[verdachte]
geboren op [geboortedatum] 1982
Procedure
Op 16 juni 2026 heeft onder leiding van de rechter-commissaris in een woning aan [adres] , te [plaats] , een doorzoeking ter inbeslagneming plaatsgevonden. Bij deze doorzoeking is een enveloppe aangetroffen met daarop een sticky note met de tekst ‘testament + tevoeging’ en een sticky note met de tekst ‘verklaring broertje NL’. Gelet op deze omschrijving bestond er volgens de officier van justitie de mogelijkheid dat de documenten in de enveloppe vertrouwelijke of onder geheimhouding vallende informatie bevatten. De enveloppe is gelet hierop in beslag genomen zonder kennis te nemen van de inhoud.
De officier van justitie heeft op 22 juli 2026 de rechter-commissaris gevorderd te beoordelen of de inbeslagneming is toegestaan op de voet van artikel 98 lid 1 Sv (toestemming verschoningsgerechtigde/gegevens die niet in diens hoedanigheid zijn toevertrouwd) dan wel art. 98 lid 5 Sv (object of instrument delict), een zogenoemde ‘dieptetoets’.
In de beslissing van 14 augustus 2026 heeft de rechter-commissaris deze vordering toegewezen.
Op 17 augustus 2026 heeft een medewerker van de FIOD de gesloten enveloppe afgeleverd op het kabinet rechter-commissaris. Deze gesloten enveloppe is vervolgens in de daarvoor bestemde kluis bewaard.
De rechter-commissaris heeft ten behoeve van de beoordeling kennisgenomen van de inhoud van de enveloppe en deze beoordeeld op de aanwezigheid van (mogelijk) verschoningsgerechtigd materiaal.
Beoordeling
De rechter-commissaris trof een aantal documenten in een oranje plastic mapje met daarop een gele post-it met de tekst ‘verklaring broertje NL’ en een gele post-it met de tekst ‘testament + tevoeging’ aan. Allereerst trof de rechter-commissaris een Engelstalig document aan, met de titel ‘Declaration of inheritance (mirath) and management of cash assets’. Dit document lijkt een verklaring onder ede of een gelofte over de erfenis van de overleden vader van de persoon die de verklaring aflegt. In de verklaring wordt beschreven hoe de vader van deze persoon aan zijn geld is gekomen en hoe hij wenste dat het verdeeld zou worden. In het stuk wordt niet gerefereerd aan een verschoningsgerechtigde en het stuk is niet ondertekend door een verschoningsgerechtigde.
De rechter-commissaris is van oordeel dat dit stuk niet verschoningsgerechtigd is, nu het stuk niet is opgemaakt door een functioneel verschoningsgerechtigde of communicatie van, met of bestemd voor een verschoningsgerechtigde betreft.
De rechter-commissaris trof verder een aantal documenten in een andere taal aan. De rechter-commissaris vermoedde dat de stukken zijn opgesteld in het Afghaans - Dari, gezien de aanwezigheid van een kopie van een ID bewijs waar als geboorteplaats [geboorteplaats] vermeld staat. Gelet hierop heeft de rechter-commissaris besloten dat zij bij de beoordeling van de stukken dient te worden bijgestaan door een beëdigd vertaler die de taal Dari machtig is.
Op 28 september 2026 is de vertaler verschenen op het kabinet rechter-commissaris, rechtbank Rotterdam. Bij deze bijeenkomst was de rechter-commissaris en de gerechtsjurist van de rechter-commissaris aanwezig. Alvorens de vertaling zou worden uitgevoerd is afgesproken dat de fysieke stukken in zoverre dienen te worden vertaald dat er een mondelinge algemene omschrijving van de fysieke stukken wordt gegeven en zo nodig aanvullende vragen over de inhoud van de fysieke stukken mondeling zullen worden beantwoord. De vertaler heeft ook een geheimhoudingsverklaring getekend.
De vertaler heeft kenbaar gemaakt dat deze fysieke stukken als volgt kunnen worden omschreven.
Los stuk papier met een tabel en twee zinnen
Op het stuk papier wordt de burgerlijke stand van een persoon en een adres in een wijk in Afghanistan vermeld.
Stuk met een foto van een vrouw
Dit document is een Tazkera. Een Tazkera is een uittreksel van het Afghaanse bevolkingsregister en werd voorheen in Afghanistan als identiteitsbewijs gebruikt. Op het document staat een stempel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken van Afghanistan. De Tazkera wordt afgegeven door de National Statistics and Information Authority (hierna: NSIA). Er is bij de uitgave van dit document geen functioneel verschoningsgerechtigde betrokken. Het document dateert van 4 maart 2007.
Stukken aan elkaar geniet met foto van een man
Dit document is ook een Tazkera. Achter dit document zit een persoonlijke verklaring gehecht waarin een persoon de identiteit van de persoon op de Tazkera bevestigt. De persoon legt een verklaring af waarin hij aangeeft dat hij de betreffende persoon kent en dat het uittreksel van het bevolkingsregister klopt. Deze persoon legt de verklaring niet af in een bepaalde (professionele) hoedanigheid. Achter dit document zit een identiteitsbewijs. Achter het identiteitsbewijs zit een document van de NSIA met daarop een verzoek aan het NSIA een nieuwe Tazkera af te geven voor een bepaalde persoon. Achter dit document zit een verklaring van een persoon die de aanvrager kent en daarachter weer een identiteitsbewijs. Het document dateert van juli 2018.
De rechter-commissaris treft vervolgens een aantal kopieën van een paspoort/identiteitsbewijs aan. Deze zijn niet vertaald.
Document NSIA met drie foto’s en vingerafdrukken
Dit document betreft een soort garantstelling door de drie personen die op de foto’s zijn weergegeven. Er wordt een nieuw document aangevraagd door de persoon op de eerste foto. Zijn identiteit wordt bevestigd door de twee personen op de onderste twee foto’s. Het is niet duidelijk wat voor document er wordt aangevraagd. Het aanvragen gaat via dit document omdat het niet in persoon mogelijk is. Het document bevat een aantal vingerafdrukken. Deze zijn van de personen op de foto’s. Onderaan het document staan 2 vingerafdrukken; deze zijn van de twee personen op de onderste twee foto’s. Er staat ook een handtekening onderaan het document, maar het is niet duidelijk van wie deze handtekening is. Het document dateert van juni 2026.
Twee documenten van NSIA met foto van man en vingerafdruk
Deze documenten horen bij de vorengenoemde aanvraag. Op het eerste document staat dat er een nieuw uittreksel van het bevolkingsregister is aangevraagd en het tweede document (met de hand beschreven) is het (nieuwe) uittreksel van het bevolkingsregister. Voor de aanvraag van de Tazkera is de informatie van de vader van de betreffende persoon gebruikt. Dit document dateert van juni 2026.
Los stuk papier met een tabel en tekst
Dit stuk hoort bij het afgeven van de Tazkera. De naam van de aanvrager staat erop en er staat op vermeld dat het gaat om een nieuwe aanvraag. Het stuk dateert van juni 2026. Op de achterkant van het stuk staat een handgeschreven tekst waaruit blijkt dat een familielid de Tazkera heeft laten zien.
Document in plastic mapje
Dit document is eveneens een Tazkera. Er staat op de voor- en achterkant een stempel van het Ministerie van Binnenlandse zaken van Afghanistan. Het document dateert van 3 juni 2018. Op het document staat van wie deze persoon de zoon is.
Verder treft de rechter-commissaris een klein envelopje met pasfoto’s aan.
De rechter-commissaris is van oordeel dat alle vorengenoemde documenten niet verschoningsgerechtigd zijn. Het zijn voornamelijk documenten rondom het aanvragen van een Tazkera. Bij het aanvragen en uitgeven van een Tazkera is geen functioneel verschoningsgerechtigde betrokken. Er wordt in de vorengenoemde stukken niet gerefereerd aan een functioneel verschoningsgerechtigde en de stukken zijn niet ondertekend door een verschoningsgerechtigde.
De rechter-commissaris is dan ook van oordeel dat deze stukken niet verschoningsgerechtigd zijn, nu de stukken niet zijn opgemaakt door een functioneel verschoningsgerechtigde of communicatie van, met of bestemd voor een verschoningsgerechtigde betreffen.
Beslissing
Gelet op het vorengaande bepaalt de rechter-commissaris dat de inbeslaggenomen stukken, te weten de fysieke stukken uit de envelop, kunnen worden vrijgegeven aan het onderzoeksteam en het Openbaar Ministerie voor het verdere onderzoek.
De rechter-commissaris is van oordeel dat deze beslissing niet hoeft te worden betekend gelet op het feit dat de stukken in generlei relatie staan tot een functioneel verschoningsgerechtigde. Er is derhalve geen functioneel verschoningsgerechtigde bekend, die zich op zijn verschoningsrecht kan beroepen ten aanzien van deze stukken en aan wie betekend zou moeten worden.
Nu de rechter-commissaris de beslissing niet kan en behoeft te betekenen, geeft zij de stukken direct vrij aan het onderzoeksteam.
Deze beslissing is op 2 oktober 2026 genomen door mr. M.V. Scheffers, rechter-commissaris.