ECLI:NL:RBROT:2026:14719

ECLI:NL:RBROT:2026:14719

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 20-08-2026
Datum publicatie 26-10-2026
Zaaknummer NL:TZ:2609540:R-RK
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verzoek wsnp toegewezen. Toegelaten voor 36 maanden vanwege aanzienlijk hoge belastingschulden.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie

Rekestnummer: [nummer]

Vonnis van 20 augustus 2026

op het verzoek van

[verzoeker]

wonende te [adres 1] ,

[postcode 1] [plaats 1] .

Waar deze zaak over gaat

[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.

De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.

De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1. De procedure

[verzoeker] heeft samen met zijn echtgenote een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.

Schuldhulpverlening heeft voorafgaand aan de zitting, op 7 juli 2026, de rechtbank aanvullende stukken toegezonden.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 17 juli 2026. Op de zitting zijn verschenen:

- [verzoeker] ,

- [hulpverlener] , schuldhulpverlener van Geldplein.

Schuldhulpverlening heeft ter zitting medegedeeld dat de echtgenote van [verzoeker] heeft aangegeven niet te willen meewerken aan de Wsnp en dat zij daarom het verzoekschrift niet heeft ondertekend. Schuldhulpverlening heeft ter zitting het verzoek ten aanzien van de echtgenote van [verzoeker] ingetrokken.

De rechtbank heeft [verzoeker] na de zitting, op 27 juli 2026, een brief toegestuurd. In deze brief heeft de rechtbank [verzoeker] gewezen op de mogelijke complicaties en consequenties van het ingetrokken verzoek van zijn echtgenote en [verzoeker] verzocht aan te geven of hij zijn verzoek naar aanleiding van deze informatie wenst te handhaven. Daarbij heeft de rechtbank [verzoeker] voorts medegedeeld dat zij voornemens is de regeling voor de duur van 36 maanden in plaats van de gebruikelijke 18 maanden uit te spreken vanwege de aard en omvang van de belastingschulden.

[verzoeker] heeft de rechtbank op 7 augustus 2026 bericht dat hij zijn Wsnp-verzoek handhaaft en dat hij instemt met een langere looptijd van 36 maanden.

2. De beoordeling

Ontvankelijkheid

Om toegelaten te worden tot de Wsnp, moet [verzoeker] in beginsel eerst een poging hebben gedaan om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Dit vereiste vervalt als aannemelijk is dat het niet mogelijk is om tot een dergelijke regeling te komen.

Uit het verzoekschrift blijkt dat schuldhulpverlening namens [verzoeker] geen aanbod heeft gedaan aan de schuldeisers. In plaats daarvan is direct een Wsnp-verzoek ingediend. De reden hiervoor is dat door een van de schuldeisers van [verzoeker] een verzoek tot faillietverklaring is ingediend. Schuldhulpverlening heeft ter zitting toegelicht dat dit is aangehouden tot 21 april 2026, maar dat het minnelijk traject niet snel genoeg in gang kon worden gezet, onder meer vanwege het feit dat [verzoeker] samen met zijn echtgenote een woning in eigendom heeft met een overwaarde. Hierdoor was er geen ruimte om een buitengerechtelijke regeling op te starten.

De rechtbank is van oordeel dat in deze specifieke situatie voldoende aannemelijk is dat niet binnen afzienbare termijn tot een buitengerechtelijke schuldregeling kan worden gekomen. [verzoeker] is daarom ontvankelijk in zijn verzoek.

De toelating

[verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.

De rechtbank is van oordeel dat de schuld aan de Belastingdienst, die grotendeels binnen de driejaarstermijn valt, niet te goeder trouw is ontstaan. De schuld aan de Belastingdienst ziet op ambtshalve aanslagen die de Belastingdienst heeft opgelegd, omdat [verzoeker] geen belastingaangiftes heeft gedaan toen hij werkzaam was als zelfstandige. Deze schuld staat in beginsel in de weg aan toewijzing van het Wsnp-verzoek.

In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om [verzoeker] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. Gebleken is dat [verzoeker] de omstandigheden die hebben geleid tot het laten ontstaan en/of onbetaald laten van deze schulden, onder controle heeft gekregen. [verzoeker] heeft zijn ondernemingsactiviteiten gestaakt op 1 augustus 2024 en heeft zich op 11 december 2025 uitgeschreven als zelfstandig ondernemer bij de Kamer van Koophandel. Hij is thans werkzaam in loondienst. Daarnaast is er bij de rechtbank voldoende vertrouwen dat [verzoeker] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp. [verzoeker] heeft ter zitting een gemotiveerde en saneringsgezinde houding getoond. Ter zitting heeft de rechtbank [verzoeker] gewezen op het feit dat gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling zijn eigendomsaandeel in de woning, staande en gelegen te [plaats 1] aan de [adres 1] , [postcode 1] te [plaats 1] , zal moeten worden afgewikkeld. Besproken is dat de overwaarde van deze woning te gelde zal moeten worden gemaakt ten behoeve van de schuldeisers en dat de woning daarom in beginsel zal moeten worden verkocht of dat de overwaarde moet worden vergoed aan de boedel (door bijvoorbeeld een herfinanciering door de hypotheekverstrekker). [verzoeker] heeft ter zitting verklaard zich hiervan bewust te zijn en dit te accepteren.

[verzoeker] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.

Bevoegdheid

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoeker] in Nederland ligt.

Duur

De rechtbank ziet aanleiding de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a lid 1 Fw (hierna: materiële looptijd) te stellen op 36 maanden. Het Wsnp-traject duurt in beginsel 18 maanden. De rechtbank heeft ter zitting met [verzoeker] besproken dat de duur van de schuldsaneringsregeling mogelijk zal worden verlengd vanwege de aard en omvang van de schuld aan de Belastingdienst. Deze schuld van in totaal € 508.111,60 vloeit grotendeels voort uit het feit dat [verzoeker] geen belastingaangiftes heeft gedaan in de periode waarin hij werkzaam was als zelfstandige en beslaat 85% van de volledige schuldenlast. In de aard en omvang van deze schuld ziet de rechtbank aanleiding om de duur van de schuldsaneringsregeling met 18 maanden te verlengen. [verzoeker] heeft de rechtbank op 7 augustus 2026 bericht dat hij hiermee instemt.

De ingangsdatum

De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.

Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.

De rechtbank stelt vast dat [verzoeker] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan.

De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3. De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).

Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.

De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.

Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.

De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoeker] .

Als [verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4. De beslissing

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoeker],

geboren op [geboortedag] -1964 te [geboorteplaats] (Ethiopië),

wonende te [adres 1] ,

[postcode 1] [plaats 1] ,

voorheen handelend onder de naam [naam] ,

gevestigd te [adres 2] , [postcode 2] [plaats 2] ;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema

en tot bewindvoerder A.V. Nigita,

gevestigd te Postbus 59

3360 AB Sliedrecht;

- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.

Dit is de beslissing van mr. M.P. Van Eeden-van Harskamp, rechter, in samenwerking met

I. van Gemerde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op

20 augustus 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.P. Van Eeden-van Harskamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand