskostenveroordeling wordt voldaan.
3. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering van [eiseres] af;
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de kant van [gedaagde] begroot op een bedrag van € 365,00;
verklaart dit vonnis wat de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
686