ECLI:NL:RBROT:2026:1453

ECLI:NL:RBROT:2026:1453

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 04-02-2026
Datum publicatie 16-02-2026
Zaaknummer ROT 23/7973
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Afwijzing schuldovername. Opeisbaarheid. Notariële akte van latere datum. Geen aanleiding voor toepassing van de hardheidsclausule.

Uitspraak

[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en

de minister van Financiën, verweerder

(gemachtigde: [naam gemachtigde] ).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om overname van private schulden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).

Met een besluit van 12 juli 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek deels toegewezen en deels afgewezen.

Met een besluit van 18 augustus 2023 (bestreden besluit 1) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

Eiseres heeft beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 15 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van verweerder. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst.

Met een besluit van 8 april 2025 (bestreden besluit 2) heeft verweerder bestreden besluit 1 ingetrokken en het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Bij brief van 10 mei 2025 heeft eiseres op bestreden besluit 2 gereageerd.

Bij brief van 27 mei 2025 heeft de rechtbank verweerder gevraagd op bepaalde punten uit de brief van eiseres te reageren.

Bij brief van 30 juni 2025 heeft verweerder gereageerd.

Bij brief van 1 november 2005 heeft eiseres nadere stukken ingediend.

Bij brieven van 6 november 2005 en 16 december 2025 heeft verweerder gereageerd op verzoeken van de rechtbank om nadere informatie.

Nadat geen van partijen te kennen heeft gegeven opnieuw op een zitting te willen worden gehoord, heeft de rechtbank bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en vervolgens het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiseres is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft verweerder verzocht een aantal schulden over te nemen op grond van de Wht. Tot de schulden die verweerder heeft beoordeeld, maar niet heeft overgenomen, behoort een schuld van € 17.028,- aan [persoon A] (hierna: [persoon A] ).

3. Omdat bestreden besluit 1 is ingetrokken, heeft eiseres geen belang meer bij een beoordeling van dit besluit. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk voor zover het is gericht tegen bestreden besluit 1. Het beroep heeft van rechtswege mede betrekking op bestreden besluit 2.

4. Verweerder heeft in bestreden besluit 2 aan de afwijzing van het verzoek om overname van de schuld aan [persoon A] ten grondslag gelegd dat niet is voldaan aan het vereiste dat de schuld blijkt uit een notariële akte die is opgemaakt in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021. De notariële akte die eiseres heeft laten opmaken, is later opgemaakt. Daarnaast is niet voldaan aan het vereiste dat de schuld voor 1 juni 2021 opeisbaar is geworden. Voor toepassing van de hardheidsclausule heeft verweerder geen aanleiding gezien. Ten aanzien van de door eiseres genoemde hypotheekschuld van € 5.500,- aan Nationale Nederlanden heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat deze schuld niet voorkwam op de ingediende schuldenoverzichten, daarom terecht niet in het primaire besluit is beoordeeld en dus buiten de reikwijdte van dit beroep valt. De schuld kon nog tot 1 januari 2024 worden ingediend. Dat heeft eiseres niet gedaan, dus nu is zij daarmee te laat, aldus verweerder.

5. Volgens eiseres moet verweerder de schuld aan [persoon A] wel overnemen. Medewerkers van SBN hebben eiseres geadviseerd om de lening alsnog notarieel te laten vastleggen. Zij heeft dit gedaan en daarvoor ook kosten gemaakt. Verweerder kan dan nu niet zeggen dat de notariële akte niet aan de eisen voldoet. De schuld is aangegaan omdat eiseres en haar partner door de toeslagenaffaire in grote financiële problemen waren gekomen. Met het geleende geld is een groot aantal schulden betaald. Het gezin van eiseres heeft een zeer moeilijke tijd doorgemaakt, wat bijvoorbeeld nog steeds doorwerkt in het contact van eiseres met haar dochter. Ook ondervindt eiseres fysieke en mentale problemen als gevolg van de toeslagenaffaire. Eiseres heeft verder aangevoerd dat verweerder ten onrechte haar hypotheekschuld van € 5.500,- aan Nationale Nederlanden niet heeft overgenomen. Zij heeft die schuld wel degelijk ingediend en ook de bewijsstukken opgestuurd.

De beroepsgronden van eiseres over de schuld van eiseres aan [persoon A] slagen niet. De rechtbank licht dit oordeel als volgt toe.

Verweerder moet verzoeken om overname van private schulden toetsen aan de voorwaarden in de Wht. Onder meer geldt als voorwaarde dat de schuld voor 1 juni 2021 opeisbaar moet zijn geworden. Over resterende hoofdsommen van leningen is meer in het bijzonder in de wet vermeld dat deze niet worden overgenomen, tenzij die vanwege betalingsachterstanden opeisbaar zijn geworden. De voorwaarde van opeisbaarheid voor 1 juni 2021 behoort tot de kern van de regeling van het overnemen van private schulden. De wetgever heeft er bij de totstandkoming van deze regeling bewust voor gekozen dat schulden van gedupeerde ouders niet kunnen worden overgenomen als die schulden niet voor 1 juni 2021 opeisbaar zijn geworden.

Niet gebleken is dat de schuld aan [persoon A] voor 1 juni 2021 opeisbaar is geworden. Eiseres en [persoon A] hebben afgesproken dat het geld pas hoeft te worden terugbetaald zodra eiseres hiertoe in staat is, in onderling overleg. In de later opgemaakte notariële akte staat dat de lening niet opeisbaar is voor 23 augustus 2037.

Omdat niet is voldaan aan de eis van opeisbaarheid voor 1 juni 2021, kan de schuld in beginsel niet worden overgenomen.

De schuld aan [persoon A] kan nog om een andere reden in beginsel niet worden overgenomen. Er is sprake van een zogenoemde informele schuld. Zo’n schuld kan alleen worden overgenomen indien deze is vastgelegd in een notariële die is opgemaakt in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021. De notariële akte die eiseres heeft overgelegd, is na deze periode opgemaakt, namelijk op 6 april 2022.

Over de stelling van eiseres dat zij van SBN het advies heeft gekregen om alsnog een notariële akte te laten opmaken, overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank heeft niet kunnen nagaan welke uitlatingen de medewerkers van SBN hebben gedaan. Volgens verweerder zijn van de telefoongesprekken hierover geen telefoonnotities gemaakt. Maar als eiseres inderdaad het advies heeft gekregen alsnog een notariële akte op te laten maken, is het goed voorstelbaar dat zij het frustrerend vindt dat verweerder zich in deze procedure op het standpunt heeft gesteld dat zo’n akte alleen zin heeft als deze in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021 is opgemaakt. De rechtbank kan echter niet om deze reden tot het oordeel komen dat verweerder de schuld alsnog moet overnemen. Ook los van de eis van de notariële akte komt de schuld namelijk niet voor overname in aanmerking. Er is namelijk niet voldaan aan de eis van opeisbaarheid voor 1 juni 2021 (zie hiervoor in 6.3 en 6.4).

Over de hardheidsclausule overweegt de rechtbank het volgende. Uit wat eiseres in deze zaak heeft opgeschreven en uit wat zij op de zitting heeft verteld, is de rechtbank duidelijk geworden dat eiseres en haar gezin hard zijn getroffen door de toeslagenaffaire. De rechtbank begrijpt ook dat wat eiseres heeft meegemaakt, nog steeds gevolgen heeft. Toch oordeelt de rechtbank dat verweerder de hardheidsclausule niet had hoeven toepassen. De regeling voor het overnemen van schulden is niet bedoeld om schade als gevolg van de toeslagenaffaire te vergoeden; daarvoor is de compensatieregeling bedoeld. Toepassing van de hardheidsclausule in het kader van het overnemen van schulden kan aan de orde zijn in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld in situaties van serieuze en structurele financiële nood, van ernstige medische omstandigheden, of van andere ontwrichtende persoonlijke omstandigheden. Het moet daarbij gaan om actuele omstandigheden die samenhangen met (de gevolgen van) een weigering om de schulden over te nemen. Voor de conclusie dat de door eiseres geschetste problemen samenhangen met (de gevolgen van) de weigering van de verweerder om de schuld aan [persoon A] over te nemen, bestaan onvoldoende concrete aanknopingspunten. Hierbij is ook van belang dat eiseres de schuld voorlopig niet hoeft af te lossen (zie hiervoor in 6.3).

De beroepsgronden over de hypotheekschuld van eiseres aan Nationale Nederlanden kunnen ook niet slagen. Eiseres heeft geen stukken ingediend waaruit volgt dat zij deze schuld destijds samen met de andere schulden heeft ingediend bij SBN. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder deze schuld bij zijn besluitvorming had moeten betrekken.

De rechtbank merkt op dat verweerder in zijn brief van 6 november 2025 heeft laten weten dat hij bereid is om het ouderportaal open te stellen zodat eiseres de hypotheekschuld aan Nationale Nederlanden kan indienen bij SBN. Zodra eiseres de schuld heeft ingediend, zal verweerder die alsnog beoordelen.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is niet-ontvankelijk voor zover het is gericht tegen bestreden besluit 1.

Het beroep is ongegrond voor zover het is gericht tegen bestreden besluit 2.

Omdat verweerder bestreden besluit 1 heeft ingetrokken naar aanleiding van het beroep van eiseres, moet verweerder aan eiseres het griffierecht vergoeden. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep voor zover het is gericht tegen bestreden besluit 1 niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep voor zover het is gericht tegen bestreden beluit 2 ongegrond;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 50,- aan eiseres moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.J. van Giezen-Groenewoud, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?