ECLI:NL:RBROT:2026:14436

ECLI:NL:RBROT:2026:14436

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 06-10-2026
Datum publicatie 21-10-2026
Zaaknummer 10/068298-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Dordrecht

Samenvatting

Veroordeling inzake openlijke geweldpleging tegen een persoon. Beroep op rechtvaardigingsgrond (noodweer) wordt verworpen. De rechtbank legt een taakstraf op van 100 uren met aftrek van voorarrest, zoals geëist door de officier van justitie. De vordering van de benadeelde partij wordt grotendeels toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10/068298-23

Datum uitspraak: 6 oktober 2026

Datum zitting: 22 september 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres:

[adres] , [postcode] [woonplaats 1] .

Advocaat van de verdachte: mr. P. van Dongen, advocaat in Amsterdam

Officier van justitie: mr. M.J.W. van Breukelen

Benadeelde partij: [benadeelde partij]

Gemachtigde van de benadeelde partij: mr. M.C. Ie Roy

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor het samen met anderen openlijk plegen van geweld tegen een persoon. De rechtbank legt een taakstraf op van 100 uren met aftrek van voorarrest, zoals geëist door de officier van justitie. De vordering van de benadeelde partij wordt grotendeels toegewezen.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – openlijk geweld heeft gepleegd.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

primair,

hij op of omstreeks 16 oktober 2022 te Brielle openlijk, te weten op de Schrijversdijk, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] door die [slachtoffer] (meermalen) (met kracht) tegen het lichaam en/of het hoofd en/of in het gezicht te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of te trappen en/of te duwen, waardoor en/of nadat die [slachtoffer] op de grond terechtkwam;

subsidiair,

hij op of omstreeks 16 oktober 2022 te Brielle tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer] heeft mishandeld door (meermalen) (met kracht) tegen het lichaam en/of het hoofd en/of in het gezicht te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of te trappen en/of te duwen, waardoor en/of nadat die [slachtoffer] op de grond terechtkwam.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het primair ten laste gelegde.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft ontslag van alle rechtsvervolging bepleit voor het primair en subsidiair ten laste gelegde, omdat sprake is van noodweer. Dit verweer wordt later in het vonnis besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte samen met anderen openlijk geweld heeft gepleegd tegen [aangever] . De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.

De bewezenverklaring van het primaire feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen.

1. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangever [aangever]

Ik was die avond, 16 oktober 2022, in Brielle op de Schrijversdijk. Toen ik nabij de N218 was om over te steken, hier is een rotonde, zag ik dat er een hele groep jongeren stond. Ik ben toen gestopt. (…) Ik ben vervolgens naar [persoon A] gestapt om hem van de grond te helpen. Ik voelde vervolgens op mijn achterhoofd een harde klap. Ik voelde pijn. Door die klap viel ik op de grond. Ik zag toen dat er verschillende gasten uit het groepje naar mij toekwamen. Vervolgens voelde ik dat ik klappen en schoppen op mijn hoofd kreeg. Ik werd op diverse plekken op mijn hoofd geraakt. Ik voelde pijn door de klappen en schoppen op mijn hoofd. (…) Ik heb contact opgenomen met [persoon A] . [getuige 1] en [getuige 2] . Ze stuurden mij een foto door van twee mensen die mij geschopt en geslagen hadden. Eén van die gasten die op de foto stond herkende ik als degene die mij had geslagen en geschopt. [persoon A] , [getuige 1] en [getuige 2] gaven aan dat zij de naam van die jongen wisten, zijnde: - [medeverdachte 1] en dat hij woonachtig is in [woonplaats 2] . Dit was die jongen die later naar mij toe kwam lopen en tegen mij had gezegd van vergeet mijn gezicht niet. (…) De tweede herkende ik van de foto die ik doorgestuurd had kregen. De foto was van een Instagram account. Op het account staat de naam: [medeverdachte 2] . (…) In het ziekenhuis heb ik van de artsen gehoord dat ik een gebroken neus en een breuk in mijn schedel boven mijn linkeroog heb. Eveneens heb ik een luchtbelletje in mijn bloedsomloop in een ader op mijn achterhoofd. Hierdoor mag ik nog niet naar huis.

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring getuige [getuige 2]

Bij de rotonde zagen we een groep mensen staan. Wij zijn bij deze groep gestopt. (…) Op een gegeven moment kwam er een jongen aan. Wij kenden deze jongen niet. Later

hoorden wij dat deze jongen [medeverdachte 1] heette. [medeverdachte 1] begon te bekvechten met [persoon B] . (…) [medeverdachte 1] bleef schreeuwen en uitdagen. Inmiddels kwamen er nog meer mensen bij. Een van deze jongens heet [medeverdachte 2] . (…) [medeverdachte 2] vroeg aan [medeverdachte 1] wat er aan de hand was en wie ze aan moesten pakken. (…) Ik zag dat [medeverdachte 2] [persoon B] op zijn achterhoofd sloeg. Hierdoor viel [persoon B] over [persoon A] heen. Ik zag dat er meteen een man of 8 bovenop [persoon B] doken. Ik zag dat [persoon B] werd geschopt en geslagen. Ik zag dat [persoon B] opstond en het gevecht ging verder. Ik zag dat die 8 personen bleven slaan en schoppen.

3. Proces-verbaal van de politie, verklaring getuige [getuige 1]

Ik was die avond, 15 oktober 2022, uit geweest in Brielle. Toen ik richting huis liep zag ik mijn vrienden weer. Ook zag ik nog andere gasten staan. Ik zag dat [persoon B] met iemand stond te praten en een beetje stond te stoeien. (…) Ik zag dat een andere jongen zich ermee begon te bemoeien. Deze jongen heet [medeverdachte 1] . (…) Ik zag toen twee jongens aan komen lopen. Later had ik begrepen dat deze jongens [medeverdachte 2] en [verdachte] heten. Die [verdachte] is de broer van [medeverdachte 1] . (…) Ik zag dat [persoon B] werd geslagen op zijn achterhoofd. Ik zag dat er best wat mensen bij stonden. Ik zag dat [persoon B] meerdere klappen kreeg op zijn hoofd. Ik zag dat [persoon B] hierdoor op de grond viel. Ik zag dat [persoon B] werd geslagen en getrapt terwijl hij op de grond lag. Ik zag dat [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte] bij [persoon B] stonden. Ik heb [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte] schoppende en slaande beweging zien maken. (…) Ik zag dat [persoon B] helemaal onder het bloed zat in zijn gezicht.

4. Proces-verbaal van bevindingen van de politie

Ik heb de telefoon van de verdachte [medeverdachte 2] bekeken. Ik heb het WhatsApp gesprek met [persoon C] geopend. Ik zag dat [persoon C] op 16 oktober 2022 aan [medeverdachte 2] vroeg: “Hoezo heb je gevochten?” [medeverdachte 2] reageert hier op met: “Kan je tegen niemand wat zeggen over dat gevecht”. Ik heb een foto van dit gesprek hieronder toegevoegd [opmerking rechtbank: hierin is te lezen]:

[medeverdachte 2] : (…) Die jongen heeft z'n neus gebroken en een scheurtje in z‘n schedel. (...) Maar [verdachte] en ik hadden gewoon moeten weglopen. (...) Niet alleen wij hebben geslagen.

Vervolgens zag ik in de telefoon een WhatsApp gesprek tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] . Dit gesprek gaat over de vechtpartij. Ik zie dat [medeverdachte 2] tegen [verdachte] zegt: “Beste niet meer over praten, want wordt gezegd dat ik die gasten heb geslagen.” Ik heb een foto van dit gesprek hieronder toegevoegd [opmerking rechtbank: hierin is te lezen]:

[verdachte] : Maar ze deden wel heel vervelend hoor (…) want die aziaat bijvoorbeeld zat me helemaal uit te schelden (…)

[medeverdachte 2] : Je hebt die gozer wel echt goed geraakt dan maat jezus

[verdachte] : Ja kk zooi (…)

[medeverdachte 2] : (…) Je moet ook niet zo hard slaan (…) Dat we hebben gevochten oké. maar iemand het ziekenhuis in geslagen dat gaat wel ver man. (…)

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat de verdachte:

op 16 oktober 2022 te Brielle openlijk, te weten op de Schrijversdijk, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] door die [slachtoffer] meermalen met kracht tegen het lichaam en het hoofd en in het gezicht te slaan en te schoppen en te trappen, waardoor en nadat die [slachtoffer] op de grond terechtkwam.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen een persoon.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Beroep op rechtvaardigingsgrond

De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte een geslaagd beroep op noodweer toekomt en moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De verdachte zag dat zijn broer werd geslagen door een persoon uit de groep van de aangever en vervolgens in een dreigende en chaotische situatie terechtkwam waaruit hij zich niet kon onttrekken. Omdat de groep van de aangever het geweld heeft geïnitieerd en daarbij sprake was een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van de broer van de verdachte door de groep van de aangever, mocht de verdachte zijn broer (en vervolgens zichzelf) verdedigen. De verdediging tegen deze aanval was proportioneel en geboden.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte geen beroep op noodweer toekomt. Meerdere getuigen hebben verklaard dat de broer van de verdachte de agressor in de situatie was. Om die reden was er geen sprake van een ogenblikkelijke aanranding van de broer van de verdachte, waartegen de verdachte zijn broer mocht verdedigen. Daarbij komt nog dat de verdachte en zijn broer zich hadden kunnen distantiëren van de ontstane situatie.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat voor een geslaagd beroep op noodweer(exces) als bedoeld in artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht aannemelijk moet zijn geworden dat het handelen van de verdachte was geboden door de noodzakelijke verdediging van zijn eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding.

Op grond van het dossier en hetgeen op de zitting is besproken acht de rechtbank niet aannemelijk geworden dat de (broer van de) verdachte voorafgaand aan of tijdens het uitgeoefende geweld is geconfronteerd met onmiddellijk dreigend gevaar voor een dergelijke ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. De rechtbank gaat uit van de verklaringen van aangever [aangever] en de getuigen [getuige 2] en [getuige 1] over het ontstaan en verloop van de vechtpartij, omdat deze verklaringen steun vinden in de berichten die medeverdachte [medeverdachte 2] kort na het incident heeft verstuurd. Daaruit volgt dat hij de eerste klap heeft gegeven. Bovendien past ook het hoofdletsel dat bij aangever [aangever] is ontstaan bij deze verklaringen.

Uit de door de rechtbank aannemelijk geachte gang van zaken volgt dat medeverdachte [medeverdachte 2] de eerste klap heeft uitgedeeld aan [persoon A] , aangever [aangever] vervolgens naar [persoon A] is toegegaan om hem van de grond te helpen en vervolgens hard op zijn achterhoofd is geslagen waardoor hij op de grond viel en hij klappen en schoppen op zijn hoofd heeft gekregen van onder meer de verdachte. Het beroep op noodweer kan daarom niet slagen en wordt verworpen.

Het feit en de verdachte zijn dus strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit bij een eventuele strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de forse overschrijding van de redelijke termijn. Dit moet leiden tot een aanzienlijke matiging van een eventueel op te leggen straf.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich na een avond stappen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Op de openbare weg is een ruzie ontstaan tussen de verdachte en

de medeverdachten enerzijds en de groep van de aangever anderzijds. De ruzie ontaardde in een vechtpartij waarbij de aangever meermalen is geslagen en geschopt, onder meer tegen zijn hoofd. Daarbij was het handelen van de broer van de verdachte de aanleiding voor de vechtpartij en heeft de verdachte vervolgens zelf een actieve rol gespeeld. Door het handelen van de verdachte is een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en gezondheid van de aangever. Als gevolg van het geweld heeft de aangever aanzienlijk lichamelijk letsel opgelopen, te weten een kleine fractuur van de schedelbasis, een fractuur van het voorhoofdsbot, een fractuur van het neusbeen en oogletsel.

Dit soort uitgaansgeweld heeft ook een negatieve invloed op de samenleving. Het gevoel van onveiligheid en de vrees dat er tijdens of na het stappen gewelddadige dingen kunnen gebeuren, worden hierdoor versterkt.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 12 augustus 2026 blijkt dat de verdachte in 2024 een geldboete opgelegd heeft gekregen voor rijden onder invloed.

Redelijke termijn

De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 24 januari 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van ongeveer 3 jaar en 8 maanden verstreken.

Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden met ongeveer 1 jaar en 8 maanden.

Oplegging straf

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf passend is. Het volstaan met het voorarrest en daarnaast een voorwaardelijke straf, zoals verzocht door de verdediging, acht de rechtbank niet passend gelet op de ernst van het feit.

Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en de afspraken, zoals deze ten aanzien van een aantal delictsgroepen zijn neergelegd in de Landelijke Oriëntatiepunten voor straftoemeting, die dienen ter bevordering van de rechtseenheid in de strafoplegging. De rechtbank houdt ook rekening met de forse overschrijding van de redelijke termijn en het summiere strafblad van de verdachte. Daarom wordt conform de eis van de officier van justitie een taakstraf van 100 uur opgelegd.

5. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [benadeelde partij]

[aangever] heeft als benadeelde partij € 1.178,- als vergoeding voor materiële schade en € 5.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.117,10 ter zake van de materiële schade en € 5.000,- ter zake van de immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij kan voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering, omdat dat deel van de vordering onvoldoende is onderbouwd.

Standpunt van de verdediging

De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering is pas op de zitting door de officier van justitie aan het dossier toegevoegd, terwijl de benadeelde partij zelf noch zijn gemachtigde aanwezig is om de vordering in te dienen. Daarbij staat op de vordering alleen het parketnummer van de strafzaak van de medeverdachte vermeld. Om die reden is in de onderhavige zaak geen sprake van een vordering.

Subsidiair is aangevoerd dat de vordering in de zaak van de medeverdachte [medeverdachte 2] al grotendeels is toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Er is in die zaak geen hoofdelijkheid bepaald. Om die reden kan de vordering niet nogmaals in onderhavige strafzaak worden toegewezen.

Voorts is aangevoerd dat de vaststelling van de verdeling van de schade een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, aangezien in onderhavige zaak sprake is van een eigen aandeel van de benadeelde partij. Gelet hierop moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaring in de vordering.

Tot slot betwist de verdediging de materieel gevorderde schadeposten sportschool, voetbalcontributie, autolessen en studievertraging. Deze posten zijn onvoldoende onderbouwd.

Oordeel van de rechtbank

Ontvankelijkheid vordering

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partij ontvankelijk is in de vordering. Het wettelijk uitgangspunt is immers, dat de vordering van de benadeelde partij op de zitting kan worden ingediend. Uit het proces-verbaal van de zitting van 7 augustus 2026 in de zaak van medeverdachte [medeverdachte 1] – tevens bijgestaan door mr. Van Dongen – volgt naar het oordeel van de rechtbank afdoende dat het de bedoeling van de benadeelde partij was de vordering ook in de onderhavige zaak in te dienen. Dit blijkt ook uit het door de benadeelde partij ingevulde wensenformulier. Dat de vordering door administratieve omstandigheden niet eerder in onderhavig dossier is gevoegd, is niet aan de benadeelde partij te wijten. Daarbij komt nog dat de verdediging tot twee keer toe op de zitting de gelegenheid heeft gekregen de vordering met de verdachte te bespreken, zodat de vordering thans kan worden beoordeeld.

Reeds toegewezen vordering in de zaak van de medeverdachte

De rechtbank verwerpt het verweer dat de eerdere toewijzing van de vordering in de zaak van de medeverdachte aan toewijzing in deze zaak in de weg staat. In het vonnis van de medeverdachte is de vordering grotendeels toegewezen, zonder de vaststelling van hoofdelijkheid. De rechtbank heeft zich in dat vonnis niet uitgesproken over de aansprakelijkheid van de andere deelnemers aan de openbare geweldpleging. Daarin ligt geen oordeel besloten dat uitsluitend de medeverdachte tot vergoeding van de schade is gehouden.

Verdachte heeft samen met medeverdachten openlijk geweld gepleegd tegen de benadeelde partij. De schade is door dit geweld in groepsverband veroorzaakt. De kans op het toebrengen van die schade had verdachte behoren te weerhouden van zijn deelname aan het geweld. De deelname kan hem ook worden toegerekend. Verdachte is zodoende op grond van art. 6:166, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) hoofdelijk aansprakelijk voor deze schade. Ook art. 6:102, eerste lid, BW bepaalt dat personen op wie een verplichting tot vergoeding van dezelfde schade rust, hoofdelijk verbonden zijn. Dat in de zaak van de medeverdachte geen hoofdelijke veroordeling gevorderd was en die hoofdelijkheid door de rechtbank niet uitdrukkelijk is vastgesteld, doet daaraan niet af. De rechtbank wijst in dit verband ook op de relevante overwegingen uit het arrest van de Hoge Raad van 10 januari 2023 (ECLI:NL:HR:2023:3).

Anders dan de verdediging heeft betoogd, krijgt de benadeelde partij daarmee geen recht op dubbele vergoeding. Op grond van artikel 6:7, tweede lid BW bevrijdt betaling door de medeverdachte ook verdachte, indien daarmee dezelfde schade wordt vergoed, en omgekeerd.

Materiële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde strafbare feit. De vordering wordt toegewezen voor wat betreft de schadeposten ziekenhuisdaggeldvergoeding, reiskosten en kosten zonder nut voor wat betreft de autorijlessen, omdat deze voldoende zijn onderbouwd en de verdediging de vordering met onvoldoende argumenten heeft weersproken.

Ten aanzien van de schadeposten sportschool en voetbalcontributie (kosten zonder nut) overweegt de rechtbank dat uit de stukken blijkt dat de benadeelde partij na zes weken weer is gaan werken en weer tweemaal per week is gaan stappen. De gevorderde kosten voor de sportschool en voetbalcontributie worden daarom voor een beperktere periode toegewezen, omdat onvoldoende is onderbouwd dat de benadeelde partij drie maanden niet heeft gesport vanwege het letsel dat hij door het strafbare feit heeft opgelopen. Tot een bedrag van € 76,09 is de vordering wel voldoende onderbouwd en heeft de verdediging hiertegen onvoldoende ingebracht. Voor het overige worden de gevorderde kosten voor de sportschool en de voetbalcontributie afgewezen.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen, te weten een fractuur van de schedelbasis, een fractuur van het voorhoofdsbot, een fractuur van het neusbeen en oogletsel.

Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 5.000,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt, de aard en ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit), de verwachting over het herstel en de leeftijd van de benadeelde partij. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend en de indeling volgens de “Rotterdamse Schaal” voor smartengeldbedragen bij gezichtsletsel.

Hoofdelijke veroordeling

De verdachte heeft het strafbare feit waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders gepleegd. Zij zijn daarom allen hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededader/ mededaders de schadevergoeding (voor een deel) heeft/hebben betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 16 oktober 2022.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 65 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het primaire feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 100 (honderd) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 96 (zesennegentig) uur taakstraf moet worden verricht;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 48 (achtenveertig) dagen;

Vordering benadeelde partij

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s), aan de benadeelde partij [benadeelde partij] te betalen een bedrag van € 6.152,49 (zegge: zesduizendhonderdtweeënvijftig euro en negenenveertig eurocent), bestaande uit € 1.152,49 als vergoeding van materiële schade en € 5.000,-- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 16 oktober 2022 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;

wijst af het door de benadeelde partij meer of anders gevorderde;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] aan de staat van € 6.152,49(zegge: zesduizendhonderdtweeënvijftig euro en negenenveertig eurocent) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2022 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 65 (vijfenzestig) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader(s) de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben vergoed.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M. van der Leeden, voorzitter,

en mrs. R.P.W. van de Meerakker en M. van der Veer, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 6 oktober 2026.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.M. van der Leeden

Griffier

  • mr. V.E. Scholtens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand