Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-273267-24
Datum uitspraak: 6 oktober 2026
Datum zitting: 6 oktober 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] te [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. H. Yilmaz
Officier van justitie: mr. M. van Eck
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor het verspreiden dan wel in voorraad hebben van (instructie)video’s en documenten waarin tot een terroristisch misdrijf werd opgeruid. Aan de verdachte wordt een taakstraf van 80 uur opgelegd met aftrek van voorarrest. De verdachte wordt vrijgesproken van het opruien tot een terroristisch misdrijf en doxing.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat – heeft opgeruid tot een terroristisch misdrijf, (instructie)video’s en documenten heeft verspreid dan wel in voorraad heeft gehad waarin tot een terroristisch misdrijf werd opgeruid en zich schuldig heeft gemaakt aan doxing.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1
hij op 19 augustus 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, in het openbaar, mondeling en middels afbeelding(en), althans in een video, heeft opgeruid tot enig strafbaar feit, terwijl datgeen waartoe wordt opgeruid een terroristische misdrijf inhoudt, middels:
- door het delen van een video met daarin een IS-vlag zichtbaar waarin wordt uitgelegd hoe een ontsteker kan worden gemaakt en/of daar de begeleidende tekst ‘hope it’s helpfull’ te vermelden (pv verdenking)
- door het delen van een foto en de (vermeende) woonplaats van een persoon (p. 58);
2
hij tussen 6 juni 2024 en 27 augustus 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, een geschrift en/of afbeelding, althans in een video waarin tot een terroristisch misdrijf dan wel enig strafbaar feit en/of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, heeft verspreid en/of om verspreid te worden, openlijk tentoongesteld om te verspreiden en/of openlijk tentoon te stellen, in voorraad heeft gehad, terwijl hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat in het geschrift en/of afbeelding zodanige opruiing voorkomt, immers heeft verdachte:
- een video herplaatst met daarin de teksten afkomstig uit een propagandavideo van IS ‘Answer the call’ zoals ‘And we long to strike a kaffir’, ‘The Islamic State stands. Go and answer the call. K*** them all, S*** their throats, watch them d**’ (p. 28)
- een video herplaatst met daarin beelden van aanslagen in Brussel met de tekst ‘hello from the determined brothers in europe’ (p. 33)
- een video herplaatst met daarin een IS-vlag zichtbaar waarin te zien is dat tientallen personen tegelijkertijd werden onthoofd (p. 38 – 39)
- een video herplaatst met de tekst ‘Bring IS back!!!’ (p. 39)
- executievideo’s op zijn gegevensdrager(s) in voorraad gehad
- instructievideo’s voor het maken van explosieven op zijn gegevensdrager(s) in voorraad gehad
- documenten met instructies voor het maken van explosieven op zijn gegevensdrager(s) in voorraad gehad;
3
hij op 19 augustus 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, een of meer persoonsgegevens van een ander, te weten een foto en de (vermeende) woonplaats heeft verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld door voornoemde persoonsgegevens te (doen) publiceren in een Telegram-groep met het oogmerk om die persoon
- vrees aan te (laten) jagen en/of
- ernstige overlast aan te (laten) doen en/of
- in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig te (laten) hinderen.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor feiten 2 en 3 en dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verspreiden dan wel in voorraad hebben van verschillende (instructie)video’s en documenten waarin tot een terroristisch misdrijf werd opgeruid. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.
Bewijsmotivering feit 2
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat op het TikTok-profiel [gebruikersnaam 1] verschillende video’s zijn herplaatst waarin tot een terroristisch misdrijf wordt opgeruid. De verdediging heeft betwist dat de verdachte de gebruiker is van dit TikTok-account. De gebruikersnaam, weergavenaam en persoon op de profielfoto van dit account komen echter overeen met drie andere profielen van de verdachte. Daarnaast worden op zowel het profiel van de verdachte als dit profiel veelvuldig IS-materiaal en ander jihadistisch materiaal gedeeld en geplaatst. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte degene is geweest die de in de tenlastelegging genoemde video’s heeft herplaatst.
Daarnaast zijn op de desktop van de verdachte executievideo’s, instructievideo’s en documenten met instructies voor het maken van explosieven aangetroffen. De rechtbank acht dan ook bewezen dat de verdachte voornoemde video’s en documenten in voorraad heeft gehad.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
2
hij tussen 6 juni 2024 en 27 augustus 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, een geschrift en/of afbeelding, althans in een video’s waarin tot een terroristisch misdrijf dan wel enig strafbaar feit en/of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, heeft verspreid en/of om verspreid te worden, openlijk tentoongesteld om te verspreiden en/of openlijk tentoon te stellen, in voorraad heeft gehad, terwijl hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat in het geschrift en/of afbeelding de video’s zodanige opruiing voorkomt, immers heeft verdachte:
- een video herplaatst met daarin de teksten afkomstig uit een propagandavideo van IS ‘Answer the call’ zoals ‘And we long to strike a kaffir’, ‘The Islamic State stands. Go and answer the call. K*** them all, S*** their throats, watch them d**’ (p. 28)
- een video herplaatst met daarin beelden van aanslagen in Brussel met de tekst ‘hello from the determined brothers in europe’ (p. 33)
- een video herplaatst met daarin een IS-vlag zichtbaar waarin te zien is dat tientallen personen tegelijkertijd werden onthoofd (p. 38 – 39)
- een video herplaatst met de tekst ‘Bring IS back!!!’ (p. 39)
- executievideo’s op zijn gegevensdrager(s) in voorraad gehad
- instructievideo’s voor het maken van explosieven op zijn gegevensdrager(s) in voorraad gehad
- documenten met instructies voor het maken van explosieven op zijn gegevensdrager(s) in voorraad gehad;
Vrijspraak – feit 1
De beschuldiging onder feit 1 is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. Niet kan worden vastgesteld dat er in het openbaar is opgeruid. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
Vrijspraak – feit 3
Op 1 januari 2024 is artikel 285d van het Wetboek van Strafrecht (Sr) in werking getreden. Dit artikel stelt - onder meer - strafbaar, het verspreiden of anderszins beschikbaar stellen van iemands persoonlijke informatie, zoals adres, telefoonnummer, paspoort, werkgever, gegevens van familie en foto’s van iemands kinderen, met als doel die persoon te intimideren.
Uit het dossier blijkt dat Telegram-gebruiker [gebruikersnaam 2] op 19 augustus 2024 twee foto’s in de besloten Telegram-groep [groepsnaam] heeft gedeeld met daarbij de tekst: ‘Also if theres any brother from the Netherlands other than me. This dude. Lives somewhere near [plaats] . Spreading islamophobia on the internet.’
Nog daargelaten de vraag of de verdachte degene is geweest die dit bericht heeft verstuurd, is de rechtbank van oordeel dat het delen van deze twee foto’s zonder aanvullende specifieke persoonlijke gegevens (zoals een naam of exacte woonplaats) onvoldoende is voor het bewijs van doxing. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het onder feit 3 tenlastegelegde.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
2
een geschrift waarin tot enig strafbaar feit en gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, verspreiden en in voorraad hebben, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat in het geschrift zodanige opruiing voorkomt, terwijl het strafbare feit waartoe wordt opgeruid een terroristisch misdrijf inhoudt.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor feiten 2 en 3 worden veroordeeld tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van 100 uren met aftrek van voorarrest.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om in strafverminderende zin rekening te houden met de grote impact die de aanhouding van de verdachte op hem heeft gehad. Daarnaast heeft hij 78 dagen in voorlopige hechtenis doorgebracht en lange tijd onder toezicht van de jeugdreclassering gestaan in verband met de schorsing van de voorlopige hechtenis. Ook is sprake van een forse overschrijding van de redelijke termijn, die niet aan de verdediging kan worden toegerekend.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich op 14/15 jarige leeftijd schuldig gemaakt aan het verspreiden en in voorraad hebben van (instructie)video’s en documenten waarin wordt opgeruid tot een terroristisch misdrijf. De verdachte heeft video’s herplaatst met daarin propaganda en aanslagen van IS. Ook had de verdachte executievideo’s en instructievideo’s en documenten voor het maken van explosieven op zijn computer in voorraad. Met zijn handelen heeft de verdachte het risico genomen dat hij anderen aanzet tot deelname aan gewelddadig jihadistisch terrorisme.
Het door de verdachte gepleegde strafbare feit is ernstig en gevaarzettend. Terrorisme wordt internationaal gezien als één van de ernstigste misdrijven. Het raakt rechtstreeks de openbare orde en de veiligheid en stabiliteit van een samenleving en haar burgers. De verdachte heeft een actieve rol gespeeld in de verspreiding van het gewelddadig jihadistisch gedachtegoed.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 11 september 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
Rapporten van deskundigen
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgesteld, gedateerd 1 oktober 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in. De Raad ziet voornamelijk beschermende factoren, zoals de steun van ouders, opleiding, regelmatige sportactiviteiten, positieve sociale contacten en toekomstplannen. Risicofactoren liggen vooral in het onvoldoende herkennen van risicovolle online informatie en contacten, en het onvoldoende overzien van de gevolgen van zijn onlinegedrag. Het algemeen recidiverisico wordt laag ingeschat. Daarnaast benoemt de Raad dat de verdachte sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis een positieve ontwikkeling heeft laten zien. De Raad ziet geen pedagogische meerwaarde in een onvoorwaardelijke jeugddetentie, omdat dit de opleiding en dagbesteding van de verdachte zal onderbreken en van negatieve invloed is op zijn huidige positieve sociale contacten. De Raad adviseert daarom een onvoorwaardelijk werkstraf op te leggen in combinatie met een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het reeds ondergane voorarrest.
Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: JBRR) heeft een rapport over de verdachte opgesteld, gedateerd 11 mei 2026. Hierin staat onder meer dat de verdachte na 3 maanden voorlopige hechtenis, 17 maanden in een schorsing liep. Tijdens de jeugdreclasseringsbegeleiding heeft de verdachte zich aan alle afspraken en regels gehouden rondom zijn schorsing. Ook heeft de verdachte meegewerkt aan de inzet van LSE en heeft hij deze positief afgerond. Op 22 april 2026 is de voorlopige hechtenis opgeheven en zijn alle voorwaarden, waaronder toezicht en begeleiding door de jeugdreclassering, komen te vervallen. De jeugdreclassering kan zich in deze beslissing vinden. Gelet op het voorgaande adviseert de JBRR een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het reeds ondergane voorarrest.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, passend. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank in strafverminderende zin rekening met het feit dat de redelijke termijn fors is overschreden, de verdachte ruim 17 maanden in een schorsing heeft gelopen en dat hij zich gedurende deze periode goed aan de voorwaarden heeft gehouden en een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Alles overwegend acht de rechtbank een taakstraf van 80 uur met aftrek van voorarrest passend en geboden. Aangezien de verdachte al 78 dagen in voorarrest heeft gezeten, betekent dit dat er geen uren te verrichten werkstraf resteren.
5. In beslag genomen voorwerpen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen desktopcomputer verbeurd wordt verklaard.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht de desktopcomputer terug te geven aan de verdachte.
Oordeel van de rechtbank
Als bijkomende straf voor feit 2 wordt de in beslag genomen desktopcomputer verbeurd verklaard, die aan de verdachte toebehoort. Het strafbare feit is met betrekking tot en behulp van deze desktopcomputer gepleegd.
6. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 33, 33a, 77a, 77g, 77m en 132 van het Wetboek van Strafrecht.
7. Beslissingen
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 3 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte het feit 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 0 (nul) uren te verrichten werkstraf resteren;
verklaart verbeurd voor feit 2, de in beslag genomen desktopcomputer ( [goednummer] ).
8. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. L. Feraaune, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. J.J. Bade en J.C. Oord, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.E. Kroon, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 6 oktober 2026.
Mr. Feraaune is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.