RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12221138 CV EXPL 26-11816
datum uitspraak: 2 oktober 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: gerechtsdeurwaarder [gemachtigde] ,
tegen
1. [gedaagde 1] ,
woonplaats: [woonplaats 1] ,
2. [gedaagde 2] ,
woonplaats: [woonplaats 2] ,
gedaagden,
die zelf procederen.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagden] ’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 30 april 2026, met bijlagen;
het verslag van de zitting van 12 mei 2026;
de e-mail van Hef Wonen van 20 juli 2026;
de akte van Hef Wonen van 1 september 2026, met bijlage.
Op 3 augustus 2026 is de zaak tijdens een huurzitting besproken. Daarbij waren aanwezig: de heer [persoon A] namens de gemachtigde van [eiseres] en [gedaagden]
2. De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
[gedaagden] huren een woning van [eiseres] en hebben de huur niet op tijd betaald. [eiseres] wil dat [gedaagden] de huurachterstand en de lopende huur betalen. [eiseres] wil ook dat de huurovereenkomst eindigt en dat [gedaagden] vertrekken uit de woning. [gedaagden] moeten de huurachterstand en de lopende huur inderdaad betalen. Voor de achterstand is een betalingsregeling afgesproken. Als [gedaagden] zich niet houden aan die regeling of vanaf nu tijdens de aflosperiode de huur weer niet op tijd betalen, eindigt de huurovereenkomst en moeten [gedaagden] de woning verlaten. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagden] moeten een huurachterstand van € 7.963,47 betalen
De partijen zijn het er op de zitting over eens geworden dat de huurachterstand van [gedaagden] op dat moment c.s. € 7.963,47 was. Dit bedrag is gebaseerd op de huur tot en met de maand augustus 2026. [gedaagden] worden veroordeeld om dit bedrag aan [eiseres] te betalen.
[gedaagden] hoeven geen incassokosten en rente te betalen
De kantonrechter wijst de incassokosten en de rente af. In de overeenkomst of de algemene voorwaarden van [eiseres] staat hierover namelijk een oneerlijke bepaling. Omdat die bepaling oneerlijk is, mag [eiseres] daar geen beroep op doen en kan zij ook geen aanspraak maken op de incassokosten en rente uit de wet. De bepaling is oneerlijk, omdat daarin staat dat [gedaagden] een boete moeten betalen als zij niet aan de verplichtingen uit de overeenkomst voldoen. Daaronder valt ook het op tijd betalen van de huur. Op grond van de wet zouden [gedaagden] , als zij te laat betalen, alleen de wettelijke rente en incassokosten moeten betalen. [eiseres] wijkt met de boete dus in het nadeel van een consument af van de wet door daarnaast een boete op te leggen. Dat maakt deze bepaling hier oneerlijk.
Er zijn verder geen oneerlijke bepalingen
De kantonrechter heeft onderzocht of er nog andere oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
De partijen hebben een betalingsregeling afgesproken
De partijen hebben tijdens de procedure een betalingsregeling afgesproken. [gedaagden] hebben namelijk voorgesteld om € 1.000,- per maand af te lossen naast de lopende huur. [eiseres] heeft in haar akte aangegeven akkoord te gaan met dit aflossingsbedrag en heeft toegezegd het vonnis niet ten uitvoer te leggen zolang [gedaagden] zich aan de betalingsregeling houden. Dat betekent dat [gedaagden] de huurachterstand niet in één keer aan [eiseres] hoeven te betalen, zolang zij zich aan de regeling houden en daarnaast de huur elke maand op tijd betalen (telkens voor de eerste van de maand).
Ontbinding en ontruiming als [gedaagden] zich niet aan de betalingsregeling houden of tijdens de aflosperiode de huur niet op tijd betalen
De kantonrechter mag een huurovereenkomst alleen ontbinden als de huurachterstand ernstig genoeg is. Meestal zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet rekening houden met alle omstandigheden. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. In dit geval weegt zwaar dat [gedaagden] sinds 4 november 2025 geen huur meer hebben betaald en de achterstand tijdens de procedure alleen meer verder is opgelopen. [gedaagden] hebben weliswaar aangevoerd dat zij niet konden betalen door persoonlijke problemen, maar dat ontslaat hen niet van hun betalingsverplichting. Gelet op alle omstandigheden in deze zaak wordt de gevraagde ontbinding toegewezen, maar alleen voor het geval dat [gedaagden] zich niet houden aan de betalingsregeling of tijdens de aflosperiode de huur niet op tijd betalen.
Als de huurovereenkomst eindigt, moeten [gedaagden] de woning met al hun spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis. Tot en met de dag van de ontruiming moeten [gedaagden] dan een gebruiksvergoeding van € 922,10 per maand betalen (artikel 7:225 BW). Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW) als voor het verhogen van de huur.
[gedaagden] moeten de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagden] , omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagden] aan [eiseres] moeten betalen op € 154,10 aan dagvaardingskosten, € 559,- aan griffierecht, € 720,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 360,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.577,10. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagden] daar geen bezwaar tegen hebben gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eiseres] te betalen € 7.963,47;
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.577,10;
bepaalt dat [eiseres] de hiervoor genoemde bedragen niet kan opeisen zolang [gedaagden] elke maand voor de eerste dag van de maand € 1.000,- aflossen en daarnaast vanaf vandaag de huur iedere maand op tijd betalen;
wijst al het andere af;
en, als [gedaagden] een maandelijkse aflossingstermijn of de huur tijdens de aflosperiode niet of te laat betalen:
bepaalt dat [gedaagden] het bedrag dat op dat moment open staat direct in één keer aan [eiseres] moeten betalen;
ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen met ingang van de dag nadat [gedaagden] de maandelijkse termijn of de huur tijdens de aflosperiode niet op tijd hebben betaald en veroordeelt [gedaagden] om binnen 14 dagen na die datum de woning aan de Kortlandstraat 31 in Schiedam te ontruimen en de sleutels bij [eiseres] in te leveren;
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eiseres] te betalen € 922,10 per maand, met de verhoging die is toegestaan, met ingang van de maand september 2026 tot en met de dag dat de woning is ontruimd;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
44487/54214