ECLI:NL:RBROT:2026:14841

ECLI:NL:RBROT:2026:14841

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 21-10-2026
Datum publicatie 28-10-2026
Zaaknummer 10-117222-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Dordrecht

Samenvatting

Veroordeling voor het medeplegen van een overval op een juwelier tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk. De verdachte was niet fysiek aanwezig tijdens de overval, de nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten is bewezen door zijn coördinerende rol voor en na de overval.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-117222-26

Datum uitspraak: 21 oktober 2026

Datum zitting: 7 oktober 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] ,

gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] , locatie [detentielocatie] .

Advocaat van de verdachte: mr. J.N. Rensen

Officier van justitie: mr. R. Planken

Benadeelde partijen: [benadeelde 1] , [benadeelde 2]

Advocaat van de benadeelde partij: mr. D. Fontein

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van een overval op een juwelier. Vast staat dat de verdachte niet één van de uitvoerders is geweest omdat hij niet in de juwelierswinkel aanwezig was op het moment van de overval. De verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd ten aanzien van de door hem verstuurde chatberichten, waarin hij aanwijzingen gaf en betaling toezegde aan de uitvoerders. Door de verdediging is bepleit dat de handelingen van de verdachte geen medeplegen en ook geen uitlokking van de overval opleveren. De rechtbank verwerpt dat verweer. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf van dertig maanden opgelegd, waarvan tien maanden voorwaardelijk. De vordering van mevrouw [benadeelde 1] wordt gedeeltelijk toegewezen terwijl [benadeelde 2] niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte – samengevat – van het medeplegen van een overval op een juwelier. Subsidiair is de beschuldiging dat de verdachte die overval heeft uitgelokt.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

hij, op of omstreeks 16 april 2026 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een grote hoeveelheid aan sieraden, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of omstanders, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- dreigend en met gezichtsbedekkende kleding de juwelier binnen te gaan,

- met een mes, althans een scherp/puntig voorwerp de juwelier binnen te gaan,

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en/of te richten en/of gericht te houden aan/op die [slachtoffer 2] en/of omstanders en daarbij dreigend de voorden toe te voegen: "Ben je alleen?", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

- met een hamer, althans een hard voorwerp, meerdere vitrines kapot te slaan en uit die vitrines sieraden weg te pakken/nemen;

subsidiair:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven personen op/of omstreeks 16 april 2026 te Rotterdam,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een grote hoeveelheid sieraden, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of omstanders, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door

- dreigend en met gezichtsbedekkende kleding de juwelier binnen te gaan,

- met een mes, althans een scherp/puntig voorwerp de juwelier binnen te gaan,

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en/of te richten en/of gericht te houden aan/op die [slachtoffer 2] en/of omstanders en daarbij dreigend de voorden toe te voegen: "Ben je alleen?", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

- met een hamer, althans een hard voorwerp, meerdere vitrines kapot te slaan en uit die vitrines sieraden weg te pakken/nemen

welk bovenomschreven strafbaar feit verdachte op of omstreeks 16 april 2026 in Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, te weten door

- een chatgroep aan te maken en/of (daarin) inlichtingen over de overval te delen,

- personen te ronselen om de overval te plegen,

- een vergoeding in het vooruitzicht te stellen.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het primaire feit. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor zowel het primaire als het subsidiaire feit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte een medepleger is geweest van de overval op de juwelier. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 3.3.3.

De bewezenverklaring van het primaire feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte

Ik ben benaderd door een jongen op Snapchat die vroeg of ik jongens had die een hit & run wilden doen; ergens naar binnen gaan en goederen pakken. Ik wist dat het om een juwelier in Rotterdam ging. Ik heb [naam 1] geappt, hij heeft twee jongens geronseld en een Snapchat groepschat aangemaakt met die jongens en mij. Eén van die jongens heeft een derde jongen geronseld. Ik heb gezegd dat ze handschoenen en een bivakmuts mee moesten nemen en dat ze wakker moesten zijn om op tijd in de trein te zitten. Op Signal had ik de gebruikersnaam [naam 2] . Ik wist dat er vitrines zouden worden ingeslagen om juwelen mee te kunnen nemen. Ik was de tussenpersoon tussen de opdrachtgever en de uitvoerders. De opdrachtgever zou de spullen gaan verkopen en het geld aan mij en [naam 1] geven. Wij zouden 70% krijgen, 10% voor ons ( [naam 1] en ik) en 20% per speler.

2. Verklaring van de verdachte

Het klopt dat ik het account “ [naam 3] ’" in gebruik heb. Het klopt dat ik diegene ben geweest die de chats heeft gestuurd.

3. Proces-verbaal van de politie, aangifte van [slachtoffer 2]Plaats delict: Rotterdam ( [naam juwelier] )Ik doe aangifte van diefstal met geweld.Op 16 april 2026 stond ik achter de kassa.Ik zag meerdere personen in het zwart gekleed naar binnen komen. Ik zag gelijk dat er iemand op mij af liep. Hij schreeuwde naar mij ben je alleen.Ik hoorde glasgerinkel. Ik zag dat er 2 andere personen alle vitrines kapot sloegen en de spullen pakten.

4. Proces-verbaal van de politie, bevindingenZoals beschreven in voorliggende proces verbalen werd op 16 april 2026 verdachte [medeverdachte 1] aangehouden in verband met de overval aan de [adres delict] in Rotterdam. Bij zijn aanhouding was [medeverdachte 1] in het bezit van een telefoon die in beslag genomen werd.

Ik zag in de telefoon binnen de chat-applicatie Signal een groepschat. Ik zag dat in de groepschat 6 personen zaten met de volgende namen:[naam 4] , [naam 5] , [naam 2] , [naam 6] , [naam 7] , [naam 8] (Gebruiker van de telefoon zelf). Ik zag dat de chatgroep op 15 april 2026 was opgemaakt en dat de gebruiker van de telefoon was toegevoegd door " [naam 2] ."

Ik zag in de telefoon een chatgesprek van 16 april 2026 tussen 09:06 uur en 11:31 uur.

Ik zag in de telefoon binnen de chat-applicatie Snapchat een groepschat zonder groepsnaam. Ik zag dat in de groepschat 6 personen zaten met de volgende namen:

Schermnaam Gebruikersnaam

[naam 1]

[naam 7]

[naam 9]

[naam 3]

[naam 10]

[naam 8]

Ik zag dat de chatgroep op 15 april 2026 was opgemaakt. Ik zag in de telefoon een chatgesprek van tussen 15 april 2026 22:51 uur en 16 april 00:53 uur.

Bijlage: fotoblad, Proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 1] Signal

09:21: [naam 2] : Die andere is er met 4 min09:32: [naam 4] : Kunnen jullie niet stukje lopen, naar Kerstendijk

09:36: [naam 2] : Zijn hem bellen09:37: [naam 8] : Worden we daar ook opgehaald 09:38: [naam 4] : @ [naam 8] : Word bewogen vanaf daar09:38: [naam 2] : Wacht aub op zoekgeld. Hijs er bijna hebt geen 4g09:39: [naam 8] : waar wachten?09:39: [naam 2] : Station09:39: [naam 2] : Zeg effe waar jullie staan

09:39: [naam 6] : Gwn die bankje als je nr buiten loopt. Waar ook bus stopt

09.44: [naam 8] : Typ. Als hij er is.09.52: [naam 2] : @ [naam 7]09:52: [naam 7] : Yow. Me speler is bij die spoor. Fakka iemand moet ff snelheid naar daar gaan. Hij heeft geen tellie.09:53: [naam 8] : Welk spoor09:53: [naam 7] : Spoor 4. Bij lomba gwn

09:53: @ [naam 7] : Nsp09:54: [naam 6] : Hoe ziet ie eruit. K zie niemand hier10:10: [naam 8] : Waar S die stash dan. Want er s prc niemand hier10:11: [naam 4] : @ [naam 8] : Bn je bij die loca?

10:11: [naam 2] : Er komt nu zo andere speler van damie. Jullie kant op.10:12: [naam 4] : @ [naam 2] : Wats gebeurd

10:12: [naam 8] : We zijn nog steeds station maar wil moven10:12: [naam 4] : Oké ok stuur je precieze adres10:12: [naam 2] : @ [naam 4] : Die speler uit roffa is op toneelstukjes. Ineens

10:13: [naam 8] : @ [naam 4] Aii10:14: [naam 4] : @ [naam 2] : Siw na 11 wordt deze lastig man, is een soortige winkel centrum ook10:14: [naam 2] : Pff. Uuh. Ga me best doeb10:14: [naam 6] : Die man is er

10:15: [naam 2] : Ja?10:15: [naam 6] : bon dami. Ja10:15: [naam 5] : lwaja moet sws doorgaan voor of na elf anders al die dagen vo nik geweest gaan niet nog een dag timeren.10:15: [naam 2] : Hijs er al 10:15: [naam 5] : Dn wordt t gw andere werkers zoeken want deze optie s dn klaar bij ons paar man zijn der al zo te zien dus gw w8 op die laatste andere zo klaren gw10:16: [naam 5] : Links of rechtsom deze ochtend action10:16: [naam 2] : @ [naam 5] : Hijs er al man is gefixt10:16: [naam 4] : Velgersdijk. Bericht me als jullie daar zijn ja.10:33: [naam 8] : Zijn r10:34: [naam 4] : @ [naam 8] : Oké moment, ff die gozer bellen10:38: [naam 4] : Yo die man gaat effe duren, bezig met kleine wacht achter die flat ja gaat niet heel heel lang duren. Moesten eig allang daar zijn al10:38: [naam 5] : Iwa zet druk op m laat hun nr plek gaan waar ze kennen stalla eventjes10:38: [naam 8] : Er is gawwie toch

10:39: [naam 4] : @ [naam 8] : Scooters broski10:40: [naam 2] : Stash is er 5min vanaf. Ofzo toch @ [naam 4]10:40: [naam 4] : @ [naam 2] : Minder dan dat zelfs. Letterlijk 1 min10:52: [naam 2] : @ [naam 4] : hoelang moeten ze wachten10:52: [naam 4] : @ [naam 2] : Ben em nu aan et belle moment10:59: [naam 8] : Is bijna 11. Wats mo11:00: [naam 2] : @ [naam 4] Aub beetje tempo11:01: [naam 5] : Jmn boys zijn niet voor niks gekomen actieee esah11:01: [naam 4] : Ben die man aan prsssure hij heeft 2 chiengs daar drm moesy 9 uur daar zijn11:01: [naam 2] : Is ook heet buiten stalla11:02: [naam 5] : Iwa laat m met die kleintjes gaan alswat bro. Pang pang neef zeg m moet kan niet anders11:02: [naam 2] : Ze hebben 1.5 uur gerezen. Moet sws geld landen vndg. 11:03: [naam 4] : Paar min komt tie openmaken11:03: [naam 8] : Waar. er zijn tt veel deuren11:03: [naam 4] : Als hij er staat text k je waar je hem gaat zien ja11:15: [naam 4] : Wollah boys deze man doet lang ik loop em te bedeien maar die man doet gewoon lang11:15: [naam 5] : Ja moeten geduld hebben mr laat m snel doen boys zijn er al lang11:16: [naam 6] : tori gaat kk teeh zijn nu he11:16: [naam 2] : @ [naam 4] lt hm snel doen. Wordt steeds heetr ook11:17: [naam 5] : lwaja al wordt die torri 100graden gw laten lukken neef11:22: [naam 6] : ik moet sws optijd terug op strip zijn ook he dus kan sws niet telang blijven wachten hier11:26: [naam 8] : 12 ga ik richting o. Als niet lukt voor 12 is t Faya. Zijn al sinds 9 op Locatie. Ben al sinds 6 uit o11:28: [naam 2] : @ [naam 4] laat die man snel doen broer11:30: [naam 4] : Waar staan jullie precies11:31: [naam 8] : Speeltuintje. Bankjes.11:31 The group call has ended.

Bijlage: fotoblad: Proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 2] Snapchat

22:51: [naam 3] : Hijs 100 procent fit ?22:51: M: sii22:51: [naam 3] : Leg hem uit wat is besproken @ [naam 10] geef hem alle info effe privé aan hem22:52: M: seh23:08: Me: K Ben fit23:08: [naam 11] . Stuur je signal effe23:15: Me: Stuur je signal lamme je voegen23:15: [naam 3] : Signal link23:52: Me: Breng morgen handschoenen mee23:56: [naam 3] ; Handschoenen en belly00:03: M: belly heeft ie, hij vraagt of iemand handschoenen voor hem heeft tamara00:03: [naam 3] : Hebt ie geen plastic schoonmaak handschoen00:03: M: die heb k wel voor m hierzo. is dat orgi gwn dan?00:04: [naam 3] ; Is eiglk gw vr fingerafdrukken toch maar luefst wel gw stoffen handschoenen. Vr dat glas. Van vitrines00:04: M: ja want die latex handschoenen kan snel scheuren ook toch daarom maar nospang we laten t werken miss heb k nog paar nike handschoenen hierzo k ga ff zoeken00:07: Saf en anders misschien vlgm wst die werkgever had dat ie wel had. Maar kijk vr zkeerheid @ [naam 7] als jij ook vt hem zou kunnen kijken soldaat. Ewa ik ga jullir allemaal 7 uur bellen00:20: M: saff ey na die tori gelijk get trouwens toch? of moeten we nog wachten op pla ofzo00:20: [naam 3] : Pla wordt gebrschr nr mij of [naam 1] . Ze moeten eerst seeren nog. Toch. Jullie kunnen gw get.00:21: M: ai jatoch00:21: [naam 3] ; Wij betalen jullie dn gw netjes00:21: M: sii nospang00:26: P: (@ [naam 7] ) Hem moet je baren op sig. Op snap is die man niet fit00:52: Me: wnr we in roffa zijn. Gaan we eerst naar die stash. Of gelijk juwa00:53: [naam 3] : Hoor je allemaal morgen

5. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

Op 17 april 2026 onderzocht ik de data uit de mobiele telefoon van verdachte [medeverdachte 2] . Er is door mij gekeken/gezocht naar chats/gesprekken die voor, tijdens en na het incident hebben plaatsgevonden. Daarnaast heb ik ook gezocht op chats/gesprekken met medeverdachten. Hierbij vielen mij het onderstaande gesprekken/chats op:

Chat 11 ( [naam 2] , & [naam 7] )In de chat zat ook Signal account [naam 6] , dit Signal account is vermeld als useraccount geregistreerd in de mobiele telefoon en zodoende zeer vermoedelijk in gebruik bij verdachte [medeverdachte 2] . Hieronder de berichtgeving in de chat op 16 april 2026

17:59:17 System: [naam 2] added you17:59:17 [naam 2] : .18:07:04 System: The group call has ended18:07:26 [naam 2] : Leg hem effe uit wat is gebeurd

6. Proces verbaal van de politie, bevindingen

Op 19 april 2026 werd de verdachte buiten heterdaad aangehouden. Tijdens zijn aanhouding was de verdachte in het bezit van een mobiele telefoon van het merk Samsung, type onbekend. Deze telefoon werd inbeslaggenomen en geregistreerd met goednummer [beslagnummer] .

Onderzoek chatgeschiedenis

In de telefoon werd een chatgesprek aangetroffen tussen de gebruiker van de telefoon en de snapchatgebruiker ' [naam 1] '. In de chat werden meerdere berichten aangetroffen, waaronder: op 19 april 2026

16:03 [naam 1] : Yo bro, eh, er is met die advocate gesproken. Ewa, die kleine boelie'tje, die [naam 8] dus, die gaat waarschijnlijk drie maandjes kieren en dan enkelband. En die Jella bra, ik zeg je eerlijk, Jella gaat waarschijnlijk twee taya naar binnen man. Morgen hebben ze verhoor, ewa, dan gaan ze meer weten, morgen ook gelijk zitting."(…)16:06 [naam 3] : Hoe zijn ze bij jella gekomen

16:07 [naam 3] : Ewa ze kunnen altijd ons kari vanuit daar we gewoon zd gw kijken zolang er niet is gepraat(…)16:23 [naam 1] : Jaa puur K ga jella sws Pap sturen Is faya 2de dejonra

7. Proces-verbaal van de politie, bevindingen

Op 16 april 2026 heeft er een overval plaatsgevonden op juwelier [naam juwelier] aan de [adres delict] te Rotterdam. Ik bekeek de camerabeelden.

Om 12:09:24 uur komt NN3 in beeld. Ik zag dat NN3 met een rugtas en een hamer in zijn handen liep. Ik zag dat hij juwelen uit zijn jaszak haalde. Ik zag dat hij de juwelen in de rugtas deed. Ik zag dat hij vervolgens een pas naar voren deed en met zijn hamer de middelste vitrinekast insloeg en een greep uit de vitrinekast deed.

Om 12:09:58 uur zag ik NN2 in beeld komen. Ik zag dat NN2 met een hamer het glas van de vitrinekasten kapotsloeg. Ik zag dat NN2 een rugtas en een hamer in zijn handen had.

8. Proces-verbaal van de politie, bevindingenOp 1 juli 2026 werd door de advocaat van het slachtoffer, een lijst beschikbaar gesteld waarop alle weggenomen sieraden zijn opgenomen.

Bijlage: Lijst met weggenomen goederen.

Ringen: 25

Armbanden: 12

Kettingen/colliers: 10

Totaal: 47 stuks.

Bewijsmotivering

De verdediging heeft primair aangevoerd dat sprake is van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek van de verdachte zoals bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), ten gevolge waarvan bewijsuitsluiting dient plaats te vinden en de verdachte wegens gebrek aan voldoende overig bewijs dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hiertoe is aangevoerd dat de machtiging van de rechter-commissaris op basis waarvan de telefoon van de aangehouden verdachte [medeverdachte 1] zou zijn doorzocht, ontbreekt in het dossier. Omdat in die telefoon chatgesprekken met de verdachte zijn aangetroffen, is het recht op privacy van de verdachte geschonden. De verdachte zou concreet nadeel hebben ondervonden van dat vormverzuim omdat vertrouwelijke berichten van de verdachte zijn gelezen.

De rechtbank verwerpt het verweer. Uit het dossier blijkt, gezien een proces-verbaal dat daarnaar verwijst, dat de telefoon met toestemming van de rechter-commissaris werd onderzocht. Door de officier van justitie is tijdens het onderzoek ter terechtzitting ook het bevel van de officier van justitie aan het dossier toegevoegd. In dat bevel wordt ook gerefereerd aan de door de rechter-commissaris afgegeven machtiging, waaruit (ook) kan worden afgeleid dat die machtiging daadwerkelijk is afgegeven. De verdediging heeft vanaf het moment van aanhouding tot aan de zitting ruim de gelegenheid gehad om ter controle de machtiging van de rechter-commissaris op te vragen zodat die aan het dossier kon worden toegevoegd. Van die mogelijkheid heeft de verdediging echter eerder geen gebruik gemaakt.

Subsidiair is door de verdediging aangevoerd dat de handelingen van de verdachte, die niet in de juwelierswinkel is geweest tijdens de overval, geen medeplegen kunnen opleveren omdat daaruit geen voldoende nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten kan worden afgeleid.

Ook dat verweer wordt verworpen. De verdachte heeft de uitvoerders in een chatgroep geïnstrueerd over de kleding en uitrusting die zij mee moesten nemen; handschoenen en bivakmutsen. Vervolgens heeft hij de uitvoerders op de dag van de overval wakker gebeld, zodat zij op tijd naar Rotterdam zouden afreizen. Hij heeft de acties van die bewuste ochtend ook verder gecoördineerd door onder meer anderen op de hoogte te houden over wie waar wanneer was zodat zij elkaar konden treffen. Ter zitting heeft hij verklaard dat hij wist dat er geweld zou worden gebruikt tegen de vitrines om de juwelen te bemachtigen. Voorts blijkt uit de chat dat de uitvoerders via de verdachte of de door hem ingeschakelde [naam 1] uitbetaald zouden krijgen. De verdachte heeft ter zitting ook verklaard op welke wijze men zou delen in de opbrengst van de buit. Bovendien heeft de verdachte achteraf contact onderhouden over de aangehouden uitvoerders.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten is komen vast te staan. Hoewel geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering tijdens de overval, is de bijdrage van de verdachte aan het ten laste gelegde naar het oordeel van de rechtbank van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Daarmee acht de rechtbank het primair ten laste gelegde bewezen.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Primair

hij, op 16 april 2026 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, een grote hoeveelheid aan sieraden, die aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of omstanders, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door

- dreigend en met gezichtsbedekkende kleding de juwelier binnen te gaan,

- aan die [slachtoffer 2] dreigend de voorden toe te voegen: "Ben je alleen?", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

- met een hamer, althans een hard voorwerp, meerdere vitrines kapot te slaan en uit die vitrines sieraden weg te pakken/nemen.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

Primair

medeplegen van diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor het primaire feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar met aftrek van voorarrest, waarvan één jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Een locatieverbod voor Rotterdam Zuid en dadelijke uitvoerbaarheid hoeft niet te worden opgelegd.

Standpunt van de verdediging

Verzocht wordt om het jeugdstrafrecht toe te passen omdat de jeugdreclassering aangeeft dat de pedagogische meerwaarde van hun betrokkenheid nog niet is uitgeput. De jeugdreclassering acht het volgens de verdediging van groot belang dat de ondersteuning blijft aansluiten bij het ontwikkelingsniveau en de kwetsbaarheid van de verdachte, zodat de kans op duurzame gedragsverandering zo groot mogelijk is. De afgelopen jaren was de verdachte bezig met zijn leven beteren en hij was goed op weg. Hij wil graag terug naar school om zijn opleiding af te maken. Ook wil de verdachte er zijn voor zijn inmiddels éénjarige dochter en een actieve rol krijgen in haar opvoeding. De verdachte is bereid zich aan alle mogelijke voorwaarden te houden, maar wil niet in Den Haag geplaatst worden. Een groot voorwaardelijk deel als stok achter de deur zou wenselijk zijn.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft samen met anderen een overval op een juwelier gepleegd. De verdachte heeft verklaard dat hij op Snapchat is benaderd door de opdrachtgever. Een persoon die hij overigens alleen via Snapchat kent. De verdachte heeft de klus als tussenpersoon geaccepteerd en heeft vervolgens contact opgenomen met weer iemand anders. Die persoon heeft de daadwerkelijke overvallers geronseld en heeft hen in een groepschat met de verdachte gezet. De verdachte heeft verdere instructies gedeeld in die chatgroepen op de dag voor de overval en ook in de ochtend op de dag van de overval.Het is stuitend dat een overval zo gemakzuchtig en laagdrempelig kan worden georganiseerd via Snapchat. Het gebrek aan moeite aan die kant staat in schril contrast met de langslepende gevolgen die de overval voor de eigenaresse van de juwelierswinkel zal hebben. Uit het dossier blijkt dat in de winkel in een kort moment een ravage is veroorzaakt waarbij gigantische schade is ontstaan en veel sieraden zijn gestolen. En dat is dan alleen nog maar de materiële schade . Daarnaast heeft de overval ook verstrekkende gevolgen voor het slachtoffer persoonlijk en haar omgeving. Zij heeft in haar indringende slachtofferverklaring beschreven dat de overval haar gevoel voor veiligheid in één keer heeft weggenomen. Dat heeft vervolgens tot gezondheidsproblemen en angsten geleid; gevolgen die niet alleen het slachtoffer maar ook haar naasten moeten dragen. De rechtbank neemt dat de verdachte zeer kwalijk.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 18 september 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapport van de reclassering

In het rapport van Reclassering Nederland van 20 augustus 2026 staat het volgende.

Criminogene risicofactoren zien wij gelegen in de belaste voorgeschiedenis, het psychosociaal functioneren, zijn financiële situatie, het sociale (online) netwerk en het middelengebruik. Er is nieuwe diagnostiek noodzakelijk om een goed beeld te krijgen van de psychische problematiek van de verdachte.

De verdachte had in de periode voor het ten laste gelegde geen werk en met de geboorte van zijn dochter (en de daarbij behorende financiële verplichtingen) en door de hoeveelheid drugs die hij gebruikt, had hij onvoldoende geld tot zijn beschikking. Het drugsgebruik is een coping strategie om om te gaan met zijn ADHD, maar lijkt eerder aanleiding te zijn tot problemen dan dat het een oplossing is. Oplopende stress en onvoldoende interpersoonlijke- en copingvaardigheden maken dat de verdachte keuzes maakt zonder na te denken over de gevolgen voor hemzelf, zijn omgeving en slachtoffers. De verdachte woonde begeleid en zowel zijn jeugdreclasseringswerker als zijn begeleider(s) zijn positief over de ontwikkeling die hij doormaakte. Hij heeft echter weinig inzicht in zijn binnenwereld gegeven, waardoor zij geen signalen hadden dat het niet goed met hem ging.

Gezien de leeftijd van de verdachte hebben wij het wegingskader adolescentenstrafrecht gebruikt. Op basis van dit wegingskader adviseren wij het volwassenstrafrecht toe te passen. De verdachte heeft weliswaar een licht verstandelijke beperking en het zou wenselijk zijn dat hij een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt zou behalen, wat zou duiden op het adolescentenstrafrecht, maar er zijn weinig pedagogische beïnvloedingsmogelijkheden. De geadviseerde interventies zijn in het volwassenstrafrecht in te zetten.

Het risico op recidive wordt door ons ingeschat als hoog. Bij een veroordeling adviseren wij een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden.

Geen toepassing van het ASR

De verdachte was 20 jaar oud toen hij het strafbare feit pleegde. Gelet op de persoonlijkheid van de verdachte zoals blijkt uit het hiervoor beschreven rapport van de reclassering en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, past de rechtbank het jeugdstrafrecht niet toe. Inmiddels is toepassing van het jeugdstrafrecht voor verdachte een gepasseerd station. Het onderhavige feit werd gepleegd tijdens het toezicht door de jeugdreclassering.

Oplegging straf

Straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Het oriëntatiepunt voor een overval op een bedrijf met ander geweld is als vertrekpunt genomen. Daar wordt in het voordeel van de verdachte van afgeweken vanwege de jonge leeftijd van de verdachte. Daarnaast wordt in het voordeel van de verdachte rekening gehouden met zijn houding ter zitting, waarbij hij naar de indruk van de rechtbank openheid van zaken heeft gegeven over de wijze waarop de overval is gepleegd en zijn rol daarbij. Ook de omstandigheid dat niet bewezen kan worden dat de verdachte wist dat er een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp zou worden gebruikt, maakt dat de straf lager uitvalt. Gelet op het voorgaande wordt een gevangenisstraf van dertig maanden opgelegd. Tien maanden daarvan worden voorwaardelijk opgelegd. De reclassering heeft bijzondere voorwaarden opgesteld in haar advies. De verdachte is gemotiveerd om zich aan die voorwaarden te houden. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel om te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd, met uitzondering van het locatieverbod en het locatiegebod en de elektronische monitoring. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. Dat geldt niet voor het locatieverbod en het locatiegebod omdat het delict digitaal is gepleegd, deze bijzondere voorwaarden zullen daarom niet direct bijdragen aan het voorkomen van recidive. De bijzondere voorwaarden die wel worden opgelegd zijn: een meldplicht, gedragsinterventie CoVa-plus, ambulante behandeling, ook als dat inhoudt het meewerken aan persoonlijkheidsonderzoek en daarop aansluitende behandelingen, begeleid wonen, het aflossen van schulden en middelengebruik beheersen.

Vanwege de duur van de straf die wordt opgelegd, ziet de rechtbank geen aanleiding om de bijzondere voorwaarden en het daaraan verbonden toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

5. Vorderingen van de benadeelde partijen

Namens de eigenaresse van de juwelierswinkel, die op het moment van de overval in de winkel aanwezig was, en namens de juwelierswinkel is vergoeding van schade gevorderd.

Vordering [benadeelde 1]

heeft als benadeelde partij voor het primaire feit € 672,37 als vergoeding voor materiële schade, € 16.000,- als vergoeding voor immateriële schade en € 63.100,- als toekomstige schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.

Vordering [benadeelde 2]

heeft als benadeelde partij voor het primaire feit € 203.730,- als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast is een bedrag van € 2.420 aan proceskosten gevorderd. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich, gelet op het feit dat de benadeelde partij zich heeft doen bijstaan door een advocaat, ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Standpunt van de verdediging

Primair is bepleit om de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen omdat er vrijspraak is bepleit. Subsidiair is bepleit dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] gedeeltelijk kan worden toegewezen tot een bedrag van ten hoogste € 2.000,- voor immateriële schade als direct gevolg van de overval. Daarnaast dient het gevorderde bedrag voor gehoorschade aanzienlijk gematigd worden. De benadeelde partij dient voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De vordering van [benadeelde 2] is onvoldoende onderbouwd zodat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in die vordering.

De standpunten van de verdediging zullen, voor zover van belang, bij de beoordeling van de vordering worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

De vordering van [benadeelde 2]

De vordering van [benadeelde 2] bestaat uit drie posten, te weten voorraadschade, kosten voor herstel van de winkel en winstderving.

- De voorraadschade veroorzaakt door diefstal van sieraden bedraagt in totaal

€ 197.500,-. De verzekeraar van de benadeelde partij heeft een bedrag van

€ 158.000,- uitgekeerd. Het restant, een bedrag van € 39.950,-, wordt gevorderd.

Voor het herstel van de schade die in de winkel is veroorzaakt, is een offerte uitgebracht van € 186.600,-. De verzekeraar van de benadeelde partij heeft een bedrag van € 37.500,- uitgekeerd. Het restant, een bedrag van € 149.100,-, wordt gevorderd.

De winstderving, omdat de winkel acht weken niet open is geweest, is door de accountant begroot op € 50.040,-. De verzekeraar heeft een bedrag van € 35.000,- uitgekeerd. Het restant, een bedrag van € 15.040,-, wordt gevorderd.

Totaal wordt een bedrag van € 203,730,- aan materiële schade gevorderd. Daarnaast worden proceskosten van € 2.420,- gevorderd. Exclusief btw gaat dat om € 2.000,-.

De verdediging heeft de vordering van de benadeelde partij gemotiveerd betwist. In het bijzonder is op dit moment onduidelijk of en zo ja, waarom, de schade van de benadeelde partij hoger is dan de schade die door de verzekeraar is vastgesteld. De beoordeling van de vordering vraagt om een nadere uitwisseling van standpunten en mogelijk bewijslevering. De behandeling van de vordering levert daarom een onevenredige belasting van het strafproces op. De rechtbank verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] dus niet-ontvankelijk in de vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De rechtbank veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 2] in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.

De vordering van [benadeelde 1]

De vordering van [benadeelde 1] bestaat uit materiële schade, immateriële schade en toekomstige schade.

5.5.2.1. De materiële schade

De materiële schade bestaat uit het eigen risico van de zorgverzekering, een eigen bijdrage voor medicatie en reis- en parkeerkosten.

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit. De vordering wordt toegewezen, omdat deze voldoende is onderbouwd en de verdediging de vordering onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 672,37 als vergoeding van materiele schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Immateriële schade

De gevorderde immateriële schade bestaat uit drie posten. Gevorderd is een bedrag van

€ 3.000,- voor trauma en de directe gevolgen van de overval (Rotterdamse Schaal, categorie 19.1, onder b). Daarnaast is € 9.000,- gevorderd vanwege een trauma bij de benadeelde partij (Rotterdamse Schaal categorie 14.1, onder c). Tot slot is € 4.000,- gevorderd wegens akoestisch trauma en gehoorverlies door perceptiestoornis (Rotterdamse Schaal categorie 3.2 onder d, VI). Totaal maakt dat het schadebedrag € 16.000,-.

Door de verdediging is bepleit dat de benadeelde partij twee keer schade vordert voor hetzelfde trauma. Verzocht is om een vergoeding voor het trauma te baseren op categorie 19.1. van de Rotterdamse Schaal en het bedrag te matigen naar € 2.000,-.

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is op andere wijze in haar persoon aangetast. Uit de toelichting op de vorering komt naar voren dat zij niet goed slaapt sinds de overval en dat zij herbelevingen heeft, niet meer in het donker kan slapen en nog dagelijks last heeft van het geluid van de brekende vitrines.

De schade wordt naar billijkheid begroot op € 3.000,-. Hierbij wordt aangesloten bij categorie 19.1 van de Rotterdam Schaal en is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen.

De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering ten aanzien van het trauma niet-ontvankelijk verklaard, omdat van objectief vastgesteld geestelijk letsel geen sprake is.

Daarnaast heeft de benadeelde partij gehoorschade opgelopen. Ten aanzien van die schade wordt aangesloten bij categorie 3.2 onder d van de Rotterdamse Schaal. Omdat er sprake is van meervoudigheid van schade wordt deze schade naar billijkheid begroot op € 2.500,-.

Dit betekent dat de verdachte in totaal een bedrag van € 5.500,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

De toekomstige schade betreft een reservering voor het geval er hoger beroep wordt ingesteld. Deze schade is nu niet onderbouwd, zodat de benadeelde partij ten aanzien van dat deel van de vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Hoofdelijke veroordeling

De verdachte heeft het strafbare feit waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders gepleegd. Zij zijn daarom allen hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededaders de schadevergoeding (voor een deel) hebben betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 16 april 2026.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij/zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 66 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het primaire feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 (dertig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 10 (tien) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak;

2. de verdachte binnen de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie CoVa-plus van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;

3. de verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan een persoonlijkheidsonderzoek en zich op basis van dit onderzoek laat behandelen door een nader, door de reclassering te bepalen forensische GGZ Instelling, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek en verslavingsproblematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;

4. de verdachte gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in Vast en Verder (Leger des Heils) of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;

5. de verdachte zich gedurende de proeftijd inspant voor het vinden en behouden van dagbesteding in de vorm van betaald werk, met een vaste structuur, zolang de reclassering dat nodig vindt;

6. dat de verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan het aflossen van zijn schulden, zolang de reclassering dat nodig vindt, ook als dit inhoudt het treffen van afbetalingsregelingen, bewindvoering of het meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (Wnsp). De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

7. de verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs) en lijst II (softdrugs) en/of middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

Vorderingen benadeelde partijen

[benadeelde 2]

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering (primaire feit);

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0,-;

[benadeelde 1] veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, aan de benadeelde partij [benadeelde 1] (primaire feit), te betalen een bedrag van € 6.172,37 (zesduizend honderdtweeënzeventig euro en zevenendertig cent), bestaande uit € 672,37 als vergoeding van materiële schade en € 5.500,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 16 april 2026 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (primaire feit); bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 1] in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0,-;

legt aan de verdachte voor het primaire feit de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] aan de staat € 6.172,37 (zesduizend honderdtweeënzeventig euro en zevenendertig cent) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 16 april 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 66 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader(s) de schade aan de benadeelde partij [benadeelde 1] of aan de staat heeft/hebben vergoed.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.P.W. van de Meerakker, voorzitter,

en mrs. E. Boersma en A.P. Hameete, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 21 oktober 2026.

Mr. Hameete is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.P.W. van de Meerakker

Griffier

  • mr. J.G. Polke

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand