RECHTBANK ROTTERDAM
beschikking
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/723879 / HA RK 26-751
Beschikking van 27 augustus 2026
in de zaak van
DE STAAT DER NEDERLANDEN (ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Rijksvastgoedbedrijf),
zetelend in Den Haag,
verzoeker,
advocaat mr. S.J. van Baasbank te Den Haag.
1. Het procesverloop
Op 24 juli 2026 is bij de rechtbank ingekomen het verzoekschrift van verzoeker om een vereffenaar te benoemen op grond van artikel 4:204 lid 1 onder a BW, met producties.
Omdat er geen belanghebbenden bekend zijn en verzoeker geen behoefte heeft aan een mondelinge behandeling, doet de rechtbank zonder mondelinge behandeling uitspraak.
2. De beoordeling
Verzoeker vraagt om het Rijksvastgoedbedrijf tot vereffenaar te benoemen in de nalatenschap van de heer [overledene] (hierna: de overledene), die op [datum van overlijden] is overleden in [geboorteplaats]. De rechtbank wijst het verzoek toe. Hierna wordt toegelicht hoe tot dit oordeel is gekomen.
De rechtbank kan, als een nalatenschap niet onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard door een erfgenaam, op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie een vereffenaar benoemen, wanneer er geen erfgenamen zijn, wanneer het niet bekend is of er erfgenamen zijn, of wanneer de nalatenschap niet door een executeur wordt beheerd en de erfgenamen die bekend zijn haar geheel of ten dele onbeheerd laten (artikel 4:204 lid 1 onder a BW).
Volgens het boedelregister is de nalatenschap van de overledene niet onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard. Ook aan de andere voorwaarden om een vereffenaar te benoemen is voldaan, want verzoeker is belanghebbende en het is niet bekend of er erfgenamen zijn. Dit wordt hierna toegelicht.
Verzoeker is belanghebbende bij het verzoek. Artikel 4:226 lid 1 BW bepaalt namelijk dat wanneer de vereffening is voltooid en met een overschot is geëindigd, de vereffenaar de goederen aan de Staat dient af te geven indien er geen erfgenamen zijn, niet bekend is of er erfgenamen zijn of wanneer erfgenamen niet bereid zijn de goederen in ontvangst te nemen. Daarnaast stelt verzoeker dat hij, in het bijzonder het Rijksvastgoedbedrijf, sinds 9 mei 2025 krachtens zaakwaarneming (artikel 6:198 BW) het beheer heeft gevoerd over de nalatenschap, zodat hij aan de rechthebbenden nog rekening en verantwoording moet afleggen. Verzoeker kan gelet hierop als belanghebbende worden aangemerkt.
Aan de andere voorwaarde om een vereffenaar te benoemen is ook voldaan, want het is niet bekend of er erfgenamen zijn. Volgens de Basisregistratie personen was erflater ten tijde van zijn overlijden gehuwd met mevrouw [persoon A]. Verzoeker heeft toegelicht dat het huwelijk heeft plaatsgevonden in Sri Lanka, dat de echtgenote van erflater nooit in Nederland is geweest en dat haar aanvraag voor een verblijfsvergunning is afgewezen. Volgens verzoeker heeft erflater in een WhatsApp-bericht aan een vriend/bekende gezegd dat hij gescheiden is. Het is daarom op dit moment niet bekend of erflater gehuwd was ten tijde van zijn overlijden. Erflater heeft geen afstammelingen achtergelaten. Volgens verzoeker ontbreken de middelen voor een erfgenamenonderzoek. Het is gelet hierop op dit moment onbekend of er erfgenamen van erflater zijn.
Verzoeker heeft ook voldoende toegelicht dat er een belang is om een vereffenaar te benoemen, omdat de nalatenschap op dit moment niet beheerd wordt, terwijl de nalatenschap wel baten en schulden bevat. Een vereffenaar kan (een deel) van de schuldeisers voldoen. Er is daarom een (maatschappelijk) belang om een vereffenaar te benoemen.
Het verzoek wordt gelet op het voorgaande toegewezen. De rechtbank benoemt de door verzoeker voorgestelde vereffenaar, het Rijksvastgoedbedrijf, tot vereffenaar, die zich daartoe ook bereid heeft verklaard. De vereffenaar moet de benoeming zelf bekend maken in de Staatscourant.
De benoeming van de vereffenaar wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv).
3. De beslissing
De rechtbank
benoemt het Rijksvastgoedbedrijf (kantoorhoudende aan de Korte Voorhout 7, 2511 CW in Den Haag, (correspondentieadres: Postbus 16169, 2500 BD in Den Haag)) tot vereffenaar in de nalatenschap van:
[overledene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum],
laatstelijk wonende in [woonplaats],
overleden op [datum van overlijden] in [locatie],
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant;
verzoekt de griffier de benoeming onverwijld in te schrijven in het boedelregister van de rechtbank op voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 BW;
verzoekt de griffier de kantonrechter te Rotterdam, locatie Rotterdam, op de hoogte te stellen van deze benoeming.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2026.
3120