Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10/059586-26
Datum uitspraak: 30 september 2026
Datum zitting: 16 september 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1990 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres:
[adres] , [postcode] te [plaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. L. Verheuvel
Officier van justitie: mr. X.C. van Balen
Benadeelde partij: [slachtoffer]
Advocaat van de benadeelde partij: mr. I.K. Oosterveen
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor aanranding. De rechtbank legt aan de verdachte een taakstraf op voor de duur van 240 uur met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De vordering van de benadeelde partij wordt integraal toegewezen.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – [slachtoffer] gedurende een periode meerdere malen heeft aangerand.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
hij in of omstreeks de periode van 1 april 2023 tot en met 17 juni 2024 te [plaats] ,
in elk geval in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere
feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of
meer ontuchtige handelingen,
bestaande uit het (onverhoeds) betasten/wrijven/strelen van/over haar rug en/of
buik en/of borsten en/of billen,
en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en/of die bedreiging met
geweld of die andere feitelijkheden uit
- het onverhoeds uitvoeren van die ontuchtige handelingen en/of
- het meetrekken van die [slachtoffer] op bed en/of bovenop haar te gaan liggen en/of
- het feit dat hij, verdachte, wetenschap had van de thuissituatie en/of
kwetsbaarheid van die [slachtoffer] en/of
- het hebben van een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten
het leeftijdsverschil tussen hem, verdachte, en die [slachtoffer] .
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het aanranden van het slachtoffer in de periode van 1 januari 2024 tot en met 17 juni 2024. De verdachte moet partieel worden vrijgesproken van het aanraken van de borsten van het slachtoffer. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft partiële vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde periode tot 27 januari 2024 en het betasten/wrijven/strelen over de borsten van het slachtoffer. Ten aanzien van de overgebleven handelingen binnen de periode waaraan de verdediging zich refereert, ontbreekt dwang. De verdachte dient om die reden integraal te worden vrijgesproken. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het aanranden van het slachtoffer. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van de verdachte
Ik wist dat [roepnaam slachtoffer] bij De Hoop liep omdat haar thuissituatie niet goed was. Ik voelde liefde voor [roepnaam slachtoffer] en ik voelde mij aangetrokken tot haar. Ik ben daar de fout ingegaan. Ik heb over haar billen gewreven. Het klopt dat ik de buik van [roepnaam slachtoffer] heb betast, ook onder haar shirt. Het is in totaal zes keer gebeurd.
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachteMijn vrouw werkt bij De Hoop. Daar heeft zij [roepnaam slachtoffer] ontmoet. Zij is toen bij ons thuis komen logeren omdat haar thuissituatie niet zo goed was. Uiteindelijk zocht zij vaak troost omdat zij niet goed in haar vel zat. Ik heb haar veel getroost. Na een jaar heb ik ook weleens over haar rug, buik en billen gestreeld. Daar voel ik mij natuurlijk schuldig om. Ik heb daar ook een gevoel of een erectie bij gekregen.Je zei eerder dat het niet lekker ging met haar thuissituatie maar ook haar hoofd. Wat kan je daarover zeggen?
- Dat zij weleens suïcidale gedachten had. Hoe vaak is dit gebeurd, ongeveer?
- Tussen de 5 en 10 keer.
In hoeverre heb jij geweten dat [roepnaam slachtoffer] deze aanrakingen ook wilde?
- Ik heb het wel een gezegd van vind je fijn als ik je streel en wij kroelen? Dus ja ik weet het niet precies.
Wat was de reden dat je dit niet al bij de eerste keer heb gevraagd?
- Dan bedoelt u toen ik over haar billen wreef?
Ja.
- Omdat het niet goed is.
Wanneer is het ongeveer begonnen, de aanrakingen?
- Zij is een keer mee geweest op vakantie. En daarna is het volgens mij begonnen.
En wanneer was deze vakantie?
- Dat weet ik niet meer precies. Ik dacht dat het gebeurd is tussen 27 januari en 21 juni.
Maar je krijgt ook een erectie op zo'n moment?
- Ja daar zal dan ook lust bij zitten. Dat kan ik niet ontkennen.
Wat was de reden dat jullie op bed lagen?
- Wij gingen naar bed en eerst was het gewoon dat wij stonden en een knuffel gaven. En toen gingen wij zitten eigenlijk en op een gegeven moment liggen.
Probeer ons eens mee te nemen hoe dat dan gaat. “Hij had mij gewoon meegetrokken." Wat kan je hierover verklaren?
- Dat klopt, meegetrokken is een groot woord. Maar wij gingen op bed liggen.
En het stukje dat jullie op elkaar lagen op het bed. Klopt dat?
- Ja, toen wij op het bed gingen liggen kwam ik bovenop haar terecht. Ik ben naast haar gaan liggen. Ik voelde dat het niet goed was.
3. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster [slachtoffer]
Van welk feit kom je aangifte doen?
- Aanranding.
Waar heeft dit plaatsgevonden?
- Bij hem thuis.
Weet je het adres?
- [adres] [plaats] .
Wie heeft dit gedaan?
- [verdachte] .
Hoe vaak zagen jullie elkaar?
- Eerst een beetje om de paar weken. Op een gegeven moment soms 2 weken achter elkaar. Soms zat er weer 3 weken tussen. Op een gegeven moment ging ik weer naar die kliniek en kwam ik ongeveer ieder weekend.
Wanneer kwam jij voor het eerst bij haar thuis?
- April 2023.
Wanneer is ook het logeren begonnen?
- Ook april.
Wanneer hield het logeren op?
- Toen ik bij Pameijer ging wonen.
Wanneer was dat?
- 18 juni 2024.
Hoe vaak heeft hij aan jou gezeten?
- Gewoon een aantal keer.
Een aantal op l hand of meer dan 10. Hoe moeten wij dit zien?
- Onder de 10.
Waar heeft hij dan aangezeten?
- Bij mijn borsten en bij mijn billen.
Hoe moet ik dat zien, aan je borsten en billen?
- Hij deed gewoon als eerste onder mijn onderbroek.
Vertel eens.
- Dan gaven wij een knuffel voordat wij naar bed gingen. Dan stonden wij en had hij zijn armen om mij heen. Dan wreef hij over mijn rug en dan opeens deed hij zijn hand onder mijn onderbroek.
Wat deed hij met zijn hand?
- Wrijven.
Hoe lang deed hij dat?
- Een paar minuten.
Hoe reageerde jij?
- Ik bevroor ervan
Hoe vaak is dit gebeurd, het knuffelen en over je bil wrijven?
- Wel een aantal keer.
Op welke momenten gebeurd dat?
- ' s avonds.
Hij gaat in jou onderbroek, waar wrijft hij dan precies over?
- Over de achterkant van mijn bil.
Dus als wij het teruggrijpen. Hoe doet hij dat precies?
- Met 2 handen erover wrijven
Dan had je het ook over het aanraken van de borsten. Hoe ging dit?
- Dat heeft hij ook wel eens gedaan.
Wel eens gedaan, hoe vaak?
- Een paar keer.
Wat deed hij dan precies?
- Gewoon zijn hand onder mijn shirt en erover wrijven.
Hij ging onder je shirt. Wat had je nog meer voor kleding aan?
- Gewoon een hemd en een beha.
Waar raakte hij jouw borst aan?
- Aan de bovenkant.
Waar raakt hij je precies aan, over je hemd, beha of blote borst?
- Over mijn hemd. Met daaronder mijn beha.
Doet hij dat met 1 of meerdere handen en wat doet hij dan precies?
- 1 hand.
Wat doet hij met die hand?
- Gewoon weer wrijven.
Welke borst?
- Allebei.
Want dan zit hij aan je borsten, wat gebeurd er dan met jou?
- Hetzelfde.
Wat bedoel je daarmee?
- Bevriezen.
Wanneer ging het knuffelen over in het betasten?
- Vrij snel. 1 van de eerste keren wel.
Nog even terug naar de aanraking van de borst, waar raakte hij je aan?
- De bovenkant.
Waar bedoel je dan precies, bovenaan bij je hals of echt bovenop je borsten?
- Wel echt op mijn borsten.
Wat was de reden dat jullie op het bed lagen?
- Wij gingen naar bed en eerst was het gewoon dat wij stonden en een knuffel gaven. En toen gingen wij zitten eigenlijk en op een gegeven moment liggen.
Probeer ons eens mee te nemen hoe dat dan gaat.
- Hij had mij gewoon meegetrokken.
Vanuit welke positie?
- Vanuit zitten naar liggen
Hoe ging het verder?
- Op een gegeven moment lagen wij op elkaar.
Hoe op elkaar?
- Hij op mij.
Hoe lag jij?
- Op mijn rug.
Hoe op het bed?
- Gewoon op het bed.
Wat heeft hij toen gedaan?
- Aan gezeten.
Waar aan?
- Uh. Over mijn borsten.
Nog meer, andere plekken?
- Billen.
4. Proces-verbaal van de politie, verklaring getuige [naam getuige 1]
In mei of juni dit jaar, ik weet niet hoe wij erop kwamen. Maar toen vertelde [roepnaam slachtoffer] dat [voornaam verdachte] haar seksueel misbruikt heeft. [roepnaam slachtoffer] vertelde dat wanneer ze bij [voornaam verdachte] en [naam vrouw verdachte] logeerde, [voornaam verdachte] haar regelmatig kwam troosten wanneer ze in de avond laat moest huilen, of wanneer [voornaam vrouw verdachte] niet thuis was. Na wat moeizame en twijfelende antwoorden vertelde [roepnaam slachtoffer] uiteindelijk dat [voornaam verdachte] dingen heeft gedaan die ze echt heel erg vindt. Toen ik vroeg of het ging om seksuele handelingen was het antwoord ja.
Ik kende [roepnaam slachtoffer] ten tijde van de gebeurtenissen nog niet, maar wat ik wel weet is dat zij toen zeer kwetsbaar was, er alles aan deed om niet weer naar haar ouderlijk huis terug te moeten gaan en nooit heeft meegekregen wat normaal is op sommige gebieden. Dat is iets dat [voornaam verdachte] toen wel al wist. Ik heb gevraagd of [voornaam verdachte] ooit heeft gevraagd of [roepnaam slachtoffer] het wel goed vond wat hij deed. Daarop zei [roepnaam slachtoffer] van niet.
Wanneer is dit gebeurd?
- Begin 2024 ook volgens mij. Ik weet niet de precieze maanden. Als [roepnaam slachtoffer] niet thuis sliep. Dan ging zij bij hun logeren en die momenten is het gebeurd.
5. Proces-verbaal van de politie, verklaring getuige [naam getuige 2]
[roepnaam slachtoffer] woont al een tijdje niet meer thuis, hoe komt dit?
- Dat komt door een lastige thuissituatie hierdoor raakte ze psychisch in de knoop en is ze opgenomen in de Hoop. Hierdoor kon ze niet meer thuis wonen.
Wat vertelde [roepnaam slachtoffer] ?
- Ze vertelde dat ze aan het oppassen was terwijl [naam vrouw verdachte] aan het werk was. En dat als de kinderen dan in bed lagen ze samen op de bank zaten en hij dan aanraakte.
Hoe ging dat aanraken?
- Ze zaten samen op de bank en hij raakte haar dan bij haar borsten aan over en onder de kleding en dat hij met zijn hand in haar broek ging.
Wat heeft ze verteld dat hij deed met zijn handen?
- Aanraken over en onder de kleding.
Weet je in welke periode het met [voornaam verdachte] heeft afgespeeld?
- In de zomer van 2025 was het een jaar geleden.
Weet je ook hoe vaak het gebeurd is met [voornaam verdachte] ?
- [roepnaam slachtoffer] vertelde dat het een aantal keren is gebeurd.
Bewijsmotivering
Allereerst is het relevant om te wijzen op het feit dat per 1 juli 2024 de wet ten aanzien van zedenzaken is gewijzigd. De aanranding waarvan de verdachte wordt beschuldigd, zou hebben plaatsgevonden in een periode tot 17 juni 2024 en valt daarom onder artikel 246 (oud) van het Wetboek van Strafrecht. Van aanranding in juridische zin kan dan alleen sprake zijn als er ontuchtige handelingen worden gepleegd of geduld met toepassing van dwang. Uit vaste jurisprudentie volgt dat de dwang in artikel 246 (oud) Sr van dien aard moet zijn dat de ander zich naar redelijke verwachting niet tegen de ontuchtige handelingen heeft kunnen verzetten dan wel door toedoen van de verdachte in een zodanig bedreigende situatie is gebracht dat deze zich daaraan niet heeft kunnen onttrekken. Van dwang tot het dulden van seksuele handelingen kan ook sprake zijn als de betrokkene zich door het onverhoedse karakter van het handelen van de verdachte daartegen niet heeft kunnen verzetten.
Daarnaast moet voorop worden gesteld dat – op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) – het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechtbank niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van het vermeende slachtoffer. Voor een bewezenverklaring dient sprake te zijn van steunbewijs, afkomstig van een andere bron dan het vermeende slachtoffer.
De verdachte heeft bekend dat hij de rug, buik en billen van de aangeefster meermalen heeft betast. Hij ontkent zowel tijdens het verhoor bij de politie als ter zitting dat hij haar borsten heeft aangeraakt.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van de aangeefster tot uitgangspunt dient bij de beoordeling van de zaak. De aangeefster heeft een authentieke verklaring afgelegd waarin zij op gedetailleerde wijze heeft verklaard wat er is gebeurd en welke delen van haar lichaam de verdachte heeft betast. Dit betreffen onder meer details die de verdachte zelf ook heeft bekend, zoals dat hij haar buik, rug en billen heeft betast en dat hij bovenop haar op het bed lag. Daar komt bij dat verschillende getuigen hebben verklaard dat de aangeefster aan hen heeft verteld wat er is gebeurd. Deze verklaringen komen in grote lijnen overeen met de verklaring van de aangeefster. Het voorgaande maakt dat voldoende steunbewijs aanwezig is voor de verklaring van de aangeefster, ook ten aanzien van het betasten van haar borsten.
Om tot een bewezenverklaring te komen, moet worden vastgesteld dat de verdachte door geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid de aangeefster heeft gedwongen tot het ondergaan van voornoemde ontuchtige handelingen.
Door de verdediging is vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van dwang. Naar het oordeel van de rechtbank is wel degelijk sprake geweest van dwang, omdat de verdachte wist, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat de aangeefster niet openstond voor intimiteit met de verdachte. De aangeefster had hiervoor geen expliciete toestemming gegeven en de verdachte heeft zelf erkend dat hij zag dat zij niet reageerde op zijn aanrakingen. Daarover heeft de aangeefster verklaard dat zij op die momenten bevroor. De rechtbank merkt het handelen van verdachte aan als onverhoeds, waardoor de aangeefster gedwongen werd deze handelingen te ondergaan. De verdachte heeft bovendien verklaard dat hij wist dat de aangeefster kwetsbaar was en dat zij problemen had in haar thuissituatie. De verdachte heeft misbruik gemaakt van het uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht dat hij op de aangeefster had. Hieronder verstaat de rechtbank dat hij zich als vaderfiguur opwierp en haar in huis nam, terwijl haar eigen thuissituatie moeilijk was.
Gelet op het voorgaande kan dwang als bedoeld in artikel 246 Sr (oud) door andere feitelijkheden wettig en overtuigend worden bewezen.
Met de verdediging en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet de gehele ten laste gelegde periode kan worden bewezen. Aangeefster heeft verklaard dat zij in april 2023 voor het eerst bij de verdachte thuis is blijven logeren. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat zij op die datum ook is aangerand. De verdachte heeft verklaard dat het aanranden na de vakantie op 27 januari 2024 is begonnen. Nu de aangeefster daarover niets heeft verklaard, gaat de rechtbank uit van de door de verdachte genoemde datum.
Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het op bed trekken van het slachtoffer door de verdachte binnen de context waarin dit heeft plaatsgevonden niet kan worden bestempeld als een gewelddadige handeling, daarvan zal de verdachte partieel worden vrijgesproken.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij in de periode van 1 april 2023 tot en met 17 juni 2024 te [plaats] ,
meermalen,
door een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen,
bestaande uit het (onverhoeds) betasten/wrijven/strelen van/over haar rug en/of
buik en/of borsten en/of billen,
en bestaande die andere feitelijkheden uit
- het onverhoeds uitvoeren van die ontuchtige handelingen en
- het meetrekken van die [slachtoffer] op bed en/of bovenop haar te gaan liggen en/of
- het feit dat hij, verdachte, wetenschap had van de thuissituatie en
kwetsbaarheid van die [slachtoffer] en
- het hebben van een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, tussen hem, verdachte, en die [slachtoffer] .
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
feitelijke aanranding van de eerbaarheid.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straffen
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals de reclassering heeft geadviseerd.
Standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt aan de verdachte een taakstraf op te leggen, eventueel gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich gedurende een periode schuldig gemaakt aan het meermalen aanranden van een jonge en kwetsbare vrouw. De verdachte heeft haar in huis genomen en daarna misbruik gemaakt van de situatie. Ontuchtige handelingen, van welke aard en intensiteit en onder welke omstandigheden ook, vormen een inbreuk op de lichamelijke integriteit van een slachtoffer daarvan. De verdachte heeft door zijn handelen een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring volgt dat het slachtoffer voor veiligheid bij de verdachte en zijn partner thuiskwam en dat de verdachte haar nog meer kapot heeft gemaakt en nog meer in de war heeft gebracht door misbruik te maken van haar kwetsbaarheid. De verdachte heeft zich laten leiden door zijn eigen lustgevoelens en daarbij geen rekening gehouden met de gevoelens van het slachtoffer. Slachtoffers van dergelijke delicten kunnen daar nog lange tijd nadelige psychische gevolgen van ondervinden, waar. Dat is ook zo bij het slachtoffer. De PTSS-klachten die zij vanwege gebeurtenissen in haar jeugd heeft opgelopen zijn door het handelen van de verdachte weer opgelaaid. Hiervoor is zij onder behandeling bij een psycholoog.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 29 juli 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 13 september 2026 staat het volgende. Dit rapport houdt – samengevat – onder meer het volgende in.
Het praktische leven van de verdachte is op orde. Hij heeft werk en zijn werkgever is op de hoogte van de tenlastelegging. Er zijn geen financiële zorgen. De verdachte is gehuwd en heeft twee jonge dochters. Ook zijn partner is bekend met de tenlastelegging. Middelenproblematiek is niet aan de orde. Na de aangifte heeft de verdachte hulp gezocht bij een instantie met een christelijke identiteit. Hij voert maandelijks gesprekken met een hulpverlener over zijn schaamte, verdriet en de fouten die hij heeft gemaakt. Zijn vrouw is een steunende en positieve factor. Zij is, los van het gedrag ten opzichte van aangeefster, heel tevreden over haar partner en hun huwelijk.
Doordat de verdachte niet kan verklaren waardoor hij de grensoverschrijdende handelingen
verrichtte, komt de reclassering niet tot een delictanalyse en goed onderbouwde risicotaxatie. Indien de rechtbank tot een veroordeling komt, zijn een reclasseringstoezicht en ambulante behandelverplichting geïndiceerd om beter zicht te krijgen op mogelijk onderliggende problematiek en om meer zicht te krijgen in de oorsprong van zijn gedragskeuzes en het juist kanaliseren van het seksuele gedrag. Binnen een ambulant traject kan nader onderzocht worden wat de dynamiek is achter het plegen van een dergelijk delict door het opstellen van een delictanalyse. Hierbinnen wordt een IQ-test van belang geacht en daarnaast een diagnostisch onderzoek. Voorts dient educatie op het gebied van omgaan met jonge vrouwen, het bestaan van ongelijkheid in een afhankelijkheidspositie en het bestaan van consent voor betrokkene aan de orde te komen. Bij een veroordeling wordt geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden op te leggen: een meldplicht bij de reclassering, het meewerken aan een ambulante behandeling en een contactverbod met het slachtoffer.
Oplegging straffen
Straf
Naast de door de officier van justitie geëiste taakstraf acht de rechtbank een gevangenisstraf noodzakelijk. Een kale taakstraf brengt de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking. De rechtbank acht daarnaast anders dan de officier van justitie ook het betasten van de borsten wettig en overtuigend bewezen. Daarbij wordt het de verdachte ook zeer kwalijk genomen dat hij wist van de kwetsbaarheid van het slachtoffer en dat hij daar misbruik van heeft gemaakt. De rechtbank acht het gezien het feit dat de verdachte grotendeels verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden en niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen niet noodzakelijk dat hij naar de gevangenis gaat. De rechtbank zal de gevangenisstraf daarom voorwaardelijk aan de verdachte opleggen. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.
5. Vordering van de benadeelde partij
Vordering [slachtoffer]
heeft als benadeelde partij € 3.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan integraal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering wegens de bepleite vrijspraak. Indien de rechtbank overgaat tot een veroordeling, dient de vordering van de benadeelde partij te worden afgewezen. De concrete gevolgen zijn onvoldoende inzichtelijk onderbouwd.
Oordeel van de rechtbank
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van de bewezenverklaarde aanranding meebrengen dat de nadelige gevolgen voor de benadeelde partij zozeer voor de hand liggen, dat zonder meer kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ als bedoeld in artikel 6:106 sub b BW en ter hoogte van het gevorderde bedrag. Dit is aan de verdachte toe te rekenen. De rechtbank acht de vordering in het geheel toewijsbaar.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 27 januari 2024.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij.
Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 30 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
6. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, en 246 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.
7. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (twee) maanden;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt bij reclassering zo lang en zo
frequent als deze dit nodig acht. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak. Hij dient zich te houden aan de aanwijzingen van de reclassering. Hieronder valt ook het meewerken aan huisbezoeken. De verdachte is er verantwoordelijk voor om telefonisch en per post bereikbaar te zijn. De reclassering controleert de behandelvoortgang en woont evaluaties bij;
2. de verdachte laat zich gedurende de proeftijd behandelen door de forensische polikliniek De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op seksueel grensoverschrijdend gedrag waarbij diagnostisch onderzoek en afname van een IQ-test ingezet worden;
3. de verdachte zoekt of heeft gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2003), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het contact, bijvoorbeeld in het kader van herstelbemiddeling.
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 236 (tweehonderdzesendertig) uur taakstraf moet worden verricht;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 118 (honderdachttien) dagen;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte;
deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;
Vordering benadeelde partij [slachtoffer]
veroordeelt de verdachte, aan de benadeelde partij [slachtoffer] , te betalen een bedrag van
€ 3.000,-, (drieduizend euro) als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 27 januari 2024 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0;
legt aan de verdachte voor het bewezenverklaarde feit de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] aan de staat € 3.000,- (drieduizend euro) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 27 januari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 30 (dertig) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.
8. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. F.P.J. Schoonen, voorzitter,
en mrs. M.I. Blagrove en F. Tosun, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Tanzarella, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 30 september 2026.
Mrs. F. Tosun en L. Tanzarella zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.