ECLI:NL:RBROT:2026:14718

ECLI:NL:RBROT:2026:14718

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 27-07-2026
Datum publicatie 26-10-2026
Zaaknummer NL:TZ:2605356:R-RK - NL:TZ:2605358:R-RK
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verzoek dwangakkoord toegewezen. Voldoende aannemelijk dat verzoekster geen hoger inkomen gaat genereren komende 18 maanden dat hoger is dan haar huidige inkomen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie

rekestnummers: [nummer 1] - [nummer 2]

uitspraakdatum: 27 juli 2026

in de zaak van:

[verzoekster] ,

wonende te [adres] ,

[postcode] [plaats] ,

verzoekster.

1. De procedure

Verzoekster heeft op 3 maart 2026, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om één schuldeiser, te weten:

- Belastingdienst Particulieren LIC (hierna: de Belastingdienst);

die weigert mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.

De Belastingdienst heeft voorafgaand aan de zitting, op 2 juli 2026, een verweerschrift toegezonden.

Schulphulpverlening heeft voorafgaand aan de zitting, op 10 juli 2026, aanvullende stukken aan de rechtbank toegezonden.

Ter zitting van 17 juli 2026 zijn verschenen en gehoord:

De Belastingdienst is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2. Het verzoek

Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift één preferente schuldeiser met twee vorderingen en zes concurrente schuldeisers met zeven vorderingen. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 54.631,56 van verzoekster te vorderen. Verzoekster heeft bij brief van 21 juli 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een saneringskrediet zonder afloscapaciteit tegen finale kwijting (nulaanbod).

Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van haar WIA-uitkering en inkomsten uit arbeid. Verzoekster is voor 39,66% arbeidsongeschikt verklaard. Verzoekster heeft ter zitting verklaard dat haar gezondheidssituatie, zowel mentaal als fysiek, achteruit is gegaan en dat zij verwacht dat zij voor een hoger percentage arbeidsongeschikt zal worden verklaard. Zij heeft op 26 juni 2025 een herkeuring aangevraagd bij het UWV, maar deze heeft nog niet plaatsgevonden en verzoekster staat hiervoor nog steeds op de wachtlijst. Daarnaast werkt verzoekster, ook in overleg met UWV, als zelfstandig ondernemer voor één dag in de week als docent op een (beauty)school. Omdat het niet mogelijk is bij haar opdrachtgever om die werkzaamheden op basis van een arbeidsovereenkomst te verrichten, staat zij nog, ook in overleg met UWV, ingeschreven als zelfstandig ondernemer bij de Kamer van Koophandel.

Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan.

Zes schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. De Belastingdienst stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 9.120,00 op verzoekster, die 16,69% van de totale schuldenlast beloopt.

3. Het verweer

De Belastingdienst stelt zich op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen. In haar verweerschrift heeft de Belastingdienst gesteld dat geen reële vooruitzichten bestaan op voorzetting van de onderneming van verzoekster na afronding van de schuldregeling, terwijl bovendien sprake is van een situatie waarin thans geen enkele inkomstenstroom uit de onderneming van verzoekster wordt gegenereerd. Daarmee ontbreekt volgens de Belastingdienst een reële financiële basis voor het aangeboden akkoord. Daarnaast stelt de Belastingdienst dat het voorstel onvoldoende is onderbouwd, omdat een deugdelijk bedrijfskundig rapport of andere stukken waaruit de levensvatbaarheid van de onderneming blijkt ontbreken.

Verder stelt de Belastingdienst dat de lopende verplichtingen niet door verzoekster worden nagekomen omdat bijvoorbeeld geen betalingen zijn verricht op de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2025. Ook is het aangeboden bedrag niet substantieel genoeg. Verzoekster staat ingeschreven als zelfstandig ondernemer bij de Kamer van Koophandel en doet een nulaanbod. Dit houdt in dat verzoekster geen levensvatbare onderneming heeft. Voor een actieve ondernemer stemt de Belastingdienst niet in met een nulaanbod.

Tot slot stelt de Belastingdienst in haar verweerschrift dat verzoekster een WIA-uitkering ontvangt, terwijl zij ook een onderneming exploiteert, waarbij voor de Belastingdienst onvoldoende duidelijk is op grond van welke beperkingen de WIA-uitkering is toegekend en hoe deze beperkingen zich verhouden tot de werkzaamheden die binnen de onderneming worden verricht. Evenmin is voldoende inzichtelijk gemaakt wat de aard, omvang en frequentie van deze werkzaamheden zijn. Hierdoor kan de financiële en persoonlijke situatie van verzoekster niet volledig worden beoordeeld.

Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft de Belastingdienst geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten.

4. De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van de Belastingdienst bij haar weigering vast.

De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van de Belastingdienst een aandeel vormt in de totale schuldenlast van 16,69%. Zij heeft een vordering van € 9.120,00.

Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk zes van de zeven schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.

De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Stroomopwaarts. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.

De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of de Belastingdienst in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad. Omdat in dit geval een zogeheten nulaanbod is gedaan, zal dat in beginsel niet snel het geval zijn. Als echter voldoende aannemelijk is dat de Belastingdienst in het alternatieve scenario (dat geen dwangakkoord wordt opgelegd) ook geen enkele betaling op haar vordering zal krijgen, kan er toch aanleiding zijn om het dwangakkoord toe te wijzen.

Van belang is dus om vast te stellen wat in dit geval het alternatieve scenario is. In het geval van verzoekster is dat toelating tot de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen (de Wsnp), zoals subsidiair ook verzocht. Voldoende aannemelijk is geworden dat verzoekster toegelaten zou kunnen worden tot de Wsnp.

Vervolgens is van belang of de Belastingdienst in dit alternatieve scenario (en dus: bij de afwikkeling van de Wsnp-regeling van verzoekster) een uitkering tegemoet kan zien. De rechtbank is van oordeel dat dit niet aannemelijk is geworden.

Verzoekster ontvangt een WIA-uitkering op basis van 39,66% arbeidsongeschiktheid. Daarnaast werkt verzoekster als zelfstandig ondernemer voor één dag in de week als docent op een (beauty)school. Op basis van het door schuldhulpverlening vastgestelde vrij te laten bedrag (conform NVVK normen) heeft verzoekster geen afloscapaciteit. Niet aannemelijk is geworden dat dit binnen de Wsnp binnen afzienbare termijn anders zal zijn. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekster een moeilijke periode achter de rug heeft. De relatie van verzoekster is onlangs beëindigd en zowel mentaal als fysiek is haar gezondheidssituatie verslechterd. Verzoekster heeft een herkeuring aangevraagd bij het UWV, maar vanwege de lange wachttijden heeft die nog niet plaatsgevonden. Schuldhulpverlening heeft zich op het standpunt gesteld dat de persoonlijke situatie van verzoekster verder moet stabiliseren voordat zij, voor zover dit op basis van haar gezondheidssituatie al mogelijk moet worden geacht, een (fulltime) baan kan zoeken. Hoewel uit het verhandelde ter zitting naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk is geworden dat verzoekster gemotiveerd is om meer te gaan werken, is ook gebleken van persoonlijke omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat verzoekster, door haar gezondheidsklachten, niet op korte termijn daartoe in staat moet worden geacht en aldus een dusdanig hoog inkomen te genereren dat hiermee relevante afloscapaciteit zal ontstaan voor de schuldeisers binnen een Wsnp-regeling.

Daarbij betrekt de rechtbank dat de wettelijke schuldsaneringsregeling aanzienlijke kosten met zich brengt, bestaande uit onder meer het salaris voor de bewindvoerder en het griffierecht. Zelfs in het geval verzoekster op korte termijn minimaal 36 uur per week zou gaan werken en afloscapaciteit zou hebben, is het nog maar de vraag of de wettelijke schuldsaneringsregeling zou leiden tot een uitbetaling aan de schuldeisers. De verwachting is op dit moment in ieder geval dat een groot deel van de Wsnp-gerelateerde kosten ten laste van de Staat zal komen.

Niet is gebleken dat verzoekster over andere vermogensbestanddelen beschikt die waarde zouden kunnen opleveren voor de schuldeisers.

Uit het bovenstaande vloeit voort dat het voorstel aan de schuldeisers het maximaal haalbare is en dat er geen reëel perspectief is dat de schuldeisers een uitkering tegemoet zullen zien in de Wsnp-regeling.

Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat het belang van verzoekster die haar schuldenproblematiek wil oplossen en het belang om geen onnodige kosten ten laste van de Staat te maken, zwaarder wegen dan het belang van de Belastingdienst bij haar weigering.

Het verzoek om de Belastingdienst te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.

De Belastingdienst zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.

De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoekster zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden en dat zij niet verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.

5. De beslissing

De rechtbank:

- beveelt de Belastingdienst om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling;

- veroordeelt de Belastingdienst in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoekster begroot op nihil;

- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;

- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P. van Eeden-van Harskamp, rechter, en in aanwezigheid van I. van Gemerde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.P. van Eeden-van Harskamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand