RECHTBANK Rotterdam
Team Insolventie
Zittingsplaats Rotterdam
Rekestnummer: [nummer]
Uitspraakdatum: 21 oktober 2026
Afwijzen gedwongen schuldregeling
In de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende te [straatnaam],
[postcode] [woonplaats],
verzoeker.
1. De procedure
Verzoeker heeft op 7 juli 2026, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet (hierna Fw) ingediend om een viertal schuldeisers, te weten:
die weigeren mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Qredits en Volkswagen PON hebben voorafgaand aan de zitting een verweerschrift ingediend. Deze schuldeisers hebben aangegeven niet bij de zitting aanwezig te zijn.
American Express heeft voorafgaande aan de zitting, bij e-mail van 14 augustus 2026, aan de rechtbank te kennen gegeven reeds op 3 augustus 2026 te hebben ingestemd met de aangeboden schuldregeling. Het verzoek ten aanzien van American Express wordt derhalve als ingetrokken beschouwd.
De behandeling van dit verzoek is bepaald op 13 oktober 2026. Ter zitting van 13 oktober 2026 zijn verschenen en gehoord:
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. Het verzoek
Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift twaalf schuldeisers met dertien vorderingen, waarvan één preferente en twaalf concurrente vorderingen. De schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 68.800,62 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 23 maart 2026 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 0% aan de preferente schuldeisers en 0% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De aangeboden regeling is gebaseerd op de afloscapaciteit die verzoeker heeft op basis van zijn dienstbetrekking. Verzoeker werkt fulltime en heeft een arbeidscontract voor onbepaalde tijd. De aangeboden regeling voorziet in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger zal kunnen uitvallen. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden.
Negen schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Qredits, Volkswagen PON en E-Flux stemmen hier niet mee in. Zij hebben een vordering van in totaal € 45.439,69 op verzoeker, welke 66% van de totale schuldenlast beloopt.
3. Het verweer
Qredits
In de contacten met schuldhulpverlening heeft Qredits te kennen gegeven niet akkoord te gaan met het voorstel omdat zij de betaalafspraak met de borg verliezen wanneer zij akkoord gaan met het voorstel. De voorkeur van Qredits gaat uit naar de Wsnp. Qredits heeft ook een verweerschrift ingediend waarin zij onder andere heeft aangevoerd dat als zij instemt met het minnelijke voorstel haar borg vervalt. Bij een Wsnp blijft de borgstelling daarentegen wel in stand. Dit verschil is voor Qredits cruciaal en vormt een zwaarwegend belang om niet akkoord te gaan.
Volkswagen PON
Door Volkswagen PON is in de contacten met schuldhulpverlening aangegeven dat zij niet akkoord gaat met het voorstel omdat verzoeker een kale huur heeft van € 1.800,00. Dit is geen reële reden om de vordering volledig kwijt te schelden. Ook Volkswagen PON heeft een verweerschrift ingediend waarin onder andere is aangevoerd dat de hoge woonkosten de reden is waarom verzoeker geen afloscapaciteit heeft. Bij een passende huur zou er wel afloscapaciteit voor de schuldregeling aangewend kunnen worden. Door Volkswagen PON is ook aangevoerd dat de inspanningen van verzoeker om een passende huurwoning te vinden ondermaats zijn. Verzoeker zou meer kunnen en moeten doen om zijn afloscapaciteit te verhogen.
E-Flux
Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft E-Flux geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten schriftelijk dan wel ter zitting toe te lichten.
4. De beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Qredits, Volkswagen PON en E-Flux bij hun weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Qredits, Volkswagen PON en E-Flux in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.
Vooropgesteld wordt dat de vordering van Qredits, Volkswagen PON en E-Flux een aanzienlijk aandeel vormt in de totale schuldenlast, namelijk 66%. Gelet daarop zal niet snel kunnen worden geoordeeld dat Qredits, Volkswagen PON en E-Flux in redelijkheid niet konden weigeren om met de schuldregeling in te stemmen.
Naar het oordeel van de rechtbank kan daarnaast niet worden vastgesteld dat het aanbod goed en controleerbaar is gedocumenteerd. Zo is in de aanbodbrief aan de schuldeisers niets opgenomen over de beleggingsrekening die verzoeker bij DEGIRO heeft en die op 31 december 2025 een waarde had van € 3.745,96. In de aanbodbrief is weliswaar vermeld dat het voorstel een prognose is en dat afhankelijk van de reserveringsmogelijkheden van verzoeker het uiteindelijke resultaat hoger of lager kan uitvallen, maar de rechtbank is van oordeel dat de beleggingsrekening al in de aanbodbrief had moeten worden genoemd en toegelicht. Er is immers sprake van vermogen.
Op grond van artikel 300 Fw werkt de wettelijke schuldsaneringsregeling (hierna Wsnp) niet in het voordeel van onder meer borgen. Bij toelating van verzoeker tot de Wsnp behoudt Qredits haar vordering op de borg. In het geval van een buitengerechtelijke schuldregeling is dat niet het geval. De rechtbank is van oordeel dat Qredits in redelijkheid heeft geweigerd en zal Qredits niet dwingen met de schuldregeling in te stemmen.
De rechtbank is tenslotte van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. In de vtlb-berekening is een correctie opgenomen voor de woonlasten van de huurwoning van verzoeker. Verzoeker heeft op dit moment een kale huur van ongeveer € 1.900,00. Indien de correctie niet wordt toegepast, is er sprake van een aanzienlijk hogere afloscapaciteit. Uit het verzoekschrift en het ter zitting verhandelde is niet althans onvoldoende gebleken dat verzoeker er tot nu toe alles aan heeft gedaan om de woonlasten te verlagen.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van Qredits, Volkswagen PON en E-Flux als weigerende schuldeisers zwaarder wegen dan die van verzoeker of de overige schuldeisers. Het verzoek om Qredits, Volkswagen PON en E-Flux te bevelen in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen.
De rechtbank zal bij afzonderlijke beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling beslissen.
5. De beslissing
De rechtbank:
- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. van Toor-Roos, rechter, en in aanwezigheid van Z. da Luz Almeida, griffier, in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2026.