ECLI:NL:RBROT:2026:14484

ECLI:NL:RBROT:2026:14484

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 22-10-2026
Datum publicatie 22-10-2026
Zaaknummer 10.119958.26 en 10.242417.26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte heeft samen met een ander de aangever naar een woning gelokt en hem daar een aantal uren wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd. De verdachten hebben met geweld de telefoon van de aangever weggenomen en zich toegang verschaft tot zijn (online) bankrekening om zo geldbedragen over te schrijven. Daarnaast heeft de verdachte samen met anderen geprobeerd om de aangeefster op te lichten door zich voor te doen als politieagent en haar te verzoeken om waardevolle spullen af te staan. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers: 10.119958.26 en 10.242417.26

Datum uitspraak: 22 oktober 2026

Datum zitting: 8 oktober 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2005 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] te [woonplaats] ,

gedetineerd in [verblijfsplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. R.V.S. Adriaanse

Officier van justitie: mr. N.A. van Manen

Benadeelde partij: [benadeelde partij]

Kern van het vonnis

De verdachte heeft samen met een ander de aangever [aangever] naar een woning gelokt en hem daar een aantal uren wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd. De verdachten hebben met geweld de telefoon van de aangever weggenomen en zich toegang verschaft tot zijn (online) bankrekening om zo geldbedragen over te schrijven. Daarnaast heeft de verdachte samen met anderen geprobeerd om de aangeefster [aangeefster] op te lichten door zich voor te doen als politieagent en haar te verzoeken om waardevolle spullen af te staan. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – samen met anderen de aangever wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd en met geweld zijn telefoon heeft afgepakt en geld van zijn rekening heeft gehaald. Daarnaast wordt de verdachte ervan beschuldigd dat hij op 14 juli 2026 heeft geprobeerd de aangeefster op te lichten.

De volledige tenlastelegging houdt in dat:

10.119958.26

1

hij in of omstreeks de periode van 18 april 2026 tot en met 19 april 2026 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon (merk/type/model: Apple Iphone 16 Pro Max) en/of één of meer geldbedragen (totaal ongeveer 3.000,00 euro), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten de telefoon van die [slachtoffer 1] inclusief (toegang tot) de daarop aanwezige ING-bank app met bankgegevens van die [slachtoffer 1] (waarmee verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de bankrekening van die [slachtoffer 1] heeft/hebben verschaft en/of (vervolgens) middels 'Tikkie'-betalingen een of meer geldbedragen van deze bankrekening van die [slachtoffer 1] heeft/hebben overgemaakt/afgeschreven), tot welk gebruik hij, verdachte en/of zijn mededader(s) onbevoegd en/of niet gerechtigd was/waren welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken, door

- zich op te dringen aan die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] te gebieden om een woning te betreden en/of zich (vervolgens) (deels) te ontkleden en/of

- die [slachtoffer 1] te filmen, terwijl hij (deels) ontkleed was en/of die [slachtoffer 1] daarbij te gebieden om (hardop) te zeggen: "Ik ga al het geld op mijn bank geven en ik ga niet moeilijk doen. Ik ga de politie er niet bij betrekken" en/of

- met zijn, verdachtes, hand een pistool na te bootsen en/of daarmee een dreigend gebaar naar die [slachtoffer 1] te maken en/of

- die [slachtoffer 1] gedurende een aantal uren vast te houden in de woning en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen op/tegen het hoofd/gezicht te slaan/stompen en/of

- ( daarbij) aan die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden toe te voegen: "Ga naar binnen, ga naar binnen, anders gaan we je steken" en/of "Maak je tas open. Heb je je bankpas bij je?" en/of Doe je telefoon open, ga naar ING, we willen nu geld zien" en/of "Doe je kleren uit. Doe je kleren uit, anders doen we je iets" en/of" Je gaat ballas eten", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2

hij in of omstreeks de periode van 18 april 2026 tot en met 19 april 2026 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1]

wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door

- zich op te dringen aan die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] te gebieden om een woning te betreden en/of zich (vervolgens) aldaar (deels) te ontkleden en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] te filmen en/of

- de telefoon van die [slachtoffer 1] af te nemen en/of

- met zijn, verdachtes, hand een pistool na te bootsen en/of daarmee een dreigend gebaar naar die [slachtoffer 1] te maken en/of

- die [slachtoffer 1] gedurende een aantal uren vast te houden in de woning en/of

- die [slachtoffer 1] te verbieden om naar het toilet te gaan en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen op/tegen het hoofd/gezicht te slaan/stompen en/of

- ( daarbij) aan die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden toe te voegen: "Ga naar binnen, ga naar binnen, anders gaan we je steken" en/of "Doe je kleren uit. Doe je kleren uit, anders doen we je iets" en/of" Je gaat ballas eten", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

10.242417.26

3

hij op of omstreeks 14 juli 2026 te Ridderkerk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 2] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meer sieraden en/of kostbare spullen

- die [slachtoffer 2] (meermalen) heeft gebeld en/of zich (vervolgens) voor heeft gedaan als medewerker van de politie,

- die [slachtoffer 2] heeft verteld dat er personen waren aangehouden met de adresgegevens van die [slachtoffer 2] ,

- die [slachtoffer 2] heeft verteld dat zij haar sieraden en kostbare spullen klaar moest leggen en dat er een politieagent naar de woning van die [slachtoffer 2] zou komen om voornoemde spullen op te halen en/of

- zich naar de woning van die [slachtoffer 2] heeft bewogen en/of (vervolgens) de woning van die [slachtoffer 2] heeft betreden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte samen met een ander de aangever [aangever] wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd en (onder bedreiging) met geweld zijn telefoon en geldbedragen heeft weggenomen. Daarnaast is bewezen dat de verdachte samen met anderen heeft geprobeerd om de aangeefster [aangeefster] op te lichten. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte

Op 18 en 19 april 2026 was ik aanwezig in de woning aan [adres 2] te Rotterdam . Ik heb met [aangever] een afspraak gemaakt en hij is naar de woning gekomen. [aangever] is een paar uur in de woning geweest. Er is een worsteling geweest. Ik heb [aangever] een duw gegeven in zijn gezicht.

Ik heb met mijn telefoon een foto gemaakt van de bankrekening van [aangever] .

Het klopt dat de video van de ontklede [aangever] in mijn telefoon is gevonden.

Op 14 juli 2026 zat ik in de auto met [medeverdachte 1] te Ridderkerk. Ik zat op de bijrijdersstoel. Twintig minuten voordat ik werd aangehouden zat [medeverdachte 2] ook in de auto. [medeverdachte 2] is afgezet.

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangever [aangever]

Ik had op 18 april 2026 omstreeks 20:00 uur afgesproken voor een date. Ik heb deze date

afgesproken via de app Grindr. Wij spraken om 20:00 uur af op [adres 2] te Rotterdam . Ik kwam omstreeks 20:00 uur aan op [straat 1] . Ik zag dat er een personenauto stond geparkeerd voor [huisnummer] . Ik zag dat hier twee personen uitstapten.

Ik zag dat verdachte 1 de voordeur opendeed. Ik zag daar een derde persoon staan (verdachte 3).

Ik zei dat ik niet naar binnen ging. Ik hoorde verdachte 2 zeggen: "Ga naar binnen, ga naar binnen, anders gaan we je steken". Ik liep met verdachte 1 en 3 de woning in. Ik hoorde dat verdachte 1 zei: "Maak je tas open. Heb je je bankpas bij je?". Ik zei dat ik alleen met mijn telefoon betaal. Ik moest mijn tas afdoen en afgeven aan verdachte 2.

Ik hoorde dat verdachte 1 zei: "Doe je telefoon open, ga naar ING, we willen nu geld zien". Ik opende uit paniek ING. Ik zag dat verdachte 1 mijn telefoon afpakte. Ik hoorde dat verdachte 1 tegen verdachte 2 zei dat hij een Tikkie moest sturen. Verdachte 2 opende een QR-code. Verdachte 1 had de code al gezien en hierdoor betaalde hij de Tikkie. Ik zag op mijn telefoon dat dit om 200 euro ging. Ik zag dat hij weer via dezelfde wijze 200 euro overmaakte naar verdachte 2. Ik hoorde verdachte 2 zeggen: "Ik wil 3.000 euro hebben".

Ik hoorde verdachte 2 zeggen: "Doe je kleren uit, doe je kleren uit". Ik vroeg waarom ik dat moest doen en ik zei dat ik het niet wilde doen. Ik zag dat hij mij ging filmen. Ik hoorde verdachte 2 zeggen: "Doe je kleren uit anders doen we je iets". Ik deed mijn broek omlaag tot mijn enkels en deed mijn shirt en trui uit. Ik zag dat beide verdachten mij gingen filmen. Ik moest twee dingen nazeggen: "Ik ga al het geld op mijn bank geven en ik ga niet moeilijk doen. Ik ga de politie er niet bij betrekken". Ik hoorde verdachte 2 zeggen: "Je gaat ballas eten". Dit is straattaal voor kogels. Ik zag dat hij met zijn hand een pistool maakte en deze tegen zijn hoofd aanhield. .

Ik zei dat ik dit allemaal niet wilde en nu wegging. Ik pakte mijn telefoon uit de handen van verdachte 1. Verdachte 2 stond bij de deur en ik liep naar de deur toe. Ik zag en voelde dat verdachte 2 mij een vuistslag in het gezicht gaf. Ik voelde dat hij mij sloeg op mijn linkerwang. Ik viel hierdoor op de grond en voelde mij duizelig. Ik voelde en zag dat verdachte 2 mij vier á vijf keer had geslagen met de vuist en platte hand in mijn gezicht. Ik voelde mij nog steeds duizelig.

Ik wilde 112 bellen en op dat moment pakte verdachte 1 mijn telefoon af. Ik zag dat verdachte 1 mijn daglimiet verhoogde naar 3.000 euro, maar je moet vier uur wachten tot dit aangepast is. We hebben hierop lang gewacht, tussendoor wisselden verdachte 1 en 2 in de kamer.

Ik vroeg na ongeveer twee uur of ik naar het toilet mocht. Ik zag dat verdachte 2 mij een beker gaf van de McDonalds en ik moest hierin plassen.

Rond 00:30 uur probeerden verdachte 1 en 2 weer geld over te maken via een Tikkie. Ik zag dat er twee keer 500 euro werd overgemaakt via de Tikkie.

Mijn telefoon heb ik nooit terug gehad. Dit betreft een Iphone 16 Pro Max.

3. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

Verbalisanten gingen met [aangever] naar politiebureau Zuidplein voor het opnemen van een aangifte. Wij belden met de ING noodlijn om zijn bankrekeningen te blokkeren. Via de ING kregen wij door dat er ongeveer 3.000 euro was overgemaakt dan wel afgeschreven was. Dit was naar twee personen: " [persoon A] " en " [persoon B] ".

4. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

Verbalisant deed onderzoek in de veiliggestelde data van de telefoon in beslag genomen bij de aanhouding van: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 2005.

Deze telefoon werd inbeslaggenomen onder BVH-goednummer [goednummer] en hieraan werd het volgende SIN gekoppeld: AARW5023NL.

Chatgesprek met Al-agent

In de opgeslagen chats vond ik een gesprek tussen de gebruiker van het toestel en de AI-agent van OpenAI: ChatGPT. Dit gesprek vond plaats op 19 april 2026 om 02:37 uur (UTC+2). In dit gesprek vraagt de gebruiker om informatie over het opnemen van geld na het verhogen van de limiet van een rekening van ING.

[gebruikersnaam] [19-4-2026 00:27:38 (UTC+0)]

als gister me limiet had veranderd naar 3000 op ing toen 3000 heb over gemaakt en toen om 00:57 het limiet veranderd naar 5000 hoeveel kan ik dan zometeen overmaken als de 5k ingaat

ChatGPT [19-4-2026 00:27:38 (UTC+0)]

Bij ING geldt meestal dat een **verhoging van je overboekingslimiet niet altijd direct acties is**, vaak pas na een veiligheidswachttijd of de volgende dag (afhankelijk van hoe je het hebt gewijzigd en welke type limiet het is).

In jouw situatie:

Gisteren limiet op **€3000**

Toen **€3000 overgemaakt** (dus limiet gebruikt)

Om **00:57** limiet verhoogd naar **€5000**

Dan zijn er 2 mogelijkheden

[gebruikersnaam] [19-4-2026 00:28:20 (UTC+0)

Ik heb vandaag om 00:57 toen de 3k inging al 3k overgemaakt

5. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

Verbalisant deed onderzoek aan de veiliggestelde inhoud afkomstig uit de mobiele telefoon met goednummer [goednummer] (SIN AARW5023NL) die in beslag genomen werd bij de aanhouding van verdachte [verdachte] .

Verbalisant stelt vast dat verdachte [verdachte] de daadwerkelijke gebruiker was van de mobiele telefoon.

Afbeeldingen en video’s

In de mobiele telefoon was een video opgeslagen waarop ik, verbalisant, het slachtoffer [aangever] direct herkende. De video was aangemaakt op 18 april 2026 om 22:14 uur. Ik zag dat de video 10 seconden duurde.

Op de video is te zien dat [aangever] in een slaapkamer staat, naast een bed, met zijn broek en onderbroek op zijn enkels. De rest van zijn lichaam is ontbloot. Met zijn rechterhand houdt hij zijn geslachtsdeel vast. Er zijn mannenstemmen te horen. Het volgende gesprek is te horen:

NN1: Zeg jij gaat ons betalen.

[aangever] : Ik ga jullie morgen netjes betalen

NN1: En als je niet betaalt, wat gaan we met je doen?

[aangever] : Dan ben ik eh...

NN1: Nee, dan krijg je balla ta grrr (fon)*

NN2: Wat gaat er gebeuren als je niet betaalt?

NN1: Balla ta grrr (fon)

*te zien is dat vermoedelijk NN1 zijn hand tot een "pistool" vormt en richt op het slachtoffer.

Ik, verbalisant, merk hierbij op dat met 'balla' kan worden bedoeld: kogel. En dat 'ta' in het

Papiaments een (hulp)werkwoord is dat een vervoeging van het werkwoord 'zijn' kan betekenen.

Afbeeldingen ING app slachtoffer

In de mobiele telefoon waren twee afbeeldingen opgeslagen waarop het scherm van een andere mobiele telefoon te zien is, waarop de applicatie van de ING geopend is. Op de applicatie zijn meerdere bank- en spaarrekeningen te zien op naam van [aangever] .

De eerste afbeelding had een aanmaaktijd van 18 april 2026 20.32 uur. De tweede afbeelding had een aanmaaktijd van 19 april 2026 om 01.55 uur. De tijdstippen van beide afbeeldingen komen overeen met het tijdstip zoals weergegeven op de mobiele telefoon die op de afbeeldingen te zien is.

6. Proces-verbaal van de politie, aangifte [aangeefster]

Op 14 juli 2026, om 16.39 uur, was ik in mijn woning te Ridderkerk en werd ik gebeld door een privé telefoonnummer. Ik sprak met een man die zich voorstelde als [naam 1] of iets dergelijks. [naam 1] gaf aan dat hij van de politie was en dat er zojuist twee personen waren aangehouden met een breekijzer en mijn adresgegevens. [naam 1] gaf aan dat hij een collega van de politie ging langs sturen voor verdere informatie.

Om 17.29 uur, werd ik nogmaals gebeld door een privé telefoonnummer. Ik nam op en sprak met een vrouw/meisje. Ze had een beetje hetzelfde verhaal als [naam 1] van het eerste telefoongesprek, echter begon de vrouw/meisje aan de telefoon over dat ik mijn sierraden en kostbare spullen moest klaarleggen. Dit zou worden opgehaald door de politieagent die langs zou komen. De vrouw gaf aan dat het codewoord, die de agent zou gebruiken, 1102 zou zijn.

Omstreeks 18.20 uur, ging de deurbel. Ik deed open en zag een persoon voor de deur staan die zich voorstelde als [naam 2] en hij zei dat hij van de politie in Zuid-Holland was. Hij gaf aan dat hij de spullen op kwam halen. Ik vroeg hem naar het codewoord en hoorde dat hij 1102 zei. [naam 2] liep naar binnen en voelde aan de ramen en deuren op de benedenverdieping.

7. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

Op 14 juli 2026, omstreeks 17.10 uur, kwamen verbalisanten ter plaatse op [adres 3] in Ridderkerk. Zij werden de woning binnengelaten door melder [aangeefster] en positioneerden zich op de eerste verdieping.

Op 14 juli 2026, om 18.18 uur, belde [medeverdachte 2] aan en in woorden van gelijke strekking stelde hij zich voor als [naam 2] van de politie Zuid-Holland Zuid. Hierop zei [aangeefster] kom maar binnen. Hierop ging [medeverdachte 2] de genoemde woning binnen.

[medeverdachte 2] werd aangehouden en aangemerkt als verdachte van oplichting.

8. Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte [medeverdachte 2]

Op 15 juli 2026 werd door verbalisant in Spijkenisse gehoord, de verdachte:

Achternaam: [achternaam medeverdachte]

Voornamen: [voornamen medeverdachte]

Geboren [geboortedatum 2] 1981

V: Wat voor opdracht heb je gehad?

A: Ik moest naar een huis gaan. Ik zou spullen moeten ophalen want dat had hij via de

telefoon geregeld. Vervolgens ging ik aan de deur bij de bewoonster en zou ik het waardevolle spullen ophalen.

V: Je verklaart dat je door twee jongeren bent gebracht in een grijze Nissan Qashqai. Wie

waren die twee jongeren?

A: [medeverdachte 1] en zijn neefje.

V: Wat deed die neef in de auto van [medeverdachte 1] ?

A: Hij zou volgens mij gebeld hebben met de eigenaar van het huis waar ik heen

moest.

V: Heeft hij [de rechtbank begrijpt: de neef van [medeverdachte 1]] in de auto nog gezegd?

A: Ja via de headset. Hij zei dat wij waardevolle spullen ging ophalen.

9. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

Bij verdachte [verdachte] werd een mobiele telefoon inbeslaggenomen voor onderzoek.

Identificaties van fraude

In de data van de telefoon kwam ik een gesprek tegen, gevoerd door verdachte [verdachte] met de applicatie ChatGPT. Dit gesprek is gevoerd op 14 juli 2026, de dag van het delict.

Uit dit gesprek blijkt dat verdachte [verdachte] uitleg vraagt aan ChatGPT over "nepagenten" "werkwijze" en "scam".

Bij notities stond de volgende notitie vermeld:

Title: Meld code 1102

Creation time: 14-7-2026 16:25:00(UTC+2)

"Meld code 1102"is de meldcode die werd gebruikt door medeverdachte [medeverdachte 2] en dit wordt tevens door de aangeefster verklaard in haar aangifte. De notitie is gemaakt op 14 juli 2026, de dag van het delict.

10. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

Op 14 juli 2026 omstreeks 17.00 uur zagen wij dat er een melding openstond van een mogelijke fraude op [adres 3] in Ridderkerk. Wij zagen omstreeks 18.11 uur een personenauto Nissan Quasqai ( [kentekennummer] ) met daarin twee jongens langsrijden. De tenaamgestelde was [medeverdachte 1] . Wij zagen dat hij [straat 2] inreed. Wij hoorden dat deze Nissan betrokken was en dat de persoon in de woning door hun was afgezet. Wij hielden de bestuurder uit het voertuig aan. Gelijktijdig hielden wij de bijrijder van het voertuig aan: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 2005 in [geboorteplaats] .

Betrokkene: [medeverdachte 1] .

11. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

Telefoon aangetroffen in het dashboardkastje van de Nissan Quasqai ( [kentekennummer] ). Ik heb op de oproepenlijst gedrukt en zag dat het laatste nummer dat vandaag 14 juli 2026 was gebeld was [telefoonnummer] . Dit nummer was gebeld om 18:19, 18:13, 17:29, 16:39 uur. Dit bleek het telefoonnummer te zijn van de aangever.

Bewijsmotivering

10.119958.26

De aangever heeft op 18 april 2026 via de applicatie Grindr een afspraak gemaakt met de verdachte. Op de afgesproken locatie is hij door de verdachte en de medeverdachte opgewacht. Hij is onder bedreiging van hen de woning ingegaan. Daar hebben zij hem vastgehouden en hebben hem zijn telefoon en geld afhandig gemaakt, in totaal € 3.000,-. De aangever heeft op enig moment zijn kleding moeten uittrekken en is toen gefilmd door de verdachten terwijl zij hem bedreigden. Toen de aangever de woning wilde verlaten werd hij door de medeverdachte geslagen.

Uit de foto’s van de ING-bankrekening van de aangever die in de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen blijkt dat hij betrokken was bij het overmaken van geld van deze rekening. Dat wordt bevestigd door de vragen die de verdachte aan ChatGPT heeft gesteld over de wachttijd na het verhogen van de betaallimiet op een ING-rekening. Dat de verdachte hiertoe gedwongen zou zijn door de bewoner van de woning, zoals hij heeft verklaard, is op geen enkele manier aannemelijk geworden. Daarnaast is het filmpje waarover de aangever heeft verklaard – waarop hij ontkleed te zien is en wordt bedreigd – aangetroffen op de telefoon van de verdachte. De rechtbank acht dan ook bewezen dat de verdachte samen met een ander de aangever wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd en samen met een ander met geweld en onder bedreiging met geweld de telefoon en geldbedragen van de aangever heeft weggenomen.

10.242417.26

De verdachte is aangetroffen in de auto waarmee de medeverdachte [medeverdachte 2] bij de woning van de aangeefster is afgezet. In die auto is ook de telefoon gevonden waarmee de aangeefster is gebeld, en volgens [medeverdachte 2] heeft de verdachte telefonisch contact gehad met de aangeefster. De verdachte heeft aan ChatGPT gevraagd wat oplichters zeggen die zich voordoen als politieagenten. Ook is in zijn telefoon de code aangetroffen die aan de aangeefster was doorgegeven. Al deze feiten en omstandigheden leiden tot de conclusie dat de verdachte samen met anderen betrokken was bij de poging de aangeefster sieraden en andere kostbaarheden afhandig te maken.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

10.119958.26

1

hij in de periode van 18 april 2026 tot en met 19 april 2026 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een ander, een telefoon (merk/type/model: Apple Iphone 16 Pro Max) en geldbedragen (totaal ongeveer 3.000,00 euro), goederen, die aan [slachtoffer 1] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en die weg te nemen geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten de telefoon van die [slachtoffer 1] inclusief (toegang tot) de daarop aanwezige ING-bank app met bankgegevens van die [slachtoffer 1] (waarmee verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de bankrekening van die [slachtoffer 1] hebben verschaft en (vervolgens) geldbedragen van deze bankrekening van die [slachtoffer 1] hebben overgemaakt/afgeschreven), tot welk gebruik hij, verdachte en zijn mededader onbevoegd en niet gerechtigd waren welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door

- die [slachtoffer 1] te gebieden om een woning te betreden en zich vervolgens te ontkleden en

- die [slachtoffer 1] te filmen, terwijl hij deels ontkleed was en die [slachtoffer 1] daarbij te gebieden om te zeggen: "Ik ga al het geld op mijn bank geven en ik ga niet moeilijk doen. Ik ga de politie er niet bij betrekken" en

- met zijn, verdachtes, hand een pistool na te bootsen en daarmee een dreigend gebaar naar die [slachtoffer 1] te maken en

- die [slachtoffer 1] gedurende een aantal uren vast te houden in de woning en

- die [slachtoffer 1] meermalen tegen het gezicht te slaan/stompen en

- ( daarbij) aan die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden toe te voegen: "Ga naar binnen, ga naar binnen, anders gaan we je steken" en "Maak je tas open. Heb je je bankpas bij je?" en Doe je telefoon open, ga naar ING, we willen nu geld zien" en "Doe je kleren uit. Doe je kleren uit, anders doen we je iets" en "Je gaat ballas eten";

2

hij in de periode van 18 april 2026 tot en met 19 april 2026 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door

- die [slachtoffer 1] te gebieden om een woning te betreden en zich vervolgens aldaar te ontkleden en daarbij die [slachtoffer 1] te filmen en

- de telefoon van die [slachtoffer 1] af te nemen en

- met zijn, verdachtes, hand een pistool na te bootsen en daarmee een dreigend gebaar naar die [slachtoffer 1] te maken en

- die [slachtoffer 1] gedurende een aantal uren vast te houden in de woning en

- die [slachtoffer 1] te verbieden om naar het toilet te gaan en

- die [slachtoffer 1] meermalen tegen het gezicht te slaan/stompen en

- ( daarbij) aan die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden toe te voegen: "Ga naar binnen, ga naar binnen, anders gaan we je steken" en "Doe je kleren uit. Doe je kleren uit, anders doen we je iets" en "Je gaat ballas eten";

10.242417.26

3

hij op 14 juli 2026 te Ridderkerk, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 2] te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten een of meer sieraden en/of kostbare spullen

- die [slachtoffer 2] meermalen heeft gebeld en zich vervolgens voor heeft gedaan als medewerker van de politie,

- die [slachtoffer 2] heeft verteld dat er personen waren aangehouden met de adresgegevens van die [slachtoffer 2] ,

- die [slachtoffer 2] heeft verteld dat zij haar sieraden en kostbare spullen klaar moest leggen en dat er een politieagent naar de woning van die [slachtoffer 2] zou komen om voornoemde spullen op te halen en

- zich naar de woning van die [slachtoffer 2] heeft bewogen en vervolgens de woning van die [slachtoffer 2] heeft betreden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

1

diefstal en diefstal met valse sleutel, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

2

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden

3

medeplegen van oplichting.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Deze voorwaarden dienen dadelijk uitvoerbaar te worden verklaard.

Standpunt van de verdediging

De verdachte is niet eerder met justitie in aanraking gekomen en heeft een blanco documentatie. Tevens dient in strafverminderende zin rekening te worden gehouden te worden met rol van de verdachte. Hij is door anderen onder druk gezet en liet zich meeslepen. Verzocht wordt om een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan het voorarrest en toepassing te geven aan adolescentenstrafrecht (ASR).

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich, samen met een ander, schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving en diefstal met geweld. De aangever [aangever] is middels contact via een datingapp naar een woning gelokt. Vervolgens hebben de verdachten de aangever gedwongen de woning te betreden en is hij een aantal uren vastgehouden in deze woning. De verdachten hebben de telefoon van de aangever weggenomen en hem gedwongen hen online toegang te verlenen tot zijn bankrekening waarna de verdachten geldbedragen van zijn bankrekening hebben af- en overgeschreven. Ook moest de aangever zijn paspoort afgeven. Tijdens deze gebeurtenissen is de aangever geslagen en is hij gedwongen zichzelf uit te kleden terwijl hij door de verdachten werd gefilmd. Hij werd daarbij ook nog bedreigd. Dit zijn zeer ernstige feiten waarbij zowel inbreuk wordt gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de aangever als op zijn eigendomsrecht. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van dit soort feiten hierdoor langdurig (psychische) klachten kunnen ervaren.

Daarnaast heeft de verdachte geprobeerd de aangeefster [aangeefster] op te lichten door zich samen met anderen voor te doen als medewerkers van de politie. Dit soort oplichtingspraktijken zorgen voor onrust en angstklachten bij de slachtoffers en in de maatschappij. Voor burgers is het belangrijk dat zij de politie kunnen vertrouwen om zo de veiligheid binnen de samenleving te kunnen waarborgen. Het handelen van de verdachte tast dat vertrouwen in instanties, en in het bijzonder in de politie, aan.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 21 september 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport van de reclassering

In het rapport van de Reclassering Nederland van 2 oktober 2026 staat het volgende.

Criminogene factoren worden gezien op de gebieden sociaal netwerk, dagbesteding, psychosociaal functioneren en mogelijk financiën. De verdachte heeft geen opleiding afgemaakt, voornamelijk door gebrek aan motivatie. Hij heeft geen diploma en/of startkwalificatie voor de arbeidsmarkt. De verdachte woont bij zijn moeder. Beide delictsituaties zijn, bij een veroordeling, gepleegd met anderen. De verdachte lijkt zich in enige mate naïef te hebben opgesteld naar deze personen, en zou al snel veel voor hen hebben willen doen uit behulpzaamheid. Er zijn zorgen over de keuzes die de verdachte heeft gemaakt en in breder opzicht de cognitieve vaardigheden. Er wordt een meerwaarde in ondersteuning vanuit de reclassering gezien, waarbij er middels begeleiding gewerkt kan worden aan het vergroten van de weerbaarheid en de cognitieve vermogens, maar ook zicht gehouden kan worden op praktische zaken. Daarbij acht de reclassering aandacht voor dagbesteding ook van belang, mogelijk middels een werktraject. De volgende bijzondere voorwaarden worden geadviseerd: de meldplicht, een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden (CoVa of een andere gedragstraining), ambulante begeleiding (door Medboxing of een soortgelijke zorgverlener), een contactverbod met de slachtoffers en medeverdachten en het inspannen voor dagbesteding. Geadviseerd wordt de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Toepassing ASR

De verdachte was 20 jaar oud toen hij de strafbare feiten pleegde. Gelet op de persoonlijkheid van de verdachte en de geadviseerde interventies zoals blijkt uit het hiervoor beschreven rapport ziet de rechtbank, anders dan de verdediging, geen aanleiding om het jeugdstrafrecht toe te passen.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten dient een gevangenisstraf te worden opgelegd. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en met het feit dat de verdachte geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden. Daarom wordt een gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd met aftrek van het voorarrest. Van deze gevangenisstraf worden 6 maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.

5. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [benadeelde partij]

[aangever] heeft als benadeelde partij voor feit 1 € 1.430,80 als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan gedeeltelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade.

Standpunt van de verdediging

De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, gelet op de verzochte vrijspraak. Subsidiair dient benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard te worden in de vordering omdat onduidelijk is wat de waarde was van de iPhone en het spoedpaspoort geen verband heeft met de tenlastelegging.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde strafbare feit. De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen. Aangezien een deugdelijke onderbouwing van de hoogte van de schade ontbreekt, schat de rechtbank de waarde van de weggenomen telefoon op € 400,- en de waarde van het paspoort op € 88,60. Dit betekent dat de verdachte € 488,60 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het resterende deel van zijn vordering niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Hoofdelijkheid

De verdachte heeft de strafbare feiten waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met een ander gepleegd. Zij zijn daarom beiden hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededader de schadevergoeding (voor een deel) heeft betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 18 april 2026.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (deels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr op. Dit betekent dat de staat de schadevergoeding aan de benadeelde partij betaalt en dit bedrag verhaalt op de verdachte. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 4 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 36f, 14a, 14b, 14c, 45, 47, 57, 282, 312 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 en 3, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1. de verdachte zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Marconistraat 2, 3029AK Rotterdam;

2. de verdachte neemt binnen de proeftijd deel aan de gedragsinterventie CoVa/CoVa-plus/Solo of aan een andere gedragstraining die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;

3. de verdachte laat zich gedurende de proeftijd begeleiden door Medboxing of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de begeleiding nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van begeleiding. De begeleiding is gericht op het vergroten van de weerbaarheid, het versterken van de cognitieve vaardigheden;

4. de verdachte zoekt of heeft op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met: slachtoffers

- [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2004;

- [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 4] 1972, en

medeverdachten

- [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedatum 5] 2006;

- [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedatum 6] 1991;

- [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 7] 2004;

- [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 2] 1981;

5. de verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk, vrijetijdsbesteding en/of een opleiding, met een vaste structuur;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

Vordering benadeelde partij

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, aan de benadeelde partij [benadeelde partij] (feit 1), te betalen een bedrag van € 488,60 als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 18 april 2026 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door de andere mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor feit 1 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] aan de staat € 488,60 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 18 april 2026 tot aan de dag van de gehele betaling;

bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 4 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben vergoed.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. IJspeerd, voorzitter,

en mrs. D.C.J. Peeck en J.K. Tempel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H. Tchang, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 22 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E. IJspeerd

Griffier

  • mr. H. Tchang

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand