Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
verlening schone lei
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 28 oktober 2026
Bij vonnis van deze rechtbank van 21 februari 2026 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenares],
wonende te [straatnaam],
[postcode] [woonplaats],
schuldenares,
bewindvoerder: N. Pavljasevic.
1. De procedure
De bewindvoerder heeft op 20 mei 2026 schriftelijk verslag uitgebracht over de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is aanvankelijk pro forma ingepland op 10 september 2026, gelet op het bericht van de bewindvoerder van 26 augustus 2026.
Mevrouw [schuldeiser] heeft de rechtbank op 3 september 2026 een brief gestuurd, waarin zij verzoekt gehoord te worden omtrent de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling van schuldenares.
Op 14 oktober 2026 heeft de bewindvoerder de rechtbank bericht omtrent de laatste stand van zaken.
De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting van 21 oktober 2026. Ter terechtzitting zijn verschenen en gehoord:
Ter zitting zijn door de schuldeiser aanvullende stukken overgelegd aan de rechtbank.
De uitspraak is bepaald op heden.
2. De standpunten
Voor de standpunten van de bewindvoerder, schuldenares en de schuldeiser verwijst de rechtbank mede naar de desbetreffende gedingstukken en het verhandelde ter zitting. De standpunten komen in het kort op het volgende neer.
Standpunt van de bewindvoerder
De bewindvoerder heeft de rechtbank geadviseerd om aan schuldenares de schone lei te verlenen. Schuldenares is de informatieverplichting, de inspanningsverplichting en de afdrachtverplichting nagekomen. Hoewel schuldenares een aantal nieuwe schulden heeft laten ontstaan, heeft zij voor de nu nog openstaande nieuwe schulden betalingsregelingen getroffen die lopen. Bij Eneco bedraagt de nog openstaande nieuwe schuld € 1.380,49. Daarvoor loopt een betalingsregeling van € 50,- per maand. Daarnaast heeft [bedrijf] een vordering van Zilveren Kruis in behandeling. Daar staat nog € 154,14 open. Voor die vordering loopt een betalingsregeling van € 77,07 per maand.
Standpunt van schuldenares
Schuldenares heeft een zware periode achter de rug. Zij heeft zich aan de verplichtingen in de schuldsaneringsregeling gehouden en wil graag verder met haar leven. Er lopen betalingsregelingen voor de nieuwe schulden. De vordering die bij [bedrijf] loopt, zal schuldenares bovendien in één keer voldoen, zodra haar salaris is binnengekomen op 26 oktober 2026. Schuldenares ziet gelet op het feit dat zij de schuldsaneringsregeling heeft doorlopen geen reden om na het verkrijgen van de schone lei nog vrijwillig af te lossen op de vordering van de schuldeiser.
Standpunt van de schuldeiser
De schuldeiser heeft verklaard dat zij zelf in de problemen is geraakt doordat schuldenares haar vordering niet heeft voldaan. Zij is hierdoor zelf in de schuldsaneringsregeling terecht gekomen. Hoewel zij de systematiek van de schuldsaneringsregeling begrijpt, staat het schuldenares wel vrij om na het verkrijgen van de schone lei nog af te lossen op haar vordering. De schuldeiser is dan ook bereid om hierover een betalingsregeling af te spreken. Verder staat de vordering van de schuldeiser op dit moment als een concurrente vordering op de crediteurenlijst. Het betreft echter een vordering die voortkomt uit haar voormalige arbeidsovereenkomst. Voor zover procedureel nog mogelijk verzoekt de schuldeiser om te beoordelen of haar vordering terecht als concurrente vordering is gekwalificeerd.
3. De beoordeling
Als de toepassing van de schuldsaneringsregeling niet reeds is beëindigd, dan bepaalt de rechtbank een datum voor een (eind)zitting waar de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld (artikel 353 Fw). De rechtbank doet vervolgens bij vonnis uitspraak of de schuldenaar in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en, indien er sprake is van een tekortkoming, of deze aan de schuldenaar kan worden toegerekend (artikel 354 Fw).
De vraag die hier dus centraal staat, is of schuldenares in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en, indien sprake is van een tekortkoming, of deze aan schuldenares kan worden toegerekend. Een toerekenbare tekortkoming kan buiten beschouwing blijven vanwege haar bijzondere aard of geringe betekenis (artikel 354, tweede lid Fw).
Hoewel de schuldsaneringsregeling geen duidelijk overzicht geeft van de in de schuldsaneringsregeling geldende verplichtingen, gaat het om de volgende verplichtingen:
Uit het dossier en het verhandelde ter zitting blijkt dat schuldenares zich heeft gehouden aan de informatie- en inlichtingenplicht. Ook heeft zij zich gehouden aan de inspanningsplicht en de afdrachtplicht. Wel zijn er een aantal nieuwe schulden ontstaan, welke nog niet zijn afbetaald.
De rechtbank oordeelt dat schuldenares weliswaar toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten, namelijk het laten ontstaan van nieuwe schulden, maar dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard dan wel geringe betekenis buiten beschouwing blijft. Voor die nieuwe schulden lopen immers betalingsregelingen. Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen.
Ter terechtzitting heeft schuldenares toegezegd dat zij de betalingsregelingen inzake de nieuwe schulden zal nakomen. De nieuwe schuld bij Zilveren Kruis, welke in behandeling is bij [bedrijf], zal zij zelfs in één keer voldoen indien zij haar salaris uitgekeerd krijgt op 26 oktober 2026. De rechtbank gaat ervan uit dat schuldenares zich aan deze toezegging zal houden. Aan schuldenares zal daarom de zogenoemde “schone lei” worden verleend.
De schuldeiser heeft nog verzocht om duidelijkheid over de kwalificatie van haar vordering. De vordering van de schuldeiser is tijdens de verificatievergadering als concurrente vordering vastgesteld. In deze procedure staat de juistheid van deze kwalificatie niet ter beoordeling. Dee rechtbank gaat daarom aan het verzoek van schuldenares voorbij.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.
3. De beslissing
De rechtbank:
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom, rechter, en in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2026.