ECLI:NL:RBROT:2026:14485

ECLI:NL:RBROT:2026:14485

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 14-10-2026
Datum publicatie 22-10-2026
Zaaknummer NL:TZ:2617092:R-RK – NL:TZ:2617094:R-RK
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Moratorium toegewezen. Zes maanden. Huurtermijn oktober 2025 is betaald. Verzoekster maakt gebruik van budgetbeheer, waardoor voldoende aannemelijk is dat de lopende huurtermijnen tijdig zullen worden voldaan.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie

Zittingsplaats Rotterdam

Rekestnummer: NL:TZ:2617092:R-RK – NL:TZ:2617094:R-RK

Uitspraak van 14 oktober 2026

In de zaak van

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,

wonende te [adres] , [postcode] te [woonplaats] ,

verzoekster.

1. De procedure

Verzoekster heeft op 10 september 2026, met een verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet (Fw), een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad.

In het vonnis van deze rechtbank van 11 september 2026 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 7 oktober 2026.

Ter zitting van 7 oktober 2026 zijn verschenen en gehoord:

De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.

2. Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe op grond van artikel 287b, eerste lid, Fw, gedurende een termijn van zes maanden bij uitspraak een voorlopige voorziening te treffen en verweerder te verbieden het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 april 2026 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekster ten uitvoer te leggen.

Verzoekster heeft een inkomen uit arbeid van € 1.309,40 netto per maand. Daarnaast ontvangt zij huur- en zorgtoeslag van € 525,- respectievelijk € 129,- per maand. Ook ontvangt verzoekster kindgebonden budget van € 499,- per maand en kinderopvangtoeslag van € 1.006,- per maand. De huur bedraagt € 1.500,- per maand. De huurtermijn van oktober 2026 is op 2 oktober 2026 voldaan. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat het budgetplan van verzoekster krap is, maar dat de lopende huurtermijnen net kunnen worden voldaan. Om het budgetplan iets ruimer te maken heeft schuldhulpverlening ook woonkostentoeslag aangevraagd; daarop is nog geen beslissing ontvangen. Daarnaast maakt verzoekster gebruik van budgetbeheer, waardoor voldoende is gewaarborgd dat de lopende huurtermijnen tijdig zullen worden voldaan. Verzoekster is bezig om goedkopere woonruimte te vinden en krijgt daarbij hulp. Totdat zij een goedkopere woning heeft gevonden heeft verzoekster belang bij behoud van haar woning.

3. Het verweer

Verweerder heeft – kort samengevat – en voor zover binnen het kader van de beoordeling van het verzoek van belang, het volgende aangevoerd. Verweerder heeft verzoekster geholpen door haar de woning te verhuren. Daarbij is verzoekster zelf akkoord gegaan met een termijnbedrag van € 1.500,- per maand. Doordat verzoekster haar lopende huurtermijnen niet betaalt, komt verweerder zelf in financiële problemen. Verweerder geeft er de voorkeur aan dat verzoekster de woning verlaat.

4. De beoordeling

Allereerst dient te worden beoordeeld of sprake is van een bedreigende situatie zoals dwingend is voorgeschreven in artikel 287b, tweede lid, Fw. Nu verzoekster een kopie van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 april 2026 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekster en een kopie van het exploot van 4 september 2026 heeft overgelegd waarin wordt aangekondigd dat verweerster op 15 september 2026 zal overgaan tot ontruiming van de woning van verzoekster, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een bedreigende situatie.

De wetgever heeft met een moratorium beoogd om een schuldenaar bij een – dreigende – executie een adempauze te bieden opdat de schuldenaar in staat wordt gesteld om met zijn schuldeisers een regeling van zijn schulden overeen te komen.

Artikel 287b Fw bevat geen criterium op grond waarvan kan worden beslist of de voorlopige voorziening dient te worden toegewezen dan wel afgewezen. De rechtbank zoekt daarom aansluiting bij de voorziening zoals genoemd in artikel 287, vierde lid, Fw waarbij een afweging dient plaats te vinden tussen het belang van verzoekster enerzijds en de schuldeiser, in dit geval verweerder, anderzijds.

Het belang van verzoekster bestaat erin dat zij in de huurwoning kan blijven wonen en dat het minnelijk schuldhulpverleningstraject door verzoekster kan worden doorlopen.

Het belang van verweerder bestaat erin dat hij het vonnis van 30 april 2026 ten uitvoer kan leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de lopende huurtermijnen kunnen en zullen worden voldaan. De huurtermijn van oktober 2026 is voldaan, zij het pas op 2 oktober 2026. Daarnaast is sprake van een - weliswaar krap - maar positief budgetplan, waaruit blijkt dat de lopende huurtermijnen kunnen worden voldaan. Doordat verzoekster gebruik maakt van budgetbeheer is ook voldoende gewaarborgd dat de lopende huurtermijnen tijdig zullen worden voldaan. Tegen deze achtergrond dient het belang van verzoekster zwaarder te wegen dan het belang van verweerder. Overigens zal verzoekster op zoek gaan naar goedkopere woonruimte, mede met het oog op haar beperkte financiële ruimte. Verzoekster heeft hiervoor urgentie aangevraagd bij de gemeente.

De rechtbank acht termen aanwezig om ter zekerheid van de belangen van verweerder in het dictum een voorwaarde op te nemen. De verzochte voorziening zal onder de in het dictum genoemde voorwaarde worden toegewezen.

Nu het minnelijk traject naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond, zal verzoekster gelet op het bepaalde in artikel 285, eerste lid, sub f, in samenhang met artikel 287, tweede lid, Fw, ten aanzien van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, niet-ontvankelijk worden verklaard. Zo nodig kan verzoekster te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.

5. De beslissing

De rechtbank:

- schort de tenuitvoerlegging op van het op 30 april 2026 op verzoek van verweerder uitgesproken vonnis van deze rechtbank tot ontruiming van de huurwoning van verzoekster gelegen aan de [adres] , [postcode] te [woonplaats] , voor de duur van deze voorziening en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond voor de duur van deze voorziening;

- bepaalt dat de genoemde voorziening geldt voor de duur van zes maanden vanaf 11 september 2026;

- bepaalt dat deze voorziening slechts geldt zolang de lopende huurtermijnen gedurende deze periode tijdig worden voldaan;

- bepaalt dat schuldhulpverlening die namens verzoekster de buitengerechtelijke schuldregeling gaat uitvoeren, uiterlijk twee weken voor het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b, zesde lid, Fw;

- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek ex artikel 284, tweede lid, Fw.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Franken, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.C. Franken

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand